Koppel de machine aan op het sleepvoertuig; zie de Gebruikershandleiding van de machine.
Laat de maaidekken zakken; raadpleeg de Gebruikershandleiding van de machine.
Schakel de parkeerrem van het sleepvoertuig in werking, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat.
Blokkeer de banden van de machine.
Kantel de steunpoot naar beneden; zie de Gebruikershandleiding van de machine.
Important: Laat het gewicht van de machine volledig op de steunpoot rusten.
Maak de machine los van het sleepvoertuig.
Indien de machine op een sleepvoertuig is aangesloten, moet u de parkeerrem van het sleepvoertuig in werking stellen, de motor uitschakelen, het contactsleuteltje verwijderen en wachten totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat.
Blokkeer de banden van de machine met een wielkeg.
Als de machine niet op een sleepvoertuig is aangesloten, ondersteun de machine dan zodat de dissel de grond niet raakt; raadpleeg de Gebruikershandleiding van de machine.
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Veiligheidsketting | 2 |
| Tapbout (½" x 5½") | 1 |
| Ring | 4 |
| Flenslager (modellen 07053, 07055, 07068, 44507, 44701, 44552, 44552TE, 44554 en 44751) | 2 |
| Flensborgmoer (½") | 1 |
Verwijder de flensborgmoer (½"), ring (½") en tapbout (½" x 4½") waarmee de gaffel aan de trekhaakbuis is bevestigd; zie Figuur 1.

Maak de 2 veiligheidskettingen vast aan de gaffel (Figuur 2); maak hierbij gebruik van de 2 tapbouten (½"x 5½"), de 4 ringen (½") en de flensborgmoer.

Draai de borgmoeren en tapbouten vast met een torsie van 67 tot 83 N·m.
Koppel de maaier aan op het sleepvoertuig; zie de Gebruikershandleiding van de maaier.
Maak de veerbelaste haak van de rechterveiligheidsketting vast aan het daarvoor bedoelde bevestigingspunt aan de linkerkant van het sleepvoertuig (Figuur 5).
Important: De veiligheidskettingen moeten elkaar kruisen onder de trekhaak.

Maak de veerbelaste haak van de linkerveiligheidsketting vast aan het daarvoor bedoelde bevestigingspunt aan de rechterkant van het sleepvoertuig (Figuur 5).