Inleiding

De Versa Vac dient samen met het combinatie- of vingerdek gebruikt te worden. De machine is bedoeld voor gebruik door professionele bestuurders en voor commerciële toepassingen. De machine is zo ontworpen dat ze in 1 werkgang op grote grasoppervlakken ontvilt, herstelt en vuil verwijdert. Dit product gebruiken voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders.

Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u dit product op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om letsel en schade aan de machine te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine.

Ga naar www.Toro.com voor documentatie over productveiligheid en bedieningsinstructies, informatie over accessoires, hulp bij het vinden van een dealer of om uw product te registreren.

Als u service, originele Toro onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.

Er worden in deze handleiding een aantal mogelijke gevaren en een aantal veiligheidsberichten genoemd met de volgende veiligheidssymbolen (Figuur 1), die duiden op een gevaarlijke situatie die zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kan hebben als u de veiligheidsvoorschriften niet in acht neemt.

g000502

Er worden in deze handleiding twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient.

Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen. Zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring.

Waarschuwing

CALIFORNIË

Proposition 65 Waarschuwing

Gebruik van dit product kan leiden tot blootstelling aan chemische stoffen waarvan de Staat Californië weet dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere schade aan het voortplantingssysteem veroorzaken.

Veiligheid

Algemene veiligheid

Dit product kan handen of voeten afsnijden en voorwerpen uitwerpen. Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig letsel te voorkomen.

  • Lees deze Gebruikershandleiding en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de machine in gebruik neemt.

  • Houd handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen van de machine.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kan er letsel ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • Gebruik de machine niet als er schermen of andere beveiligingsmiddelen ontbreken of als deze niet naar behoren werken.

  • Blijf uit de buurt van afvoeropeningen. Hou omstanders en huisdieren uit de buurt van de machine.

  • Laat geen kinderen, omstanders of huisdieren het werkgebied betreden. Laat kinderen nooit de machine bedienen.

  • Zet altijd de motor van de tractie-eenheid af, verwijder het sleuteltje (indien aanwezig), wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en laat de machine afkoelen voordat u ze afstelt, schoonmaakt, stalt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht.

Onjuist gebruik of onderhoud van deze machine kan letsel tot gevolg hebben. Om het risico op letsel te verkleinen, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool Graphic te letten, dat betekent Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van deze instructies kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.

Veiligheids- en instructiestickers

Graphic

Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers.

decal105-0627
decal105-0628
decal105-0668
decal105-0669
decal106-0162
decal93-6674
decal105-4587
decal105-0698
decal117-4979
decal106-0163
decal110-7506
decal106-0166
decal106-0167
decal106-0183
decal133-8061
decal138-9038

Montage

Voorzichtig

Zonder de juiste bandenballast kan de tractie-eenheid onstabiel worden en lichamelijk letsel veroorzaken.

Zorg dat de voorzijde van de tractie-eenheid over de juiste hoeveelheid ballast beschikt; raadpleeg de gebruikershandleiding van de tractie-eenheid om na te gaan wat de juiste ballast is.

De machine aansluiten op de tractie-eenheid

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Krik1

Zie De machine aansluiten op de tractie-eenheid.

De lengte van de aftakas aanpassen

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Aftakas1

De machine wordt geleverd inclusief een lange aftakas om comptabiliteit met grotere aftakasvariaties te verzekeren. Voor de meeste tractie-eenheden is deze as te lang. Als de as te lang is, moet u deze inkorten op de juiste lengte om schade te voorkomen.

  1. Meet de afstand tussen de borggroef van de aftakas van de tractie-eenheid en de borggroef van de ingaande as van de machinerotor.

    Note: Noteer deze afstand.

  2. Schuif de aftakas volledig in en meet de afstand tussen de borgpenflenzen.

    Note: Noteer deze afstand.

  3. Wanneer bevestigd aan de machine moeten de 2 helften van de aftakas minstens 37 mm hebben om in te schuiven in de kortste stand (Figuur 2).

    Note: Als de afmeting in stap 1 niet minimaal 37 mm groter is dan de afmeting in stap 2, is de aftakas te lang; ga naar stap 4. Als er wel genoeg speling is om de aftakas te laten inschuiven, ga dan naar stap 9.

    g287903
  4. Gebruik de volgende berekening om na te gaan hoeveel u de as moet inkorten om ervoor te zorgen dat deze aangekoppeld nog 37 mm speling heeft:

    1. Trek de afmeting die u genoteerd hebt in stap 1 af van de afmeting genoteerd in stap 2.

      Note: Noteer deze afstand.

    2. Tel 37 mm op bij het resultaat van stap 1.

      Important: U moet de aftakas inkorten met deze lengte.

  5. Gebruik een metaalzaag om de beschermende delen en de stalen buizen met de lengte die werd berekend in stap 2 in te korten.

    Important: Kort beide helften van de aftakas en de aftakasschermen in met deze lengte.

  6. Verwijder bramen van zowel de binnen- als de buitenkant van de uiteinden van de stalen buizen.

  7. Verwijder vuil van de buisdelen.

  8. Smeer de stalen buizen rijkelijk in met vet.

  9. Monteer de aftakas en bevestig deze aan de machine en de tractie-eenheid.

  10. Meet de blootliggende as op zijn kortste lengte. Als deze niet minimaal 37 mm is, herhaal dan de procedure.

De aftakas aansluiten

Sluit de aftakas aan; zie De aftakas aansluiten.

De sticker ‘gevaar/risico om gegrepen te worden’ aanbrengen

CE-machines

Benodigde onderdelen voor deze stap:

CE-sticker ‘gevaar/risico om gegrepen te worden’4

Important: Deze procedure is vereist voor alle CE-landen en overal waar Engels niet courant wordt gesproken.

  1. Draai het scherm van de as om bij de bestaande sticker ‘gevaar/risico om gegrepen te worden’ te kunnen komen (Figuur 3).

    g273965
  2. Maak de bestaande sticker ‘gevaar/risico om gegrepen te worden’ en het gebied van het scherm rond de sticker schoon.

  3. Verwijder de achterkantbedekking van de CE-sticker ‘gevaar/risico om gegrepen te worden’.

  4. Breng de CE-sticker ‘gevaar/risico om gegrepen te worden’ aan over de bestaande sticker ‘gevaar/risico om gegrepen te worden’ (Figuur 3).

  5. Herhaal stap 1 tot en met 4 voor de andere 3 schermen van de as.

De hulpbediening monteren (optioneel)

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Hulpbedieningshendel1

Important: De hulpbedieningshendel wordt afzonderlijk geleverd om te vermijden dat het ongebruikte hydraulische circuit per ongeluk wordt ingeschakeld. Monteer en beweeg de hulpbedieningshendel alleen als het combinatiedek gemonteerd is.

  1. Verwijder het deksel van de bedieningshendel.

  2. Verwijder de 2 borgpennen van de spoel van de bedieningsklep.

  3. Monteer de hulpbedieningshendel met de borgpennen op de spoel van de klep.

  4. Plaats het deksel van de bedieningshendel.

De machine smeren

Smeer het voertuig; zie Machine smeren.

Algemeen overzicht van de machine

g027357

Liftbediening aanhangwagen

Dient om de laadbak leeg te storten (Figuur 4). Zet de hendel naar boven om de laadbak overeind te brengen en de deur te openen, en zet de hendel naar beneden om de laadbak neer te laten en de deur te sluiten.

Maaidekliftbediening

Dient om het hoofdmaaidek op en neer te bewegen (Figuur 4). Zet de hendel naar boven om het maaidek op te tillen; zet de hendel naar beneden om het maaidek neer te laten.

Borstelbediening

Dient om het dek met roterende vingers te bedienen (wordt afzonderlijk verkocht). Zet de hendel naar boven om het dek in te schakelen; zet de hendel naar beneden om het dek uit te schakelen (Figuur 4).

Hulpbediening

Dient om het combinatiedek te bedienen (wordt afzonderlijk verkocht). Zet de hendel naar boven om het dek in te schakelen; zet de hendel naar beneden om het dek uit te schakelen (Figuur 4).

Important: De hulpbedieningshendel wordt afzonderlijk geleverd om te vermijden dat het ongebruikte hydraulische circuit per ongeluk wordt ingeschakeld. Monteer en beweeg de hulpbedieningshendel alleen als het combinatiedek gemonteerd is.

Veiligheidsvergrendeling

Verwijder de veiligheidsvergrendeling alleen wanneer u het combinatiedek gebruikt (Figuur 4).

Aftakas tractie-eenheid

Het zuigsysteem van de machine begint te draaien zodra u de aftakas inschakelt (Figuur 4). U kunt het vinger- en combinatiedek inschakelen door de hydraulische bediening op de machine te gebruiken.

Important: Schakel de aftakas van de tractie-eenheid altijd voorzichtig in bij een laag motortoerental. De aftakas van de tractie-eenheid bruusk inschakelen bij een hoog motortoerental zal waarschijnlijk de onderdelen van de aandrijflijn beschadigen.

Gebruiksaanwijzing

Note: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.

Voorzichtig

Als u het sleuteltje in het contact van de tractie-eenheid laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen.

Verwijder het sleuteltje uit het contact van de tractie-eenheid voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine.

Voor gebruik

Veiligheidsinstructies voorafgaand aan het werk

Algemene veiligheid

  • Laat kinderen of personen die geen instructie hebben ontvangen de machine niet gebruiken of er onderhoudswerkzaamheden aan verrichten. Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen stellen aan de leeftijd van degene die met de machine werkt. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van alle bestuurders en technici.

  • Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningsorganen en de veiligheidssymbolen, en weet hoe u de machine veilig kunt gebruiken.

  • Zorg ervoor dat u weet hoe u de machine en de motor snel kunt stoppen.

  • Gebruik de machine niet als er schermen of andere beveiligingsmiddelen ontbreken of als deze niet naar behoren werken.

  • Zorg ervoor dat alle aansluitstukken van de hydraulische leidingen vastzitten en alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren voordat u druk zet op het hydraulische systeem.

  • Controleer voordat u begint te werken altijd de machine om zeker te zijn dat de klepelmessen in goede staat zijn. Vervang versleten of beschadigde messen.

  • Inspecteer het terrein waarop u de machine gaat gebruiken en verwijder alle voorwerpen die de machine zou kunnen raken.

  • Controleer of uw tractie-eenheid geschikt is voor het gebruik met een werktuig van dit gewicht door contact op te nemen met uw fabrikant of leverancier van de tractie-eenheid.

  • De tractie-eenheid moet een geschikte wielbasis en een geschikt wielloopvlak hebben, en beschikken over een rolbeugel en veiligheidsgordel die de bestuurder beschermen als hij werkt op golvend terrein. De normale bedrijfssnelheid is 10 km/u, maar deze varieert naargelang het terrein en het afval dat wordt geraapt. De maximale rijsnelheid is 24 km/u, maar golvend terrein vereist een lagere snelheid. Raadpleeg de Gebruikershandleiding van de tractie-eenheid voor meer informatie, of neem contact op met de onderhoudsservice van de tractie-eenheid als u vragen heeft over een veilig gebruik.

  • De remmen van de tractie-eenheid moeten in staat zijn om de machine tot stilstand te brengen wanneer de machine volledig geladen is en met de maximale aanbevolen snelheid rijdt.

  • De aftakas van de machine vereist een tractie-eenheid met een bedrijfstoerental van 540 tpm en een uitgaand vermogen van minstens 32 pk. 540 tpm niet overschrijden.

  • De machine moet voldoen aan de plaatselijke verkeerswetgeving als deze getransporteerd wordt op de openbare weg. Een bord 'langzaam rijdend voertuig' werd bijgeleverd. Richtingaanwijzers en lichten werden niet bijgeleverd, maar kunnen op sommige locaties wel verplicht zijn.

De machine aansluiten op de tractie-eenheid

  1. Plaats de machine op een vlak, horizontaal oppervlak.

  2. Schuif de krik op de framepen en bevestig met de pen (Figuur 5).

    g027352
  3. Stel de krikhoogte af tot het machineframe parallel is met de grond.

  4. Rij de tractie-eenheid achteruit naar de machine.

  5. Stel de gaffel van de machinetrekhaak als volgt in op hetzelfde niveau als de trekhaak van de tractie-eenheid:

    1. Verwijder de bouten en borgmoeren waarmee de gaffel van de trekhaak is bevestigd (Figuur 6) aan het machineframe.

      g027353
    2. Beweeg de gaffel omhoog of omlaag naar de stand ongeveer op dezelfde hoogte als de trekhaak van de tractie-eenheid.

    3. Bevestig met de bouten en borgmoeren die u eerder verwijderd hebt.

  6. Sluit de trekhaak van de tractie-eenheid aan op de gaffel van de machinetrekhaak; gebruik hierbij de trekhaakpen en de gaffel.

  7. Verwijder de krikpen en draai de krik naar boven in de opslagstand.

De aftakas aansluiten

  1. Sluit de aftakas aan op de ingaande as van de machinerotor.

  2. Sluit de aftakas aan op de achterste aftakas van de tractie-eenheid.

  3. Schuif de aftakas zo ver mogelijk naar voren.

  4. Druk de pen op haar plaats om de aftakas te borgen.

    Note: Schuif de aftakas naar achteren en naar voren om te controleren of deze correct is vergrendeld.

  5. Sluit de borgketting van de kap aan op de tractie-eenheid (Figuur 7).

    Note: Zorg dat de ketting slap blijft wanneer u de tractie-eenheid draait.

    g027355

    Voorzichtig

    Als de kettingen van de kap niet aangekoppeld zijn, kunnen de kappen tijdens het werk draaien en lichamelijk letsel veroorzaken.

    Laat de kappen van de aftakas op hun plaats zitten en verbind de kettingen van de kap met de tractie-eenheid of de aftakaskappen.

Dagelijks onderhoud uitvoeren

Tijdens gebruik

Veiligheid tijdens het werk

Algemene veiligheid

  • De eigenaar/bestuurder is verantwoordelijk voor ongevallen die kunnen leiden tot lichamelijk letsel en materiële schade, en hij kan zulke ongevallen voorkomen.

  • Draag geschikte kleding, zoals een veiligheidsbril, gripvaste, stevige schoenen, een lange broek en gehoorbescherming. Draag lang haar niet los en draag geen losse kleding of juwelen.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kan er letsel ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • Gebruik de machine niet als u moe, ziek of onder de invloed van alcohol of drugs bent.

  • Vervoer geen passagiers op de machine en houd omstanders en huisdieren weg van de machine terwijl deze wordt gebruikt.

  • De borstel, de rubberen vingers, de klepel en het zuigsysteem van de machine nemen afval en kleine voorwerpen die op hun pad liggen op en gooien deze weg; hou omstanders en huisdieren tijdens het werk uit de buurt van de machine.

  • Schakel altijd de aftakas uit, zet de motor van de tractie-eenheid af, verwijder het sleuteltje en wacht tot alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.

  • Stap niet over de aftakas om naar de andere kant van de machine te gaan. Stap rond de machine.

  • Sta altijd uit de buurt van de achterkant van de machine wanneer u de achterklep opent.

  • Gebruik de machine uitsluitend bij goede zichtbaarheid zodat u uit de buurt van kuilen en verborgen gevaren kunt blijven.

  • Houd uw handen en voeten uit de buurt van de klepelmessen.

  • Kijk achterom en omlaag voordat u achteruitrijdt om er zeker van te zijn dat de weg vrij is.

  • Stop de machine, zet de motor uit, wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en controleer de machine als u een voorwerp heeft geraakt of de machine abnormaal begint te trillen. Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.

  • Houd de banden van de tractie-eenheid altijd op de juiste spanning.

  • Zorg ervoor dat u zich aan alle voorschriften houdt voordat u machines op de openbare weg transporteert. Zorg ervoor dat alle vereiste reflectoren en verlichting op de juiste plaats zitten en schoon en zichtbaar zijn bij het inhalen en voor tegemoetkomend verkeer.

  • Verminder uw snelheid op oneffen wegen en oppervlakken.

  • Voor alle stalen onderdelen van de aftakas (buizen, lagers, verbindingen, etc.) die gedemonteerd of gerepareerd moeten worden, is het verstandig om contact op te nemen met uw erkende Toro distributeur. Tijdens het verwijderen van onderdelen voor reparatie of tijdens het opnieuw monteren kunnen bepaalde onderdelen beschadigd raken als dit niet wordt uitgevoerd met speciale hulpmiddelen en door opgeleide monteurs.

  • De aftakas mag niet worden gebruikt als de meegeleverde beschermende delen niet zijn gemonteerd.

Veiligheid bij het leegstorten

  • De achterklep verplaatsen en afval storten kan ernstig letsel veroorzaken. Blijf uit de buurt van de machine als de machine achteruitrijdt of wanneer de lading wordt leeggestort.

  • Houd omstanders uit de buurt van de machine als u deze leegstort of als u de achterklep opent of sluit.

  • In zeldzame omstandigheden kan vochtig, samengedrukt maaisel hitte veroorzaken. Maak de machine altijd leeg voordat u ze stalt.

  • Om het risico van elektrische schok te vermijden, mag u de machine uitsluitend leegstorten op een terrein waar zich geen overhangende kabels en andere obstakels bevinden.

  • Stort de machine nooit leeg op een helling; altijd storten op een vlakke ondergrond.

Veiligheid op hellingen

  • Bekijk de specificaties van de tractie-eenheid om er zeker van te zijn dat u deze niet gebruikt op te steile hellingen.

  • Het maaien op hellingen is een belangrijke factor bij ongelukken waarbij de controle over de machine wordt verloren of deze omkantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. U bent verantwoordelijk voor een veilig gebruik van de machine op hellingen. Gebruik van de machine op hellingen vereist altijd extra voorzichtigheid.

  • Onderzoek de toestand van het werkgebied om te bepalen of de machine veilig kan worden gebruikt op de helling. Gebruik altijd uw gezond verstand en uw beoordelingsvermogen wanneer u dit onderzoek uitvoert.

  • Neem de hieronder genoemde instructies voor gebruik van de machine op hellingen door en beoordeel de omstandigheden om na te gaan of u de machine in de specifieke situatie op het betreffende terrein kunt gebruiken. Veranderingen in het terrein kunnen ertoe leiden dat de machine zich anders gedraagt op een helling.

  • Vermijd starten, stoppen of bochten maken op hellingen. Voorkom dat u plotseling de snelheid of de rijrichting van de machine moet veranderen. Keer traag en geleidelijk om.

  • Gebruik de machine niet in omstandigheden waarin u niet zeker bent van de tractie, het stuurgedrag of de stabiliteit.

  • Verwijder of markeer obstakels zoals greppels, putten, geulen, hobbels, stenen en andere verborgen gevaren. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar. De machine kan omslaan op oneffenheden in het terrein.

  • Denk eraan dat de machine tractie kan verliezen doordat u bergafwaarts, op nat gras of dwars op een helling maait. Als de aandrijfwielen tractie verliezen, kan de machine gaan schuiven en kunt u de controle over de remmen en het stuur verliezen.

  • Wees uiterst voorzichtig als u de machine gebruikt in de buurt van steile hellingen, greppels, oevers, waterpartijen of andere gevaren. De machine kan plotseling omslaan als een wiel over de rand komt, of als de rand instort. Zorg voor een veilige afstand tussen de machine en een gevarenzone.

De hydrauliek van de tractie-eenheid bedienen

Alle hydraulische functies van de machine worden bediend met de hydraulische klep die zich vooraan de machine bevindt. De aftakas moet draaien terwijl de machine in gebruik is. Dit zorgt voor de ononderbroken vloeistofstroom in de machine.

Important: Beweeg een hydraulische hendel nooit bruusk tussen de bovenste en onderste stand. Als u de richting van een hydraulische motor abrupt omkeert, kunt u ernstige schade toebrengen. Als een onderdeel van de machine verstopt raakt of materiaal niet kan stromen, moet u de machine volledig uitschakelen en de verstopping manueel verwijderen.

Note: U kunt de hydraulische bedieningseenheid afstellen zodat deze voor u in een comfortabele positie staat: zet de hendel van het frame achter de bedieningselementen los, verplaats de bedieningseenheid naar voren of achteren, en zet de hendel weer vast.

Gebruik van de machine

  1. Start de tractie-eenheid en laat deze op een laag toerental lopen.

  2. Schakel de aftakas in terwijl de motor laag stationair loopt.

  3. Verhoog het toerental tot 540 tpm.

  4. Alvorens met het werk te beginnen, moet u het terrein onderzoeken om te bepalen in welke richting u het beste kunt gaan.

  5. Rij de tractie-eenheid naar voren en sleep de machine naar het werkterrein.

    Note: Om in een rechte lijn te blijven werken, moet u zich richten op een object op de voorgrond.Probeer altijd lange, ononderbroken banen te maken en zorg ervoor dat de banen elkaar enigszins overlappen nadat u hebt gekeerd voor de volgende baan.

Important: Zet de motor van de tractie-eenheid af, stel de parkeerrem in werking, verwijder het sleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand gekomen zijn voordat u controleert op lekken, losse onderdelen, beschadiging of slijtage.

Na gebruik

Veiligheid na het werk

Algemene veiligheid

  • Zorg ervoor dat alle onderdelen van de machine in goede staat verkeren en alle bevestigingselementen stevig vastzitten.

  • Vervang versleten, beschadigde en ontbrekende stickers.

  • Maak de machine leeg, parkeer op een vlak terrein en blokkeer de wielen voordat u de machine loskoppelt van de tractie-eenheid.

De machine verwijderen van de tractie-eenheid

  1. Parkeer de machine en tractie-eenheid op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af, verwijder het sleuteltje en wacht tot de motor is gestopt en alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat.

  2. Blokkeer de wielen.

  3. Verwijder de pen waarmee de krik aan de framepen is bevestigd en draai de krik naar beneden, in een verticale positie.

  4. Bevestig de krik aan de framepen en stel de krik zo af dat deze de machine ondersteunt.

    Waarschuwing

    De machine is erg zwaar. Maak de machine niet los zonder eerst de krik te laten zakken.

    Als de trekhaak valt, kan dat lichamelijk letsel veroorzaken.

  5. Maak de kettingen van de veiligheidskappen los van de tractie-eenheid of de aftakaskappen. Bevestig het uiteinde van de ketting aan de rotorzijde van de aftakas om te voorkomen dat de aftakas uit elkaar valt.

  6. Koppel de aftakas af van de uitgaande as van de tractie-eenheid.

  7. Schuif de aftakas terug en verwijder deze van de tractie-eenheid.

  8. Verwijder de trekhaakpen en de gaffel.

  9. Rij de tractie-eenheid weg van de machine.

De machine transporteren

U kunt de machine naar uw werkterrein transporteren met een tractie-eenheid die over een trekstang beschikt. De machine is niet ontworpen voor slepen op de autosnelweg.

  • De brede flotation-gazonbanden zijn niet bedoeld voor gebruik op de autosnelweg en zijn slechts geschikt voor snelheden tot 24 km/u. Bij snelheden hoger dan 24 km/u zullen de banden hun loopvlak verliezen, de bestuurder verwonden en de apparatuur beschadigen.

  • Zorg dat het maaidek is opgetild en de zwenkwielen de grond niet kunnen raken bij het transport. Zorg er ook voor dat de cilindergrendelstang (Figuur 8) op zijn plaats zit zodat de hefcilinder tijdens het transport niet wordt samengedrukt.

    g027358
  • Gebruik geschikte verlichting en remmen, een trekhaakpen met borgsysteem en een veiligheidsketting bij het slepen.

  • Zorg ervoor dat de banden de juiste spanning hebben.

Onderhoud

Aanbevolen onderhoudsschema

OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
Na de eerste 2 bedrijfsuren
  • De wielmoeren aandraaien.
  • Na de eerste 10 bedrijfsuren
  • De wielmoeren aandraaien.
  • Na de eerste 20 bedrijfsuren
  • De riemspanning van de rotorriem controleren en afstellen indien nodig.
  • Bij elk gebruik of dagelijks
  • De aslagers van de ventilator smeren.
  • De bandenspanning controleren.
  • Hydraulische slangen en leidingen controleren
  • Het peil van de hydraulische vloeistof controleren.
  • Om de 100 bedrijfsuren
  • De aandrijfas smeren.
  • Om de 200 bedrijfsuren
  • De wielmoeren aandraaien.
  • Om de 800 bedrijfsuren
  • Als u de aanbevolen hydraulische vloeistof niet gebruikt of het reservoir ooit hebt gevuld met een andere vloeistof, moet u de hydraulische vloeistof verversen.
  • Als u de aanbevolen hydraulische vloeistof niet gebruikt of het reservoir ooit hebt gevuld met een andere vloeistof, moet u het hydraulische filter vervangen.
  • Om de 1000 bedrijfsuren
  • Als u de aanbevolen hydraulische vloeistof gebruikt, moet u het hydraulische filter vervangen.
  • Om de 2000 bedrijfsuren
  • Als u de aanbevolen hydraulische vloeistof gebruikt, moet u de hydraulische vloeistof verversen en het filter vervangen.
  • Maandelijks
  • De riemspanning van de rotorriem controleren en afstellen indien nodig.
  • Veiligheid bij onderhoud

    • Doe het volgende voordat u de machine afstelt, schoonmaakt, verlaat of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht:

      • Plaats het voertuig op een horizontaal oppervlak.

      • Schakel de aftakas uit.

      • Zorg dat de tractie-eenheid in neutraal staat.

      • Stel de parkeerrem van de tractie-eenheid in werking.

      • Zet de motor van de tractie-eenheid af en verwijder het sleuteltje.

      • Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

      • Laat de onderdelen van de machine afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

    • Verricht onderhoudswerkzaamheden uitsluitend volgens de instructies in deze handleiding. Indien belangrijke reparaties nodig zijn of hulp is vereist, moet u contact opnemen met een erkende Toro dealer.

    • Zorg dat alle bevestigingen vastzitten zodat het veilig is om met de machine te werken.

    • Voer indien mogelijk geen onderhoudswerkzaamheden uit als de motor van de tractie-eenheid draait. Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.

    • De spanning van de riem niet controleren of aanpassen terwijl de motor van de tractie-eenheid loopt.

    • Haal voorzichtig de druk van onderdelen met opgeslagen energie.

    • Ondersteun de machine met blokken als u ze omhoogbrengt. Vertrouw niet op een hydraulisch systeem om de machine te ondersteunen.

    • Zorg ervoor dat alle veiligheidsschermen zijn bevestigd nadat u onderhoud hebt verricht aan de machine of nadat u deze hebt afgesteld.

    Machine smeren

    De aslagers van de ventilator smeren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • De aslagers van de ventilator smeren.
    1. Verwijder het aandrijvingsscherm van over de poelies (Figuur 14).

    2. Smeer de nippels van de aslagers van de ventilator zoals weergegeven in Figuur 10 met nr. 2 smeervet op lithiumbasis.

      g027364

    De aandrijfas smeren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 100 bedrijfsuren
  • De aandrijfas smeren.
  • Smeer de 2 nippels van de aandrijfas zoals weergegeven in Figuur 10 met nr. 2 smeervet op lithiumbasis.

    g027365

    Bandenspanning controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • De bandenspanning controleren.
  • Important: Zorg ervoor dat beide banden dezelfde bandenspanning hebben om te verzekeren dat de machine naar behoren werkt. Pomp de banden niet te zacht op.

    1. Controleer de bandenspanning.

      U dient 1,24 bar te meten.

    2. Als de bandenspanning te hoog of te laag is, moet u de bandenspanning aanpassen tot u 1,24 bar meet.

    Torsie van wielmoeren controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Na de eerste 2 bedrijfsuren
  • De wielmoeren aandraaien.
  • Na de eerste 10 bedrijfsuren
  • De wielmoeren aandraaien.
  • Om de 200 bedrijfsuren
  • De wielmoeren aandraaien.
  • Waarschuwing

    Indien de wielmoeren niet steeds zijn aangedraaid met de correcte torsie, kan dit leiden tot defecten of verlies van het wiel, waardoor lichamelijk letsel kan worden veroorzaakt.

    Zorg ervoor dat de wielmoeren goed zijn vastgedraaid voordat u de machine gebruikt.

    Haal de wielmoeren aan met 115 tot 136 N·m; ga hierbij te werk in een kruiselings patroon (Figuur 11).

    g272937

    Veiligheid van het hydraulische systeem

    • Waarschuw onmiddellijk een arts als er hydraulische vloeistof is geïnjecteerd in de huid. Geïnjecteerde vloeistof moet binnen enkele uren operatief worden verwijderd door een arts.

    • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en fittings stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem.

    • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.

    • U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier.

    • Voordat u het hydraulische systeem loskoppelt of er werkzaamheden aan verricht, moet u het werktuig op de grond laten zakken en de motor uitschakelen om alle druk in het systeem op te heffen.

    • Om veilige en optimale prestaties van de machine te verkrijgen, moet u ter vervanging alleen originele Toro onderdelen gebruiken. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn en de productgarantie hierdoor kan vervallen.

    Hydraulische slangen en leidingen controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Hydraulische slangen en leidingen controleren
  • De hydraulische leidingen en slangen controleren op lekkages, kinken, loszittende steunen, slijtage, loszittende aansluitingen, slijtage door weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën. Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine in gebruik neemt.

    Waarschuwing

    Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken.

    • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en verbindingsstukken stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem.

    • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.

    • U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier.

    • Hef alle druk in het hydraulische systeem op veilige wijze op, voordat u werkzaamheden gaat verrichten aan het hydraulische systeem.

    • Waarschuw onmiddellijk een arts als er hydraulische vloeistof is geïnjecteerd in de huid.

    Het hydraulische systeem een onderhoudsbeurt geven

    Specificaties hydraulische vloeistof

    Het reservoir is in de fabriek gevuld met hoogwaardige hydraulische vloeistof. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof voordat u de motor voor het eerst start, en vervolgens dagelijks; zie Het peil van de hydraulische vloeistof controleren.

    Aanbevolen vloeistof voor het bijvullen: Toro PX Extended Life hydraulische vloeistof; verkrijgbaar in emmers van 19 liter of vaten van 208 liter.

    Note: Een machine die de aanbevolen vloeistof om bij te vullen gebruikt moet minder vaak bijgevuld worden en de filter moet minder vaak worden vervangen.

    Andere vloeistoffen: Als de Toro PX Extended Life hydraulische vloeistof niet verkrijgbaar is, kunt u een andere conventionele, petroleumgebaseerde hydraulische vloeistof gebruiken die aan de volgende materiaaleigenschappen en de industrienormen voldoet. Gebruik geen synthetische vloeistof. Vraag uw smeermiddelenleverancier naar een geschikt product.

    Note: Toro aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik van verkeerde vervangende vloeistoffen. Gebruik daarom uitsluitend producten van gerenommeerde fabrikanten die garant staan voor de door hen aanbevolen vloeistoffen.

    ISO VG 46 slijtagewerende hydraulische vloeistof met hoge viscositeitsindex/laag stolpunt

    Materiaaleigenschappen: 
     Viscositeit, ASTM D445cSt bij 40 °C 44 tot 48
     Viscositeitsindex ASTM D2270140 of hoger
     Stolpunt, ASTM D97-37 °C tot -45 °C
     Industriespecificaties:Eaton Vickers 694 (I-286-S, M-2950-S/35VQ25 of M-2952-S)

    Note: Veel hydraulische vloeistoffen zijn bijna kleurloos, zodat het moeilijk is lekkages op te sporen. Er is een rode kleurstof voor de hydraulische vloeistof verkrijgbaar in flesjes van 20 ml. Eén flesje is voldoende voor 15 tot 22 l hydraulische vloeistof. U kunt deze kleurstof bestellen bij een erkende Toro dealer (onderdeelnr. 44-2500).

    Het peil van de hydraulische vloeistof controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Het peil van de hydraulische vloeistof controleren.
    1. Schakel de machine in zodat de vloeistof warm is, parkeer de machine op een egale ondergrond, en schakel de motor uit.

    2. Controleer het vloeistofpeil in het kijkglaasje (Figuur 12).

      Het vloeistofpeil dient in het midden van het kijkglaasje te reiken.

      g027356
    3. Als het vloeistofpeil niet tot het midden van het kijkglaasje reikt, dient u de dop van het hydraulische vloeistofreservoir te nemen en langzaam de gespecificeerde hydraulische vloeistof toe te voegen tot het peil tot het midden (maximum) van het kijkglaasje reikt; zie Specificaties hydraulische vloeistof.

      Important: Vul niet te veel vloeistof bij in het reservoir; als u de maximale vullijn van het kijkglaasje overschrijdt, moet u de overtollige vloeistof verwijderen; zie Hydraulische vloeistof verversen.

      Important: Om verontreiniging van het hydraulische systeem te voorkomen, moet u de bovenzijde van de containers met hydraulische vloeistof reinigen voordat u deze opent. Zorg ervoor dat de tuit en de trechter schoon zijn.

    4. Plaats de dop weer op het reservoir.

    Hydraulische vloeistof verversen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 800 bedrijfsuren
  • Als u de aanbevolen hydraulische vloeistof niet gebruikt of het reservoir ooit hebt gevuld met een andere vloeistof, moet u de hydraulische vloeistof verversen.
  • Om de 2000 bedrijfsuren
  • Als u de aanbevolen hydraulische vloeistof gebruikt, moet u de hydraulische vloeistof verversen en het filter vervangen.
  • Capaciteit van reservoir: ongeveer 38 liter

    Important: Als de vloeistof verontreinigd raakt, dient u contact op te nemen met een erkende Toro-dealer. Verontreinigde hydraulische vloeistof ziet er in vergelijking met schone vloeistof melkachtig of zwart uit.

    1. Zet de motor af.

    2. Maak de kleine hydraulische slang (afvoer reservoir) los van de onderkant van het reservoir en laat de hydraulische vloeistof in een opvangbak lopen.

      Note: Plaats de slang terug wanneer er geen hydraulische vloeistof meer naar buiten stroomt, en zet deze goed vast.

    3. Vul het reservoir met ongeveer 38 liter van de voorgeschreven hydraulische vloeistof; zie Specificaties hydraulische vloeistof.

      Important: Gebruik uitsluitend de gespecificeerde hydraulische vloeistoffen. Andere vloeistoffen kunnen het systeem beschadigen. Om te vermijden dat u het systeem te vol giet, mag u niet bijvullen als de vloeistof koud is. Giet niet te veel hydraulische vloeistof in het reservoir.

    4. Plaats de dop weer op het reservoir.

    5. Start de motor van de tractie-eenheid en gebruik alle hydraulische bedieningsorganen om de hydraulische vloeistof door het hele systeem te verspreiden. Controleer op lekken.

    6. Zet de motor af

    7. Controleer het peilglaasje wanneer de vloeistof warm is.

      Note: Als het peil van de hydraulische vloeistof te laag is, dient u vloeistof toe te voegen tot het peil tot het midden (maximum) van het kijkglaasje reikt.

    Hydraulisch filter vervangen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 800 bedrijfsuren
  • Als u de aanbevolen hydraulische vloeistof niet gebruikt of het reservoir ooit hebt gevuld met een andere vloeistof, moet u het hydraulische filter vervangen.
  • Om de 1000 bedrijfsuren
  • Als u de aanbevolen hydraulische vloeistof gebruikt, moet u het hydraulische filter vervangen.
  • Gebruik enkel het Toro vervangfilter in het hydraulische systeem; raadpleeg de Onderdelencatalogus.

    Important: Als een ander filter wordt gebruikt, kan de garantie van bepaalde onderdelen komen te vervallen.

    1. Zet de motor van de tractie-eenheid af en haal het sleuteltje uit het contact.

    2. Reinig de omgeving van de plaats waar het filter wordt gemonteerd.

    3. Plaats een opvangbak onder het filter en verwijder het filter (Figuur 13).

      g027366
    4. Smeer de nieuwe filterpakking en vul het filter met hydraulische vloeistof.

    5. Zorg ervoor dat de plaats waar het filter wordt bevestigd, schoon is.

    6. Schroef het filter erop totdat de pakking contact maakt met de bevestigingsplaat; draai het filter vervolgens nog eens een halve slag.

    7. Start de motor van de tractie-eenheid en beweeg de hydraulische bedieningselementen om lucht uit het systeem te jagen.

    8. Zet de motor af en controleer het peil van vloeistof en of het systeem lekt.

    De rotorriem afstellen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Na de eerste 20 bedrijfsuren
  • De riemspanning van de rotorriem controleren en afstellen indien nodig.
  • Maandelijks
  • De riemspanning van de rotorriem controleren en afstellen indien nodig.
  • Zorg ervoor dat de riem de juiste spanning heeft zodat de machine naar behoren kan werken en onnodige slijtage wordt voorkomen.

    1. Zet de bouten en moeren los waarmee het scherm van de aandrijving bevestigd is aan de rotorbehuizing (Figuur 14) en verwijder het scherm.

      g027367

      Note: U moet de aandrijfas niet loskoppelen om de riemspanning af te stellen.

    2. Zet aan de achterzijde van het frame de bout los waarmee de riemspanner aan het frame is bevestigd (Figuur 14).

    3. Verwijder de bout en moer waarmee de geleider van de riemspanner vastzit aan de bevestiging van de aandrijving om de spanning van de riem te nemen (Figuur 15).

      g027368
    4. Gebruik een grote sleutel om de riemspanner rechtsom te draaien tot de sticker op een lijn staat met 15° op de riemspannerbuis.

      Important: Stel de riemspanner zo dicht mogelijk tegen 15° af zonder onder de 15° te gaan.Als u de riemspanner te ver over 15° draait, kan de riem te hard gespannen worden; als u de riemspanner onder 15° draait, zit de riem te los. In beide gevallen kan de machine worden beschadigd.

    5. Steek de bout in de uitgelijnde geleidergaten en bevestig met de moer.

      Important: Als de gaten niet precies uitgelijnd zijn, moet u de geleider één gat naar boven draaien tot het uitgelijnd is.

    6. Draai de bout aan de achterzijde van het frame vast om de riemspanner te borgen.

    7. Monteer het scherm van de aandrijving op de rotorbehuizing; gebruik hierbij de bouten en moeren die u eerder verwijderd hebt.

    Stalling

    1. Parkeer de machine op een horizontaal vlak, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de machine verlaat.

    2. Reinig de machine grondig. De rotorbehuizing moet vrij zijn van vuil, bladeren en afval.

    3. Controleer de bandenspanning; zie Bandenspanning controleren.

    4. Draai al het bevestigingsmateriaal indien nodig vast.

    5. Smeer of olie alle smeer- en draaipunten. Neem overtollig vet op.

    6. Smeer de sleuven van de aftakas in met een laagje vet.

    7. Plaatsen waar de lak is bekrast, beschadigd of geroest, moeten licht geschuurd en bijgewerkt worden. Eventuele deuken in de metalen carrosserie herstellen.