Inleiding

De trilploeg is een werktuig dat bedoeld is om flexibele buizen en kabels in en door de grond te trekken met een Toro compacte werktuigdrager. Het is bedoeld om gebruikt te worden door bestuurders die hiervoor opgeleid zijn, voornamelijk om ondergrondse beregenings-, water-, gas- of elektriciteitsleidingen aan te leggen zonder een sleuf te graven over de gehele lengte van de leiding of kabel. Dit product gebruiken voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders.

Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u dit product op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om letsel en schade aan de machine te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine.

Ga naar www.Toro.com voor documentatie over productveiligheid en bedieningsinstructies, informatie over accessoires, hulp bij het vinden van een dealer of om uw product te registreren.

Als u service, originele Toro onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.

Important: U kunt met uw mobiel apparaat de QR-code op het plaatje met het serienummer (indien aanwezig) scannen om toegang te krijgen tot de garantie, onderdelen en andere productinformatie.

g245687

Er worden in deze handleiding een aantal mogelijke gevaren en een aantal veiligheidsberichten genoemd met de volgende veiligheidssymbolen (Figuur 2), die duiden op een gevaarlijke situatie die zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kan hebben als u de veiligheidsvoorschriften niet in acht neemt.

g000502

Er worden in deze handleiding twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient.

Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring.

Waarschuwing

CALIFORNIË

Proposition 65 Waarschuwing

Gebruik van dit product kan leiden tot blootstelling aan chemische stoffen waarvan de Staat Californië weet dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere schade aan het voortplantingssysteem veroorzaken.

Veiligheid

Gevaar

Mogelijk lopen er in uw werkgebied onder grond leidingen van nutsbedrijven. Als u deze beschadigt, kan dat elektrische schokken of een explosie veroorzaken.

Zorg dat de ondergrondse kabels en leidingen gemarkeerd worden op de locatie of in het werkgebied en ontwijk de gemarkeerde gebieden. Neem contact op met de plaatselijke markeringsdienst of het betreffende nutsbedrijf om de locatie te laten markeren (bel bijvoorbeeld in de Verenigde Staten 811 of in Australië 1100 voor de nationale markeringsdienst).

Algemene veiligheid

Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig of mogelijk dodelijk letsel te voorkomen.

  • Transporteer een werktuig nooit als de armen omhoog staan. Transporteer het werktuig altijd dicht bij de grond; zie Transportstand.

  • Zorg dat de ondergrondse kabels, leidingen en andere objecten gemarkeerd worden op de locatie of in het werkgebied en ga op deze plaatsen niet graven.

  • Lees deze Gebruikershandleiding en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de motor start.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kan er letsel ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • Laat kinderen of personen die geen instructie hebben ontvangen de machine nooit gebruiken.

  • Houd uw handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen en werktuigen.

  • Gebruik de machine enkel als de schermen en andere beveiligingsmiddelen aanwezig zijn en naar behoren werken.

  • Hou omstanders en huisdieren uit de buurt van de machine.

  • Schakel de machine uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, bijtankt of verstoppingen uit de machine verwijdert.

Onjuist gebruik of onderhoud van deze machine kan letsel tot gevolg hebben. Om het risico op letsel te verkleinen, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool Graphic te letten, dat betekent Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van deze instructies kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.

Veiligheid op hellingen

  • Rij de machine heuvelopwaarts en heuvelafwaarts met het zware uiteinde naar de top van de heuvel gericht. De gewichtsverdeling verandert in functie van de werktuigen. Dit werktuig maakt de voorzijde van de machine tot het zware uiteinde.

  • Laat het werktuig neer als u op hellingen rijdt. Als u het werktuig omhoogbrengt op een helling, heeft dit invloed op de stabiliteit van de machine.

  • Hellingen zijn de belangrijkste oorzaak dat de bestuurder de controle over de machine verliest en deze omkantelt. Dit kan leiden tot ernstig of dodelijke letsel. Gebruik van de machine op hellingen of oneffen terrein vereist altijd extra voorzichtigheid.

  • Stel uw eigen procedures en voorschriften op voor werken op hellingen. Als onderdeel van deze procedures moet u zeker het terrein onderzoeken om na te gaan op welke hellingen u de machine veilig kunt gebruiken. Gebruik altijd uw gezond verstand en uw beoordelingsvermogen wanneer u dit onderzoek uitvoert.

  • Verminder uw snelheid en wees extra voorzichtig op hellingen. De toestand van de grond kan van invloed zijn op de stabiliteit van de machine.

  • Niet starten of stoppen op een helling. Als de machine grip verliest, rijd de helling dan langzaam in een rechte lijn af.

  • Maak geen bochten op een helling. Als u een bocht moet maken, moet u dit langzaam doen en de zware kant van de machine heuvelopwaarts gericht houden.

  • Ga op een helling altijd langzaam en behoedzaam te werk. Verander niet plotseling de snelheid of de rijrichting van de machine.

  • Als u zich ongemakkelijk voelt wanneer u de machine op een helling gebruikt, maai die helling dan niet.

  • Let op kuilen, voren of bulten, omdat de kans bestaat dat de machine omslaat op ongelijk terrein. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar.

  • Wees voorzichtig als u op een natte ondergrond werkt. Als de machine grip verliest, kan deze gaan glijden.

  • Inspecteer het terrein om er zeker van te zijn dat de grond stabiel genoeg is om de machine te ondersteunen.

  • Wees voorzichtig als u de machine gebruikt in de buurt van:

    • Steile hellingen

    • Greppels

    • Dijken en taluds

    • Water

    De machine kan plotseling omslaan als een rupsband over de rand komt, of als de rand instort. Houd een veilige afstand tussen de machine en een gevarenzone aan.

  • U mag geen werktuigen verwijderen of aankoppelen op een helling.

  • Parkeer de machine niet op een helling.

De trilploeg veilig gebruiken

  • De ploeg maakt veel lawaai tijdens het werk. Draag gehoorbescherming.

  • Hou de ploeg te allen tijde laag bij de grond.

  • Wees voorzichtig en rij traag in bochten.

  • Hou tijdens het werk minstens 2 meter afstand tot omstanders.

  • Voor eenheden met wielen moet u het contragewicht monteren op de tractie-eenheid wanneer u het werktuig gebruikt.

Veiligheid tijdens onderhoud en opslag

  • Controleer regelmatig of alle bevestigingen vastzitten en het veilig is om de installatie te gebruiken.

  • Raadpleeg de Gebruikershandleiding voor belangrijke details als u de machine gedurende lange tijd gaat opslaan.

  • Zorg ervoor dat de veiligheids- en instructiestickers in goede staat zijn en vervang ze indien nodig.

Veiligheids- en instructiestickers

Graphic

Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers.

decal100-4649
decal100-4650
decal133-8061

Algemeen overzicht van de machine

g005037

Note: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.

Breedte73,6 cm
Lengte89 cm
Hoogte60 cm
Gewicht181,5 kg
Inhoud van hydraulische motor20,8 cc/omw.
Ploegcyclussen2000 vpm

Om de beste prestaties te verkrijgen en ervoor te zorgen dat de veiligheidscertificaten van de machine blijven gelden, moet u ter vervanging altijd originele onderdelen en accessoires van Toro aanschaffen. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn en de productgarantie kan tenietdoen.

Gebruiksaanwijzing

Het werktuig bevestigen

Raadpleeg de Gebruikershandleiding van de tractie-eenheid voor de montageprocedure.

Important: Voordat u het werktuig monteert, moet u de machine op een horizontaal oppervlak plaatsen, ervoor zorgen dat de bevestigingsplaten vrij van vuil zijn en controleren of de pennen onbelemmerd ronddraaien. Als de pennen niet vrij ronddraaien, moeten ze gesmeerd worden.

Note: Gebruik altijd de tractie-eenheid om het werktuig op te tillen en te verplaatsen.

Waarschuwing

Als de snelkoppelingspennen niet volledig in de bevestigingsplaten zitten, bestaat de kans dat het werktuig van de machine valt, waardoor u of omstanders bekneld kunnen raken.

Zorg ervoor dat de snelkoppelingspennen volledig in de bevestigingsplaten zitten.

Waarschuwing

Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat er anders gangreen kan ontstaan.

  • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en fittings stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem.

  • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.

  • U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier; doe dit nooit met uw handen.

Voorzichtig

Hydraulische koppelingen, hydraulische leidingen/kleppen en hydraulische vloeistof kunnen heet zijn. U kunt zich verbranden als u hete onderdelen aanraakt.

  • Draag handschoenen als u werkt aan de hydraulische koppelingen.

  • Laat de machine afkoelen voordat u de hydraulische onderdelen aanraakt.

  • Zorg ervoor dat u niet in aanraking komt met gemorste hydraulische vloeistof.

Het werktuig verwijderen

  1. Til de ploeg van de grond, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.

  2. Verwijder de onderste lynchpen en de gaffelpen waarmee de schuif is bevestigd aan de ploeg.

    Note: Om de schuif helemaal te verwijderen, moet u de beide lynch- en gaffelpennen boven- en onderaan verwijderen; zie Figuur 5.

  3. Zwaai de schuif omhoog en borg ze met de lynch- en gaffelpen; zie Figuur 4.

    g247050
  4. Kantel de ploeg naar voren en laat ze op de grond of de aanhangwagen zakken. Laat de ploeg op de standaard en de kouter rusten (Figuur 4).

  5. Koppel de hydraulische slangen los en verwijder de ploeg volgens de procedure in de Gebruikershandleiding van uw tractie-eenheid.

Een schuif monteren

Toro heeft verschillende schuiven en trekkers. Koop een schuif en trekker bij uw erkende servicedealer.

Waarschuwing

De schuif is scherp en kan tijdens de montage gaan zwaaien, waarbij uw handen en voeten kunnen worden gesneden, gekneld of verpletterd.

Draag handschoenen en werkschoenen, en hou de schuif stevig vast.

  1. Parkeer de machine op een horizontaal vlak en stel de parkeerrem in werking (indien uw machine hiermee is uitgerust)

  2. Til de ploeg ongeveer 1 meter van de grond en breng het/de cilinderslot(en) aan.

  3. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact

  4. Verwijder de 2 lynchpennen uit de gaffelpennen in de schuifbeugel, en verwijder de gaffelpennen (Figuur 5) en de oude schuif (indien aanwezig).

    g005025
  5. Plaats de nieuwe schuif in de schuifbeugel en bevestig op de gewenste diepte (één instelling hoger of lager verandert de diepte met 7,6 cm). Gebruik de gaffelpennen en lynchpennen die u eerder verwijderd hebt (Figuur 5).

Ploegen

  1. Steek de lynchpennen in de buitenste gaten van de veerstangen zodat de ploeg zijdelings kan bewegen (Figuur 6).

    g005027

    Voorzichtig

    Wanneer u de lynchpen verwijdert, kan de ploeg naar u of een omstander toe zwaaien, of de tractie-eenheid onstabiel maken.

    Hou de ploeg in de neutraalstand wanneer u de lynchpennen verplaatst.

  2. Verbind het materiaal dat wordt gemonteerd met de ploeg.

  3. Als uw tractie-eenheid een toerentalregelaar heeft, zet deze dan op TRAAG (schildpad).

  4. Start de motor.

  5. Kantel de werktuigplaat volledig naar achteren zodat de bovenkant van de ploeg parallel is met de grond (Figuur 8).

  6. Laat de ploeg zakken zodat deze op de grond rust.

    Important: Zorg dat de ploeg altijd op of in de grond rust wanneer u de hulphydrauliekhendel inschakelt. Anders gaat de tractie-eenheid overmatig trillen en kan schade ontstaan.

    Note: Voorafgaand aan het werk een gat graven om de schuif in te laten zakken, vermindert de kans op verbuiging van de schuif.

  7. Trek de hulphydrauliekhendel naar de bestuurdershendel om te beginnen ploegen.

  8. Laat de ploeg langzaam naar de gewenste diepte in de grond zakken terwijl u de tractie-eenheid achteruitrijdt.

  9. Als u klaar bent, laat u de hulphydrauliekhendel los om te stoppen met ploegen.

    Voorzichtig

    Als u op een helling ploegt, kan de ploeg naar beneden zwaaien als u deze uit de grond tilt. Door het gewicht en de zwaaisnelheid van de ploeg kan de tractie-eenheid kantelen, waarbij u en omstanders letsel kunnen oplopen.

    Als u op een helling ploegt, til de ploeg dan langzaam uit de grond, en laat de ploeg zwaaien met de kogel nog in de grond.

  10. Til de ploeg ver genoeg uit de grond om de trekker uit de grond te trekken.

  11. Rij de tractie-eenheid naar achteren om een werklengte van het materiaal uit te trekken en rij vervolgens een beetje naar voren om de spanning van de leiding te halen.

  12. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.

De diepte van de ploeg meten

Normaal ploegt u op de maximale diepte van de schuif. De ploeg beschikt echter over een meter die u toelaat de ploeg te tillen en na te gaan hoever u boven de maximale diepte ploegt.

De meter bevindt zich op de linkerzijde van de ploeg wanneer u naar de tractie-eenheid kijkt. Er loopt een stang van de meter naar de grond (Figuur 8). Wanneer u de ploeg tilt, gaat de indicator op de meter naar beneden. Markeringen op de meter tonen hoeveel" lager of hoger dan de maximale diepte u ploegt (Figuur 7). De meter gaat van +2 tot -3. Een meterstand van +2 komt overeen met een diepte van 5,0 cm onder de grond, en de -3 op de meter is 7,6 cm boven de grond. Een meterstand van 0 betekent dat de schuif op de neutrale dieptestand ingesteld staat.

g005028
g005029

Wanneer u kale grond ploegt, zal de meter een maximale diepte van 0 aangeven. U kunt ook lager ploegen op +1, maar dan zal de kouteras de grond raken. Lager ploegen kan de kouter beschadigen.

Wanneer u met gras begroeide grond ploegt, zal de meter door het gras ongeveer een" lager dan de werkelijke diepte aangeven. Laat de ploeg in dit geval tot de gewenste kouterdiepte zakken en let op de meterstand.

Als u de ploeg transporteert of op ruw terrein ploegt, kunt u de ploeg in de stand +2 vergrendelen om beschadiging van de ploeg te voorkomen. Om de meter te vergrendelen, tilt u deze met de hand tot de stand +2 en plaatst u de borghendel naar links.

Transportstand

  1. Til de ploeg van de grond, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.

  2. Verwijder de onderste lynchpen en de gaffelpen waarmee de schuif is bevestigd aan de ploeg.

    Note: Om de schuif helemaal te verwijderen, moet u de beide lynch- en gaffelpennen boven- en onderaan verwijderen; zie Figuur 5.

  3. Zwaai de schuif omhoog en borg ze met de lynch- en gaffelpen; zie Figuur 4.

  4. Bij het transporteren van het werktuig moet u dit zo laag mogelijk boven de grond houden, niet meer dan 15 cm boven de grond. Kantel het werktuig naar achteren.

g245785

De ploeg transporteren

  1. Steek de lynchpennen in de binnenste gaten van de veerstangen om te voorkomen dat de ploeg zijdelings kan bewegen (Figuur 6).

    Voorzichtig

    Als u de ploeg niet borgt, kan ze van links naar rechts zwaaien en uit balans raken. Door het gewicht en de zwaaisnelheid van de ploeg kan de tractie-eenheid kantelen, waarbij u en omstanders letsel kunnen oplopen.

    Bevestig de ploeg altijd met de lynchpennen in de binnenste gaten van de veerstangen voordat u de ploeg transporteert.

  2. Til de laderarmen net zo ver op dat de schuif van de grond komt.

    Important: Let op: transporteer de ploeg nooit met de armen in de bovenste stand.

Tips voor bediening en gebruik

  • Sommige oudere modellen van de tractie-eenheid hebben gaten in de veer en de snelkoppelpennen van de bevestigingsplaat (Figuur 10). Hier kunt u 2 haarspeldveren in aanbrengen wanneer u voor lange tijd gaat ploegen. Dit voorkomt dat de trillingen van de ploeg de pennen losmaken.

    Note: De snelkoppelpennen van nieuwere tractie-eenheden hebben geen haarspeldveren meer nodig.

    g005030
  • Om slijtage van de aandrijfketting (indien aanwezig) van de tractie-eenheid te verminderen, spant u de ketting aan zodat er slechts 5 cm speling is op de bovenste spanne (raadpleeg de instructies in de Gebruikershandleiding van uw tractie-eenheid).

  • Verwijder vuil, takken en stenen uit het werkgebied voordat u gaat ploegen om beschadiging van de apparatuur te voorkomen.

  • Start het ploegen altijd met een zo laag mogelijke rijsnelheid. Drijf de snelheid op als de omstandigheden dit toelaten, maar laat de banden of rupsbanden niet doorslippen. Als u de (rups)banden laat doorslippen, beschadigt u het gras en belast u de tractie-eenheid.

  • Zet de gashendel altijd volledig open (maximaal motortoerental) als u ploegt.

  • Ploeg altijd achteruit (in de achteruit-versnelling)

  • Als uw tractie-eenheid over een snelheidsregelaar en een stroomverdeler beschikt, zet de snelheidsregelaar dan op de stand TRAAG (schildpad) en de stroomverdeler op de 10-uurstand.

  • Vermijd scherpe bochten tijdens het ploegen om de productiviteit te verhogen en verstoring van de bodem te beperken.

  • Als uw tractie-eenheid uitgerust is met landbouwbanden of Sitework Systems-banden, monteer de linkerbanden dan rechts en de rechterbanden links.

    Note: Zo zorgt u ervoor dat het profiel naar achteren wijst en optimaliseert u de tractie tijdens het gebruik van de trilploeg.

Onderhoud

Aanbevolen onderhoudsschema

OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
Bij elk gebruik of dagelijks
  • De ploeg smeren.
  • Om de 25 bedrijfsuren
  • Het oliepeil in de tandwielkast controleren.
  • Om de 200 bedrijfsuren
  • De tandwielolie vervangen.
  • Vóór de stalling
  • De ploeg smeren.
  • Het oliepeil in de tandwielkast controleren.
  • Beschadigde oppervlakken bijwerken.
  • Voorzichtig

    Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen.

    Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine.

    De ploeg smeren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • De ploeg smeren.
  • Vóór de stalling
  • De ploeg smeren.
  • Smeer de 6 nippels (zie Figuur 11 tot Figuur 14) om de 8 bedrijfsuren. Smeer alle nippels onmiddellijk na elke wasbeurt.

    Type smeermiddel: Universeel smeervet

    1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, schakel de hendel voor hulphydrauliek uit, laat het werktuig zakken en stel de parkeerrem in werking (indien aanwezig).

    2. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact

    3. Sluit een smeerpistool aan op elke smeernippel.

    4. Spuit vet in de nippels totdat er nieuw vet bij de lagers naar buiten komt.

    5. Overtollig vet wegvegen.

    g005031
    g005032
    g005033
    g005034

    Onderhoud van de tandwielolie

    Type tandwielolie: SAE 90-140 API-onderhoudsklasse GL-4 of GL-5

    Capaciteit: 1,4 liter

    Het oliepeil in de tandwielkast controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 25 bedrijfsuren
  • Het oliepeil in de tandwielkast controleren.
  • Vóór de stalling
  • Het oliepeil in de tandwielkast controleren.
    1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, schakel de hendel voor hulphydrauliek uit en laat het werktuig zakken zodat de ploeg op de grond rust. Stel de parkeerrem in werking (indien aanwezig).

    2. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.

    3. Controleer het kijkglas aan de zijkant van de tandwielkast (Figuur 15).

      Note: De tandwielolie moet ter hoogte van de rode stip in het midden van het kijkglas staan.

    4. Als het peil van de tandwielolie te laag is, verwijdert u de vulplug (Figuur 15) en vult u de tandwielkast met olie tot het peil tot de rode stip van het kijkglas reikt.

      g005035
    5. Plaats de vulplug terug.

    De tandwielolie vervangen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 200 bedrijfsuren
  • De tandwielolie vervangen.
    1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, schakel de hendel voor hulphydrauliek uit en laat het werktuig zakken zodat de ploeg op de grond rust. Stel de parkeerrem in werking (indien aanwezig).

    2. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.

    3. Zorg voor een geschikte opvangbak om de gebruikte olie onder de ploeg op te vangen.

    4. Verwijder de aftapplug (Figuur 15) zodat de olie in de opvangbak kan lopen.

    5. Als u klaar bent, maakt u de aftapplug weer stevig vast.

    6. Verwijder de vulplug (Figuur 15) en vul de tandwielkast met olie tot het peil tot de rode stip in het kijkglas reikt.

    7. Plaats de vulplug terug.

    De kouter vervangen

    Vervang de kouter als deze erg versleten raakt of beschadigd is.

    1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, schakel de hendel voor hulphydrauliek uit, laat het werktuig zakken en stel de parkeerrem in werking (indien aanwezig).

    2. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.

    3. Schroef de kouterpen er ongeveer 1,3 cm uit en tik er enkele keren op met een hamer om de pen los te maken (Figuur 16).

      g005036
    4. Neem de schroef van de kouterpen, de ring, de kouter en de kouterpen helemaal weg (Figuur 16).

    5. Breng de nieuwe kouter aan in de kouterbeugel (Figuur 16).

    6. Schuif de kouterpen door de beugel en de kouter, en bevestig met de schroef van de kouterpen en de ring (Figuur 16).

    7. Draai de schroef aan tot 61 N·m.

    Stalling

    1. Voordat u het werktuig voor een lange periode opbergt, moet u het wassen met een mild reinigingsmiddel en water om vuil en roet te verwijderen.

    2. De ploeg smeren.

    3. Smering van tandwielkast controleren.

    4. Controleer alle bouten, schroeven en moeren en draai deze vast. Repareer of vervang beschadigde of versleten onderdelen.

    5. Controleer of alle hydraulische koppelingen goed bevestigd zijn teneinde contaminatie van het hydraulische systeem te voorkomen.

    6. Werk alle krassen en beschadigingen van de lak bij. Bijwerklak is verkrijgbaar bij een erkende servicedealer.

    7. Berg het werktuig op in een schone, droge garage of opslagruimte. Dek het werktuig af om het te beschermen en schoon te houden.

    Problemen, oorzaak en remedie

    ProblemPossible CauseCorrective Action
    De ploeg werkt niet.
    1. De hydraulische koppeling is niet volledig vastgemaakt.
    2. Een hydraulische koppeling is beschadigd.
    3. Er is een obstructie in een hydraulische slang.
    4. Er is een hydraulische slang geknikt.
    5. De hulpklep van de tractie-eenheid gaat niet open.
    1. Controleer alle koppelingen en draai deze vast.
    2. Controleer de koppelingen en vervang defecte koppelingen.
    3. Zoek de obstructie en verwijder deze.
    4. Vervang de geknikte slang.
    5. Repareer de klep.