Inleiding

Deze machine wordt op een Workman werkvoertuig gemonteerd en is bedoeld voor gebruik door professionele bestuurders en voor commerciële toepassingen. Het is voornamelijk ontworpen om onder een aantal vochtigheidsomstandigheden materiaal te doseren en verspreiden zonder dat de verspreiding belemmerd wordt of drastisch aangetast.

Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u dit product op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om letsel en schade aan de machine te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine.

Als u service, originele Toro onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.

Important: U kunt met uw mobiel apparaat de QR-code (indien aanwezig) op het plaatje met het serienummer scannen om toegang te krijgen tot de garantie, onderdelen en andere productinformatie.

g264615

Er worden in deze handleiding een aantal mogelijke gevaren en een aantal veiligheidsberichten genoemd met de volgende veiligheidssymbolen (Figuur 2), die duiden op een gevaarlijke situatie die zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kan hebben als u de veiligheidsvoorschriften niet in acht neemt.

g000502

Er worden in deze handleiding twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient.

Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring.

Waarschuwing

CALIFORNIË

Proposition 65 Waarschuwing

Gebruik van dit product kan leiden tot blootstelling aan chemische stoffen waarvan de Staat Californië weet dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere schade aan het voortplantingssysteem veroorzaken.

Veiligheid

Algemene veiligheid

Dit product kan lichamelijk letsel veroorzaken. Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig letsel te voorkomen.

Dit product gebruiken voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders.

  • Lees deze Gebruikershandleiding en de gebruikershandleiding van het voertuig en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de machine in gebruik neemt. Zorg dat alle gebruikers van dit product weten hoe ze deze machine en het voertuig dienen te gebruiken en dat ze de waarschuwingen begrijpen.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kan er letsel ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • Houd handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen van de machine.

  • Gebruik de machine enkel als de nodige schermen en andere beveiligingsmiddelen aanwezig zijn en naar behoren werken.

  • Blijf met een rijdende machine steeds op een veilige afstand van omstanders.

  • Laat geen kinderen het werkgebied betreden. Laat kinderen nooit de machine bedienen.

  • Schakel de machine uit, zet de motor uit, stel de parkeerrem in werking, verwijder de contactsleutel en wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u onderhoudswerkzaamheden verricht, bijvult met brandstof of verstoppingen uit de machine verwijdert.

Onjuist gebruik of onderhoud van deze machine kan letsel tot gevolg hebben. Om het risico op letsel te verkleinen, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool Graphic te letten, dat betekent Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van deze instructies kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.

U vindt bijkomende veiligheidsinformatie op de betreffende plaatsen in deze handleiding.

Veiligheids- en instructiestickers

Graphic

Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers.

decal105-4586
decal93-9084
decal99-0015
decal106-7750
decal93-9092
decal94-1235
decal105-0698
decal98-3114
decal133-8061

Montage

De 2/3 of volledige bak verwijderen

Note: Als de Workman uitgerust is met een trekhaak met zwaar uitgevoerd frame, dient dit niet te worden verwijderd van het voertuig, maar u dient het gewicht van het trekframe van de capaciteit van de hopper af te trekken. Raadpleeg de Bedieningsinstructies van de Workman.

  1. Parkeer het voertuig op een horizontaal oppervlak.

  2. Start de motor. Laat de laadbak met behulp van de hydraulische hefhendel zakken totdat de cilinders los in de sleuven zitten.

  3. Laat de hefhendel los. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.

  4. Verwijder de lynchpennen van de uiteinden van de gaffelpennen van de cilinderstang (Figuur 3).

    g002368
  5. Verwijder de gaffelpennen waarmee de uiteinden van de cilinderstang vastzitten aan de bevestigingsplaten van de laadbak, door de pennen naar binnen te drukken (Figuur 4).

  6. Verwijder de lynchpennen en de gaffelpennen waarmee de draaibeugels zijn bevestigd aan de framebalken (Figuur 4).

    g002369
  7. Verwijder de laadbak van het voertuig.

    Voorzichtig

    Een complete laadbak weegt ongeveer 148 kg: probeer de laadbak dus niet in uw eentje te monteren of te verwijderen.

    Gebruik een takel of doe dit met 2 of 3 andere personen.

  8. Bewaar de cilinders in de opslagklemmen. Zet de hydraulische hefinrichting vast met de vergrendelingshendel op het voertuig om te voorkomen dat de hefcilinders per ongeluk naar buiten schuiven.

De Topdresser monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Werktuigbeugel2
Gaffelpen2
Lynchpen4
Inbusbout met flens (½" x 1")4
Platte ring8
Borgmoer (½")4
Tussenring2

Note: Bij voertuigen met een serienummer lager dan 239999999 dient de hydraulische afstandbedieningsset (model 07415) op de Workman te zijn gemonteerd voordat u de TopDresser 1800 installeert.

Note: Een motorkapset, onderdeelnummer 99-1214 voor de vloeistofgekoelde Workman op benzine, of onderdeelnummer 92-5963 voor het dieselmodel van de Workman, moet op de Workman gemonteerd zijn om te voorkomen dat materiaal rechtstreeks op de motor overloopt.

  1. Verwijder de 2 inbusbouten met flens waarmee de achterkant van de montagebeugels van het motorframe aan weerszijden van het voertuigframe zijn bevestigd (Figuur 5).

    Note: Als de Workman over een trekhaak met zwaar uitgevoerd frame beschikt, zijn er al werktuigmontagebeugels (stap 1 en 2) op de Workman gemonteerd. Ga naar stap 3.

    g011382
  2. Monteer losjes een werktuigbeugel op de montagebeugels van het motorframe en het voertuigframe; gebruik (2) inbusbouten met flens en flensborgmoeren die u eerder verwijderd hebt (Figuur 5).

    Note: Als de Workman uitgerust is met een trekhaak met zwaar uitgevoerd frame, brengt u de tussenringen aan (stap 3 en 4). Ga anders naar stap 5.

  3. Verwijder de inbusbout, 2 platte ringen en borgmoer waarmee de werktuigbeugels aan de lippen van het trekhaakframe zijn bevestigd (Figuur 6).

    g011391
  4. Bevestig een tussenring bovenaan de lippen van het trekhaakframe; gebruik de inbusbout, 2 platte ringen en borgmoer die u eerder verwijderd hebt (Figuur 7).

    g011383
  5. Plaats de machine op het voertuigframe. Let erop dat de openingen in de achterste montagebeugels op een lijn staan met de openingen in de zijkanten van het frame (Figuur 7).

    Note: Als u een hefvork gebruikt om de topdresser te tillen, breng de vorken dan in langs de gaten in de achterrand en in de kanalen.

    Note: Als u de optionele hefset (92-4452) gebruikt om de topdresser te tillen, ga dan als volgt te werk:

    1. Plaats de hefbeugel bovenaan de hopper.

    2. Bevestig de kettingen aan de hefogen aan de hoeken van de hopper.

      Important: Als u de TopDresser wilt verwijderen, moet u altijd de montagebouten en pinnen verwijderen voordat u de machine heft.

  6. Bevestig de achterste montagebeugels aan het voertuigframe met een gaffelpen en 2 borgpennen (Figuur 8).

    g011401
  7. Bevestig de bovenkant van de werktuigbeugels (Figuur 9) of tussenring (Figuur 10) losjes aan de montagelip aan elke kant van de topdresser; gebruik hierbij een inbusbout (½" x 1"), 2 platte ringen en borgmoeren. Draai alle bevestigingen vast.

    g011384
    g011385

De hefcilinders aansluiten

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Cilinderpen2
Inbusbout (¼" x ¾")2
Borgmoer (¼")2
  1. Bevestig de stanguiteinden van de hefcilinders met een cilinderpen onderaan de topdresser (Figuur 11).

  2. Gebruik een inbusbout (¼" x ¾"), platte ring en moer om de cilinderpennen onderaan de topdresser te bevestigen (Figuur 11).

    g011402

    Important: Ontgrendel altijd de stortstophendel voordat u de cilinder probeert aan te brengen voor het kantelen. Gebruik de kantelfunctie van de cilinders alleen voor onderhoud aan de motor of het hydraulische circuit eronder.

    Waarschuwing

    Als u nalaat om de topdresser degelijk te ondersteunen wanneer u onderhoud uitvoert, kan dat tot ernstig lichamelijk letsel leiden.

    Gebruik de cilinders niet om de machine omhoog te houden. Breng blokken aan onder de topdresser voordat u zich eronder begeeft voor onderhoud.

    Important: Bij voertuigen met serienummer 240000001 en hoger kunnen de bak en de topdresser alleen getild worden als de hefcilinderslangen aangesloten worden op het voertuig.

Voorzichtig

Als u de hopper van de topdresser niet volgens de juiste procedures kantelt, kunt u ernstig letsel oplopen.

Verwijder de voorste montagebouten voordat u de hopper kantelt.

Kantel de hopper enkel als deze leeg is.

De laadbakbeveiliging gebruiken

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Laadbakbeveiliging (geleverd bij Workman voertuig)

Important: Monteer of verwijder de laadbakbeveiliging altijd terwijl u zich buiten de laadbak bevindt.

  1. Breng de laadbak omhoog totdat de hefcilinders hun uiterste positie hebben bereikt.

  2. Verwijder de laadbakbeveiliging van de opberghaken op de achterkant van het paneel van de rolbeugel (Figuur 12).

    g026142
  3. Druk de laadbakbeveiliging op de cilinderstang en zorg ervoor dat de beide uiteinden van de laadbakbeveiliging rusten op het uiteinde van de cilinderbus en het uiteinde van de cilinderstang (Figuur 13).

    g009164
  4. Als u klaar bent, verwijdert u de laadbakbeveiliging van de cilinder en plaatst u deze in de beugels aan de achterzijde van het paneel van de rolbeugel.

    Important: Probeer de hopper niet neer te laten met de laadbakbeveiliging op de cilinder.

Hydraulische koppelingen aansluiten

  1. Bij voertuigen met een serienummer lager dan 239999999 dient u de hydraulische klephendel (Figuur 14) in de zweefstand te zetten, en bij voertuigen met serienummer 240000001 en hoger beweegt u de hydraulische hefhendel (Figuur 15) voor- en achteruit om de druk van het systeem te laten en het ontkoppelen van de snelkoppelaars te vergemakkelijken.

    g011386
    g011390
  2. Bij voertuigen met serienummer 240000001 en hoger dient u de 2 hefcilinderslangen los te koppelen van de slangen die aan de koppelbeugel bevestigd zijn (Figuur 16). Breng de kapjes aan op de snelkoppelaars van de cilinderslang.

    g009822
  3. Maak de snelkoppelingen (Figuur 17) van de topdresser schoon voordat u deze aansluit. Vuile snelkoppelingen kunnen het systeem verontreinigen. Sluit na het reinigen de beide snelkoppelingen aan op de Workman. De slangen zijn aangeduid met 'A' en 'B'. Monteer de juiste slang op de snelkoppelaars. Zorg ervoor dat de beide snelkoppelaars volledig ingebracht zijn.

    Note: De koppelaars in Figuur 17 zijn van voertuigen met een serienummer lager dan 239999999.

    g011403

    Important: Het hydraulische systeem van de Workman werkt op Dexron III automatische transmissievloeistof. Deze vloeistof smeert de tandwielen en lagers en zorgt voor bedrijfsvloeistof voor het hydraulische systeem.Als de snelkoppelaars van het afzonderlijke hydraulische systeem aangesloten zijn, stroomt hydraulische vloeistof van de machine naar het voertuig. Als de hydraulische vloeistof van de machine niet dezelfde als of gelijkwaardig is aan de vloeistof in het voertuig, kan dit leiden tot beschadiging van de transaxle of het hydraulische systeem.U dient de geschiktheid van de vloeistof te controleren en gepaste actie te ondernemen als de machine wordt gebruikt met een ander product dat andere vloeistoffen gebruikt dan Dexron III ATF.

    Waarschuwing

    Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken.

    • Waarschuw onmiddellijk een arts als er hydraulische vloeistof is geïnjecteerd in de huid. Geïnjecteerde vloeistof moet binnen enkele uren operatief worden verwijderd door een arts.

    • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en fittings stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem.

    • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.

    • U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier.

    • Hef alle druk in het hydraulische systeem op veilige wijze op, voordat u werkzaamheden gaat verrichten aan het hydraulische systeem.

    Important: Controleer het peil van de hydraulische vloeistof nadat u de topdresser hebt gemonteerd. Controleer of de topdresser werkt, en controleer vervolgens nogmaals het peil van de hydraulische vloeistof. Als u het voertuig gebruikt bij een te laag vloeistofpeil, kan dat schade veroorzaken aan de pomp, de hydraulische afstandsbediening, de stuurbekrachtiging en de transaxle van het voertuig. Is bijkomende vloeistof nodig, gebruik dan Dexron III vloeistof voor automatische transmissies.

  4. Start de motor van het voertuig en test de draaiing van de transporteur en de borstel. Beweeg de hydraulische afstandbedieningshendel van het voertuig naar de stand DRAAIEN. De draaiing moet eruitzien als op Figuur 18. Als de onderdelen in de tegenovergestelde richting draaien, dienen de snelkoppelaars te worden omgedraaid.

    g011387

    Important: Zorg dat de slangen niet langs scherpe randen of bewegende of hete onderdelen lopen.

  5. Voer een visuele controle uit van het hydraulische systeem en controleer op lekken, losse bevestigingen, ontbrekende onderdelen en onjuist lopende leidingen. Voer alle reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.

Algemeen overzicht van de machine

Doseermechanisme laadklep

De zwarte knoppen links achteraan de machine dienen om de laadklep af te stellen en te vergrendelen met de gewenste opening.

  1. Zet de sluitknop (Figuur 19) voldoende los om hem vrij te kunnen schuiven in de opening.

  2. Stel de laadklepknop (Figuur 19) in op de gewenste stand en zet de sluitknop vast om de afstelling te borgen.

Schaalverdeling

Gebruik de schaalverdeling (Figuur 19) om de gewenste dosering te gebruiken. Zie Zandgebruiksdosis.

g266287

Note: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.

Afmetingen en gewichten

Lengte 137 cm
Breedte185 cm
Strooibreedte152 cm
Binnenwerkbreedte 175 cm
Hoogte, gemonteerd op Workman voertuig126 cm
Transportgewicht386 kg
Leeggewicht:367 kg
Inhoud hopper0,5 kubieke meter

Benodigde werktuigen

Externe hydraulische werktuigset (voor voertuigen met een serienummer lager dan 239999999)Modelnr. 07415
Motorkapset (Mitsubishi, vloeistofgekoelde Workman diesel) ofOnderdeelnr. 92-5963
Motorkapset (Mitsubishi, vloeistofgekoelde Workman benzine)ofOnderdeelnr. 99-1214
Motorkapset (Mitsubishi, vloeistofgekoelde Workman diesel en benzine)enOnderdeelnummer 117–4867 (meegeleverd met modellen HD-serie)
1/3 oppervlaktekap (Daihatsu, vloeistofgekoelde Workman diesel en benzine)

Note: De 1/3 kap past niet als een set voor hoge luchtinlaat is gemonteerd. Een 1/3 platte bak is benodigd als een set voor hoge luchtinlaat gemonteerd is.

of
Onderdeelnr. 93-9225
1/3 platte laadbakModelnr. 07341

Aanbevolen accessoires

Assteun (aantal: 4)Vereist: koppelpen (aantal: 4) Onderdeelnr. 105-9482-03Onderdeelnr. 100-4523
Toerenteller/snelheidsmeterset (Mitsubishi, vloeistofgekoelde Workman benzine)Onderdeelnr. 87-9950
Toerenteller/snelheidsmeterset (Mitsubishi, vloeistofgekoelde Workman diesel)Onderdeelnr. 87-9970
Toerenteller/snelheidsmeterset (luchtgekoelde Workman 3000–4000 benzine)Onderdeelnr. 87-9960
Toerenteller/snelheidsmeterset (luchtgekoelde Workman HD benzine)Onderdeelnr. 115-7786
Toerenteller/snelheidsmeterset (Daihatsu, vloeistofgekoelde Workman 3000–4000 benzine)Onderdeelnr. 105-9498
Toerenteller/snelheidsmeterset (Daihatsu, vloeistofgekoelde Workman 3000–4000 diesel)Onderdeelnr. 105-9499
Toerentellerset (luchtgekoelde Workman 3000–4000 benzine)Onderdeelnr. 107-7977
Toerentellerset (Daihatsu, vloeistofgekoelde Workman 3000–4000 benzine)Onderdeelnr. 107-7975
Toerentellerset (Daihatsu, vloeistofgekoelde Workman 3000–4000 diesel)Onderdeelnr. 107-7976
Gashendelset (voor voertuigen met serienummer 240000001 en hoger)Model 07420
Gashendelset (voor voertuigen met serienummer 239999999 en lager)Model 07416

Werktuigen/accessoires

Een selectie van door Toro goedgekeurde werktuigen en accessoires is verkrijgbaar voor gebruik met de machine om de mogelijkheden daarvan te verbeteren en uit te breiden. Neem contact op met een erkende servicedealer of een erkende Toro distributeur, of bezoek www.Toro.com voor een lijst van alle goedgekeurde werktuigen en accessoires.

Om de beste prestaties te verkrijgen en ervoor te zorgen dat de veiligheidscertificaten van de machine blijven gelden, moet u ter vervanging altijd originele onderdelen en accessoires van Toro aanschaffen. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn en de productgarantie kan tenietdoen.

Gebruiksaanwijzing

Note: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.

Voor gebruik

Veiligheidsinstructies voorafgaand aan het werk

  • De machine heeft andere balans-, gewicht en verwerkingseigenschappen dan sommige andere types werktuigen. Lees deze gebruikershandleiding en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de machine in gebruik neemt. Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met alle bedieningsorganen en weet hoe u de motor snel kunt stoppen.

  • Laat kinderen of personen die geen instructie hebben ontvangen, de machine nooit gebruiken of onderhoudswerkzaamheden daaraan verrichten. Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen stellen aan de leeftijd van degene die met de machine werkt. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van alle bestuurders en technici.

  • Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningsorganen en de veiligheidssymbolen, en weet hoe u de machine veilig kunt gebruiken.

  • Zorg ervoor dat u weet hoe u de machine en de motor snel kunt stoppen.

  • Controleer of de dodemansknoppen, de veiligheidsschakelaars en de veiligheidsschermen zijn bevestigd en naar behoren werken. Gebruik de machine uitsluitend als deze naar behoren werken.

  • Laat alle veiligheidsschermen en veiligheidsvoorzieningen op hun plaats. Als veiligheidsschermen, veiligheidsvoorzieningen of stickers onleesbaar zijn of ontbreken, moet u deze herstellen of vervangen voordat u de machine gaat gebruiken.

    Note: Het voorste 1/3 deel van de laadzone van de Workman moet bedekt worden door een 1/3 werktuig of kap als u de topdresser gebruikt.

  • Draai losse moeren, bouten en schroeven vast zodat het veilig is om de machine te gebruiken. Controleer of de machineonderdelen op hun plaats vastzitten.

  • Controleer of uw voertuig geschikt is voor het gebruik met een werktuig van dit gewicht; neem contact op met de fabrikant of de leverancier van het voertuig.

  • Parkeer het voertuig op een horizontaal vlak, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u het voertuig en de topdresser verlaat.

Tijdens gebruik

Veiligheid tijdens het werk

  • De eigenaar/bestuurder is verantwoordelijk voor ongevallen die kunnen leiden tot lichamelijk letsel en materiële schade, en hij kan zulke ongevallen voorkomen.

  • Draag geschikte kleding en uitrusting, zoals oogbescherming, een lange broek, stevige schoenen met een gripvaste zool en gehoorbescherming. Draag lang haar niet los, steek losse kledingstukken goed vast en draag geen bungelende juwelen.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kan er letsel ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kan er letsel ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • Gebruik de machine niet als u moe, ziek of onder de invloed van alcohol of drugs bent.

  • Verzeker dat er niet meer mensen (u en passagiers) op de machine zitten dan er handgrepen zijn.

  • Houd uw handen en voeten uit de hopper.

  • Blijf zitten wanneer het voertuig in beweging is.

  • Let goed op als u de machine gebruikt. Als u nalaat het voertuig veilig te gebruiken, kan dit leiden tot een ongeluk, omkantelen van het voertuig en ernstig lichamelijk of dodelijk letsel. Rijd voorzichtig en doe het volgende om te voorkomen dat de machine kantelt of dat u de controle over de machine verliest:

    • Ga zeer voorzichtig te werk, verminder uw snelheid en blijf op een veilige afstand van zandkuilen, greppels, waterpartijen, hellingen, onbekend terrein en andere gevarenzones.

    • Matig de snelheid als u met een geladen machine over oneffen terrein rijdt. Anders kan de machine onstabiel worden.

    • Let op kuilen of andere verborgen gevaren.

    • Ga voorzichtig te werk als u op een steile helling werkt. Rij hellingen in een rechte lijn op en af. Verminder de snelheid als u een scherpe bocht maakt of draait op een helling. Draai indien mogelijk nooit op een helling.

    • Wees extra voorzichtig als u werkt op een nat oppervlak, bij hogere snelheden of zwaar belast is. Stoppen kost meer tijd als het voertuig zwaar belast is. Schakel naar een lagere versnelling voordat u een helling op- of afrijdt.

    • Vermijd plotseling stoppen en starten. Schakel niet van vooruit in achteruit of andersom zonder volledig te stoppen.

    • Maak geen scherpe bochten en vermijd abrupte manoeuvres of andere riskante handelingen tijdens het rijden, waardoor u de controle kunt verliezen.

    • Wees u bewust van uw omgeving tijdens het draaien of achteruitrijden van de machine. Zorg ervoor dat het gebied vrij is en houd omstanders op een veilige afstand. Rijd langzaam.

    • Let op het verkeer als u in de buurt van een weg werkt of deze oversteekt. Verleen altijd voorrang aan voetgangers en andere voertuigen. Houd u aan alle verkeersregels en plaatselijke verordeningen met betrekking tot het besturen van de machine op of in de buurt van de openbare weg.

    • Kijk altijd uit voor laag overhangende objecten zoals boomtakken, deurposten en voetgangersbruggen en zorg dat u zulke obstakels niet raakt. Let erop dat er voldoende ruimte boven uw hoofd is, zodat het voertuig zonder problemen kan passeren en uw hoofd niets raakt.

    • Gebruik de machine niet als het kan bliksemen.

    • Als u niet zeker weet of u de machine veilig kunt gebruiken, moet u het werk staken en de bedrijfsleiding om advies vragen.

    • Laat de machine niet onbeheerd achter terwijl het voertuig in bedrijf is.

  • Vervoer geen lading die zwaarder is dan het maximale gewicht van het voertuig.

  • De stabiliteit van ladingen kan verschillen, hoge ladingen hebben bijvoorbeeld een hoger zwaartepunt. Verminder indien nodig het maximale laadgewicht om te zorgen voor een betere stabiliteit.

  • Doe het volgende om te voorkomen dat de machine kantelt:

    • Houd de hoogte en het gewicht van de lading zorgvuldig in de gaten. Hoge en zware ladingen kunnen het risico op kantelen doen toenemen.

    • Verdeel de lading gelijkmatig, zowel in de lengte- als de breedterichting.

    • Wees voorzichtig tijdens het draaien en voorkom onveilige manoeuvres.

    • Zorg er altijd voor dat de machine op het voertuig is aangesloten voordat u gaat laden.

    • Plaats geen grote of zware objecten in de hopper. Hierdoor kunnen de transportband en de rollen beschadigd raken. Zorg er ook voor dat de lading een uniforme textuur heeft. De machine kan onverwacht kleine stenen in het zand uitwerpen.

  • Ga niet achter de machine staan tijdens het lossen.

  • De topdresser lossen of loskoppelen van het voertuig dient op een vlakke ondergrond te gebeuren.

  • Niet rijden met de topdresser in de volledig omhooggebrachte stand. Dit vergroot het risico dat het voertuig omkantelt.

  • Rij met de machine in de lage stand.

  • Schakel het werktuig uit als u mensen, voertuigen, kruispunten of zebrapaden nadert.

Veiligheid op hellingen

  • Bekijk de specificaties van het voertuig om er zeker van te zijn dat u het niet gebruikt op te steile hellingen.

  • Het maaien op hellingen is een belangrijke factor bij ongelukken waarbij de controle over de machine wordt verloren of deze omkantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. De bestuurder is verantwoordelijk voor een veilig gebruik van de machine op hellingen. Gebruik van de machine op hellingen vereist altijd extra voorzichtigheid.

  • De gebruiker moet het terrein inspecteren en de condities beoordelen om te bepalen of de machine veilig kan worden gebruikt op een helling. Gebruik altijd uw gezond verstand en uw beoordelingsvermogen wanneer u dit onderzoek uitvoert.

  • De gebruiker moet de onderstaande instructies doornemen voordat hij/zij de machine op hellingen gaat gebruiken. Neem de gebruiksomstandigheden op die dag in overweging om te bepalen of u de machine op het terrein gaat gebruiken. Veranderingen in het terrein kunnen ertoe leiden dat de machine zich anders gedraagt op een helling.

  • Vermijd starten, stoppen of bochten maken op hellingen. Voorkom dat u plotseling de snelheid of de rijrichting van de machine moet veranderen. Keer traag en geleidelijk om.

  • Gebruik de machine niet in omstandigheden waarin u niet zeker bent van de tractie, het stuurgedrag of de stabiliteit.

  • Verwijder of markeer obstakels zoals greppels, putten, geulen, hobbels, stenen en andere verborgen gevaren. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar. De machine kan omslaan op oneffenheden in het terrein.

  • Denk eraan dat de machine tractie kan verliezen doordat u bergafwaarts, op nat gras of dwars op een helling maait. Als de aandrijfwielen tractie verliezen, kan de machine gaan schuiven en kunt u de controle over de remmen en het stuur verliezen.

  • Wees uiterst voorzichtig als u de machine gebruikt in de buurt van steile hellingen, greppels, oevers, waterpartijen of andere gevaren. De machine kan plotseling omslaan als een wiel over de rand komt, of als de rand instort. Zorg voor een veilige afstand tussen de machine en een gevarenzone.

Het veiligheidssysteem controleren

OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
Bij elk gebruik of dagelijks
  • Controleer de werking van het veiligheidssysteem.
  • Het veiligheidssysteem zorgt ervoor dat de motor alleen aanslaat of start wanneer u het koppelingspedaal intrapt.

    Voorzichtig

    Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen een onverwacht effect hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken.

    • Laat de interlockschakelaars ongemoeid.

    • Controleer elke dag de werking van de interlockschakelaars en vervang beschadigde schakelaars voordat u de machine in gebruik neemt.

    Note: Zie de Gebruikershandleiding van het werktuig voor de controleprocedures van het veiligheidssysteem van het werktuig.

    De interlockschakelaar van de koppeling functioneren

    1. Neem plaats op de bestuurdersstoel en stel de parkeerrem in werking.

    2. Zet de schakelhendel in de NEUTRAALSTAND.

      Note: De motor zal niet aanslaan als de hydraulische hefhendel is vergrendeld in de vooruitstand.

    3. Draai het contactsleuteltje rechtsom naar de stand START zonder het koppelingspedaal in te trappen.

      Note: Als de motor draait of start, is er een defect in het veiligheidssysteem dat moet worden hersteld voordat u de machine gebruikt.

    De interlockschakelaar van de hydraulische hefhendel controleren

    1. Neem plaats op de bestuurdersstoel en stel de parkeerrem in werking.

    2. Zet de schakelhendel in de NEUTRAALSTAND en controleer of de hydraulische hefhendel zich in de middelste stand bevindt.

    3. Trap het koppelingspedaal in.

    4. Zet de hydraulische hefhendel naar voren en draai het sleuteltje naar de stand START.

      Note: Als de motor draait of start, is er een defect in het veiligheidssysteem dat moet worden hersteld voordat u de machine gebruikt.

    Gebruik van de machine

    1. Neem plaats op de bestuurdersstoel en stel de parkeerrem in werking.

    2. Schakel de aftakas (indien aanwezig) uit en zet de gashendel (indien aanwezig) op UIT.

    3. Zet de externe hydraulische klephendel van de Workman in UIT.

    4. Zet de schakelhendel in de NEUTRAALSTAND en druk de koppelingshendel in.

    5. Breng het sleuteltje aan en draai het naar rechts om de motor te starten. Laat het sleuteltje los zodra de motor start.

    6. Oefen op het starten, besturen en stoppen van het Workman voertuig. Zorg ervoor dat u altijd de Gebruikershandleiding van het Workman voertuig gelezen en begrepen hebt voordat u deze machine gebruikt.

    7. Controleer of de band vlot draait voordat u materiaal in de hopper brengt.

    8. Plaats zand of ander topdressmateriaal in de hopper. Er kan maximaal 0,5 kubieke meter materiaal in de hopper. Zand weegt doorgaans 1,6 kg/l; als u meer dan 635 tot 680 kg zand in de hopper laadt, kan het Workman voertuig overbeladen zijn.

      Important: Als andere werktuigen, zoals het zwaar uitgevoerde trekframe, op de Workman gemonteerd zijn bij gebruik van de topdresser, dient het gewicht van deze werktuigen afgetrokken te worden van het laadvermogen van de hopper.

      Om het totale gewicht van uw werktuigen te bepalen, kunt u de achterbanden op een weegschaal plaatsen. Het maximale laadvermogen van de achteras van de Workman 3000/4000 serie is 1179 kg, en van de Workman HD serie 1372 kg.

      Gevaar

      Wees erop bedacht dat een zware lading de remweg verlengt en de mogelijkheid vermindert om snel te draaien zonder om te slaan.

      Rijden of topdressen met een volledige lading kan het zand doen verschuiven. Dit gebeurt meestal als u draait, een helling op- of afrijdt, plotseling uw snelheid wijzigt of als u over oneffen terrein rijdt. Een schuivende lading kan tot gevolg hebben dat het voertuig omslaat.

      Wees voorzichtig bij het rijden of topdressen met een volledige lading.

      De algemene regel is dat het gewicht van de lading zowel van voren naar achteren als van rechts naar links gelijkmatig moet worden verdeeld.

      Kantel de laadbak van de topdresser nooit om onderhoud uit te voeren als zich materiaal in de hopper bevindt. Kantel de laadbak van de topdresser enkel als de hopper leeg is.

    9. Rijden naar het te behandelen gebied.

    10. Stel het laadklepdoseermechanisme in op de gewenste dosis. Borg de stand met de zwarte knop.

    11. Beweeg de hendel naar de LO-stand. Kies de gewenste rijsnelheid en begin te rijden. Zie Zandgebruiksdosis.

    12. Op voertuigen met een serienummer lager dan 239999999 moet u de externe hydraulische hendel in de stand DRAAIEN trekken. Op voertuigen met een serienummer van 240000001 en hoger moet u de hydraulische hefhendel borgen in de voorste stand; de machine begint dan met topdressen.

    Zandgebruiksdosis

    De gebruikte dosis zand is afhankelijk van de instelling van de laadklep en de versnelling/bereikinstelling. Zand varieert naargelang vochtigheid en grofheid (korrelgrootte), wat een invloed heeft op de dosis. U dient rekening te houden met deze factoren wanneer u de benodigde hoeveelheid zand voor de toepassing bepaalt. Test een klein gebied om de juiste dosis te bepalen. Om de dosis te vergroten, opent u de laadklep verder of schakelt u het Workman voertuig naar een lagere versnelling.

    Note: Bij voertuigen met serienummers 240000001 en hoger verlaagt de zandgebruiksdosis als u het voertuig keert. Vermijd scherpe bochten bij het topdressen.

    Om te garanderen dat alle greens op dezelfde manier behandeld worden, wordt sterk aanbevolen om een toerenteller en/of gashendel te gebruiken voor een constant toerental bij het topdressen.

    Waarschuwing

    Als het voertuig op een helling omslaat of gaat rollen, kan dit ernstig letsel veroorzaken.

    Als de motor afslaat of het voertuig vaart verliest op een helling, mag u nooit proberen het voertuig te draaien.

    Rij een helling altijd langzaam achterwaarts in een rechte lijn af.

    Rij niet achterwaarts een helling af met de versnelling in de neutraalstand of het koppelingspedaal ingetrapt terwijl u uitsluitend de remmen gebruikt.

    Rust de bovenkant van de hopper nooit uit met zijplanken of panelen om de capaciteit te verhogen. Het bijkomende gewicht zal het voertuig doen omkantelen of over de kop gaan, wat tot ernstig letsel leidt.

    Rij niet zijwaarts tegen een helling aan; rij recht naar boven en beneden. Draai niet op een helling. Geleidelijk vertragen en versnellen. Als u abrupt van snelheid verandert, kan de machine omkantelen.

    Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot het gebruik van zand

    De TopDresser 1800 is uitgerust met een flexibele laadkleprand (Figuur 20) en een veiligheidsveer om te voorkomen dat brokken zand of stenen tijdens bedrijf vast komen te zitten. Om een lange levensduur van de band te garanderen, zeeft u het zand of controleert u het op stenen met scherpe randen die de band van de transporteur kunnen beschadigen.

    g011405

    Gebruik bij koud weer

    U kunt de machine, onder bepaalde beperkingen, gebruiken in koud weer om een mengsel van zout/zand aan te brengen op het wegdek en ijsvorming tegen te gaan. Het materiaal van de PVC transportband wordt erg stijf in koud weer en er is meer vermogen nodig om hem te gebruiken. De band gaat ongeveer 50% minder lang mee als hij gebruikt wordt bij temperaturen onder 5 °C. De topdresser mag onder geen beding gebruikt worden bij temperaturen onder -7 °C.

    1. Verhoog de spanning van de band door de lengte van de veer af te stellen op 101 mm. Zie De transportband afstellen.

    2. Laat de band altijd lopen alvorens materiaal toe te voegen; zo kunt u controleren of het systeem van de band bevroren is geraakt door vocht. Als de band slipt op de aandrijfrol, kan de band of de rol beschadigd worden.

      Important: Stel de bandspanning in op de normale veercompressie van 112 mm voordat u de machine gebruikt in normale temperaturen.

    Na gebruik

    Veiligheid na het werk

    • Parkeer de machine op een stevig, horizontaal oppervlak.

    • Zet altijd de motor af, verwijder het sleuteltje (indien aanwezig), wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en laat de machine afkoelen voordat u ze afstelt, schoonmaakt, stalt, of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht.

    • Zorg ervoor dat de hopper in de lage stand staat.

    • Zorg ervoor dat alle onderdelen van de machine in goede staat verkeren en alle bevestigingselementen stevig vastzitten.

    • Vervang versleten, beschadigde en ontbrekende stickers.

    Onderhoud

    Note: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.

    Note: Download het elektrische of hydraulische schema gratis op www.Toro.com; u kunt uw machine zoeken via de link Handleidingen op de hoofdpagina.

    Aanbevolen onderhoudsschema

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Controleer de werking van het veiligheidssysteem.
  • Hydraulische slangen en leidingen controleren
  • Om de 25 bedrijfsuren
  • Spuit vet in alle smeernippels
  • Veiligheid bij onderhoud

    • Voordat u onderhoudswerkzaamheden of aanpassingen uitvoert aan de machine, moet u de machine uitschakelen, de motor uitzetten, de parkeerrem in werking stellen, de contactsleutel verwijderen en wachten tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen.

    • Verricht onderhoudswerkzaamheden uitsluitend volgens de instructies in deze handleiding. Indien belangrijke reparaties nodig zijn of hulp is vereist, moet u contact opnemen met een erkende Toro dealer.

    • Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven goed zijn vastgedraaid zodat u veilig met de machine kunt werken.

    • Voer indien mogelijk geen onderhoudswerkzaamheden uit als de motor draait. Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.

    • De spanning van de ketting niet controleren of aanpassen terwijl de motor van het voertuig loopt.

    • Haal voorzichtig de druk van onderdelen met opgeslagen energie.

    • Ondersteun de machine met blokken of op opslagstandaarden als u eronder moet werken. Vertrouw nooit op het hydraulisch systeem van het voertuig om de machine te ondersteunen.

    • Zorg dat alle schermen zijn geplaatst nadat u onderhoud hebt verricht aan de machine of nadat u deze hebt afgesteld.

    Smering

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 25 bedrijfsuren
  • Spuit vet in alle smeernippels
  • De machine beschikt over 5 smeernippels die gesmeerd moeten worden met nr. 2 lithiumvet.

    De smeerpunten (Figuur 21) en de hoeveelheden zijn: rolaslagers (4) en borstelaslager (1).

    Important: Smeer de lagers om een kleine gelekte hoeveelheid te behouden tussen lagers en behuizingen. Te veel vet kan oververhitting veroorzaken.

    Note: Het wordt niet aanbevolen om de stuurketting te smeren, tenzij deze stijf wordt vanwege roest. Als de ketting gaat roesten, kunt u deze licht smeren met een droog smeermiddel.

    g011406

    Veiligheid van het hydraulische systeem

    • Waarschuw onmiddellijk een arts als er hydraulische vloeistof is geïnjecteerd in de huid. Geïnjecteerde vloeistof moet binnen enkele uren operatief worden verwijderd door een arts.

    • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en fittings stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem.

    • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.

    • U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier.

    • Hef alle druk in het hydraulische systeem op veilige wijze op, voordat u werkzaamheden gaat verrichten aan het hydraulische systeem.

    Hydraulische slangen en leidingen controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Hydraulische slangen en leidingen controleren
  • De hydraulische leidingen en slangen controleren op lekkages, kinken, loszittende steunen, slijtage, loszittende aansluitingen, slijtage door weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën. Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.

    De borstel afstellen

    De borstel moet voldoende contact maken met de transportband om topdressingmateriaal te verspreiden maar mag de draaiing van de borstel niet belemmeren. Om de afstelling te controleren, kunt u een stuk hard papier tussen de transportband en de borstel steken. De borstel moet aan elke kant even komen. Controleer de afstelling van de borstel wekelijks op slijtage. Het haar van de borstel slijt onder normale omstandigheden en de afstand tussen de borstel en de transportband moet behouden worden om ongelijkmatige slijtage van de borstel te vermijden.

    Note: Als u vochtig materiaal gebruikt om te topdressen, moet u de borstel mogelijk zo afstellen dat de haren materiaal van tussen de uitstekende gedeelten van de transportband halen zonder zwaar contact te maken met het gladde gedeelte van de band.

    1. Zet de moeren los waarmee de lagerbehuizing (Figuur 22) bevestigd is aan de rechterkant van de machine.

      g011407
    2. Zet de moeren los waarmee de motor van de borstel (Figuur 23) aan de linkerkant van de machine is bevestigd.

      g011408
    3. Schuif de borstel op zijn plaats aan de rechterkant. Zet de moeren met de hand vast.

    4. Schuif de borstel op zijn plaats aan de linkerkant. Zet de moeren met de hand vast.

    5. Breng een stuk stijf papier tussen de borstel en de transportband. De borstel moet aan elke kant even komen.

    6. Als de afstelling goed is, draait u de moeren vast. Als de afstelling niet goed is, herhaalt u de stappen.

    De spanning van de aandrijfketting afstellen.

    Stel de spanning van de ketting zo af dat ze 3 mm doorbuigt. Span de ketting niet te vast aan. Dit veroorzaakt kettingslijtage. Gebruik de machine niet als de ketting te los is. Dit veroorzaakt slijtage van de tandwielen.

    Important: De bevestigingen op de deksels van deze machine zijn zo ontworpen dat ze op het deksel blijven zitten nadat de bevestiging is losgemaakt. Draai alle bevestigingen op een deksel een paar slagen losser zodat het deksel loszit maar nog wel bevestigd is en draai de bevestigingen daarna pas helemaal los totdat het deksel eraf komt. Hiermee voorkomt u dat u per ongeluk de bouten van de borgringen losdraait.

    1. Verwijder het kettingdeksel en het afstandsstuk (Figuur 24).

      g011409
    2. Zet de bouten en moeren los waarmee de motor en de tandwielen aan het hoofdframe zijn bevestigd (Figuur 25).

    3. Draai de motor en de tandwielen in de montagegaten tot de juiste spanning bereikt is.

      g011410
    4. Draai de montagebouten vast.

    5. Monteer het deksel en het afstandsstuk.

    De transportband afstellen

    Als de transportband juist afgesteld is, moet de samengedrukte lengte van de spanveren 112 mm bedragen. Stel de transportband als volgt af:

    1. Zet de borgmoeren los en stel de moeren van de spanstang (Figuur 26) af om de gewenste spanning te verkrijgen.

      g011411
    2. Draai de borgmoeren vast om de afstelling te borgen.

    3. Controleer of de middelste afstand tussen de rolassen van de transportband (Figuur 27) aan elke kant van de machine gelijk is — ongeveer 89,5 cm.

      g011412

    De transportband vervangen

    Als u een beschadigde of versleten transportband vervangt, controleer de afdichtingen van de hopper (Figuur 28) en de laadkleprand (Figuur 28) dan altijd op slijtage en gescheurde randen. Vervang versleten of gescheurde onderdelen om de juiste werking van de nieuwe transportband te garanderen.

    g011413

    Important: De bevestigingen op de deksels van deze machine zijn zo ontworpen dat ze op het deksel blijven zitten nadat de bevestiging is losgemaakt. Draai alle bevestigingen op een deksel een paar slagen losser zodat het deksel loszit maar nog wel bevestigd is en draai de bevestigingen daarna pas helemaal los totdat het deksel eraf komt. Hiermee voorkomt u dat u per ongeluk de bouten van de borgringen losdraait.

    1. Verwijder het kettingdeksel en het afstandsstuk (Figuur 29).

      g011409
    2. Verwijder de sluitschakel uit de ketting en neem de ketting van het kleine tandwiel (Figuur 30).

      g011414

      Note: Mogelijk moet u de montagebouten van de motor losdraaien om de sluitschakel te demonteren.

    3. Zet de borgmoeren en de moeren van de spanstang los om de spanning van de veer te halen (Figuur 31).

      g011415
    4. Verwijder aan weerszijden van de machine de 2 inbusbouten, ringen en moeren waarmee de hopper bevestigd is aan de glijband (Figuur 32).

      g011416
    5. Kantel de hopper naar achteren en laat hem rusten tegen een muur, ladder, enz. Laat de hopper niet rusten tegen de achterkant van de machine; dit kan leiden tot beschadiging van de borstel of de hydraulische koppelingen (Figuur 33).

      Important: Zorg ervoor dat de hopper voorbij het midden gekanteld is en/of vastgemaakt aan een wand of paal om te voorkomen dat de hopper per ongeluk op het werkgebied valt (Figuur 33).

      g011388
    6. Zet aan de rechterkant van de machine de 2 inbusbouten, ringen en moeren los waarmee de glijband aan het frame is bevestigd (Figuur 34). Zorg ervoor dat de bevestigingen voldoende los zijn opdat de glijband kan worden gekanteld.

      g011417
    7. Verwijder aan de linkerkant van de machine de 2 inbusbouten, ringen en moeren los waarmee de glijband aan het frame is bevestigd (Figuur 35).

      g011418
    8. Verwijder de band als volgt:

      1. Snij de band door en neem hem van de rollen.

        of

      2. Breng kunststof bandgereedschap aan tussen de rollen en de band. Draai de rollen tot het gereedschap zich aan de buitenkant van de rol bevindt. Het gereedschap moet aangebracht worden voorbij de ribbel in het midden van de band.

      3. Breng een hefstang aan in het gat aan de linkerkant van de machine.

      4. Breng de hefstang omhoog om de glijband op te heffen.

      5. Schuif de band en het gereedschap tegelijk van de rollen.

    9. Monteer de band als volgt:

      1. Breng een hefstang aan in het gat aan de linkerkant van de machine en breng de hefstang omhoog om de glijband op te heffen (Figuur 35).

      2. Breng de band zo ver mogelijk aan op de rollen.

      3. Breng kunststof bandgereedschap aan tussen de rollen en de band. Draai de rollen tot het gereedschap zich aan de buitenkant van de rol bevindt. Het gereedschap moet aangebracht worden voorbij de ribbel in het midden van de band.

      4. Schuif de band en het gereedschap op de rollen tot de band ongeveer centraal op de rollen ligt.

      5. Verwijder het bandgereedschap van tussen de band en de rollen.

      6. Plaats de band zo dat de ribbel in de uitlijningsgroef van de rollen loopt.

      7. Voer de stappen in omgekeerde volgorde uit om de hopper en de kettingonderdelen te monteren.

      8. Stel de band af. Zie De transportband afstellen.

    Stalling

    1. Maak de machine grondig schoon, in het bijzonder in de hopper. De hopper en de omgeving van de transportband moeten vrij zijn van achtergebleven zanddeeltjes.

    2. Draai alle bevestigingen vast.

    3. Vet in alle smeernippels en lagers spuiten. Veeg overtollig vet weg.

    4. De transportband gaat langer mee als de eenheid uit de zon opgeslagen wordt. Als u de machine buiten opslaat, verdient het aanbeveling om de hopper te bedekken met een dekzeil.

    5. Controleer de spanning van de aandrijfketting. Indien nodig de spanning afstellen.

    6. De spanning van de transportband controleren. Indien nodig de spanning afstellen.

    7. Als u de machine in gebruik neemt nadat deze opgeslagen was, controleer dan of de band vlot loopt voordat u materiaal in de hopper brengt.

    Problemen, oorzaak en remedie

    ProblemPossible CauseCorrective Action
    De snelkoppelingen aan- en loskoppelen is moeilijk.
    1. Het hydraulische systeem staat onder druk.
    2. De motor loopt.
    3. De externe hydraulische klep staat niet in de zweefstand (alleen op voertuigen met een serienummer lager dan 239999999).
    1. De druk van het hydraulische systeem laten.
    2. Zet de motor af.
    3. Zet de externe hydraulische klep in de zweefstand.
    Het voertuig is moeilijk te besturen.
    1. De externe hydraulische klepkoppeling is niet goed afgesteld (alleen op voertuigen met een serienummer lager dan 239999999).
    2. Het peil van de hydraulische vloeistof is te laag.
    3. De hydraulische vloeistof is heet.
    1. Stel de klepkoppeling af.
    2. Vul de hydraulische vloeistof bij tot het juiste peil.
    3. Laat het hydraulische systeem afkoelen.
    Het hydraulische systeem lekt.
    1. Er is een fitting los.
    2. De o-ring van een fitting ontbreekt.
    1. Draai de fitting vast.
    2. Monteer de juiste o-ring.
    Het werktuig functioneert niet.
    1. De snelkoppelingen zitten niet volledig vast.
    2. De snelkoppelingen zijn omgewisseld.
    3. Een riem slipt.
    1. Controleer de snelkoppelingen en stel ze goed af.
    2. Controleer de snelkoppelingen en stel ze goed af.
    3. De riemspanning controleren en op de juiste spanning brengen.