Note: Bepaal de linker- en rechterzijde van het maaidek van achter
het maaidek.
Important: De borstelset voor de achterrol mag uitsluitend worden gebruikt
in het maaihoogtebereik van 6 tot 25 mm.
Monteer de borstel voor hoge maaihoogte bij een gewenste maaihoogte
hoger dan 25 mm (als er maximaal 7 afstandsstukken zijn geplaatst
onder de zijplaat):
-
Onderdeel 110-1740 voor maai-eenheden van 56 cm
-
Onderdeel 115-0838 voor maai-eenheden van 69 cm
-
Onderdeel 115-0849 voor maai-eenheden van 81 cm
Monteer de zwaar uitgevoerde borstel voor gebruik in zware omstandigheden
(uitwerpselen van wormen, klei, enz.):
Zie De borstel voor hoge maaihoogte of de zwaar uitgevoerde borstel
(optioneel) monteren.
De borstelset voor de achterrol (model 137-5991) kan
op de volgende machines worden gebruikt:
Reelmaster 5210 en 5210 maai-eenheid, modellen 03661, 03694
en 03695
De borstelset voor de achterrol (model 137-5992) kan
op de volgende machines worden gebruikt:
-
Reelmaster 5510 en 5610 maai-eenheid, modellen 03681,
03682, 03693, 03696 en 03697
-
Reelmaster 6500 en 6700 maai-eenheid, modellen 03863,
03864, 03698 en 03699
De borstelset voor de achterrol (model 137-5993) kan
op de volgende machines worden gebruikt:
-
Reelmaster 3100 maai-eenheid, modellen 03180, 03181
en 03183 met de hefarmset van 69 cm, model 03172
-
Reelmaster 7000 maai-eenheid, modellen 03710 en 03711
De borstelset voor de achterrol (model 137-5994) kan
op de volgende machines worden gebruikt:
-
Reelmaster 3100 maai-eenheid model 03182 met de hefarmset
van 81 cm, model 03173
-
Reelmaster 7000 maai-eenheid, model 03712
Note: Als u zowel een groomerset als een borstelset op de eenheid
gaat monteren, moet u de groomerset eerst installeren.
Het nodige gereedschap verzamelen
Zorg ervoor dat u over de volgende gereedschappen beschikt voordat
u de set gaat monteren:
-
½ diepe dop
-
9/16 bus
-
5/8 bus
-
½ sleutel
-
9/16 sleutel
-
1/8 inbussleutel
-
5/16 inbussleutel
-
3/8-16 tap
-
Richtliniaal van 30,5 cm (optioneel, Toro onderdeelnummer
114-5446)
-
Momentsleutel (voet-pond)
-
Momentsleutel (inch-pond)
-
Blauwe Loctite 243
De plaatsing van de rolborstels bepalen
Alle maai-eenheden worden geleverd met het contragewicht gemonteerd
aan het linker uiteinde van de maai-eenheid. Bepaal de stand van
de rolborstels en de messenkooimotoren voor Reelmaster 3100-D of Figuur 2 Reelmaster
5210, 5410, 5510, 5610, 6500-D, 6700-D en 7000-D aan de hand van Figuur 1.
Note: In deze instructies en afbeeldingen wordt de montage van de
set getoond op een maai-eenheid waarbij het contragewicht aan het
linker uiteinde van de maai-eenheid is gemonteerd.
De positie van de spanpoelie aanpassen
Draai op de maai-eenheden linksvoor en linksachter de spanpoelie
om zodat deze op het rechter uiteinde van de
maai-eenheid is gemonteerd (Figuur 3). Doe dit als volgt:
-
Verwijder de spanpoelie van het linker uiteinde van
de maai-eenheid en monteer deze in de onderste opening in de borstelplaat
op het rechter uiteinde van de maai-eenheid (Figuur 3).
Note: De spanpoelie moet vrij kunnen draaien, draai daarom de borgmoer
op de spanpoeliebout niet te vast.
-
Verwijder de slotbout en -moer en plaats deze in de
bovenste opening, waar eerst de spanpoelie was bevestigd (Figuur 3).
Aftapplug van de afdekking van de borstel verwijderen
Verwijder alleen de aftapplug (Figuur 4) aan de onderzijde van de
afdekkingen van de borstel. Hierdoor kan vocht uit het riemgebied
weglopen.
Rolborstel monteren
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Rolborstelbehuizing | 1 |
| Inbusbout, 3/8" x 1" | 2 |
| Rolborstel | 1 |
| Borstbout | 1 |
| Riemkap/plaat | 1 |
| Bout, 5/16" x 5/8" | 2 |
| Afstandsstuk | 1 |
| Aandrijfpoelie | 1 |
| Flenskopbout, 3/8" x 2" | 1 |
| Riem | 1 |
| Opvulring (zoals vereist) | 1 |
Borstel monteren op maaidekken zonder groomers
-
Parkeer de tractie-eenheid op een horizontaal vlak
en stel de parkeerrem in werking.
-
Controleer of de maai-eenheden zijn uitgeschakeld.
Zet de motor af en verwijder het sleuteltje. Verwijder alle maai-eenheden
van de tractie-eenheid.
Important: Controleer de gewenste maaihoogte en stand van het maaidek.
Stel het indien nodig terug volgens de Gebruiksaanwijzing voordat u de borstelset voor de achterrol monteert.
-
Verwijder de 2 bouten waarmee het contragewicht aan
het linker uiteinde van het maaidek is bevestigd. Verwijder het contragewicht
(Figuur 5).
-
Gebruik een 3/8-16 tap om de verf in de buitenste
montageopeningen in de zijplaat te verwijderen (Figuur 5).
-
Monteer de rolborstelbehuizing op de behuizing van
de lagers van de messenkooi met 2 inbusbouten (3/8" x 1")
(Figuur 6).
Plaats de rolborstelbehuizing zo, dat de opening met schroefdraad
in de richting van de voorzijde van het maaidek wijst.
Note: Controleer of de O-ring zich op de juiste plaats in de rolborstelbehuizing
bevindt.
-
Verwijder de 2 flensborgmoeren waarmee de rolbeugels
aan de zijplaten zijn bevestigd (Figuur 7). Verwijder de bouten niet. Verwijder ook eventuele afstandsstukken van 6 mm van de bovenzijde
van de montageflens op de zijplaat.
-
Plaats de montagebeugels van de rolborstel op de bouten
van de rolbeugel (Figuur 8).
Important: De montagebeugels van de rolborstel moeten direct op het bovenste
oppervlak van de montageflens op de zijplaat van het maaidek. Plaats geen afstandsstukken tussen de montagebeugels van de rolbeugel
en de montageflenzen van de zijplaat. Plaats extra afstandsstukken
van 6 mm aan de bovenzijde van de montagebeugel van de rolborstel
(Figuur 9).
-
Bevestig de montagebeugels van de rolborstel aan de
zijplaten van de maai-eenheid met de moeren die u eerder hebt verwijderd.
-
Schuif de afdichtingen naar buiten tot de lipafdichtingen
de lagerbehuizing licht raken (Figuur 10).
-
Breng een laagje vet aan op de binnendiameter van
de pakkingsring in de lagerbehuizing (Figuur 11).
-
Draai de bouten los waarmee de lagerbehuizing van
de rolborstel is bevestigd op de montagebeugel van de rolborstel,
maar verwijder de bouten niet (Figuur 11).
-
Monteer de draaiplaat van de rolborstel (Figuur 11).
Note: Controleer of de ring goed in de behuizing blijft zitten tijdens
het inbrengen van het uitsteeksel op de draaiplaat in de ring van
de lagerbehuizing.
Note: De draaiplaat van de rolborstel is correct geplaatst als er
geen weerstand is van de rubber pakkingsring en deze vrij kan draaien.
-
Breng blauwe Loctite 243 aan op de 8 bouten (5/16" x
5/8") en gebruik de bouten om de borstelplaat aan de lagerbehuizing
van de rolborstel te bevestigen (Figuur 11).
Note: Draai de bouten vast met een torsie van 20 tot 25 N·m.
-
Controleer of de rolborstelplaat evenwijdig is aan
de zijplaat van de maai-eenheid. Indien dit niet het geval is, moet
u als volgt te werk gaan:
-
Draai de 2 flensborgmoeren los waarmee de montagebeugel
van de rolborstel aan de zijplaat van de maai-eenheid is bevestigd
(Figuur 11).
-
Draai de lagerbehuizing van de rolborstel tot de borstelplaat
evenwijdig is aan de zijplaat van de maai-eenheid (Figuur 11).
-
Draai de 2 flensborgmoeren vast waarmee de montagebeugel
van de rolborstel aan de zijplaat van de maai-eenheid is bevestigd
(Figuur 11).
-
Draai de twee bouten los waarmee de lagerbehuizingen
van de rolborstels aan de montagebeugel zijn bevestigd (Figuur 12 en Figuur 13).
-
Plaats de rolborstel zodanig dat hij de achterrol
net raakt (Figuur 14).
Important: De schacht van de rolborstel mag geen contact maken met de zijplaat
van het maaidek.
Important: Als de borstel zwaar op de rol drukt, slijt de borstel sneller.
Note: De schacht van de rolborstel moet zich evenwijdig aan de achterborstel
bevinden.
Note: De oriëntatie van de lagerbehuizing van de niet-aangedreven
rolborstel moet hetzelfde zijn als de lagerbehuizing van de aangedreven
kant.
-
Draai de twee bouten vast waarmee de lagerbehuizingen
van de rolborstels aan de montagebeugel zijn bevestigd.
-
Breng blauwe Loctite 243 aan op de borstbout
(Figuur 11).
Bevestig de borstelplaat aan de behuizing van de rolborstel met de
borstbout. (Figuur 11).
Note: Draai de bout vast met een torsie van 20 tot 26 N·m.
Note: De borstbout mag de plaat niet tegen de behuizing klemmen.
-
Plaats het afstandsstuk op de schacht in de lagerbehuizing
(Figuur 15).
-
Steek de aandrijfpoelie in het afstandsstuk en op
de aandrijfas (Figuur 15 Zorg dat de lipjes van de poelie in de sleuf in de
aandrijfas zitten.
-
Bevestig de poelie en het afstandsstuk aan de aandrijfas
met een flenskopbout van 3/8" x 2" (Figuur 15).
Note: Draai de bout vast met een torsie van 47 tot 54 N·m.
Important: Als de bout niet goed is vastgedraaid, zal de bout losraken.Houd de messenkooi tegen om deze te monteren; zie De messenkooi tegenhouden om inzetstukken met schroefdraad
te monteren.
-
Plaats de riem als volgt op de poelies:
-
Leg de riem rond de aangedreven poelie en vervolgens over de bovenzijde van de spanpoelie (Figuur 16).
-
Begin de riem aan te brengen op de aandrijfpoelie (Figuur 16).
-
Terwijl u de riem op de aandrijfpoelie legt, moet u de messenkooi vooruit draaien om de riem op de
aandrijfpoelie te trekken.
Note: Draag een dikke handschoen of gebruik een stevige doek om de
messenkooi te draaien.
Important: Zorg ervoor dat de ribbels op de riem zich goed in de groeven
van de poelies bevinden. Zorg er ook voor dat de riem zich in het
midden van de spanpoelie bevindt.
-
Druk de spanpoelie omlaag om te controleren of het
geheel vrij kan draaien.
-
Controleer de uitlijning van de riem/poelies als volgt:
-
De riem moet de juiste spanning hebben voordat u de
uitlijning controleert.
-
Leg een richtliniaal langs het buitenvlak van de aandrijfpoelie (Figuur 17). Leg de richtliniaal niet over beide poelies.
-
De buitenvlakken van de aandrijfpoelie en de aangedreven
poelie moeten op één lijn staan, met een maximale speling
van 0,76 mm.
-
Als de poelies niet uitgelijnd zijn: zie De poelies uitlijnen.
-
Als de poelies op één lijn staan, gaat
u verder met de installatie.
-
Gebruik niet de spanpoelie om
de uitlijning te controleren.
Important: De riem kan het voortijdig begeven als de poelies niet goed
zijn uitgelijnd.
-
Schuif de riemkap over de montagebouten en bevestig
deze met 2 flensmoeren (Figuur 18).
Important: Draai de flensmoeren niet te vast om schade aan de kap te voorkomen.
-
Smeer de nippels op de lagerbehuizingen van de rolborstels
en op de rest van de maai-eenheid met nr. 2 vet op lithiumbasis
(Figuur 19).
Note: Veeg eventueel overtollig vet weg, met name rond de afdichtingen.
Borstel monteren op maai-eenheden met groomers
Note: Als er een groomerset én een borstelset op de maai-eenheid
worden geïnstalleerd, moet de groomerset het eerst worden geïnstalleerd.
-
Verwijder de twee montagemoeren van de kap van de
groomer en verwijder de kap (Figuur 20).
-
Verwijder de twee flensmoeren van 5/16" waarmee
het gewicht van de groomer aan de kap is bevestigd en verwijder het
gewicht (Figuur 21).
-
Verwijder de dichte pakkingsring uit de kap en vervang
deze door de rubberen pakkingsring die werd meegeleverd met de groomer
(Figuur 21).
-
Verwijder de twee schroeven van 5/16" x 1¼"
inch die in de kap zijn gedraaid (Figuur 21).
-
Verwijder de stelschroef uit de middelste opening
in de kap van de groomer (Figuur 21).
-
Steek de eerder verwijderde stelschroef en de stelschroef
die met de groomerset is meegeleverd in de openingen waar eerder de
montageschroeven van de kap zaten. Breng vóór het monteren
blauwe Loctite 243 aan op de stelschroeven.
Note: De stelschroeven mogen niet verder uitsteken dan de kap van
de groomer.
-
Plaats de kap van de groomer en bevestig deze met
twee flensmoeren van 5/16"(Figuur 22).
Important: Draai de moeren niet te vast.
-
Breng vet aan op de binnendiameter van de pakkingsring
in de kap van de groomer (Figuur 22).
-
Verwijder de twee moeren waarmee de rolbeugels aan
de zijplaten zijn bevestigd (Figuur 23). Verwijder de bouten niet.
Note: Verwijder ook eventuele afstandsstukken van 6 mm die zich
aan de bovenzijde van de montageflens op de zijplaat bevinden.
-
Plaats de montagebeugels van de rolborstel op de bouten
van de rolbeugel (Figuur 24). Bevestig de montagebeugels aan de zijplaten van
het maaidek met de moeren die u eerder hebt verwijderd.
Important: De montagebeugels van de rolborstel moeten direct op het bovenste
oppervlak van de montageflens op de zijplaat van het maaidek. Plaats
geen afstandsstukken tussen de montagebeugels van de rolborstel en
de montageflenzen van de zijplaat. Plaats extra afstandsstukken van
6 mm aan de bovenzijde van de montagebeugel van de rolborstel
(Figuur 25).
-
Schuif de afdichtingen naar buiten tot de lipafdichtingen
de lagerbehuizing licht raken (Figuur 26).
-
Draai de bouten los waarmee de lagerbehuizing van
de rolborstel is bevestigd op de montagebeugel van de rolborstel (Figuur 27).
-
Monteer de draaiplaat van de rolborstel (Figuur 27). Zorg
ervoor dat de pakkingring goed op de kap blijft zitten tijdens het
inbrengen van de opstaande rand op de draaiplaat in de pakkingring
van de kap van de groomer.
Note: De draaiplaat van de rolborstel is correct geplaatst als er
geen weerstand is van de rubber pakkingsring en deze vrij kan draaien.
-
Breng blauwe Loctite 243 aan op de twee bouten (5/16"
x 5/8") en gebruik de bouten om de borstelplaat aan de lagerbehuizing
van de rolborstel te bevestigen (Figuur 27). Draai de bouten vast met
een torsie van 20 tot 25 N·m.
-
Controleer of de rolborstelplaat evenwijdig is aan
de zijplaat van het maaidek. Indien dit niet het geval is, moet u
als volgt te werk gaan:
-
Draai de twee flensborgmoeren los waarmee de montagebeugel
van de rolborstel aan de zijplaat van het maaidek is bevestigd (Figuur 27).
-
Draai de lagerbehuizing van de rolborstel tot de borstelplaat
evenwijdig is aan de zijplaat van het maaidek (Figuur 27).
-
Draai de twee flensborgmoeren vast waarmee de montagebeugel
van de rolborstel aan de zijplaat van het maaidek is bevestigd (Figuur 27).
-
Draai de twee bouten los waarmee de lagerbehuizingen
van de rolborstels aan de montagebeugel zijn bevestigd (Figuur 12 enFiguur 13).
-
Plaats de rolborstel zo dat deze licht contact maakt
met (oftewel rust op) de achterborstel (Figuur 14).
Important: De schacht van de rolborstel mag geen contact maken met de zijplaat
van het maaidek.
Important: Als de borstel zwaar op de rol drukt, slijt de borstel sneller.
Note: De schacht van de rolborstel moet zich evenwijdig aan de achterborstel
bevinden.
Note: De oriëntatie van de lagerbehuizing van de niet-aangedreven
rolborstel moet hetzelfde zijn als de lagerbehuizing van de aangedreven
kant.
-
Draai de twee bouten vast waarmee de lagerbehuizingen
van de rolborstels aan de montagebeugel zijn bevestigd.
-
Breng blauwe Loctite 243 aan op de borstbout
(Figuur 27).
Bevestig de borstelplaat aan de kap van de groomer met de borstbout.
(Figuur 27).
Draai de bout vast met een torsie van 20 tot 26 N·m.
Note: De borstbout mag de plaat niet tegen de behuizing klemmen.
-
Verwijder de bout waarmee de groomer-poelie aan de
aandrijfas is bevestigd (Figuur 31).
-
Steek de aandrijfpoelie van de borstel in de aandrijfpoelie
van de groomer en op de aandrijfas (Figuur 31). Zorg dat de lipjes van de
poelie in de sleuf in de aandrijfas zitten.
-
Bevestig de aandrijfpoelie aan de as met een flenskopbout
(3/8" x 2") (Figuur 31). Draai de bout vast met een torsie van
47 tot 54 N·m .
Important: Als de bout niet goed is vastgedraaid, zal de bout losraken.Houd de messenkooi tegen om deze te monteren; zie De messenkooi tegenhouden om inzetstukken met schroefdraad
te monteren.
-
Plaats de riem als volgt op de poelies:
-
Leg de riem rond de aangedreven poelie en vervolgens over de bovenzijde van de spanpoelie (Figuur 32).
-
Begin de riem aan te brengen op de aandrijfpoelie (Figuur 32).
-
Terwijl u de riem op de aandrijfpoelie legt, moet u de messenkooi vooruit draaien om de riem op de
aandrijfpoelie te trekken.
Note: Draag een dikke handschoen of gebruik een stevige doek om de
messenkooi te draaien.
Important: Zorg ervoor dat de ribbels op de riem zich goed in de groeven
van de poelies bevinden. Zorg er ook voor dat de riem zich in het
midden van de spanpoelie bevindt.
-
Druk de spanpoelie omlaag om te controleren of het
geheel vrij kan draaien.
-
Controleer de uitlijning van de riem/poelies als volgt:
-
De riem moet de juiste spanning hebben voordat u de
uitlijning controleert.
-
Leg een richtliniaal langs het buitenvlak van de aandrijfpoelie (Figuur 33). Leg de richtliniaal niet over beide poelies.
-
De buitenvlakken van de aandrijfpoelie en de aangedreven
poelie moeten op één lijn staan, met een maximale speling
van 0,76 mm.
-
Raadpleeg het hoofdstuk Poelies uitlijnen als de poelies
niet op één lijn staan.
-
Als de poelies op één lijn staan, gaat
u verder met de installatie.
-
Gebruik niet de spanpoelie om
de uitlijning te controleren.
Note: De riem kan het voortijdig begeven als de poelies niet goed
zijn uitgelijnd.
-
Schuif de riemkap over de montagebouten en bevestig
deze met 2 flensmoeren (Figuur 34).
Important: Draai de moeren niet te vast, omdat anders de kap kan beschadigen.
-
Smeer de nippels op de lagerbehuizingen van de rolborstels
en op de rest van het maaidek met nr. 2 smeervet voor algemene
doeleinden op lithiumbasis (Figuur 35).
Note: Veeg eventueel overtollig vet weg, met name rond de afdichtingen.
De borstel voor hoge maaihoogte of de zwaar uitgevoerde borstel
(optioneel) monteren
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Borstel voor hoge maaihoogte (optioneel) | – |
| Zwaar uitgevoerde borstel monteren | – |
Monteer de borstel voor hoge maaihoogte bij een gewenste maaihoogte
van 2,5 tot 5,1 cm (als er maximaal 7 afstandsstukken zijn geplaatst
onder de zijplaat):
-
Onderdeel 110-1740 voor maai-eenheden van 56 cm
-
Onderdeel 115-0838 voor maai-eenheden van 69 cm
-
Onderdeel 115-0849 voor maai-eenheden van 81 cm
Monteer de zwaar uitgevoerde borstel voor gebruik in zware omstandigheden
(uitwerpselen van wormen, klei, enz.):
-
Als er een rolborstel is geplaatst op de maai-eenheid,
verwijdert u de 2 bouten, ringen en moeren waarmee de lagerbehuizing
van de niet-aangedreven rolborstel is bevestigd aan de montagebeugel
van de lagerbehuizing (Figuur 36 en Figuur 37).
-
Schuif de lagerbehuizing van de niet-aangedreven rolborstel
en de afdichting van de borstelschacht af (Figuur 37).
-
Verwijder de twee J-bouten en moeren (Figuur 38).
-
Schuif de bestaande borstel van de borstelschacht
af (Figuur 38).
-
Draai de twee bouten, ringen en moeren los waarmee
de lagerbehuizing van de aandrijving is bevestigd aan de montagebeugel
van de lagerbehuizing (Figuur 38).
-
Schuif de borstel voor hoge maaihoogte of de zwaar
uitgevoerde borstel op de borstelas (Figuur 38).
-
Klem de borstel op de as met de 2 J-bouten en moeren
die u eerder verwijderd hebt (Figuur 38).
Important: Steek het uiteinde met schroefdraad van de J-bouten door de
buitenste openingen van de borstelschacht waarbij u de gebogen uiteinden
van de J-bouten in de binnenste openingen haakt.
-
Draai de J-bout borgmoeren vast met een torsie van
2 tot 3 N·m.
-
Plaats de afdichting en de niet-aangedreven lagerbehuizing
op de borstelschacht (Figuur 37).
-
Monteer de niet-aangedreven lagerbehuizing op de montagebeugel
van de lagerbehuizing met de twee bouten, ringen en moeren die u eerder
hebt verwijderd.
Note: Zorg dat de afdichtveer er niet af raakt.
-
Draai de twee bouten, ringen en moeren vast waarmee
de lagerbehuizing van de aandrijving is bevestigd aan de montagebeugel
van de lagerbehuizing.