Inleiding

Important: Deze montage-instructies bevatten onderhoudsinformatie en informatie over de werking van de motor die de informatie in de Gebruikershandleiding van uw machine vervangt.Voordat u de machine of de motor gebruikt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht, moet u altijd de veiligheidsinstructies in uw Gebruikershandleiding raadplegen.Bewaar deze instructies.

Important: Deze motorgarantie wordt aangeboden door de motorfabrikant. Raadpleeg de bij de documentatie geleverde garantie van de motorfabrikant en van het emissiesysteem. Die garantie is enkel van toepassing op de motor. Het is geen uitbreiding of wijziging van een uitdrukkelijke of impliciete garantiebepaling of -periode die van toepassing kan zijn op het product waarin de motor is gemonteerd.

Waarschuwing

CALIFORNIË

Proposition 65 Waarschuwing

De uitlaatgassen van de motor van dit product bevatten chemische stoffen waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere schade aan de voortplantingsorganen kunnen veroorzaken.

Veiligheid

Veiligheids- en instructiestickers

Graphic

Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers.

decal115-1614
decal120-2769
decal125-5245
decal130-8322
decal133-8062

Installatie

Voor modellen 04034, 04035, 04036, 04037, 04052 (TE) en 04060 (TE) geproduceerd in 2008 of later.

Note: Als de machine uitgerust is met een gloeilampset, dient u mogelijk een nieuwe set aan te schaffen; neem voor meer informatie contact op met uw lokale Toro dealer.

De oude motor verwijderen

Important: Bewaar al het verwijderde bevestigingsmateriaal, tenzij anders vermeld.

  1. Bereid de machine voor; zie De machine klaarmaken voor onderhoud.

  2. Verwijder de oude kap van de riemzwengel en bewaar de kwartslagsluiting, 2 ringen, montagebeugel, en de schroeven en ringen van de montagebeugel.

    Note: Gooi de kap van de riemzwengel weg.

  3. Verwijder de V-riemen van de aandrijfpoelie.

  4. Verwijder de kabelboom en gooi deze weg.

  5. Verwijder de handgreep van de rem en de tractiehendel, en neem het bedieningspaneel weg.

  6. Verwijder de gasbedieningskabel en gooi deze weg.

  7. Maak de tractiekabel los van de koppeling van de motor.

  8. Maak de remkabel los van de remhendel.

  9. Verwijder de gashendel en gooi deze weg, maar bewaar de veer en het bevestigingsmateriaal.

  10. Verwijder de tractiehendel en -kabel van de oude tractiebeugel.

  11. Verwijder de handgreep.

  12. Verwijder de oude tractiebeugel en gooi deze weg, maar bewaar de nabijheidsschakelaar en het bevestigingsmateriaal.

  13. Verwijder de oude motor en de bevestigingsbouten en -moeren.

  14. Verwijder de oude motorbevestigingsbeugel en gooi deze weg, maar bewaar de motor en de bouten van de motorbevestigingsbeugel.

  15. Maak het frame schoon en controleer het op beschadigingen en slijtage.

De nieuwe motor monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Motor1
Montagebeugel motorconversie1
Draadboomplaat1
Vergrendelmodule1
Kabelboom1
Gashendel1
Tractiebeugel1
Gaskabel1
Sleutel1
Ring1
Korte bout4
Ingang aandrijfpoelie1
Koppelingsbeugel1
Koppelingshendel1
Borgring1
Lange bout1
Flenskopbout1
Motorschakelaar1
Maaihoogte2
Deksel van riemzwengel1
Kabelbinder 4
Spanpoelie1
Riemgeleider1
Borgmoer2
Platte ring1
Borgpen1

Note: Als de machine niet is uitgerust met een motorschakelaar op het bedieningspaneel, dient u er ruimte voor te laten. Gebruik de afmetingen in Figuur 1.

g021517

Note: Raadpleeg Figuur 6 om de nieuwe motor te monteren.

  1. Bevestig de koppelingsbeugel aan de motor met de 4 korte, bij de set geleverde bouten.

  2. Monteer de spie op de aandrijfas van de motor.

    Note: Breng vóór de montage anti-seizemiddel aan op de spie en de aandrijfas van de motor.

  3. Monteer de nieuwe ingang van de aandrijfpoelie met een nieuwe borgring, een ring en een lange bout.

  4. Bevestig de nieuwe koppelingshendel aan de nieuwe koppelingsbeugel met de torsieveer, ring en bout van de oude koppelingshendel en -beugel (Figuur 2).

    g025179
  5. Monteer de oude kabelverbinding op de koppelingshendel en bevestig met de ring en borgpen.

  6. Monteer de nieuwe spanpoelie, riemgeleider en borgmoer op de koppelingshendel.

  7. Verwijder de tractiehendel en de nodige onderdelen van de oude koppelingsbeugel en monteer ze op de nieuwe koppelingsbeugel (Figuur 3).

    g025180
  8. Bevestig de beugel voor de draadboom aan de brandstoftank. Gebruik hierbij de 2 achterste flensmoeren waarmee de tank aan de motor is bevestigd (Figuur 6).

  9. Monteer de vergrendelmodule op de beugel van de kabelboom; gebruik hierbij de nieuwe flenskopbout.

  10. Bevestig de montagebeugel van de motorconversie op de machine met de eerder verwijderde bouten.

    Note: Draai de bouten slechts voor 90 % vast. Zo maakt u de montage van de motor op het frame gemakkelijker.

  11. Bevestig de motor aan de montagebeugel voor de motorconversie. Gebruik 3 van de bestaande bouten en moeren en laat het bevestigingsgat rechts vooraan open.

    Note: Draai de bouten slechts voor 90 % vast. Zo maakt u de montage van de motor op het frame gemakkelijker.

  12. Monteer de nieuwe tractiebeugel op de handgreep; gebruik hierbij het bevestigingsmateriaal dat u eerder verwijderd hebt.

    Note: Als de oorspronkelijke tractiebeugel aan de machine was bevestigd via 2 gaten in de handgreep, schaf dan onderdeleelnummers 112-9318 en 110-2415 aan om de montage te voltooien.

  13. Monteer de eerder verwijderde handgreep.

  14. Monteer de eerder verwijderde tractiehendel en -kabel.

  15. Monteer de vergrendelschakelaar en stel deze af volgens de instructies in uw Gebruikershandleiding.

  16. Monteer de nieuwe gashendel en -kabel met het eerder verwijderde bevestigingsmateriaal.

    Note: Zorg dat u de juiste kabel voor uw model gebruikt.

    Note: Draai de moer vast op de gasveer tot de veer volledig is samengedrukt. Vervolgens een halve slag losdraaien. In hoog stationair mag de gashendel niet bewegen; als hij toch beweegt, dient u de moer van de gasveer een beetje aan te draaien.

  17. Koppel de remkabel aan op de remhendel.

  18. Monteer het eerder verwijderde deksel van het bedieningspaneel en de handgrepen.

    Note: Schaaf de opening in het deksel van het bedieningspaneel bij als de gashendel het plastic raakt bij vol gas.

  19. Monteer de tractiekabel op de koppelingsbeugel.

  20. Gebruik de oude klem van de gaskabel om de nieuwe gaskabel te bevestigen aan de achterzijde van de differentieelbehuizing (Figuur 4).

    g021514
  21. Maak de nieuwe klem vast aan de gaskabel en gebruik de overgebleven bout om de klem aan de montagebeugel van de motorconversie te bevestigen (Figuur 5).

    g021515
  22. Koppel de tractiekabel aan op de motor en stel de kabel af volgens de aanwijzingen in uw Gebruikershandleiding.

    Note: Als u de tractiekabel niet correct kunt afstellen, vervang dan de kabel.

  23. Monteer de V-riemen en stel deze af volgens uw Gebruikershandleiding.

  24. Draai alle bouten van de motorbevestigingsbeugel en de montagebeugel van de motorconversie vast.

  25. Koppel de draadboom aan op de vergrendelmodule en leid de draadboom langs de linkerzijde van de handgreep omhoog.

  26. Breng de motorschakelaar aan in het bedieningspaneel en sluit hem aan op de draadboom.

    Note: Sluit de kabelboom aan op de urenteller indien de machine hiermee is uitgerust.

  27. Klik de draadboom op zijn plaats onder het deksel van het bedieningspaneel.

    Note: Mogelijk moet u gaatjes boren om de draadboomklemmen te kunnen bevestigen.

  28. Monteer de groene aardingskabel met de motorkapbout onder de brandstoftank en verbind de rode draad met de motor.

    Note: Breng een dun laagje vet aan op de bout en het aansluitpunt van de verbindingslip.

  29. Klik de draadboom vast in de montagebeugel.

  30. Monteer de kwartslagsluiting en 2 ringen op het deksel van de riemzwengel en monteer het deksel, de montagebeugel en de schroeven en ringen van de montagebeugel.

  31. Maak de kabels en de draadboom vast aan de handgrepen; gebruik hierbij de 4 nieuwe kabelbinders.

  32. Smeer de machine volgens de instructies in uw Gebruikershandleiding.

  33. Vul het motorcarter met olie volgens de instructies in uw Gebruikershandleiding.

  34. Stel het motortoerental als volgt af:

    Hoog stationair (nulbelasting)3375 ± 100 tpm
    Laag stationair (nulbelasting)1565 ±150 tpm
    g025181

Algemeen overzicht van de machine

g264589

Chokeknop

De chokehendel bevindt zich links van het bedieningspaneel en dient om een koude motor gemakkelijker te starten (Figuur 7).

Note: U mag een motor die warmgedraaid is niet starten of laten draaien met de choke in de AAN-stand.

  • Trek de chokehendel omhoog om de choke in de AAN-stand te zetten.

  • Duw de chokehendel naar beneden om de choke in de UIT-stand te zetten.

Brandstofafsluitklep

De brandstofafsluitklep bevindt zich vooraan aan de rechterkant van de motor, onder de brandstoftank (Figuur 7).

Note: Sluit de brandstofafsluitklep als u de machine enkele dagen niet gaat gebruiken, voor het transport naar en van het werkterrein, en wanneer u de machine binnen gaat parkeren; zie De brandstofafsluitklep openen en sluiten.

Gebruiksaanwijzing

Brandstofspecificatie

PetroleumGebruik loodvrije benzine met een octaangetal van 87 of hoger (indelingsmethode (R+M)/2)).
Met ethanol vermengde brandstofGebruik van een loodvrij benzinemengsel met maximaal 10% ethanol (gasohol) of 15% MTBE (methyl-tertiair-butylether) per volume is aanvaardbaar. Ethanol en MTBE zijn niet hetzelfde.
Benzine met 15% ethanol (E15) per volume is niet geschikt voor gebruik. Gebruik nooit benzine die meer dan 10% ethanol per volume bevat, zoals E15 (bevat 15% ethanol), E20 (bevat 20% ethanol), of E85 (bevat tot 85% ethanol). Ongeschikte benzine gebruiken kan leiden tot verminderde prestaties en/of motorschade die mogelijk niet gedekt wordt door de garantie.

Important: Gebruik voor de beste resultaten uitsluitend schone, verse brandstof (minder dan 30 dagen oud).

  • Geen benzine gebruiken die methanol bevat.

  • Tijdens de winter geen brandstof bewaren de brandstoftank of in vaten, tenzij u een brandstofstabilisator gebruikt.

  • Meng nooit olie door benzine.

Gebruik van stabilisator/conditioner

Gebruik van stabilisator/conditioner in de machine biedt de volgende voordelen:

Important: Gebruik nooit brandstofadditieven die methanol of ethanol bevatten.

Voeg de juiste hoeveelheid stabilisator/conditioner aan de benzine toe.

Note: Stabilisator/conditioner werkt het best als deze met verse benzine wordt gemengd. Gebruik altijd een stabilizer om het risico van harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem zo klein mogelijk te houden.

De brandstoftank vullen

Inhoud van de brandstoftank: 2,7l

  1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de motor uit.

  2. Laat de motor afkoelen.

  3. Reinig de omgeving van de tankdop en verwijder deze (Figuur 8).

    g264553
  4. Vul de tank met brandstof (Figuur 8) tot op 6 tot 13 mm van de bovenrand van de tank. Vul de tank niet bij tot in de vulbuis.

    Important: Vul de tank tot maximaal van 6 mm de bovenrand van de tank omdat de brandstof ruimte nodig heeft om te kunnen uitzetten.

  5. Draai de tankdop stevig vast.

  6. Neem eventueel gemorste brandstof op.

De brandstofafsluitklep openen en sluiten

Gebruik de brandstofafsluitklep als volgt om de brandstofstroom naar de motor te regelen:

  • Draai de hendel van de brandstofafsluitklep 90 graden rechtsom om de klep te openen.

  • Draai de hendel van de brandstofafsluitklep 90 graden linksom om de klep te sluiten.

g027146

Onderhoud

Important: Raadpleeg de gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures.

Aanbevolen onderhoudsschema

OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
Na de eerste 20 bedrijfsuren
  • Motorolie verversen.
  • Bij elk gebruik of dagelijks
  • Het motoroliepeil controleren.
  • Om de 50 bedrijfsuren
  • Reinig het schuimelement van het luchtfilter (doe dit vaker in zware omstandigheden).
  • Om de 100 bedrijfsuren
  • Motorolie verversen
  • De elektrodenafstand controleren en regelen.
  • Om de 200 bedrijfsuren
  • Vervang het luchtfilter met twee elementen.
  • De machine klaarmaken voor onderhoud

    Waarschuwing

    Tijdens het onderhoud of het afstellen van de machine kan iemand de motor starten. Als de motor per ongeluk gestart wordt, kan dat u en andere omstanders ernstig verwonden.

    Haal het sleuteltje uit het contact, schakel de parkeerrem in en maak de bougiekabel(s) los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Druk ook de kabel(s) opzij, zodat deze niet per ongeluk contact kan/kunnen maken met de bougie(s).

    Doe het volgende voordat u de machine reinigt of er onderhoud of afstellingen aan uitvoert.

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

    2. Zet de motor af en haal het sleuteltje van de machine (indien aanwezig).

    3. Stel de parkeerrem in werking.

    4. Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en laat de motor afkoelen voordat u de machine stalt of er onderhoud of reparaties aan uitvoert.

    5. Maak de bougiekabel los (Figuur 10).

      g259487

    Onderhoud van het luchtfilter

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 200 bedrijfsuren
  • Vervang het luchtfilter met twee elementen.
  • Important: Geen olie op het schuim- en het papierelement smeren.

    Schuim- en papierelement verwijderen

    1. Maak de machine klaar voor onderhoud; zie De machine klaarmaken voor onderhoud.

    2. Maak de omgeving van het luchtfilter schoon om te voorkomen dat vuil in de motor komt en schade veroorzaakt (Figuur 11).

      g033510
    3. Draai de vleugelmoer waarmee het luchtfilterdeksel vastzit linksom en verwijder het deksel (Figuur 11).

    4. Draai de vleugelmoer waarmee het papierfilterelement en het schuimfilterelement vastzitten linksom en verwijder de filterelementen van de houderstang (Figuur 11).

    5. Trek het schuimelement voorzichtig van het papierelement af (Figuur 11).

      Note: Controleer het papierfilterelement en het schuimfilterelement op schade en overmatige vuilopstapeling. Vervang beschadigde filters. Reinig het schuimfilterelement als het vuil is. Vervang het papierfilterelement als het vuil is.

    Het schuimfilterelement een onderhoudsbeurt geven

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 50 bedrijfsuren
  • Reinig het schuimelement van het luchtfilter (doe dit vaker in zware omstandigheden).
    1. Controleer het element op scheuren, een vettig oppervlak of beschadiging (Figuur 11).

      Important: Vervang het schuimelement als het versleten of beschadigd is.

    2. Was het schuimelement in warm water met vloeibare zeep. Als het element schoon is, moet u het grondig uitspoelen.

    3. Wikkel het element in een schone doek om het droog te knijpen.

    4. Laat het schuimfilterelement aan de lucht drogen.

    Schuimfilterelement en papierfilterelement installeren

    Important: Laat de motor nooit lopen zonder dat het complete luchtfilter met schuim- en papierelement gemonteerd is, daar anders de motor kan worden beschadigd.

    1. Schuif het schuimfilterelement voorzichtig op het papierfilterelement (Figuur 11).

    2. Zorg dat de opening in de bovenplaat van het papierfilterelement overeenkomt met de houderstang van de carburateur (Figuur 11).

    3. Bevestig de filterelementen aan de carburateur; gebruik hierbij de vleugelmoer (Figuur 11) u verwijderd hebt in stap 4 van Schuim- en papierelement verwijderen.

    4. Zorg dat de opening in het luchtfilterdeksel overeenkomt met de houderstang (Figuur 11) en bevestig het deksel aan de stang met de vleugelmoer die u verwijderd hebt in stap 3 van Schuim- en papierelement verwijderen.

    Aanbevolen motorolie

    Type olie: reinigingsolie (API-onderhoudsclassificatie SJ of hoger)

    Olieviscositeit: zie onderstaande tabel.

    g027233

    Het motoroliepeil controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Het motoroliepeil controleren.
  • Important: Laat de motor niet lopen als het oliepeil onder de bijvulmarkering 'Low’ (of 'Add’) of boven de markering ‘Full’ op de peilstok komt.

    1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak.

    2. Maak de machine klaar voor onderhoud; zie De machine klaarmaken voor onderhoud.

    3. Laat de motor afkoelen.

    4. Verwijder de peilstok uit de motor en veeg deze af met een schone doek (Figuur 13).

      g027234
    5. Steek de peilstok in de motor; zie Figuur 13.

      Note: Draai de peilstok niet in de vulbuis wanneer u het peil van de motorolie controleert.

    6. Haal de peilstok uit de vulbuis en controleer het oliepeil op de peilstok (Figuur 13).

      Note: Het peil van de motorolie moet tussen de arceringen op de peilstok komen (Figuur 13).

    7. Als de olie te laag staat, veeg dan de omgeving van de vulbuis schoon en voeg de aanbevolen olie toe tot het oliepeil tussen de arceringen op de peilstok staat.

      Important: Giet niet te veel olie in de motor.

    8. Draai de peilstok handmatig in de vulbuis (Figuur 13).

    Motorolie verversen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Na de eerste 20 bedrijfsuren
  • Motorolie verversen.
  • Om de 100 bedrijfsuren
  • Motorolie verversen
  • De motorolie afvoeren

    Important: Laat de motor niet lopen als het oliepeil onder de bijvulmarkering 'Low’ (of 'Add’) of boven de markering ‘Full’ op de peilstok komt.

    1. Start de motor en laat deze enkele minuten lopen zodat de motorolie warm wordt.

    2. Maak de machine klaar voor onderhoud; zie De machine klaarmaken voor onderhoud.

    3. Plaats een opvangbak onder de aftapplug aan de achterzijde van de machine.

      g264566
    4. Verwijder de aftapplug uit de motor en laat alle olie weglopen.

    5. Duw de handgreep omlaag om de maaimachine en de motor naar achteren te kantelen, zodat alle olie in de opvangbak kan lopen.

      Important: Kantel de machine niet met een hoek die groter is dan 25°. Als u de machine kantelt met een hoek die groter is dan 25°, lekt er olie in de verbrandingskamer en/of uit de dop van de brandstoftank.

    6. Plaats de aftapplug terug en vul het carter weer met de aanbevolen olie; zie Olie in de motor gieten.

    7. Draai de aftapplug vast met een torsie van 20 tot 23 N·m.

    8. Neem gemorste olie op en voer de gebruikte olie op de juiste wijze af.

    Olie in de motor gieten

    Hoeveelheid motorolie: 0,6 liter

    Important: Laat de motor niet lopen als het oliepeil onder de bijvulmarkering 'Low’ (of 'Add’) of boven de markering ‘Full’ op de peilstok komt.

    1. Neem de peilstok uit de vulbuis van de motor en veeg de peilstok schoon met een doek (Figuur 15).

      g264565
    2. Giet langzaam 0,6 liter van de aanbevolen olie langs de vulbuis in het carter van de motor (Figuur 15).

    3. Steek de peilstok in de motor; zie Figuur 16.

      Note: Draai de peilstok niet in de vulbuis wanneer u het peil van de motorolie controleert.

      g027234
    4. Haal de peilstok uit de vulbuis en controleer het oliepeil op de peilstok (Figuur 15).

      Note: Het peil van de motorolie moet tussen de arceringen op de peilstok komen (Figuur 15).

    5. Als het oliepeil te laag is, voegt u de voorgeschreven olie toe aan de motor tot de olie tussen de arceringen op de peilstok staat.

      Note: Giet niet te veel olie in de motor.

    6. Draai de peilstok handmatig in de vulbuis (Figuur 15).

    Onderhoud van de bougie

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 100 bedrijfsuren
  • De elektrodenafstand controleren en regelen.
  • Specificatie van de bougie

    Type bougie: NGK BR6HS, Champion RTL86C, of gelijkwaardig

    Bougie verwijderen

    1. Maak de machine klaar voor onderhoud; zie De machine klaarmaken voor onderhoud.

    2. Verwijder de bougie zoals wordt getoond in Figuur 17.

      g008791

    Bougie controleren

    Elektrodenafstand: 0,6 tot 0,7 mm

    Important: Bougie(s) nooit schoonmaken. Verwijder een bougie altijd als deze: een zwarte laag heeft, als de elektroden versleten zijn, als er een vettige laag op ligt of als de bougie scheuren vertoont.

    Als de isolator lichtbruin of grijs is, werkt de motor naar behoren. Een zwarte laag op de isolator duidt meestal op een vuil luchtfilter.

    Gebruik een voelermaat om de elektrodenafstand te controleren en af te stellen op 0,6 tot 0,7 mm.

    g008794

    Bougie monteren

    Draai de bougie als volgt aan:

    • Nieuwe bougie – 12 tot 15 N·m

    • Gebruikte bougie – 23 tot 27 N·m

    g008795