Montage

De machine klaarmaken voor de montage

Waarschuwing

Het kan gebeuren dat een mechanische of hydraulische krik een machine niet ondersteunt. Als de machine dan valt, kan dit ernstig letsel veroorzaken.

Plaats de machine altijd op assteunen.

  1. Koppel eventuele hulpstukken los van de machine.

  2. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

  3. Stel de parkeerrem in werking.

  4. Breng de laadarmen omhoog en bevestig ze met de cilindervergrendelingen.

  5. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje en laat de machine afkoelen.

  6. Krik de machine op zodat u de onderkant van de machine kunt bereiken. Ondersteun de machine met assteunen.

    Note: Gebruik steunen met voldoende capaciteit voor uw machine. U kunt het gewicht opzoeken in de Gebruikershandleiding van uw machine.

De kappen verwijderen

Het voorscherm verwijderen.

  1. Open de motorkap en zet deze vast met de steunstang.

  2. Draai de 2 bovenste bouten los en verwijder de 2 voorste bouten.

    g262277
  3. Verwijder het scherm.

De voorkap verwijderen

  1. Verwijder de 2 bovenste bouten ("x1"), 2 ringen en 2 onderste bouten (5/16"x") van de voorkap.

  2. Verwijder de voorkap (Figure 2).

g256988

De onderste afdekplaat verwijderen

  1. Verwijder de 2 bouten ("x1") waarmee de onderste afdekplaat bevestigd is aan de frameplaat (Figure 3).

    g247034
  2. Verwijder de onderste afdekplaat van de machine (Figure 3).

De bestaande rupsbanden verwijderen

  1. Plaats vodden of een opvangbak onder de hydraulische poorten van de rupsbandmotor om vloeistof op te vangen terwijl u deze procedure voltooit (Figure 4).

  2. Markeer de slangen die aangesloten zijn op de motoren met hun poortlocaties (d.w.z. links vooraan, links achteraan, rechts vooraan, rechts achteraan).

    g257080
  3. Verwijder de slang van 1 rupsbandmotor en plaats beschermkappen over de openingen van de slang.

  4. Verwijder de hydraulische fittings van de motor.

  5. Verwijder de moer van de voorste rupsbandpen zoals getoond in Figure 5.

    Note: Laat de pen nog zitten.

    g257083
  6. Maak de achterste bout los waarmee het achterste rupsbandframe is bevestigd aan de machine (Figure 6).

    g257081
  7. Gebruik een takel of vorkheftruck die 181kg kan tillen en schuif de rupsband ongeveer 15cm van het frame zoals getoond in Figure 7.

    Important: Zorg ervoor dat de hydraulische leidingen niet in de weg zitten.

    g257082
  8. Verwijder de bevestiging voor de rem als volgt van de motor:

    1. Verwijder en bewaar de 2 bouten waarmee de bevestiging voor de rem bevestigd is aan het gietstuk van de aandrijfmotor (Figure 8).

      g259801
    2. Maak de moeren los waarmee de remkabel is bevestigd aan de bevestiging voor de rem (Figure 8). Verwijder de remkabels.

    3. Verwijder en bewaar de drukveer (Figure 8).

  9. Verwijder de rupsband volledig van de machine.

  10. Herhaal de procedure voor de andere rupsband.

De nieuwe rupsbanden monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Rupsband (afzonderlijk verkrijgbaar)2
Bevestiging voor rem2
Pen van remas2
Remset (afzonderlijk verkrijgbaar)1
  1. Gebruik een takel of vorkheftruck die 181kg kan tillen en til de rupsband tot deze zich ongeveer 15cm van de machine bevindt.

  2. Indien u een afzonderlijke remset monteert, moet u de Montage-instructies van de set raadplegen (zie onderhoudsbulletin110, en dan verdergaan met stap3.

    Important: Gebruik de bevestigingen voor de rem en de pennen die zijn meegeleverd in deze set. Niet de bevestigingen voor de rem en de pennen die zijn meegeleverd in de remset gebruiken.

    Indien u geen afzonderlijke remset monteert, gaat u als volgt verder.

    1. Steek de remkabel door de bevestiging voor de rem en de veer en breng de cilinderfitting aan in de opening in de pen van de remas (Figure 9).

      g261347
    2. Steek de pen van de remas in de veer en vervolgens in de bevestiging voor de rem (Figure 9). Druk de pen in om de veer samen te drukken, steek de cilinderfitting van de remkabel in de opening van de pen, schuif de kabel in de inkeping in de bevestiging voor de rem zodat de inkeping zich tussen de 2 kabelmoeren bevindt en laat de pen en veer langzaam los.

    3. Stel de moeren op de remkabel zo af dat slechts 2 schroefdraden zichtbaar zijn aan de kant van de kabel (Figure 9).

    4. Draai de moeren vast.

    5. Bevestig de bevestiging voor de rem aan de motorophangplaat, met de open zijde gericht naar de rupsbandmotor. Gebruik hiervoor de 2 bouten die u eerder hebt verwijderd (Figure 10).

      g259847
  3. Monteer de rupsband en bevestig hem aan het hoofdframe met de bout, ring, pen en moer die u hebt verwijderd van de rupsband (Figure 11).

    g257331
  4. Draai de voorste moer vast met een torsie van 244 tot 298Nm en de achterste bout met een torsie van 305 tot 373Nm.

  5. Plaats vodden of een opvangbak onder de hydraulische poorten van de rupsbandmotor om vloeistof op te vangen. Verwijder de pluggen van de rupsbandmotor.

  6. Controleer en vervang beschadigde O-ringen op de hydraulische fittings.

  7. Monteer de hydraulische fittings in de nieuwe rupsbandmotors (Figure 12). Draai ze vast met een torsie van 136 tot 163Nm.

    g257334
  8. Plaats de slangen in de poorten die u hebt gemarkeerd (Figure 12).

  9. Draai de slangen vast met een torsie van 50 tot 64Nm.

  10. Herhaal de procedure voor de andere rupsband.

  11. Verwijder aan de voorkant van de machine de 2 slangen op de dubbele pomp en koppel ze aan op de tegenoverliggende poorten (Figure 13). Draai de fittings vast met een torsie van 24-30Nm.

    g260318

De overdrukkleppen vervangen

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Overdrukklep4
  1. Gebruik perslucht om de holtes van elke overdrukklep schoon te maken voordat u ze verwijdert.

  2. Gebruik een dopsleutel van 15mm om de bestaande bovenste overdrukkleppen te verwijderen van de dubbele pomp (Figure 14).

    g257481
  3. Monteer 2 nieuwe overdrukkleppen in hun plaats en draai ze vast met een torsie van 34 tot 39Nm.

    g257483
  4. Plaats vodden of handdoeken onder de dubbele pomp om vloeistof op te vangen van de slangen en de fitting.

  5. Maak de 2 slangklemmen los en verwijder de slangen van de fitting (Figure 16).

    g257482
  6. Reinig het gebied rond de fitting.

  7. Gebruik een opzetsteeksleutel van 1" of gewone steeksleutel om de moer op de fitting los te maken zoals getoond in Figure 16.

  8. Draai de fitting linksom zodat de platte kant van de fitting uitgelijnd is met de poortopening van de overdrukklep (Figure 17).

    g258053
  9. Verwijder de 2 onderste overdrukkleppen (Figure 17).

  10. Monteer 2 nieuwe overdrukkleppen in hun plaats en draai ze vast met een torsie van 34 tot 39Nm.

  11. Draai de fitting naar de originele richting (Figure 16). Draai de moer vast met een torsie van 182 tot 222N∙m.

  12. Monteer de slangen en slangklemmen (Figure 16).

De kappen monteren

De onderste afdekplaat monteren

  1. Lijn de lip van de onderste afdekplaat uit met de frameplaat van de machine (Figure 18).

    g247051
  2. Lijn de gaten in de onderste afdekplaat uit met de frameplaat (Figure 18).

  3. Monteer de onderste afdekplaat op de frameplaat (Figure 18) met de 2 inbusbouten ("x1") die u voordien verwijderd hebt.

De voorkap monteren

Monteer de voorkap met de 2 bouten ("x1"), 2 ringen en 2 bouten (5/16"x") die u eerder hebt verwijderd (Figure 19).

g256988

Het voorste scherm monteren

  1. Monteer het voorste scherm met de 4 bouten ("x1") die u eerder hebt verwijderd (Figure 20).

    g247902
  2. Laat de machine neer op de grond.

De handgreep bevestigen

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Handgreep1
Bout2
Moer2
  1. Open het inspectieluik aan de achterzijde.

  2. Verwijder en bewaar de 4 bouten en moeren waarmee de kap van het bedieningspaneel is bevestigd aan de machine (Figure 21).

    g257391
  3. Til de kap van het bedieningspaneel op en verwijder de voorste handgreep (Figure 22).

    g257390
  4. Monteer de nieuwe handgreep met 2 bouten en 2 moeren (Figure 23).

    g257389
  5. Bevestig de kap van het bedieningspaneel met de 4 bouten en 4 moeren die u eerder hebt verwijderd.

  6. Sluit het inspectieluik aan de achterzijde.

Onderhoud

De rupsbanden spannen

Hef/ondersteun 1 zijde van de machine en gebruik het gewicht van de rupsband om na te gaan of de ruimte tussen de onderkant van de lip van het wegwiel en de rupsband 13mm bedraagt zoals getoond in Figure 24. Als dit niet het geval is, stel dan de spanning van de rupsbanden af met behulp van de volgende procedure.

g257979
  1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking en laat de laderarmen neer.

  2. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.

  3. Breng de kant van de machine die u aan het afstellen bent omhoog zodat de rupsband van de grond is.

  4. Verwijder de borgbout, het afstandsstuk en de moer (Figure 25).

    g257903
  5. Gebruik een dopsleutel van " en draai de spanschroef tot de rupsband 13mm doorbuigt zoals getoond in Figure 24.

    Note: Door de schroef linksom te draaien, spant u de rupsband aan; door de schroef rechtsom te draaien, komt de rupsband losser te zitten.

  6. Lijn de dichtstbijzijnde inkeping in de spanschroef uit met de opening van de borgbout en bevestig de schroef met de borgbout en moer (Figure 25).

  7. Herhaal de procedure voor de andere rupsband.

  8. Rij de machine naar een horizontaal oppervlak en parkeer de machine daar, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje.

  9. Controleer of de rupsband 13mm doorbuigt zoals getoond in Figure 24. Indien nodig instellen.

Rupsbanden vervangen

Vervang de rupsbanden als ze erg versleten zijn.

Verwijderen van de rupsbanden

  1. Verwijder eventuele aangekoppelde werktuigen.

  2. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en zorg er hierbij voor dat slechts 1 tandwielhelft aangrijpt op de rupsband (Figure 26).

    g259714
  3. Stel de parkeerrem in werking.

  4. Laat de laadarmen zakken zodat ze ongeveer 20 tot 25cm boven het frame staan.

  5. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.

  6. Til de kant van de machine op met de rupsband die u aan het vervangen bent. Ondersteun de machine met assteunen.

    Note: Gebruik steunen met voldoende capaciteit voor uw machine.

    Waarschuwing

    Het kan gebeuren dat een mechanische of hydraulische krik een machine niet ondersteunt. Als de machine dan valt, kan dit ernstig letsel veroorzaken.

    Plaats de machine altijd op assteunen.

  7. Verwijder de borgbout, het afstandsstuk en de moer (Figure 25).

  8. Gebruik een dopsleutel van " en verminder de spanning door de spanschroef rechtsom te draaien (Figure 25 en Figure 27).

    g258146
  9. Verwijder de 3 bouten waarmee de tandwielhelft is bevestigd die niet aangrijpt op de rupsband (Figure 28).

    g257925
  10. Start de machine en zet de parkeerrem vrij.

  11. Zet de tractiebediening naar voren tot de andere helft van de tandwielaandrijving niet aangrijpt op de rupsband (Figure 29).

    g259736
  12. Stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje.

  13. Verwijder de rupsband van het rupsbandframe, de aandrijfspil en dan het voorwiel.

De rupsband plaatsen

  1. Leg de nieuwe rupsband rond het voorwiel en leg hem dan rond de aandrijfspil aan de zijde zonder tandwiel (Figure 27).

  2. Duw de rupsband onder en tussen de wegwielen en leg hem rond het onderste frame (Figure 27).

    Note: Controleer of de wegwielen gecentreerd zijn op de rupsband.

  3. Start de motor en zet de parkeerrem vrij.

  4. Beweeg de tractiebediening naar voren tot de tandwielaandrijvinghelft aangrijpt op de rupsband (Figure 30).

    g259737
  5. Stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje.

  6. Breng schroefdraadborgmiddel aan op de bouten van de tandwielaandrijvinghelft die u hebt verwijderd en monteer de tandwielhelft (Figure 28). Draai de bouten vast met een torsie van 95 tot 115Nm.

  7. Gebruik een dopsleutel van " en draai de spanschroef linksom tot de rupsband 13mm doorbuigt zoals getoond in Figure 24.

  8. Lijn de dichtstbijzijnde inkeping in de spanschroef uit met de opening van de borgbout en bevestig de schroef met de borgbout, het afstandsstuk en de moer.

  9. Laat de machine neer op de grond.

  10. Herhaal de procedure om de andere rupsband te vervangen.

  11. Rij de machine naar een horizontaal oppervlak en parkeer de machine daar, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje.

  12. Controleer of de rupsband 13mm doorbuigt zoals getoond in Figure 24.