Inleiding

Lees deze handleiding zorgvuldig, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze kunt gebruiken en onderhouden. De informatie in deze handleiding kan u en anderen helpen letsel en schade te voorkomen. Hoewel Toro veilige producten ontwerpt en fabriceert, blijft u verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine. U kunt op www.Exmark.com rechtstreeks contact met Toro opnemen om trainingsmaterialen en informatie over productveiligheid en accessoires te verkrijgen, een verkoper te vinden of uw product te registreren.

Als u service, originele Toro onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. Figuur 1 geeft de plaats van het modelnummer en het serienummer van het product aan.

g022350

Er worden in deze handleiding een aantal mogelijke gevaren en een aantal veiligheidsberichten genoemd met de volgende veiligheidssymbolen (Figuur 2), die duiden op een gevaarlijke situatie die zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kan hebben als u de veiligheidsvoorschriften niet in acht neemt.

g000502

Er worden in deze handleiding twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient.

Waarschuwing

CALIFORNIË

Proposition 65 Waarschuwing

Gebruik van dit product kan leiden tot blootstelling aan chemische stoffen waarvan de Staat Californië weet dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere schade aan het voortplantingssysteem veroorzaken.

Veiligheid

Important: Lees de veiligheidsinformatie in de Gebruikershandleiding van uw Workman voordat u de machine in gebruik neemt.

Algemene veiligheid

Dit product kan lichamelijk letsel veroorzaken. Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig letsel te voorkomen.

  • Lees deze Gebruikershandleiding en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de motor start.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kan er letsel ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • Gebruik geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE) om te voorkomen dat u in aanraking komt met chemische stoffen. Chemische stoffen die worden gebruikt in het spuitsysteem kunnen gevaarlijk en giftig zijn.

  • Houd handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen van de machine.

  • Gebruik de machine enkel als de nodige schermen en andere beveiligingsmiddelen aanwezig zijn en naar behoren werken.

  • Ga niet in het spuitgebied van de spuitdoppen staan; hou er rekening mee dat de chemische stoffen kunnen verwaaien. Laat geen omstanders of kinderen het werkgebied betreden.

  • Laat kinderen nooit de machine bedienen.

  • Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje (indien aanwezig) en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Laat de machine afkoelen voordat u er instellingen of onderhoud aan verricht, of de machine schoonmaakt of stalt.

Onjuist gebruik of onderhoud van deze machine kan letsel tot gevolg hebben. Om het risico op letsel te verkleinen, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool Graphic te letten, dat betekent Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van deze instructies kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.

Niet alle werktuigen die kunnen worden gekoppeld aan deze machine worden in deze handleiding beschreven. Raadpleeg de gebruikershandleiding die bij elk werktuig is geleverd voor aanvullende veiligheidsinstructies.

Veilige bediening

Important: De machine is in de eerste plaats bedoeld als offroad-voertuig en is niet geschikt voor intensief gebruik op de openbare weg. Als u zich met de machine op de openbare weg begeeft, neem dan de verkeersregels in acht en gebruik bijkomende accessoires die wettelijk verplicht kunnen zijn, zoals verlichting, richtingaanwijzers, een teken 'langzaam rijdend voertuig', etc.

De Workman is ontwikkeld en getest om veiligheid bij het gebruik te bieden, met dien verstande dat het voertuig correct moet worden gebruikt en onderhouden. Hoewel risicobeheersing en ongevallenpreventie afhankelijk zijn van het ontwerp en de constructie van het voertuig, zijn eerdergenoemde factoren ook afhankelijk van de oplettendheid, zorgvuldigheid en een goede instructie van het personeel dat is belast met gebruik, onderhoud en opslag van het voertuig. Onjuist gebruik of onderhoud van de machine kan lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken.

De Workman is een gespecialiseerd multifunctioneel voertuig dat niet is ontworpen voor gebruik op de openbare weg. Het rijgedrag en de bediening van de machine zijn anders dan van een passagiersvoertuig of een vrachtwagen. Gun uzelf dus tijd om vertrouwd te raken met de machine.

Niet alle werktuigen die kunnen worden gekoppeld aan de Workman, worden in deze handleiding beschreven. Raadpleeg voor aanvullende veiligheidsinstructies de Montage-instructies die zijn geleverd bij het desbetreffende werktuig.

Om het risico van lichamelijk of dodelijk letsel te verminderen, moet u zich aan de volgende veiligheidsinstructies houden:

Verantwoordelijkheden van de bedrijfsleiding

  • Zorg ervoor dat de gebruikers van de machine de nodige training hebben genoten en bekend zijn met de Gebruikershandleiding en de Gebruikershandleiding van de Workman, het instructiemateriaal, de handleiding van de motor en alle stickers op de Workman.

  • Zorg voor speciale procedures en bedrijfsregels voor ongewone werkomstandigheden (bijvoorbeeld hellingen die te steil zijn voor de machine). Gebruik de derde/hoog-vergrendelschakelaar als een hoge snelheid gevaarlijk kan zijn of kan leiden tot verkeerd gebruik van het voertuig.

Instructie

  • Lees de Gebruikershandleiding en het andere instructiemateriaal voordat u het voertuig in gebruik neemt.

    Note: Als de bestuurder(s) of de monteur(s) de taal waarin de handleiding is geschreven, niet machtig is (zijn), moet de eigenaar ervoor zorgen dat zij de inhoud van het materiaal begrijpen.

  • Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningsorganen en de veiligheidssymbolen, en weet hoe u de machine veilig kunt gebruiken.

  • Alle bestuurders en monteurs moeten instructies hebben ontvangen. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van de gebruikers.

  • Laat de machine nooit gebruiken of er onderhoudswerkzaamheden aan uitvoeren door personen die hiervoor niet getraind zijn.

    Note: Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen stellen aan de leeftijd van degene die met de machine werkt.

  • De eigenaar/gebruiker is verantwoordelijk voor ongelukken, letsel van hemzelf/haarzelf of van anderen, en schade aan eigendom, en kan dit voorkomen.

Vóór het gebruik

  • U mag het voertuig pas in gebruik nemen, nadat u deze handleiding hebt gelezen en de inhoud ervan hebt begrepen.

  • Laat nooit kinderen de machine bedienen.

  • Laat andere volwassenen de machine alleen gebruiken als zij eerst de Gebruikershandleiding hebben gelezen en deze hebben begrepen. Deze machine mag uitsluitend worden gebruikt door opgeleide en bevoegde personen. Bestuurders moeten lichamelijk en geestelijk in staat zijn de machine te besturen.

  • Deze machine is uitsluitend bedoeld voor het vervoer van de bestuurder en 1 passagier in de stoel die de fabrikant heeft geleverd. Vervoer nooit extra passagiers op de machine.

  • Gebruik de machine nooit als u moe, ziek of onder de invloed van alcohol of drugs bent.

  • Gebruik tijdens bedrijf de veiligheidsgordel en zorg ervoor dat deze in noodgevallen snel kan worden losgemaakt .

  • Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningsorganen en weet hoe u de motor snel kunt afzetten.

  • Zorg ervoor dat alle veiligheidsschermen, veiligheidsvoorzieningen en stickers op hun plaats zitten. Als veiligheidsschermen, veiligheidsvoorzieningen of stickers in slechte staat verkeren, onleesbaar zijn of beschadigd raken, moet u deze herstellen of vervangen, voordat u het voertuig gaat gebruiken.

  • Draag geschikte kleding waaronder een veiligheidsbril, lange broek, stevige schoenen die uitglijden voorkomen of rubber laarzen, en handschoenen. Draag geen sieraden of loszittende kleding. Draag lang haar niet los.

  • Hou omstanders uit de buurt van het werkgebied.

  • Rij niet als het donker is, vooral niet op onbekend terrein. Als u toch in het donker moet rijden, rij dan voorzichtig en zet de koplampen aan.

  • Voordat u de machine gebruikt, dient u altijd alle onderdelen van de machine of eventuele werktuigen te controleren. Als er iets niet in orde is, mag u de machine niet meer gebruiken. Zorg ervoor dat het probleem verholpen is alvorens de machine of het werktuig opnieuw te gaan gebruiken.

  • Zorg ervoor dat de bestuurders- en passagiersruimte schoon is en vrij van chemisch restmateriaal en opgestapeld vuil.

  • Zorg ervoor dat alle aansluitstukken van de vloeistofleidingen vastzitten en alle slangen en leidingen in goede staat verkeren voordat u druk zet op het systeem.

    Note: Gebruik de machine niet als deze lekt of beschadigd is.

  • Brandstof is uiterst ontvlambaar. Wees daarom voorzichtig als u ermee omgaat.

    • Gebruik een goedgekeurde brandstofcontainer.

    • Als de motor draait of heet is, mag u de dop niet van de brandstoftank verwijderen. Laat de motor afkoelen voordat u brandstof in de machine giet.

    • Rook nooit als u omgaat met brandstof.

    • Ga naar buiten om de brandstoftank van de machine te vullen.

    • Vul de brandstoftank van de machine tot ongeveer 25 mm vanaf de bovenkant van de tank (de onderkant van de vulbuis). De tank niet te vol vullen.

    • Neem eventueel gemorste brandstof op.

Chemische veiligheid

Waarschuwing

Chemische stoffen die worden gebruikt in het strooi-/spuitsysteem kunnen gevaarlijk en giftig voor de gebruiker, omstanders, dieren, planten, de bodem of eigendommen zijn.

  • U moet de waarschuwingsetiketten en de Veiligheidsinformatiebladen voor alle gebruikte chemische stoffen zorgvuldig lezen en in acht nemen en uzelf beschermen volgens de instructies van de fabrikant van de chemische stoffen. Zorg ervoor dat uw huid zoveel mogelijk is bedekt als u chemische stoffen gebruikt. Om te voorkomen dat u in aanraking komt met chemicaliën, dient u geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken, zoals:

    • oogbescherming, veiligheidsbril en/of gelaatsscherm

    • stof- of filtermasker

    • handschoenen die bestand zijn tegen chemicaliën

    • rubberen laarzen of ander stevig schoeisel

    • gehoorbescherming

    • schone reservekleding, zeep en wegwerphanddoeken die u in de buurt bewaart voor het geval u chemische stoffen morst.

  • Denk eraan dat er meerdere chemische stoffen kunnen zijn gebruikt, en zorg ervoor dat u informatie over elke stof krijgt.

  • Weiger de machine te gebruiken of te bedienen als deze informatie niet beschikbaar is!

  • Voordat u onderhoud uitvoert aan een spuitsysteem moet dit drie keer zijn gespoeld en geneutraliseerd volgens de instructies van de fabrikant(en) van de chemische stoffen en moeten alle kleppen 3 cyclussen hebben doorlopen.

  • Controleer of er voldoende water en zeep in de nabijheid is, en als u in contact komt met chemische stoffen, moet u deze onmiddellijk afspoelen.

  • Zorg ervoor dat een goede training hebt gekregen voordat u omgaat met chemische stoffen.

  • Gebruik de juiste chemische stof voor het werk.

  • Houd u aan de instructies van de fabrikant voor het veilig gebruik van de chemische stof. Overschrijd de aanbevolen systeembedrijfsdruk niet.

  • De eenheid niet vullen, kalibreren of reinigen wanneer er mensen, in het bijzonder kinderen, of huisdieren in de buurt zijn.

  • Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte waar u werkt met chemische stoffen.

  • Zorg ervoor dat er schoon water voorhanden is, in het bijzonder als u de spuittank vult.

  • Niet eten, drinken of roken als u met chemische stoffen werkt.

  • Spuitdoppen niet schoonmaken door erin te blazen of ze in de mond te nemen.

  • Was altijd uw handen en andere onbedekte lichaamsdelen zo snel mogelijk nadat u werkzaamheden met chemische stoffen hebt beëindigd.

  • Bewaar chemische stoffen in hun originele verpakking op een veilige plaats.

  • Voer ongebruikte chemische stoffen en verpakkingen voor chemische stoffen af volgens de instructies van de fabrikant en de plaatselijk geldende voorschriften.

  • Chemische stoffen en dampen in de tank zijn gevaarlijk; blijf altijd buiten de tank en houd uw hoofd nooit boven of in de opening van een tank.

  • Volg alle plaatselijke voorschriften met betrekking tot het strooien of spuiten van chemicaliën op.

Tijdens het gebruik

Waarschuwing

De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een reukloos, dodelijk gif.

Laat de motor niet binnenshuis of in een afgesloten ruimte lopen.

  • De bestuurder en de passagier moeten op de stoel blijven zitten als de machine in beweging is. De bestuurder moet indien mogelijk het stuur met beide handen vasthouden en de passagier moet de aangebrachte handgrepen gebruiken. Houd uw armen en benen te allen tijde binnen het voertuig. Vervoer nooit passagiers in de bak of op de werktuigen. Denk er aan dat de passagier niet altijd weet wanneer u gaat remmen of een bocht maakt.

  • Kijk altijd goed uit en vermijd laag overhangende objecten, zoals boomtakken, deurposten en loopbruggen. Controleer of overhangende objecten hoog genoeg zijn zodat deze de machine, de spuitbomen en uw hoofd niet raken.

  • Als u de motor start:

    • Neem plaats op de bestuurdersstoel en stel de parkeerrem in werking.

    • Als uw machine over een aftakas of een gashendel beschikt, schakel dan de aftakas uit en zet de gashendel in de UIT-stand.

    • Zet de schakelhendel in de neutraalstand en trap het koppelingspedaal in.

    • Raak het gaspedaal niet aan met uw voet.

    • Draai het sleuteltje van de starterschakelaar naar START.

  • Let goed op als u de machine gebruikt. Als de machine niet veilig wordt gebruikt, kan dit leiden tot een ongeluk, omkantelen van de machine en ernstig lichamelijk of dodelijk letsel. Rij voorzichtig. U kunt op de volgende manieren voorkomen dat het voertuig omkantelt of dat u de controle over het voertuig verliest:

    • Ga zeer voorzichtig te werk, verminder uw snelheid en blijf op een veilige afstand van sand traps, greppels, sloten, hellingen en onbekend terrein of andere gevaren.

    • Let op kuilen of andere verborgen gevaren.

    • Ga voorzichtig te werk als u op een steile helling werkt. In normale omstandigheden moet u een helling in een rechte lijn op- en afrijden. Verminder de snelheid als u een scherpe bocht maakt of draait op een helling. Draai indien mogelijk nooit op een helling.

    • Wees extra voorzichtig als u de machine gebruikt op een nat oppervlak, bij hogere snelheden of als het zwaar belast is. De stoptijd en de remweg nemen toe als de machine zwaar belast is. Schakel naar een lagere versnelling voordat u een helling op- of afrijdt.

    • Vermijd plotseling stoppen en starten. Zet het voertuig niet van de achteruitstand in de vooruitstand of van de vooruitstand in de achteruitstand voordat het voertuig volledig tot stilstand is gekomen.

    • Verminder uw snelheid voordat u een bocht maakt. Maak geen scherpe bochten en vermijd abrupte manoeuvres andere riskante handelingen tijdens het rijden, waardoor u de controle over het voertuig zou kunnen verliezen.

    • Voordat u achteruitrijdt, moet u achterom kijken om er zeker van te zijn dat er zich niemand achter u bevindt. Rij langzaam achteruit.

    • Let op het verkeer bij het oversteken en in de buurt van de openbare weg. Verleen altijd voorrang aan voetgangers en andere voertuigen. Deze machine is niet bestemd voor gebruik op de openbare weg. Geef altijd aan dat u afslaat, of stop bijtijds zodat anderen weten wat u gaat doen. Houd u aan alle verkeersregels en verkeersvoorschriften.

    • De uitlaat- en elektrische systemen van de machine kunnen vonken veroorzaken waardoor explosief materiaal tot ontbranding kan komen. Gebruik de machine nooit in een omgeving waar zich stof of dampen in de lucht bevinden die kunnen exploderen.

    • Laat bij het leeglopen van de tank niemand achter de machine staan en laat geen vloeistof op iemands voeten lopen.

    • Als u niet zeker weet of u de machine veilig kunt gebruiken, moet u het werk staken en de bedrijfsleiding om advies vragen.

  • Raak de motor of de geluiddemper niet aan als de motor loopt of direct nadat u deze heeft afgezet. Deze kunnen heet zijn en brandwonden veroorzaken.

  • Als de machine abnormaal trilt, moet u onmiddellijk stoppen, wachten tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en de machine op beschadigingen controleren. Repareer alle schade voordat u de machine weer in gebruik neemt.

  • Voordat u de bestuurdersstoel verlaat:

    1. Zet de machine af.

    2. Haal uw voet van het tractiepedaal en stel de parkeerrem in werking.

    3. Draai het sleuteltje van de starterschakelaar naar UIT.

    4. Verwijder het sleuteltje uit de starterschakelaar.

      Important: Parkeer de machine nooit op een helling.

  • Bliksem kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Als u bliksem ziet of donder hoort in het gebied, gebruik de machine dan niet; ga schuilen.

Remmen

  • Verminder uw snelheid als u een obstakel nadert. Dit geeft u extra tijd om te stoppen of te draaien. Als u een obstakel raakt, kunnen de machine en de lading worden beschadigd. En wat belangrijker is, u en uw passagier kunnen letsel oplopen.

  • Het maximaal toelaatbare totaalgewicht van een voertuig heeft een belangrijke invloed op uw vermogen de machine tot stilstand te brengen en/of te draaien. Bij een zware lading en zware werktuigen wordt het moeilijker de machine tot stilstand te brengen of te draaien. Hoe zwaarder de lading, des te meer tijd het kost de machine tot stilstand te brengen.

  • Het gras en het wegdek zijn glad als deze nat zijn. De stoptijd op een nat oppervlak kan 2 tot 4 maal langer zijn dan op een droog oppervlak. Als u door staand water rijdt dat diep genoeg is om de remmen nat te laten worden, zullen zij pas goed functioneren als zij weer droog zijn. Nadat u door water hebt gereden, moet u de remmen testen om er zeker van te zijn, dat zij naar behoren functioneren. Als dat niet het geval is, moet u langzaam rijden, terwijl u lichte druk uitoefent op het rempedaal. Hierdoor drogen de remmen.

Gebruik op hellingen of oneffen terrein

Waarschuwing

Onverwachte veranderingen in het terrein kunnen leiden tot abrupte bewegingen van het stuurwiel die letsel aan handen en armen kunnen veroorzaken.

  • Verminder uw snelheid als u op oneffen terrein en vlak langs wegranden rijdt.

  • Houd het stuurwiel losjes aan de rand vast. Houd uw handen niet op de spaken van het stuurwiel.

Als u de machine op een helling gebruikt, bestaat de kans dat ze omslaat of gaat rollen. Ook bestaat de kans dat de motor afslaat of dat de machine op een helling vaart verliest. Hierdoor kan lichamelijk letsel ontstaan.

  • Geef niet te snel gas en trap niet abrupt op het rempedaal als u achteruit een helling afrijdt, zeker niet als u een lading vervoert.

  • Rij nooit dwars over een steile helling; u moet deze helling altijd in een rechte lijn op- of afrijden of er omheen gaan.

  • Als de motor afslaat of als de machine vaart begint te verliezen terwijl u een helling oprijdt, moet u voorzichtig het rempedaal indrukken en de helling langzaam achterwaarts in een rechte lijn afrijden.

  • Draaien als u een helling op- of afrijdt, kan gevaarlijk zijn. Als u moet draaien op een helling, dient u dit langzaam en voorzichtig te doen. Maak nooit een scherpe of snelle bocht op een helling.

  • Een zware lading heeft invloed op de stabiliteit van het voertuig. Verminder het gewicht van de lading en neem gas terug als u op een helling rijdt.

  • Stop niet op een helling, zeker niet als u een lading vervoert. Stoppen tijdens de afdaling van een helling kost meer tijd dan op vlak terrein. Als u de machine tot stilstand moet brengen, mag u de snelheid niet te abrupt verminderen, omdat dan de kans bestaat dat de machine omslaat of gaat rollen. Trap niet te abrupt op het rempedaal als u achterwaarts rolt, omdat de machine dan kan omslaan.

  • Let goed op dat er voldoende ruimte boven de machine is (denk aan takken, deuropeningen, elektrische kabels) voordat u onder een object door rijdt en zorg ervoor dat u dit niet raakt.

  • Verwijder de rolbeugel (ROPS) niet

  • Neem gas terug en verminder de lading als u moet rijden op oneffen terrein en vlak langs wegranden, kuilen en andere onverwachte veranderingen in het terrein. De lading kan gaan schuiven waardoor de machine haar stabiliteit verliest.

De machine beladen

Het gewicht van de lading kan verandering brengen in het zwaartepunt van de Workman en de wijze waarop u de machine moet gebruiken. Om te voorkómen dat u de controle over de machine verliest waardoor lichamelijk letsel kan ontstaan, moet u de volgende richtlijnen in acht nemen:

  • Verminder het gewicht van de lading als u op een helling of oneffen terrein rijdt om te voorkomen dat het voertuig omkantelt of omslaat.

  • Denk erom dat vloeibare lading kan gaan schommelen. Dit gebeurt meestal als u draait, een helling op- of afrijdt, plotseling uw snelheid wijzigt of als u over oneffen terrein rijdt. Als de lading gaat schuiven, kan het voertuig omslaan.

  • Als u een zware lading vervoert, moet u de snelheid verminderen en ervoor zorgen dat de remweg lang genoeg is. Trap niet abrupt op het rempedaal. Wees extra voorzichtig op hellingen.

  • Wees erop bedacht dat een zware lading de remweg verlengt en de mogelijkheid vermindert om snel te draaien zonder om te slaan.

Onderhoud

  • De machine mag uitsluitend worden onderhouden, gerepareerd, afgesteld en geïnspecteerd door vakbekwame en erkende technici.

  • Voordat u onderhoudswerkzaamheden aan de machine verricht deze afstelt, moet u de machine op een horizontaal oppervlak parkeren, de parkeerrem in werking stellen, de motor afzetten en het sleuteltje verwijderen om te voorkomen dat iemand de motor per ongeluk start.

  • Leeg de tank voordat u het spuitsysteem kantelt of van het voertuig verwijdert en voordat het systeem wordt gestald.

  • Werk nooit onder de machine zonder de steunstang onder de tank.

  • Zorg ervoor dat alle aansluitstukken van de hydraulische leidingen vastzitten en alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren voordat u druk zet op het hydraulische systeem.

  • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekken waaruit hydraulische vloeistof onder hoge druk ontsnapt. U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier. Doe dit niet met uw handen.

    Gevaar

    Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan voldoende kracht hebben om door de huid heen te dringen, en letsel veroorzaken.

    Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat anders gangreen kan ontstaan.

  • Voordat u het hydraulische systeem loskoppelt of werkzaamheden daaraan te verricht, moet u alle druk in het systeem opheffen door de motor af te zetten, de stortklep van ophalen naar neerlaten te draaien en/of de tank en werktuigen neer te laten. Als de tank in de opgehaalde stand moet blijven, dient u deze vast te zetten met de beveiliging.

  • Om het voertuig in goede conditie te houden, moet u ervoor zorgen dat alle moeren, bouten en schroeven goed zijn vastgedraaid.

  • Om het risico van brand te verminderen, moet u de omgeving van de motor vrij van overtollig vet, gras, bladeren en aangekoekt vuil houden.

  • Als de motor moet lopen om onderhouds- of afstelwerkzaamheden uit te voeren, moet u uw kleding, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de motor en bewegende delen houden. Houd iedereen op afstand.

  • Voorkom dat de motor het maximaal toelaatbare toerental overschrijdt, doordat de instellingen van de motor zijn veranderd. Het maximale motortoerental is 3650 tpm. Ten behoeve van de veiligheid en een nauwkeurige afstelling moet u het maximale motortoerental door een erkende Toro distributeur laten controleren met een toerenteller.

  • Indien belangrijke reparaties nodig zijn of hulp is vereist, moet u contact opnemen met een erkende Toro dealer.

  • Om de beste prestaties te verkrijgen en ervoor te zorgen dat de veiligheidscertificaten van de machine blijven gelden, moet u ter vervanging altijd originele onderdelen en accessoires van Toro aanschaffen. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn en de productgarantie kan tenietdoen.

  • Zie de Gebruikershandleiding van uw Workman machine voor aanvullende informatie over het onderhoud.

Veiligheids- en instructiestickers

Graphic

Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers.

decal131-5808
decal120-0616
decal120-0622
decal119-9434
decal104-8904
decal127-6976
decal120-0617
decal125-4052
decal125-8139
decal127-3966
decal127-3936
decal127-3937
decal127-6979
decal127-6981
decal127-6982
decal127-6984
decal130-8294

Montage

Important: Voor de Multi Pro WM gazonspuitmachine moet een rolbeugel met 4 stangen of cabine gemonteerd worden op de Workman.

Note: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.

De aanwezige laadbak verwijderen

Voorzichtig

De volledige laadbak weegt ongeveer 95 kg. U kunt gewond raken als u de laadbak zonder hulp probeert te verwijderen.

  • Probeer de laadbak niet in uw eentje te monteren of te verwijderen.

  • Laat 2 of 3 mensen u helpen of gebruik een kraan.

  1. Zet de machine op een horizontaal vlak, stel de parkeerrem in werking en zet de motor af.

  2. Zet de hydraulische hefhendel naar voren en laat de laadbak zakken tot de gaffelpennen van de hefcilinders aan de kant van de cilinderstang loszitten in de montagesleuven van de montageplaten van de laadbak.

  3. Zet de hydraulische hefhendel vrij, schakel de vergrendeling van het hydraulische hefsysteem in en zet de motor uit; raadpleeg de Gebruikershandleiding van uw machine.

  4. Verwijder de lynchpennen van de uiteinden van de gaffelpennen van de cilinderstang (Figuur 3).

    g002368
  5. Verwijder de gaffelpennen waarmee de uiteinden van de cilinderstang bevestigd zijn aan de montageplaten van de laadbak; druk hierbij de pennen naar de middellijn van de machine (Figuur 3).

  6. Verwijder de lynchpennen en gaffelpennen waarmee de draaibeugels van de laadbak bevestigd zijn aan de framekanalen van de machine (Figuur 4).

    g002369
  7. Hef de laadbak van het voertuig.

  8. Sla de hefcilinders op in de opslagklemmen.

De montage van het tankframe voorbereiden

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Achteraftakas, Workman-voertuig voor zwaar gebruik (modellen uit de HD-serie met manuele transmissie)1
Egalisatieset voor Multi Pro WM gazonspuitmachine, Workman multifunctioneel voertuig met manuele transmissie (modellen uit de HD-serie met manuele transmissie)1
Egalisatieset voor Multi Pro WM gazonspuitmachine, Workman multifunctioneel voertuig met manuele transmissie (modellen uit de HD-serie met manuele transmissie)1
Egalisatieset voor Multi Pro WM gazonspuitmachine, Workman multifunctioneel voertuig met automatische transmissie (model HDX-Auto)1

De achteraftakas monteren op Workman-voertuigen voor zwaar gebruik (modellen uit de HD-serie met manuele transmissie)

Voor Workman-modellen uit de HD- en HDX-serie met een manuele transmissie dient u de volledige montageprocedure van de achteraftakas voor Workman-voertuigen voor zwaar gebruik uit te voeren; raadpleeg de Montage-instructies van de achteraftakas voor Workman-voertuigen voor zwaar gebruik.

Set voor een hydraulisch systeem met hoge stroming voor Workman HDX multifunctioneel voertuig met automatische transmissie (Niet-TC model HDX-Auto)

Voer de volledige montageprocedure van de set voor een hydraulisch systeem met hoge stroming voor Workman HDX multifunctionele voertuigen met automatische transmissie uit; raadpleeg de Montage-instructies van de set voor een hydraulisch systeem met hoge stroming, Workman HDX multifunctioneel voertuig met automatische transmissie.

Het frame van de sproeier optillen

Gebruik een hefwerktuig met een hefvermogen van 408 kg om het tankframe van de verzendkist te tillen. Bevestig het werktuig aan de hefpunten (2 vooraan en 2 achteraan) (Figuur 5).

Note: Zorg dat het tankframe hoog genoeg getild is om de krikken te plaatsen.

g023738

Egalisatieset voor Multi Pro Workman gazonspuitmachine (modellen uit de HD-serie met manuele transmissie)

Voor Workman-modellen uit de HD- en HDX-serie met een manuele transmissie dient u de stappen van de Multi Pro WM gazonspuitmachine-egalisatieset voor Workman-voertuigen met manuele transmissie uit te voeren; raadpleeg de Montage-instructies van de egalisatieset voor de Multi Pro WM gazonspuitmachine, Workman multifunctioneel voertuig met manuele transmissie.

Egalisatieset voor Multi Pro Workman gazonspuitmachine (model HDX-Auto)

Voor Workman-modellen uit de HDX-serie met automatische transmissie dient u de stappen van de Multi Pro WM gazonspuitmachine-egalisatieset voor Workman multifunctionele voertuigen met automatische transmissie uit te voeren; raadpleeg de Montage-instructies van de egalisatieset voor de Multi Pro WM gazonspuitmachine, Workman multifunctioneel voertuig met automatische transmissie.

De bevestigingsbeugels voor het tankframe monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Bevestigingsbeugels 2
  1. Verwijder de 2 achterste flenskopbouten en 2 flensborgmoeren waarmee de steunbeugel voor de motorbuis bevestigd is aan het frame van de machine (Figuur 6).

    Note: Bewaar de bevestigingen voor toekomstig gebruik.

    g028410
  2. Draai de hefcilinder zodat er ruimte is voor de montage van de bevestigingsbeugel voor het tankframe (Figuur 6).

  3. Monteer de bevestigingsbeugels op de steunbeugel en het frame; gebruik hierbij de 2 flenskopbouten en de flensborgmoer die u verwijderd hebt in stap 1 (Figuur 7).

    g028421
  4. Draai de bouten en moeren aan met 91 tot 113 N·m.

  5. Herhaal stap 1 en 4 aan de andere kant van de machine.

Het tankframe monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Tank en tankframe1
Gaffelpennen2
Borgpen2
R-pennen2
Lynchpennen4
Bout (½" x 1½")2
Moeren (½")2

Gevaar

Bij het omgaan met de spuittankconstructie moet u rekening houden met een risico op opgeslagen energie. Als de constructie niet goed is vastgezet bij het monteren of verwijderen, waardoor u of anderen letsel kunnen oplopen.

Gebruik altijd riemen en een hefinrichting om de spuittankconstructie te ondersteunen tijdens monteren, verwijderen en onderhoudswerkzaamheden waarbij u bevestigingsmateriaal verwijdert.

  1. Gebruik een hefinstallatie om het tankframe (Figuur 8) op te tillen en plaats deze op het frame van de machine met de pomp en de kleppen naar achteren gericht.

    Note: Vraag iemand om u te helpen bij de volgende stappen.

    g023738
  2. Laat het tankframe langzaam op het frame van de machine zakken.

  3. Schuif de hefcilinders uit tot de beugels van het tankframe, en lijn de cilinderfittings uit met de openingen in de beugels van het tankframe (Figuur 9).

    g022353
  4. Bevestig het tankframe aan beide zijden van de machine aan de hefcilinders met de gaffelpennen en de R-pennen.

  5. Houd de openingen in de scharnierende lippen aan de achterkant van het tankframe recht voor de openingen in de draaibuis van de laadbak aan het uiteinde van het machineframe (Figuur 10).

    g022354
  6. Monteer een borgpen en 2 lynchpennen aan de scharnierende lip om het tankframe te bevestigen aan het frame van de machine (Figuur 10).

  7. Schuif de hefcilinders naar buiten om de tank omhoog te brengen en het gewicht ervan te ondersteunen.

    Note: Maak de tank los van het hefwerktuig.

  8. Verwijder de laadbakbeveiliging van de opberghaken op de achterkant van het paneel van de rolbeugel (Figuur 11).

    g002397
  9. Druk de laadbakbeveiliging op de cilinderstang, waarbij u ervoor moet zorgen dat de beide uiteinden van de laadbakbeveiliging rusten op het uiteinde van de cilinderbus en het uiteinde van de cilinderstang (Figuur 12).

    g009164

Het aftapventiel monteren

  1. Verwijder de kabelbinder waarmee het aftapventiel en de slang van de spuittank aan het kanaal van de steun zijn bevestigd (Figuur 13).

    g213728
  2. Zet het aftapventiel en de slang aan de buitenkant van het kanaal van de steun (Figuur 14A).

    g213726
  3. Verwijder de 2 flenskopbouten (5/16" x ⅝") uit de behuizing van het aftapventiel (Figuur 14).

  4. Bevestig het aftapventiel aan de beugel van het aftapventiel (Figuur 14B); gebruik de 2 flenskopbouten (5/16" x ⅝") die u verwijderd hebt in stap 3.

  5. Draai 2 flenskopbouten met de hand vast (Figuur 14B).

De accu afkoppelen

Waarschuwing

Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de spuitmachine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken.

Maak altijd eerst de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt.

Waarschuwing

Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen van de machine, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken.

  • Zorg ervoor dat bij het verwijderen of installeren van de accu de accupolen niet in aanraking komen met metalen onderdelen van de machine.

  • Voorkom dat metalen gereedschappen kortsluiting veroorzaken tussen de accupolen en metalen onderdelen van de machine.

  1. Knijp de zijkanten van het accudeksel samen om de lipjes uit de gleuven in de accubasis te nemen en verwijder het accudeksel van de accubasis (Figuur 15).

    g028456
  2. Schuif het deksel naar achteren en koppel de minpool van de accu (Figuur 15).

  3. Koppel de pluspool los van de accu (Figuur 15).

De kabelboom van de snelheidssensor aansluiten

De kabelboom van de snelheidssensor aansluiten (modellen uit de HD-serie met manuele transmissie)

  1. Zoek aan de sproeierkabelboom de aansluiting met 3 contacten van de snelheidssensor en de stekker met 3 pinnen van het voertuigcircuit.

  2. Aan de transaxle van de machine sluit u de stekker met 3 pinnen van de machinekabelboom voor de snelheidssensor aan op de aansluiting met 3 contacten van de spuitmachinekabelboom voor de snelheidssensor (Figuur 16).

    g024088
  3. Sluit de voertuigstekker met 3 pinnen van de spuitmachinekabelboom aan op de aansluiting met 3 contacten van de kabelboom van de machine.

De kabelboom van de snelheidssensor aansluiten (model HDX-Auto)

  1. Zoek aan de sproeierkabelboom de aansluiting met 3 contacten van de snelheidssensor (Figuur 17).

    g028436
  2. Sluit de stekker met 3 pinnen van de machinekabelboom voor de snelheidssensor aan op de aansluiting met 3 contacten van de spuitmachinekabelboom voor de snelheidssensor (Figuur 17).

De sproeierpomp aankoppelen.

  • Voor modellen uit de HD-serie met manuele transmissie koppelt u de aftakas aan op de transaxle; raadpleeg de Montage-instructies van de egalisatieset voor de Multi Pro WM gazonspuitmachine, Workman multifunctioneel voertuig met manuele transmissie.

  • Voor HDX-Auto-modellen koppelt u de hydraulische motorslangen aan op de snelkoppelingen van het paneel voor hoge hydraulische stroming; raadpleeg de Montage-instructies van de egalisatieset voor de Multi Pro WM gazonspuitmachine, Workman multifunctioneel voertuig met automatische transmissie.

Het bedieningspaneel op de machine monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Montagebeugel voor paneel1
Flensborgmoer (5/16")3
Flenskopbout (5/16")3
Plastic lagerbus2
Bedieningspaneel1
Borgpen1
Handknop1

Montagebeugel voor paneel bevestigen

Note: Op sommige Workman-voertuigen wordt de bevestigingsplaat van het bedieningspaneel op het dashboard gemonteerd op de plaats waar de beugel voor de optionele gashendel is gemonteerd. Als de gashendelset is gemonteerd, moet u de beugel van de gashendel van het dashboard verwijderen, de bevestigingsplaat van de bedieningskast uitlijnen met het dashboard, en de gashendelbeugel bovenop de bevestigingsplaat monteren. Raadpleeg de Montage-instructies van de gashendelset om na te gaan hoe u de gashendel dient te verwijderen en te monteren.

  1. Verwijder de 3 bouten en 3 moeren waarmee het dashboard onderaan in het midden bevestigd is aan de bevestigingsbeugel van het dashboard (Figuur 18).

    Note: Op sommige oudere Workman-modellen worden 4 bouten en flensmoeren gebruikt.

    Note: Gooi de bouten en moeren weg.

    g028408
  2. Lijn de gaten in de montagebeugel voor het bedieningspaneel uit met de gaten die u geboord hebt in het dashboard en de steunbeugel (Figuur 18).

  3. Bevestig de montagebeugel, het dashboard en de steunbeugel met de 3 flenskopbouten (5/16" x 1") en 3 flensborgmoeren (5/16").

  4. Draai de bouten en moeren vast (Figuur 18).

  5. Steek de 2 plastic lagerbussen in de montagebeugel (Figuur 18).

Het bedieningspaneel op de machine monteren

  1. Verwijder de R-pen waarmee de draaipen van het bedieningspaneel bevestigd is aan de opberghaak op de sproeiertank.

  2. Monteer het bedieningspaneel op de montagebeugel en bevestig het bedieningspaneel met de borgpen (Figuur 19).

    Note: Zorg dat de borgpen over de draaipen gedraaid is zodat de borgpen stevig vastzit.

    g033521
  3. Monteer de handknop en draai deze vast om te voorkomen dat het paneel draait tijdens de bediening (Figuur 19).

De elektriciteitskabels voor de spuitmachine monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

J-clips 3
Bout (¼" x ¾")1
Flensmoer (¼")1

De achterste kabelboom van de spuitmachine naar het bedieningspaneel leiden

  1. Bevestig 2 J-clips met de aanwezige schroeven aan het middelste bedieningspaneel op de plaatsen die aangegeven zijn in Figuur 20 of Figuur 21.

    g002507
    g028443
  2. Monteer een J-clip achter de bestuurdersstoel (Figuur 22) met behulp van een bout (¼" x ½") en een flensmoer (¼") .

    g024089
  3. Bevestig de kabelboom van het bedieningspaneel aan het bedieningspaneel en de kap van de rolbeugel met behulp van J-clips (Figuur 22).

De achterste kabelboom aansluiten op de voorste kabelboom bij het bedieningspaneel

  1. Lijn de 2 sleuven van de stekker met 38 pinnen van de achterste kabelboom voor de spuitmachine uit met de 2 groeven in de connector met 38 contacten van de voorste kabelboom die aan het bedieningspaneel bevestigd is (Figuur 23).

    g033524
  2. Sluit de connector van de achterste kabelboom aan op die van de voorste kabelboom; zorg dat de vergrendelingen van de connectors in elkaar klikken (Figuur 23).

De zekeringenhouder van de spuitmachine monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Zekeringsticker (127-3966)1
  1. Leid bij het bedieningspaneel van de spuitmachine de aftakking van de voorste kabelboom met de zekeringhouders tussen de onderkant van het dashboard en de dwarsbuis van het machinechassis, en omlaag naar de voorzijde van de zekeringhouder van de machine (Figuur 24).

    g033528
  2. Zoek de niet-geïsoleerde aansluiting aan het uiteinde van de vrije, gele stroomdraad van de zekeringhouder voor de machine, en de geïsoleerde platte aansluiting aan het uiteinde van de gele stroomdraad voor opties van de zekeringhouder van de bedrading van de spuitmachine (Figuur 25).

    g033529
  3. Verbind de niet-geïsoleerde aansluiting van de zekeringhouder voor de machine met de geïsoleerde platte aansluiting van de zekeringhouder van de spuitmachine (Figuur 25).

  4. Lijn de T-fittings van de zekeringhouder van de spuitmachine uit met de T-sleuven van de zekeringhouder voor de machine en schuif de zekeringhouder van de spuitmachine in de sleuven tot de zekeringhouder niet verder kan (Figuur 26).

    g028445
  5. Breng de zekeringsticker aan in de buurt van de zekeringhouder van de spuitmachine.

De kabelboom van de spuitmachine verbinden met de accu

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Bout van accupool2
Klemmoer2
Kapje – breed (accupool – rood)1

De pluspool van de accu voorbereiden

Waarschuwing

Als accukabels verkeerd worden geleid, kan dit schade aan de spuitmachine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, waardoor lichamelijk letsel kan ontstaan.

Sluit altijd de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit.

  1. Verwijder de moeren en T-bouten aan de klemmen van de plus- en minkabel van de accu (Figuur 27).

    Note: U hebt de moeren en T-bouten niet meer nodig.

    g033559
  2. Verwijder het smalle kapje van de plus-kabel van de accu (Figuur 28).

    Note: U hebt het smalle accukapje niet meer nodig.

    g033568
  3. Breng het brede accukapje aan op de plus-kabel van de accu; zie Figuur 28.

    Note: Schuif het kapje zo ver over de kabels dat u bij de accuklem kunt.

  4. Lijn het ringcontact van de zekeringdraad (kabelboom van spuitmachine) uit door het brede accukapje; zie Figuur 29.

    g033560
  5. Monteer losjes een bout en klemmoer op de klem van de plus- en min-kabel (Figuur 30).

    g033558
  6. Bevestig het ringcontact van de zekeringdraad (kabelboom van spuitmachine) aan de bout van de accupool die u met een klemmoer op de pluskabel hebt bevestigd (Figuur 31).

    g033561
  7. Bevestig de ringaansluiting van de min-kabel (zwart – kabelboom van spuitmachine) aan de bout van de accupool die u met een klemmoer op de min-kabel hebt bevestigd (Figuur 31).

  8. Monteer de plus-kabel van de accu op de pluspool van de accu en draai de klemmoer met de hand vast (Figuur 32).

    g033567
  9. Monteer de minkabel van de accu op de minpool van de accu en draai de klemmoer met de hand vast.

  10. Knijp de zijkanten van het accudeksel samen, lijn de lipjes van het deksel uit met de gleuven in de accubasis en laat het accudeksel los (Figuur 33).

    g033557

Het tankframe laten zakken

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Bout (½" x 1½")2
Borgmoer (½")2
  1. Start de machine en til het tankframe een beetje van de grond met de hefcilinders.

  2. Verwijder de laadbakbeveiliging van de hefcilinder en plaats de beveiliging in de opberghaken aan de achterzijde van het paneel van de rolbeugel (Figuur 34 en Figuur 35).

    g033569
    g002397
  3. Gebruik hefcilinders om de tank langzaam op het frame te laten zakken.

    Note: Laat een andere persoon het tankframe in de gaten houden terwijl het zakt. Controleer op slangen en draden die gekneld of geplooid kunnen worden.

  4. Controleer of het tankframe recht op het frame van de machine staat.

  5. Verwijder de inspectieluiken aan weerszijden van het tankframe (Figuur 36).

    g022355
  6. Controleer of de slangen en bedrading die u kunt zien door de opening in het tankframe bekneld of geknikt zijn.

    Important: Als er slangen of kabels op het tankframe bekneld of geknikt zijn, moet u het tankframe optillen, de positie veranderen en de betreffende slangen of kabels weer vastzetten.

  7. Plaats de voorste bevestigingsbeugels op een lijn met de bevestigingsbeugels die u eerder hebt gemonteerd in De bevestigingsbeugels voor het tankframe monteren.

  8. Maak de bevestigingsbeugel van het tankframe aan beide kanten van de machine vast aan de laadbakbeugel op het frame; gebruik hierbij een bout (½" x 1½") en een borgmoer (½") zoals wordt getoond in Figuur 36.

  9. Haal de bout en borgmoer aan met 91 tot 113 N·m.

  10. Herhaal stappen 7 tot en met 9 voor de andere kant van het tankframe en de machine.

De middelste spuitboom monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Middelste spuitboom1
Bout (⅜" x 1")10
Flensborgmoer (⅜")10
Transporthouder van spuitbomen2
Bout (½" x 1¼")4
Flensmoer (½")4

Monteren van de transporthouders van de spuitbomen

  1. Bevestig een hefwerktuig aan de middelste spuitboom en neem deze uit de verzendkist.

  2. Plaats de transporthouders van de spuitbomen op een lijn met de middelste spuitboom (Figuur 37).

    g028458
  3. Bevestig de houders aan de spuitboom (Figuur 37 en Figuur 38); gebruik hierbij 6 bouten (⅜" x 1") en 6 flensborgmoeren (⅜").

    g028459
  4. Haal de bouten en moeren aan met 37 tot 45 N·m.

De middelste spuitboom op het tankframe monteren

  1. Schakel de machine in, verwijder de laadbakbeveiliging van de hefcilinder en berg de beveiliging op, laat het tankframe zakken, schakel de machine uit en haal het sleuteltje uit de startschakelaar.

  2. Lijn het onderste gat in de montagebeugels van de middelste spuitboom uit met het op twee na onderste gat in de spuitboomdragers van het tankframe van de spuitmachine; zie Figuur 39.

    Note: Zet indien nodig de spuitboomdragers los en stel deze af op basis van de middelste spuitboom om de openingen beter uit te lijnen. Haal de bouten en moeren aan met 67 tot 83 N·m.

    g028460
  3. Monteer de middelste spuitboom aan het tankframe van de spuitmachine; gebruik hierbij 4 bouten (½" x 1¼") en 4 borgmoeren (½").

  4. Haal de bouten en moeren aan met 67 tot 83 N·m.

De slangen en kabels voor de hefklep van de spuitboom aankoppelen.

  • Voor modellen uit de HD-serie met manuele transmissie raadpleegt u de montage-instructies van de egalisatieset voor de Multi Pro WM gazonspuitmachine, Workman multifunctioneel voertuig met manuele transmissie.

  • Voor het model HDX-Auto raadpleegt u de montage-instructies van de egalisatieset voor de Multi Pro WM gazonspuitmachine, Workman multifunctioneel voertuig met automatische transmissie.

De linker- en rechterspuitboom monteren.

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Linkerspuitboom1
Rechterspuitboom1
Flenskopbouten (⅜" x 1¼")8
Steunplaten8
Flensborgmoeren (⅜")8
Gaffelpen2
R-pen2

De spuitbomen wegen elk ongeveer 14 kg).

  1. Verwijder de 4 flenskopbouten (⅜" x 1¼"), 4 steunplaten en 4 flensborgmoeren (⅜") van de scharnierbeugel van de middelste spuitboom.

  2. Draai de draaibeugels aan de uiteinden van de middelste spuitboom zodat de beugels verticaal uitgelijnd zijn (Figuur 40).

    g028737
  3. Til de buitenste spuitboomen op en lijn de gaten in de driehoekige bevestigingsplaat aan het uiteinde van de buitenste spuitboom uit met de gaten in de draaibeugel.

    Note: Zorg ervoor dat de spuitdoppenhouders naar achteren wijzen.

  4. Monteer de scharnierplaat op de driehoekige plaat met de 4 flenskopbouten, 4 steunplaten en 4 flensborgmoeren (Figuur 40) die u verwijderd hebt in stap 1.

  5. Haal de bouten en moeren aan met 37 tot 45 N·m.

  6. Lijn het stanguiteinde van de hefcilinder van de spuitboom uit met de gaten in het montagepunt van de draaibeugel (Figuur 40).

    g028738
  7. Bevestig het stanguiteinde aan de draaibeugel; gebruik hierbij een gaffelpen en een R-pen (Figuur 40).

  8. Herhaal stap 1 tot 5 aan de andere kant van de middelste spuitboom met de tegenoverliggende spuitboom.

    Note: Voordat u deze procedure voltooit, dient u ervoor te zorgen dat de spuitdoppenhouders naar achteren wijzen.

De spuitboomslangen monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Slangklemmen3
R-klem 2
Borstbout2
Ring2
Moer2

De slangen van de linker- en rechterspuitboom monteren.

  1. Leid de slangen van de spuitboomgedeelten zoals wordt getoond in Figuur 42 en Figuur 43.

    g028468
    g213727
  2. Bevestig de spuitboomslangen aan de voorzijde van de middelste spuitboom (Figuur 42 en Figuur 43); gebruik hierbij 1 R-klem, 1 borstbout (5/16" x 1"), 1 borgmoer (5/16") en 1 ring (5/16").

  3. Breng de slang van de spuitboom aan over de geribde T-fitting en zet de slang vast met een slangklem (Figuur 42 en Figuur 43).

    Note: Breng een laagje vloeibare zeep aan op de slangribbel van de T-fitting om de slang gemakkelijker te kunnen monteren.

  4. Herhaal stap 1 tot en met 3 voor de slang naar de spuitboom aan de andere zijde van de spuitmachine.

De slang van de middelste spuitboom monteren

  1. Leid de slang van de middelste spuitboom zoals wordt getoond in Figuur 44.

    g028471
  2. Breng de slang van de spuitboom aan over de geribde T-fitting van de middelste spuitboom en zet de slang vast met een slangklem (Figuur 44).

    Note: Breng een laagje vloeibare zeep aan op de slangribbel van de T-fitting om de slang gemakkelijker te kunnen monteren.

De spuitdoppen monteren

De spuitdoppen waarmee u chemische stoffen spuit, zijn verschillend, afhankelijk van de benodigde gebruiksdosis; daarom worden de spuitdoppen niet geleverd bij de machine. Om de goede spuitdoppen te verkrijgen, dient u contact op te nemen met een erkende Toro verdeler en deze de volgende informatie te verschaffen:

  • De aanbevolen gebruiksdosis in liter per hectare, Amerikaanse gallons per acre of Amerikaanse gallons per 1000 vierkante voet.

  • De beoogde rijsnelheid van de machine in kilometers per uur of mijl per uur.

  1. Schroef of steek de spuitdop met een pakking in de aansluiting voor de spuitdop.

  2. Schuif de aansluiting van de spuitdop op een fitting op een spuitdoppenhouder.

  3. Draai de spuitdop rechtsom totdat de nokken op de aansluiting vastklikken.

  4. Controleer of de opening van de spuitdop.

Zie de Montage-instructies van de spuitdoppen voor meer informatie.

De watertank plaatsen

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Watertank1
90° knie (¾" NPT)1
90° tapkraan1
Bevestigingsplaat van de watertank1
Montageband4
Flenskopbout (5/16" x ⅝")4
Flensborgmoer (5/16")10
Steunbuis (watertank)1
Contramoer (5/16")1
Bout (5/16" x 1")1
Borstbout (½" x 1-15/16")2
Bout (5/16" x 2¼")2
Ring (5/16")2

De montagebeugel monteren op de watertank

  1. Monteer de watertank op de beugel van de watertank; gebruik hierbij de 2 montagebanden, 4 flenskopbouten (5/16" x ⅝") en 4 flensborgmoeren (5/16") zoals afgebeeld op Figuur 45.

    Note: Zorg dat de knie en de tapkraan aan dezelfde zijde van de tank zitten als de sticker van de watertank.

    g033570
  2. Haal de bouten en moeren aan met 20 tot 25 N·m.

De steunbuis van de tank monteren

  1. Lijn de steunbuis van de watertank uit met het steunkanaal van de tank (Figuur 46).

    g033572
  2. Lijn de openingen in de steunbuis uit met de openingen in het kanaal (Figuur 46).

  3. Bevestig de buis aan het kanaal (Figuur 46) met de 2 borstbouten (½" x 1-15/16") en 2 flensborgmoeren (5/16").

  4. Haal de bouten en moeren aan met 20 tot 25 N·m.

  5. Schroef de contramoer (5/16") in de bout (5/16" x 1"); zie Figuur 46.

  6. Schroef de bout (5/16" x 1") en de contramoer in de lasmoer onderaan het steunkanaal van de tank, en draai de bout en de contramoer handmatig aan (Figuur 46).

De tank plaatsen

Note: Voor de Multi Pro WM gazonspuitmachine moet een rolbeugel met 4 stangen of cabine gemonteerd worden op de Workman.

  1. Monteer de watertank en de beugel op de steunbuis; gebruik hierbij de 2 bouten (5/16" x 2¼") en 2 flensborgmoeren (5/16") zoals afgebeeld op Figuur 47.

    g033573
  2. Haal de bouten en moeren aan met 20 tot 25 N·m.

De anti-overloopaansluiting monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Anti-overloopaansluiting1
Flenskopbout (5/16" x ¾")1

Plaats het aansluitpunt op de schroefdraadopening in de tank (Figuur 48) en zet de aansluiting vast met een flenskopbout (5/16" x ¾").

g208978

De veren van het spuitboomscharnier controleren

Important: Als het spuitsysteem wordt gebruikt terwijl de veren van het spuitboomscharnier de verkeerde compressie hebben, kan de spuitboom schade oplopen. Meet de veren en draai indien nodig de contramoer aan om de veren samen te drukken tot 4 cm.

De spuitmachine wordt geleverd met de verlengstukken van de spuitbomen naar voren geklapt, om de machine gemakkelijk te kunnen verpakken. De veren zijn in de fabriek niet helemaal vastgezet om de spuitbomen voor vervoer in deze stand te zetten. Voordat de machine in gebruik wordt genomen, moet de compressie van de veren correct worden ingesteld.

  1. U moet indien nodig het verpakkingsmateriaal verwijderen waarmee de rechter en de linker spuitboom tijdens het vervoer zijn vastgezet.

  2. Ondersteun de spuitbomen als zij worden uitgeklapt in de spuitstand.

  3. Meet bij het spuitboomscharnier de compressie van de bovenste en de onderste veren als de spuitbomen zijn uitgeklapt (Figuur 49).

    1. Druk alle veren samen tot ze 4 cm lang zijn.

    2. Indien nodig moet u de contramoer aandraaien om de veren samen te drukken tot 4 cm.

    g210326
  4. Herhaal deze procedure voor elke veer op beide spuitboomscharnieren.

  5. Zet de spuitbomen kruiselings over elkaar in de transportstand.

    Note: Zie De transporthouder van de spuitbomen gebruiken voor meer informatie.

De assteunen opslaan (optioneel)

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Voorste assteun2
Achterste assteun2
Borgpen4
Gaffelpen (4½")2
Gaffelpen (3")2
Knop2
  1. Steek de voorste assteunen ondersteboven in het frame bij de voorste bevestigingspunten (Figuur 50).

    g023740
  2. Bevestig de voorste assteunen met 2 gaffelpennen (3") en 2 R-pennen door het middelste gat van de steunen.

  3. Steek de achterste assteunen van onderen naar boven in het frame bij de achterste bevestigingspunten (Figuur 51).

    g023739
  4. Bevestig de achterste assteunen met 4 gaffelpennen (4½") en 2 R-pennen door het laatste gat van de steunen.

Meer informatie over uw product

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Gebruikershandleiding1
Instructiemateriaal voor de gebruiker1
Registratiekaart1
Selectiegids1
Controlelijst voor levering1
  1. Lees de handleidingen.

  2. Bekijk het instructiemateriaal voor de gebruiker.

  3. Gebruik de Selectiegids Spuitdoppen om de juiste spuitdoppen voor uw specifieke toepassing te kiezen.

  4. Bewaar het documentatiemateriaal op een veilige plaats.

Algemeen overzicht van de machine

g028854

InfoCenter lcd-scherm

Het InfoCenter lcd-scherm toont informatie over uw machine en het accupack, zoals de huidige accuspanning, snelheid, diagnostische informatie, enz. (Figuur 52). Ga voor meer informatie naar Het InfoCenter gebruiken.

Hoofdschakelaar van de spuitbomen

Met behulp van de hoofdschakelaar van de spuitbomen kunt u starten of stoppen met spuiten. Druk op de schakelaar om het spuitsysteem in of uit te schakelen (Figuur 52).

Spuitboomschakelaars

De schakelaars van de afzonderlijke spuitbomen bevinden zich aan de onderzijde van het bedieningspaneel (Figuur 52). Zet elke schakelaar omhoog om de corresponderende sproeiers in te schakelen en omlaag om deze uit te schakelen. Als de schakelaar van het spuitboomgedeelte is AANGEZET, brandt er een lampje op de schakelaar. Deze schakelaars kunnen uitsluitend worden gebruikt voor de bediening van het spuitsysteem als de hoofdschakelaar van de spuitbomen is AANGEZET.

Schakelaar voor gebruiksdosis

De schakelaar voor de gebruiksdosis bevindt zich op de linkerzijde van het bedieningspaneel (Figuur 52). U moet de schakelaar omhoog drukken en in die positie blijven houden om de gebruiksdosis te verhogen, of indrukken en ingedrukt houden om de gebruiksdosis te verminderen.

Schakelaars om spuitbomen op te heffen en neer te laten

Met de schakelaars voor de elektrische spuitboomlift kunt u de spuitbomen opheffen en neerlaten (Figuur 52). Er is een schakelaar voor de linker en de rechter spuitboom. U moet de schakelaar omhoog drukken en in die positie blijven houden om de spuitboom op te heffen, of indrukken en ingedrukt houden om de spuitboom te neer te laten.

Schakelaar spuitmodus (model HDX-Auto)

De schakelaar van de spuitmodus dient om te schakelen tussen de volgende spuitfuncties:

  • Gebruik de handmatige modus wanneer u de gebruiksdosis van de spuitmachine handmatig wilt regelen.

  • Gebruik de automatische modus indien u wilt dat de computer de gebruiksdosis bepaalt aan de hand van de instelling die u invoert in het InfoCenter.

g028486

Regelklep voor gebruiksdosis

De regelklep bevindt zich achter de tank (Figuur 54). Met de regelklep bepaalt u de hoeveelheid vloeistof die naar de spuitbomen moet gaan en de retourdosis naar de tank.

g028483

Vloeistofstroommeter

De vloeistofstroommeter meet de doorstroomhoeveelheid van de vloeistof naar de kleppen van de spuitbomen (Figuur 54).

Spuitboomkleppen

Gebruik de kleppen van de spuitbomen om de spuitdruk naar de spuitdoppen in de middelste en de linker- en rechterspuitboom in en uit te schakelen (Figuur 54).

Omloopkleppen spuitbomen

De omloopkleppen van de spuitbomen (Figuur 55 leiden de vloeistofstroom van een spuitboom naar de tank als u de spuitboom uitschakelt. U kunt deze kleppen afstellen om ervoor te zorgen dat de druk van de spuitbomen constant blijft, ongeacht welke spuitbomen zijn ingeschakeld; zie De omloopleiding van de spuitbomen kalibreren.

g028485

Mengdosisklep

Deze klep bevindt zich links achteraan de tank (Figuur 56). Draai de knop op de klep in de 6 uur om de inhoud van de tank te mengen en op 8 uur om te stoppen met mengen.

g033579

Note: Modellen uit de HD-serie met manuele transmissie – Om te mengen, moet u de aftakas en de koppeling inschakelen en de motor hoger dan stationair laten lopen. Als u stopt met sproeien en de inhoud van de tank wilt mengen, moet u de schakelhendel in de NEUTRAALSTAND zetten, de koppeling laten opkomen, de parkeerrem in werking stellen en de gashendel (indien aanwezig) instellen.

Spuitpomp

De spuitpomp bevindt zich aan de achterkant van de machine (Figuur 57).

De bediening van de spuitpomp werkt als volgt:

  • Voor modellen uit de HD serie met manuele transmissie – zet de hendel van de aftakas op het middelste bedieningspaneel van de machine AAN om de pomp in te schakelen; zet de hendel van de aftakas UIT om de pomp te stoppen. Raadpleeg de Gebruikershandleiding van het Workman HDX-Auto werkvoertuig.

  • Voor het HDX-Auto model – Druk de tuimelschakelaar voor het hydraulische systeem met hoge stroming op het dashboardpaneel links van de stuurkolom naar boven in AAN om de spuitpomp in te schakelen (het lampje van de tuimelschakelaar gaat branden). Druk de tuimelschakelaar naar beneden in de stand UIT om de spuitpomp uit te schakelen. Raadpleeg de Montage-instructies van de hydraulische set voor hoge stroming (het lampje van de tuimelschakelaar gaat uit).

g028857

Note: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.

Basisgewicht van spuitsysteem (exclusief gewicht van voertuig)424 kg
Tankinhoud757 l
Totale lengte van machine met standaard spuitsysteem 422 cm
Totale hoogte van machine met standaard spuitsysteem tot de bovenkant van de tank 147 cm
Totale hoogte van machine met standaard spuitsysteem als de spuitbomen kruislings zijn ingeklapt. 234 cm
Totale breedte van machine met standaard spuitsysteem als de spuitbomen kruislings zijn ingeklapt. 175 cm

Gebruiksaanwijzing

Note: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.

Note: Als u het voertuig op een aanhangwagen moet transporteren met de spuitmachine gemonteerd, zorg er dan voor dat de spuitbomen goed vastgebonden zijn.

Veiligheid staat voorop

Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies en -stickers in het hoofdstuk Veilige bediening. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen.

Het InfoCenter gebruiken

Het InfoCenter lcd-scherm toont informatie zoals de bedrijfsmodus, diverse diagnostische informatie en andere gegevens over de machine (Figuur 58). Het InfoCenter heeft een welkomstpagina en een hoofdscherm. U kunt te allen tijde heen en weer gaan tussen de welkomstpagina en het hoofdscherm door om het even welke knop in het InfoCenter te bedienen en dan op de overeenkomstige pijl te drukken.

g020650
  • Linkerknop, knop menu/terug – druk op deze knop om naar de menu's van het InfoCenter te gaan. De knop dient ook om het huidige menu te verlaten.

  • Middelste knop – gebruik deze knop om naar beneden door menu's te bewegen.

  • Knop naar rechts – gebruik deze knop als een pijl aangeeft dat er nog andere opties in het menu zijn.

Note: De knoppen kunnen verschillende functies vervullen afhankelijk van welke functie op dat moment actief is. Het lcd-scherm toont een pictogram boven elke knop dat de huidige functie weergeeft.

Het InfoCenter starten

  1. Breng de sleutel in het contact en draai het naar de stand AAN.

    Note: Het InfoCenter licht op en het startscherm verschijnt (Figuur 59).

    g028527
  2. Na ongeveer 15 seconden verschijnt het hoofdscherm. Druk op de middelste selectieknop om de informatiecontext weer te geven (Figuur 60).

    g028528
    • Druk opnieuw op de middelste selectieknop om naar het hoofdmenu te gaan.

    • Rechter selectieknop: Totale gespoten oppervlakte (Figuur 61A)

    • Rechter selectieknop: Gebruiksdosis (Figuur 61B)

    • Linker selectieknop: Totale gespoten deeloppervlakte (Figuur 61C)

    • Linker selectieknop: Tankvolume (Figuur 61D)

      g029189

Note: Draai de startschakelaar naar de stand START en start de motor: de waarden op het InfoCenter-scherm zijn een weerspiegeling van die van de ingeschakelde machine.

Naar het instellingenmenu gaan

  1. Start het InfoCenter; zieHet InfoCenter starten.

    Note: Het hoofdscherm verschijnt.

  2. Druk op de middelste selectieknop om naar de informatiecontext te gaan.

    Note: Het pictogram van de informatiecontext verschijnt.

  3. Druk op de middelste selectieknop om naar het hoofdmenu te gaan (Figuur 62).

    g028416
  4. Druk op de rechter selectieknop om naar de submenu's met instellingen te gaan.

    Note: Het hoofdmenu verschijnt, met de optie Instellingen geselecteerd.

    Note: Druk op de middelste selectieknop (de knop onder de pijl naar beneden op het scherm) om naar beneden te scrollen.

Meet-eenheden instellen (Amerikaans of metrisch)

  1. Ga naar het instellingenmenu; zie Naar het instellingenmenu gaan.

  2. U kunt de meet-eenheid wijzigen door de rechter selectieknop in te drukken en de weergegeven meet-eenheden te veranderen (Figuur 63).

    • Amerikaans: mph, gallons en acre

    • Oppervlakte: mph, gallons en 1.000 ft2

    • SI (metrisch): km/u, liter, hectare

    Note: Het scherm schakelt tussen Engelse, metrische en gazoneenheden.

    g028519

    Note: Druk op de linker selectieknop om uw selectie te bewaren, het instellingenmenu te verlaten en terug te keren naar het hoofdmenu.

  3. Om de taal van het display te wijzigen, drukt u op de middelste selectieknop (de knop onder de pijl naar beneden op het scherm) en selecteert u Language/Taal (Figuur 63).

  4. Druk op de rechter selectieknop (de knop onder het lijstpictogram op het scherm) om de weergegeven taal op het scherm te markeren (Figuur 63).

    Note: U kunt kiezen uit de volgende talen: Engels, Spaans, Frans, Duits, Portugees, Deens, Nederlands, Fins, Italiaans, Noors en Zweeds.

  5. Druk op de linker selectieknop om uw selectie(s) te bewaren, het instellingenmenu te verlaten en terug te keren naar het hoofdmenu (Figuur 62).

  6. Druk op de linker selectieknop om terug te keren naar het hoofdscherm (Figuur 63).

De achtergrondverlichting en het contrast van het scherm instellen

  1. Ga naar het instellingenmenu; zieNaar het instellingenmenu gaan.

  2. Om de achtergrondverlichting van het scherm te wijzigen, drukt u op de middelste selectieknop (de knop onder de pijl naar beneden op het scherm) en selecteert u de instelling Achtergrondverlichting (Figuur 64).

    g028415
  3. Druk op de rechter selectieknop om de context waarde instellen weer te geven (Figuur 64).

    Note: Een (-)-pictogram wordt weergegeven boven de middelste selectieknop en een (+)-pictogram boven de rechter selectieknop.

  4. U kunt de helderheid van het scherm instellen met de middelste selectieknop en de rechter selectieknop (Figuur 64).

    Note: Wanneer u de helderheidswaarde wijzigt, zal het geselecteerde helderheidsniveau op het scherm veranderen.

  5. Druk op de linker selectieknop (de knop onder het lijstpictogram op het scherm) om uw selectie te bewaren, het menu achtergrondverlichting te verlaten en terug te keren naar het instellingenmenu (Figuur 64).

  6. Om het contrast van het scherm te wijzigen, drukt u op de middelste selectieknop (de knop onder de pijl naar beneden op het scherm) en selecteert u de instelling Contrast (Figuur 64).

  7. Druk op de rechter selectieknop om de context waarde instellen weer te geven (Figuur 64).

    Note: Een (-)-pictogram wordt weergegeven boven de middelste selectieknop en een (+)-pictogram boven de rechter selectieknop.

  8. Druk op de linker selectieknop (de knop onder het lijstpictogram op het scherm) om uw selectie te bewaren, het menu contrast te verlaten en terug te keren naar het instellingenmenu (Figuur 64).

  9. Druk op de linker selectieknop om het instellingenmenu te verlaten en terug te keren naar het hoofdmenu (Figuur 62 en Figuur 64).

  10. Druk op de linker selectieknop om terug te keren naar het hoofdscherm (Figuur 64).

InfoCenter-pictogrammen

Verklaring van pictogrammen

GraphicInformatiepictogram
GraphicVolgende
GraphicVorige
GraphicNaar beneden scrollen
GraphicDruk op
GraphicWijzig de volgende waarde in de lijst
GraphicVerhogen
GraphicVerminderen
GraphicActief scherm
GraphicNiet-actief scherm
GraphicGa naar hoofdscherm
GraphicActief hoofdscherm
GraphicWaarde opslaan
GraphicMenu verlaten
GraphicUrenteller
GraphicCorrecte pincode ingevoerd
GraphicIngevoerde pincode controleren/Verificatie van kalibratie
GraphicHoofdspuitboom aan/Spuitboomsproeier uit
GraphicHoofdspuitboom aan/Spuitboomsproeier aan
GraphicSpuittank vol
GraphicSpuittank halfvol
GraphicTankniveau laag
GraphicSpuittank leeg
Graphic of GraphicGazoneenheden (1000 vierkante voet)
GraphicGespoten gebied
GraphicGespoten volume
GraphicPas tankvolume aan
GraphicHoofdscherm
GraphicActief gebied verwijderen
GraphicAlle gebieden verwijderen
GraphicWijzig cijfer
GraphicSelecteer het volgende gebied voor accumulatie
GraphicGebruiksdosis 1
GraphicGebruiksdosis 2
GraphicGebruiksdosis verhogen

De menu's gebruiken

Om naar de kalibratie-instellingen in het menusysteem van InfoCenter te gaan, drukt u in het hoofdscherm op de menuknop. Zo gaat u terug naar het hoofdmenu. Raadpleeg de volgende tabellen voor een overzicht van de opties die u hebt in de menu's:

Kalibratie
Menu-itemBeschrijving
Test SpeedDit menu bepaalt de testsnelheid voor kalibratie.
Flow CalibrationDit menu kalibreert de vloeistofmeter.
Speed CalibrationDit menu kalibreert de snelheidssensor.

De spuitconfiguratie kiezen

Model HDX-Auto

Tussen manuele modus en automatische modus schakelen

g028518
  • Druk de spuitmodusschakelaar op het bedieningspaneel naar de linkerstand om de gebruiksdosis van de spuitmachine via InfoCenter in te stellen op AUTOMATISCHE MODUS.

    Note: Er verschijnt een pictogram voor de gebruiksdosis op het InfoCenter-scherm.

  • Druk de spuitmodusschakelaar naar rechts om de gebruiksdosis van de spuitmachine in te stellen op MANUELE MODUS.

    Note: Wanneer u van automatische naar manuele modus schakelt, verdwijnt het pictogram voor de gebruiksdosis van het scherm.

Tussen de programma-instellingen van de spuitmachine schakelen

g028507
  • Om gebruiksdosis 1 te selecteren, drukt u op de linker- en middelste knop van het InfoCenter (Figuur 66).

    Note: Het pictogram Graphic verschijnt.

  • Om gebruiksdosis 2 te selecteren, drukt u op de middelste en rechterknop van het InfoCenter (Figuur 66).

    Note: Het pictogram Graphic verschijnt.

  • Om de gebruiksdosis tijdelijk te verhogen, houdt u de 2 buitenste knoppen ingedrukt (Figuur 66).

    Note: Het pictogram Graphic verschijnt.

    Note: De verhoogde gebruiksdosis vergroot de gebruiksdosis één procent in vergelijking met de gebruiksdosis van het actieve programma (1 of 2). Houd de knoppen ingedrukt om de functie verhoogde gebruiksdosis te gebruiken; laat de knoppen los om de functie uit te schakelen.

De gebruiksdosis en de verhoogde gebruiksdosis instellen

Model HDX-Auto

Gebruiksdosissen 1 en 2 instellen

  1. Druk in het hoofdscherm op de middelste selectieknop om naar het hoofdmenu te gaan.

  2. Druk indien nodig op de middelste selectieknop om de gebruiksdosis voor spuitprogramma 1 aan te duiden (Figuur 67).

    Note: Het pictogram voor gebruiksdosis 1 ziet eruit als een nummer 1 in een rondje, met links ervan een doelwit.

    g028512
  3. Druk op de rechter selectieknop om spuitprogramma 1 te selecteren (Figuur 67A).

  4. Stel de numerieke waarde in door de volgende selectieknoppen in te drukken:

    • Druk op de rechter selectieknop (Figuur 67B) om de cursor naar de volgende numerieke waarde aan de rechterkant te bewegen.

    • Druk op de middelste selectieknop (Figuur 67C) om de numerieke waarde te verhogen (0 tot 9).

  5. Zodra de waarde uiterst rechts is ingesteld, drukt u op de rechter selectieknop.

    Note: Het bewaarpictogram verschijnt boven de middelste selectieknop (Figuur 67D).

  6. Druk op de middelste selectieknop (Figuur 67D) om de geprogrammeerde gebruiksdosis te bewaren.

  7. Druk op de middelste selectieknop om de gebruiksdosis voor spuitprogramma 2 aan te duiden.

    Note: Het pictogram voor gebruiksdosis 2 ziet eruit als een nummer 2 in een rondje, met links ervan een doelwit.

    Note: U kunt de gebruiksdosis voor spuitprogramma 2 gebruiken om op een handige manier een hogere of lagere gebruiksdosis in te stellen voor uw grasterrein.

  8. Herhaal stap 4 tot 6.

De verhoogde gebruiksdosis instellen

De verhoogde gebruiksdosis verhoogt de gebruiksdosis van het geactiveerde programma met een bepaald percentage wanneer u de 2 buitenste knoppen van het InfoCenter indrukt tijdens het spuiten in automatische modus.

  1. Druk in het hoofdscherm op de middelste selectieknop om naar het hoofdmenu te gaan.

  2. Druk indien nodig op de middelste selectieknop om de verhoogde gebruiksdosis aan te duiden (Figuur 68).

    Note: Het pictogram voor de verhoogde gebruiksdosis ziet eruit als 2 (+)-tekens met links ervan een roos (Figuur 68).

    g028513
  3. Druk op de rechter selectieknop (Figuur 68) om het percentage waarmee de gebruiksdosis verhoogd wordt, te vergroten in stappen van 5% (maximaal 20%).

Het instellingenmenu gebruiken

Model HDX-Auto

De actieve gebruiksdosis selecteren in het instellingenmenu

  1. Druk in het hoofdmenu op de middelste selectieknop om naar het instellingenmenu te gaan.

  2. Druk op de middelste selectieknop om de actieve gebruiksdosisinstelling aan te duiden (Figuur 69).

    g028520
  3. Druk op de rechter selectieknop om tussen gebruiksdosis 1 en 2 te schakelen (Figuur 69).

  4. Druk op de linker selectieknop om de instelling te bewaren en terug te keren naar het hoofdmenu.

Waarschuwing bij tankniveau instellen

  1. Druk in het hoofdmenu op de middelste selectieknop om naar het instellingenmenu te gaan.

  2. Druk op de middelste selectieknop om de waarschuwingsinstelling aan te duiden (Figuur 70).

    Note: De pictogrammen (-) en (+) verschijnen boven de middelste en rechter selectieknop.

    g028521
  3. Druk op de rechter selectieknop (Figuur 70).

  4. Gebruik de middelste of rechter selectieknop om de minimale hoeveelheid in de tank in te stellen waarbij de waarschuwing zal worden weergegeven tijdens het werk met de spuitmachine (Figuur 70).

    Note: Hou de knop ingedrukt om de waarde van de tankwaarschuwing met 10% te verhogen.

  5. Druk op de linker selectieknop om de instelling te bewaren en terug te keren naar het hoofdmenu.

De toegangscode van het InfoCenter instellen

Note: Voer de toegangscode in om de beveiligde instellingen of het paswoord te wijzigen.

Note: De toegangscode is standaard ingesteld op 1234.

  1. Druk in het hoofdmenu op de middelste selectieknop om naar het instellingenmenu te gaan.

  2. Druk op de middelste selectieknop om de instelling voor de beveiligde menu's aan te duiden.

    g028522
  3. Druk op de rechter selectieknop om beveiligde menu's te selecteren (Figuur 71A).

  4. Stel de numerieke waarde in het invoerscherm voor de toegangscode in door de volgende selectieknoppen in te drukken:

    • Druk op de middelste selectieknop (Figuur 71B) om de numerieke waarde te verhogen (0 tot 9).

    • Druk op de rechter selectieknop (Figuur 71C) om de cursor naar de volgende numerieke waarde aan de rechterkant te bewegen.

  5. Zodra de waarde uiterst rechts is ingesteld, drukt u op de rechter selectieknop.

    Note: Er verschijnt een vinkje boven de middelste selectieknop (Figuur 71D).

  6. Druk op de middelste selectieknop (Figuur 71D) om het paswoord in te voeren.

De toegangscode wijzigen

  1. Voer de huidige toegangscode in: zie stap 1 tot en met 6 van De toegangscode van het InfoCenter instellen.

  2. Druk in het hoofdmenu op de middelste selectieknop om naar het instellingenmenu te gaan.

  3. Druk op de middelste selectieknop om de instelling voor de beveiligde menu's aan te duiden.

    g028717
  4. Druk op de rechter selectieknop om beveiligde menu's te selecteren (Figuur 72A).

  5. Voer de nieuwe toegangscode in op het invoerscherm door de volgende selectieknoppen in te drukken:

    • Druk op de middelste selectieknop (Figuur 72A) om de numerieke waarde te verhogen (0 tot 9).

    • Druk op de rechter selectieknop (Figuur 72C) om de cursor naar de volgende numerieke waarde aan de rechterkant te bewegen.

  6. Zodra de waarde uiterst rechts is ingesteld, drukt u op de rechter selectieknop.

    Note: Het bewaarpictogram verschijnt boven de middelste selectieknop (Figuur 72D).

  7. Wacht tot InfoCenter aangeeft dat de waarde opgeslagen is en het rode indicatielampje gaat branden.

Beveiligde instellingen instellen

Important: Gebruik deze functie om de gebruiksdosis te vergrendelen/ontgrendelen.

Note: U moet de toegangscode van vier cijfers kennen om instellingen voor functies in de beveiligde menu's te wijzigen.

  1. Druk in het hoofdmenu op de middelste selectieknop om naar het instellingenmenu te gaan.

  2. Druk op de middelste selectieknop om de optie beveiligde instellingen aan te duiden.

    Note: Als er geen X staat in het vakje rechts van de optie beveiligde instellingen, zijn de submenu's voor linker spuitboom, middelste spuitboom, rechter spuitboom en standaardwaarden opnieuw instellen niet vergrendeld met een toegangscode (Figuur 74).

    g028524
  3. Druk op de rechter selectieknop.

    Note: Er verschijnt een scherm waarop u de toegangscode kunt invoeren.

  4. Voer de toegangscode in: zie stap 4 in De toegangscode van het InfoCenter instellen.

  5. Zodra de waarde uiterst rechts is ingesteld, drukt u op de rechter selectieknop.

    Note: Het vinkje verschijnt boven de middelste selectieknop.

  6. Druk op de middelste selectieknop.

    Note: De submenu's voor linkerspuitboom, middelste spuitboom, rechterspuitboom en standaardwaarden opnieuw instellen verschijnen.

  7. Druk op de middelste selectieknop om de optie beveiligde instellingen aan te duiden.

  8. Druk op de rechter selectieknop.

    Note: Er verschijnt een X in het vakje rechts van de optie beveiligde instellingen (Figuur 74).

    g028523
  9. Wacht tot InfoCenter aangeeft dat de waarde opgeslagen is en het rode indicatielampje gaat branden.

    Note: De submenu's onder de optie beveiligde menu's zijn beveiligd met de toegangscode.

    Note: Om naar de submenu's te gaan, kiest u de optie beveiligde menu's, drukt u op de rechter selectieknop, voert u de toegangscode in en drukt u op de middelste selectieknop wanneer het vinkje verschijnt.

De grootte van de spuitbomen opnieuw instellen op de standaardwaarde

  1. Druk op de middelste selectieknop om te navigeren naar de optie waarmee u de standaardwaarden opnieuw kunt instellen (Figuur 75).

    g028526
  2. Druk op de rechter selectieknop om de standaardwaarden opnieuw in te stellen.

  3. Druk in het scherm voor de standaardwaarden op de linker selectieknop voor NEE of de rechter selectieknop voor JA (Figuur 75).

    Note: Selecteer JA om de grootte van de spuitbomen opnieuw in te stellen op de standaardwaarde.

Meldingen InfoCenter

Meldingen voor de bestuurder verschijnen automatisch op het InfoCenterscherm wanneer een machinefunctie bijkomende handelingen vereist. Bijvoorbeeld, als u probeert de motor te starten terwijl u het tractiepedaal indrukt, wordt de melding weergegeven dat het tractiepedaal in NEUTRAAL moet staan.

Voor elk bestuurdersadvies knippert de storingsindicator en een bestuurdersadvies-code (getal), beschrijving van het bestuurdersadvies en uitleg over het bestuurdersadvies verschijnen op het scherm, zoals in Figuur 76.

Bestuurdersadviezen en uitleg worden weergegeven als pictogrammen in het InfoCenter. Zie InfoCenter-pictogrammen voor een beschrijving van elk pictogram.

Note: De uitleg van het bestuurdersadvies geeft informatie over de omstandigheden die leidden tot het bestuurdersadvies en informatie over het opheffen van het bestuurdersadvies.

g202867

Note: Bestuurdersadviezen worden niet bewaard in het storingslog.

Note: U kunt een bestuurdersadvies van het weergavescherm verwijderen door een willekeurige toets van het InfoCenter in te drukken.

Raadpleeg de onderstaande tabel voor de InfoCenter-meldingen:

Bestuurdersadviezen

Bestuurdersadvies-codeBeschrijving
200Start geblokkeerd – pompschakelaar actief
201Start geblokkeerd – niet in NEUTRAALSTAND
202Start geblokkeerd – niet op stoel
203Start geblokkeerd – gashendel niet in uitgangsstand
204Start geblokkeerd – starter te lang geactiveerd
205Parkeerrem ingeschakeld
206Pompstart geblokkeerd – spuitboom actief
207Pompstart geblokkeerd – motortoerental hoog
208Gashendel/snelheidsvergrendeling geblokkeerd – pomp niet actief
209Gashendelvergrendeling geblokkeerd – parkeerrem niet ingeschakeld
210Snelheidsvergrendeling geblokkeerd – bestuurder niet in bestuurdersstoel of de parkeerrem is ingeschakeld
211Gashendel/snelheidsvergrendeling geblokkeerd – koppeling of bedrijfsrem ingeschakeld
212Waarschuwing – tank bijna leeg
213Spoelpomp AAN
220Vloeistofstroom-sensor kalibratie
221Vloeistofstroom-sensor kalibratie – vul tank met water en voor vulvolume in
222Vloeistofstroom-sensor kalibratie – schakel de pomp in
223Vloeistofstroom-sensor kalibratie – schakel alle spuitbomen in
224Vloeistofstroom-sensor kalibratie – kalibratie gestart
225Vloeistofstroom-sensor kalibratie – kalibratie voltooid
226Vloeistofstroom-sensor kalibratie – kalibratiemodus verlaten
231Snelheidssensor kalibratie
232Snelheidssensor kalibratie – vul de watertank, druk op Volgende
233Snelheidssensor kalibratie – vul de spuitmachine voor de helft met water, druk op Volgende
234Snelheidssensor kalibratie – voor de kalibratie-afstand in, druk op Volgende
235Snelheidssensor kalibratie – markeer en rij de ingegeven afstand met uitgeschakelde spuitbomen
236Snelheidssensor kalibratie – snelheidssensor kalibratie wordt uitgevoerd
237Snelheidssensor kalibratie – snelheidssensor kalibratie voltooid
238Snelheidssensor kalibratie – schakel de spuitbomen uit
241Kalibratie buiten bereik, standaardwaarde gebruikt

De ingebruikname van de spuitmachine voorbereiden

Zuigkorf reinigen

OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
Bij elk gebruik of dagelijks
  • Zuigkorf reinigen.Reinig de zuigkorf (aanzuigfilter) (vaker bij gebruik van bevochtigbaar poeder).
    1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.

    2. Verwijder bovenaan de spuittank de borgclip waarmee de slangfitting bevestigd is aan de grote slang van de behuizing van de zuigkorf (Figuur 77).

      g033577
    3. Verwijder de slang en de slangfitting van de behuizing van de zuigkorf (Figuur 77).

    4. Trek de zuigkorf uit zijn behuizing in de tank (Figuur 78).

      g033578
    5. Reinig de zuigkorf met schoon water.

      Important: Vervang de zuigkorf als deze beschadigd is of niet goed kan worden gereinigd.

    6. Plaats de zuigkorf in het huis totdat deze goed op zijn plaats zit.

    7. Lijn de slang en de slangfitting uit met de behuizing van de korf bovenaan de tank en bevestig de fitting en de behuizing met de borgclip die u verwijderd hebt in stap 2.

    Drukfilter reinigen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Drukfilter reinigen.Reinig het drukfilter (vaker bij gebruik van bevochtigbaar poeder).
    1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.

    2. Plaats een opvangbak onder het drukfilter (Figuur 79).

      g033582
    3. Draai de aftapdop linksom en neem ze van de bak van het drukfilter (Figuur 79).

      Note: Laat de bak volledig leeglopen.

    4. Draai de bak linksom en verwijder de filterkop (Figuur 79).

    5. Verwijder het drukfilterelement (Figuur 79).

    6. Reinig het filterelement met schoon water.

      Important: Vervang het filter als dit beschadigd is of niet grondig kan worden gereinigd.

    7. Controleer de pakking voor de aftapplug (in de bak) en de pakking voor de bak (in de filterkop) op schade en slijtage (Figuur 79).

      Important: Vervang beschadigde of versleten pakkingen voor de plug, de bak of beide.

    8. Monteer het drukfilterelement in de filterkop (Figuur 79).

      Note: Zorg dat het filterelement stevig in de filterkop zit.

    9. Maak de bak handmatig vast op de filterkop (Figuur 79).

    10. Monteer de aftapdop op de fitting onderaan de bak en draai de dop handmatig vast (Figuur 79).

    Spuitdopfilter reinigen

    1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.

    2. Neem de spuitdop uit de houder Figuur 80

      g209504
    3. Verwijder het spuitdopfilter (Figuur 80).

    4. Reinig het spuitdopfilter met schoon water.

      Important: Vervang de zuigkorf als deze beschadigd is of niet goed kan worden gereinigd.

    5. Monteer het spuitdopfilter (Figuur 80).

      Note: Verzeker dat het filter goed op zijn plaats zit.

    6. Monteer de spuitdop op de spuitdophouder (Figuur 80).

    De tankbanden controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Controleer de tankbanden.
  • Important: De bevestigingen van de tankbanden te vast aandraaien kan vervorming en beschadiging van de tank en banden veroorzaken.

    1. Vul de hoofdtank met water.

    2. Controleer of u de tankbanden op de tank kunt bewegen (Figuur 81).

      g028263
    3. Als de tankbanden te los om de tank heen zitten, draai dan de flensborgmoeren en de bouten bovenaan de banden aan tot de banden gelijk komen met het oppervlak van de tank (Figuur 81).

      Note: Zet de banden van de tank niet te vast.

    Bediening en gebruik van de spuitmachine

    Om de Multi Pro WM te gebruiken, moet u eerst de spuittank vullen. Vervolgens spuit u de oplossing op het werkgebied en als u daarmee klaar bent, reinigt u de tank. Het is belangrijk dat u deze drie stappen vlak na elkaar uitvoert om schade aan de spuitmachine te voorkomen. Zo kunt u beter chemische stoffen niet 's avonds in de tank gieten en mengen en pas de volgende ochtend gaan spuiten. Hierdoor worden de chemische stoffen gescheiden, hetgeen schade kan toebrengen aan de onderdelen van de spuitmachine.

    Important: De markeringen op de tank zijn uitsluitend bedoeld als referentie en kunnen niet als nauwkeurig worden beschouwd voor kalibratie.

    Voorzichtig

    Chemische stoffen zijn gevaarlijk en kunnen lichamelijk letsel veroorzaken.

    • Lees de aanwijzingen op het fabrieksetiket voordat u gaat werken met chemische stoffen, en neem alle aanbevelingen en voorzorgsmaatregelen van de fabrikant in acht.

    • Zorg ervoor dat uw huid niet in contact komt met chemische stoffen. Als dit toch gebeurt, moet u de desbetreffende plek grondig afspoelen met zeep en schoon water.

    • Draag een veiligheidsbril of andere beschermende uitrusting volgens de aanbevelingen van de fabrikant van de chemische stoffen.

    De Multi Pro WM heeft een hoge duurzaamheid, zodat deze de vereiste levensduur heeft. Om speciale redenen zijn op verscheidene plaatsen op uw spuitmachine verschillende materialen gebruikt om dit doel te verwezenlijken. Helaas bestaat er geen enkele materiaal dat perfect is voor alle voorzienbare spuitwerkzaamheden.

    Sommige chemische stoffen zijn agressiever dan andere en elke chemische stof reageert anders met verschillende materialen. Een aantal vaste stoffen (zoals bevochtigbaar poeder, houtskool) heeft een sterker schurende werking en veroorzaakt meer slijtage. Als een chemische stof verkrijgbaar is in een samenstelling die de levensduur van de spuitmachine verlengt, adviseren wij u deze te gebruiken.

    Verder moet u natuurlijk altijd uw machine en spuitsysteem na gebruik grondig reinigen. Dit garandeert een langdurig en probleemloos gebruik van de spuitmachine.

    De watertank vullen

    Vul de schoonwatertank altijd met schoon water voordat u gaat werken met chemische stoffen.

    De watertank bevindt zich op de rolbeugel, achter de bestuurdersstoel (Figuur 82). Deze bevat schoon water, waarmee u uw ogen, uw huid of andere oppervlakken kunt schoonspoelen als deze per ongeluk in contact zijn gekomen met chemische stoffen.

    • Om de tank te vullen, schroeft u de dop bovenaan de tank los en vult u deze met schoon water. Plaats de dop terug.

    • Om de tapkraan van de watertank te openen, moet u de hendel op de kraan draaien.

    g210327

    Spuittank vullen

    Monteer de voormengset voor chemische stoffen als u optimale mengprestaties wenst en de externe tank zo schoon mogelijk wilt houden.

    Important: De chemische stoffen die u gebruikt, moeten geschikt zijn voor VitonTM (raadpleeg het fabrieksetiket; dit moet aangeven of de chemische stoffen geschikt zijn). Chemische stoffen die niet geschikt zijn voor VitonTM tasten de O-ringen in de spuitmachine aan waardoor lekkage ontstaat.

    Important: Als u de tank voor de eerste keer gevuld hebt, controleert u de tankbanden op speling. Indien nodig vastzetten.

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, zet de bedieningshendels in de neutraalstand, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje.

    2. Bepaal hoeveel water u moet mengen met de hoeveelheid van de chemische stoffen die u nodig hebt volgens de voorschriften van de fabrikant van de chemische stoffen.

    3. Open het deksel van de spuittank.

      Note: Het tankdeksel bevindt zich midden op de tank. Om dit te openen, moet u de voorste helft van het deksel naar links draaien en open klappen. U kunt de zeef aan de binnenzijde verwijderen om deze te reinigen. Om de tank af te sluiten, moet u het deksel dichtdoen en de voorste helft van het deksel naar rechts draaien.

    4. Giet ongeveer ¾ van de benodigde hoeveelheid water in de spuittank via de anti-overloopaansluiting.

      Important: U moet de tank altijd vullen met schoon water. Giet nooit concentraat in een lege tank.

    5. Start de motor, schakel de aftakas in en zet de gashendel open indien deze aanwezig is.

    6. Zet de mengschakelaar AAN.

    7. Voeg de correcte hoeveelheid het chemische concentraat toe in de tank volgens de instructies van de fabrikant.

      Important: Als u een bevochtigbaar poeder gebruikt, moet u dit met een kleine hoeveelheid water tot een dikke massa mengen voordat u dit toevoegt.

    8. Giet de rest van het water in de tank.

      Note: Voor een betere menging kunt u de gebruiksdosis verlagen.

    De Spuitbomen bedienen

    Met de schakelaars van de spuitboomlift op het bedieningspaneel van de spuitmachine kunt u de spuitbomen in de transportstand of in de spuitstand zetten zonder dat u de bestuurdersstoel hoeft te verlaten. Verander de stand van de spuitboom terwijl de machine stilstaat.

    De vergrendeling van de hydraulische hefinrichting instellen

    Stel de hendel van de hydraulische hefinrichting in werking en vergrendel hem om te zorgen voor de hydraulische bekrachtiging die nodig is om de spuitboomlift te bedienen.

    1. Duw de hendel van de hydraulische hefinrichting naar voren (Figuur 83 of Figuur 84).

      g255717
      g255830
    2. Duw de vergrendeling van de hydraulische hefinrichting naar links om deze in te schakelen (Figuur 83 of Figuur 84).

    De spuitboom verstellen

    Zet de spuitbomen dan in de spuitstand:

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

    2. Laat de spuitbomen neer met behulp van de schakelaars van de spuitboomlift.

      Note: Wacht totdat de spuitbomen volledig zijn uitgeklapt in de spuitstand.

    Voer het spuiten uit en zet de spuitbomen dan in de transportstand:

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

    2. Breng de spuitbomen met de liftschakelaars omhoog totdat zij geheel kruiselings over elkaar in de transportstand in de transporthouder zijn gezet en de hefcilinders volledig zijn teruggetrokken.

      Important: Ter voorkoming van schade aan de cilinder van de actuators van de spuitbomen, moet u ervoor zorgen dat de actuators volledig zijn ingetrokken voordat u de machine gaat transporteren.

    De transporthouder van de spuitbomen gebruiken

    De spuitmachine heeft een transporthouder voor de spuitbomen die is voorzien van een unieke beveiliging. Als de spuitbomen tijdens het transport per ongeluk in aanraking komen met een laag overhangend object, kunnen zij uit de transporthouder worden gedrukt. In dit geval komen de spuitbomen in een bijna horizontale stand op de achterkant van het voertuig te rusten. Hoewel de spuitbomen hierbij geen schade oplopen, dienen zij onmiddellijk te worden teruggeplaatst in de transporthouder.

    Important: De spuitbomen kunnen beschadigd raken als zij niet kruiselings worden getransporteerd in de transporthouder.

    Om de spuitbomen terug te plaatsen in de transporthouder, moet u deze neerlaten in de spuitstand en vervolgens weer omhoog brengen in de transportstand. Zorg ervoor dat de cilinders van de spuitbomen volledig zijn teruggetrokken om beschadiging van de actuatorstang te voorkomen.

    Spuiten

    De spuitmachine gebruiken

    Important: Om ervoor te zorgen dat de oplossing goed gemengd blijft, moet u de mengfunctie gebruiken als er een oplossing in de tank zit. Om te mengen, moet u de aftakas inschakelen en de motor sneller dan stationair laten draaien. Als u de machine stopt en wilt gaan mengen, moet u de schakelhendel in de NEUTRAALSTAND zetten, de parkeerrem in werking stellen, de aftakas inschakelen, de koppeling laten opkomen, en de gashendel (indien aanwezig) open zetten.

    Note: Deze procedure gaat ervan uit dat de aftakas ingeschakeld is (modellen uit de HD-serie met manuele transmissie) en de spuitboomkleppen gekalibreerd zijn.

    1. Breng de spuitbomen omlaag.

    2. Voor modellen uit de HDX-Auto-serie stelt u de spuitmodusschakelaar als volgt in:

      • Wanneer u de spuitmachine in MANUELE MODUS gebruikt, druk de schakelaar dan naar rechts: zie Schakelaar spuitmodus (model HDX-Auto).

      • Wanneer u de spuitmachine in AUTOMATISCHE MODUS gebruikt, druk de schakelaar dan naar links.

    3. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen op UIT.

    4. Indien nodig moet u elke spuitboom afzonderlijk INSCHAKELEN.

    5. Rij naar het gebied waar u gaat spuiten.

    6. Ga naar het gebruiksdosisscherm van het InfoCenter en stel de gewenste gebruiksdosis als volgt in:

      1. Zorg dat de schakelaar van de pomp AAN staat.

      2. Voor modellen uit de HD serie met een manuele transmissie stelt u het gewenste versnellingenbereik in.

      3. Begin met de gewenste snelheid te rijden.

      4. Voor modellen uit de HD-serie met manuele transmissie of met een automatische transmissie die gebruikt wordt in de manuele modus, dient u na te gaan of de monitor de juiste gebruiksdosis aangeeft. Indien nodig gebruikt u de schakelaar voor de gebruiksdosis om de gewenste gebruiksdosis te verkrijgen.

        Note: Voor modellen uit de HD-serie met automatische transmissie die gebruikt worden in automatische modus, past de computer de spuitdruk automatisch aan om de gebruiksdosis te behouden.

      5. Rij terug naar het terrein waar u spuitwerkzaamheden uitvoert.

    7. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen op AAN en begin met spuiten.

      Note: Als de tank bijna leeg is, kan het mengen leiden tot schuimvorming in de tank. Zet de mengklep uit om dit te voorkomen. Als alternatief kunt u ook een antischuimmiddel in de tank gebruiken.

    8. Als u klaar bent met spuiten, zet u de hoofdschakelaar UIT om de schakelaars van alle spuitbomen uit te schakelen. Daarna schakelt u de aftakas uit (modellen uit de HD serie met manuele transmissie).

    Voorzorgsmaatregelen ter bescherming van het gazon tijdens gebruik in een stationaire stand

    Important: In sommige omstandigheden kan de hitte van de motor, de radiateur en de knaldemper schade toebrengen aan het gras als de spuitmachine wordt gebruikt in een stationaire stand. De machine loopt stationair als u de spuitvloeistof in de tank mengt, handmatig spuit met een spuitpistool of een loopspuitboom gebruikt.

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen:

    • Spuit nooit in een stationaire stand bij zeer hete en/of droge omstandigheden of als het gazon tijdens deze perioden meer te lijden kan hebben.

    • Parkeer nooit op het gazon als u spuit in de stationaire stand. Parkeer op een pad als dit mogelijk is.

    • Beperk zo veel mogelijk de tijd dat u de machine op een bepaald stuk van het gazon laat draaien. De mate van grasbeschadiging is afhankelijk van de tijd en de temperatuur.

    • Stel het motortoerental zo laag mogelijk af om de gewenste druk en stroom te verkrijgen. Dit beperkt de hitte die wordt ontwikkeld en de snelheid van de lucht die de koelventilator voortbrengt.

    • Laat de hitte naar boven ontsnappen vanuit het motorcompartiment door de stoel omhoog te zetten als de machine wordt gebruikt in de stationaire stand, zodat de hitte niet via de onderkant van de machine wordt afgevoerd.

    Spuittips

    • Overlap geen stukken waar u eerder hebt gespoten.

    • Controleer of er geen spuitdoppen zijn verstopt. Vervang versleten of beschadigde spuitdoppen.

    • Schakel eerst met de hoofdschakelaar de spuitbomen uit voordat u de spuitmachine tot stilstand brengt. Nadat u de machine tot stilstand hebt gebracht, moet u met de motortoerentalbegrenzer van de neutraalstand de motor op toeren houden, zodat het mengen blijft doorgaan.

    • U verkrijgt betere resultaten als de spuitmachine in beweging is wanneer u de spuitbomen inschakelt.

    • Let op veranderingen in de gebruiksdosis die kunnen aangeven dat uw snelheid te hoog is voor het bereik van de spuitdoppen of dat er problemen zijn met het spuitsysteem.

    Voor modellen uit de HD-serie met een automatische transmissie die gebruikt worden in de automatische modus

    Note: Raadpleeg de selectiegids met spuitdoppen die verkrijgbaar is bij uw erkende Toro dealer.

    • Als u de spuitmachine bij lage snelheid gebruikt en de computer een spuitsysteemdruk aanhoudt die lager is dan de aanbevolen druk voor de betreffende spuitdoppen, zal de chemische oplossing niet goed uit de spuitdoppen komen (stromen of druppelen). Kies een spuitdop met een lagere aanbevolen gebruiksdosis.

    • Als u de spuitmachine bij hoge snelheid gebruikt en de computer de maximale spuitsysteemdruk aanhoudt, kan het dat de spuitdruk toch ontoereikend is om de gewenste gebruiksdosis te verkrijgen. Ga dan trager rijden om uw gebruiksdosis te verkrijgen of kies een spuitdop die geschikt is voor een grotere gebruiksdosis.

    Een verstopte spuitdop schoonmaken

    Als een spuitdop tijdens het spuiten verstopt raakt, kunt u deze schoonmaken met een spuitfles met water of een tandenborstel.

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje.

    2. Zet eerst de hoofdschakelaar op UIT en schakel dan de pomp van de spuitmachine in; zie Spuitpomp.

    3. Verwijder de verstopte spuitdop en maak deze schoon met een spuitfles met water of een tandenborstel.

    Een spuitdop selecteren

    Note: Raadpleeg de selectiegids met spuitdoppen die verkrijgbaar is bij uw erkende Toro dealer.

    De spuitdoppenhouders zijn geschikt voor de 3 verschillende spuitdoppen. De gewenste spuitdop kiezen:

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje.

    2. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen op UIT en schakel dan de pomp van de spuitmachine in; zie Spuitpomp.

    3. Draai de spuitdoppenhouder in beide richtingen op de juiste spuitdop.

    De spuitmachine reinigen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Jaarlijks
  • Spoel de spuitmachine met schoon water. Als u de machine schoonspoelt, verhoogt u de pompsnelheid door de ontlastklep te openen, waardoor achtergebleven vloeistof uit de kleppen en slangen wordt verwijderd.
  • Important: U moet de spuitmachine altijd onmiddellijk na elk gebruik leeg laten lopen en reinigen. Indien u dit nalaat, kan dit tot gevolg hebben dat de chemische stoffen uitdrogen of dik worden in de leidingen, waardoor de pomp en andere onderdelen verstopt raken.

    Gebruik de goedgekeurde spoelset voor deze machine. Neem voor verdere informatie contact op met een erkende Toro dealer.

    Reinig het spuitsysteem na elke spuitbeurt. Om het spuitsysteem goed te reinigen, moet u als volgt te werk gaan:

    • Spoel het systeem 3 keer om.

    • Gebruik de reinigings- en neutraliseermiddelen die worden aanbevolen door de fabrikanten van de chemische stoffen.

    • Gebruik zuiver, schoon water (zonder reinigings- en neutraliseermiddelen) voor de laatste spoelbeurt.

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje.

    2. Ga naar de aftapplug aan de rechterkant van de machine (Figuur 85).

      g208238
    3. Open de klep en laat al het resterende materiaal uit de tank lekken (Figuur 86).

      Important: Voer chemisch afval af volgens de plaatselijk geldende voorschriften en de instructies van de fabrikant van het materiaal.

      g208237
    4. Sluit de aftapklep (Figuur 86).

    5. Vul de tank met minstens 190 liter schoon water en sluit het deksel.

      Note: Indien nodig kunt u een reinigings-/neutraliseermiddel toevoegen aan het water. Gebruik alleen schoon water voor de laatste spoeling.

    6. Laat de spuitbomen neer in de spuitstand.

    7. Start de motor en zet de gashendel op een hoger stationair toerental.

    8. Zorg dat de mengschakelaar AAN staat.

    9. Zet de schakelaar van de spuitmachine aan en zet de druk op een hoge instelling met behulp van de schakelaar voor de gebruiksdosis.

    10. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen en de bedieningsschakelaars van de spuitbomen op AAN om te beginnen met spuiten.

    11. Laat al het water in de tank via de spuitdoppen naar buiten spuiten.

    12. Controleer of alle spuitdoppen naar behoren werken.

    13. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen op UIT, schakel de pomp van de spuitmachine uit en zet de motor af.

    14. Herhaal stappen 5 tot en met 13 nog minstens 2 keer om er zeker van te zijn dat het spuitsysteem volkomen is gereinigd.

      Important: U moet deze procedure altijd minstens drie keer uitvoeren om er zeker van te zijn dat het spuitsysteem helemaal schoon is, om schade aan het systeem te voorkomen.

    15. Reinig de zuigkorf en het drukfilter; zie Zuigkorf reinigen en Drukfilter reinigen.

      Important: Als u bevochtigbaar poeder gebruikt, moet u de zuigkorf na elke tank reinigen.

    16. Spuit met een tuinslang de buitenkant van de spuitmachine schoon. Gebruik hierbij schoon water.

    17. Verwijder de spuitdoppen en reinig ze met de hand. Vervang versleten of beschadigde spuitdoppen.

    De spuitmachine kalibreren

    De kalibratie van de machine voorbereiden

    Important: Voordat u het spuitsysteem van het model HDX Auto kalibreert, dient u de spuittank met schoon water te vullen en de machine gedurende ten minste 30 minuten laten spuiten met een druk van 2,75 bar of meer.

    Note: Voordat u de spuitmachine voor het eerst gebruikt, als u de spuitdoppen vervangt, of als dit om een andere reden nodig is, dient u de vloeistofstroom, snelheid en omloopkleppen van de spuitmachine te kalibreren.

    1. Vul de spuittank van de spuitmachine met schoon water.

      Note: Zorg dat er genoeg water in de tank is om alle kalibratieprocedures te voltooien.

    2. Laat de linker- en rechterspuitboom zakken.

    3. Voor het model HDX Auto: laat de machine gedurende ten minste 30 minuten spuiten met een druk van 2,76 bar of meer. Vul de spuittank met schoon water wanneer u klaar bent.

    4. Schakel de beveiligde instellingen uit; zie Beveiligde instellingen instellen.

    5. Voor het model HDX-Auto stelt u het spuitsysteem in op manuele modus; zie Tussen manuele modus en automatische modus schakelen.

    De vloeistofstroom van de spuitmachine kalibreren

    Door de gebruiker verstrekte benodigdheden: Stopwatch die op ± 1/10 van een seconde nauwkeurig kan meten en een opvangbeker met een schaalverdeling in 50 ml.

    Note: Om de spuitstroom te kalibreren voor machines zonder gasbegrenzer zijn 2 personen nodig.

    1. Stel de transmissie als volgt in:

      • Voor modellen uit de HD serie met een manuele transmissie schakelt u de transmissie in de NEUTRAALSTAND.

      • Voor het model HDX-Auto schakelt u de transmissie in P (parkeren).

    2. Stel de parkeerrem in werking en start de motor.

    3. Schakel de pomp van de spuitmachine in en activeer de mengfunctie.

    4. Trap het gaspedaal in totdat de motor het maximale toerental bereikt.

    5. Stel het motortoerental als volgt in:

      • Voor machines zonder optionele gasbegrenzer – laat 1 persoon het gaspedaal induwen tot de motor het maximale toerental bereikt.

        Note: Laat de andere persoon monsters van de spuitdoppen nemen.

      • Voor machines met optionele gasbegrenzer drukt u het gaspedaal in tot de motor het maximale toerental bereikt. Schakel dan de gasbegrenzer in; raadpleeg de bedieningsinstructies voor de gashendelset van uw Workman.

    6. Zet de 3 afzonderlijke schakelaars en de hoofdschakelaar van de spuitbomen op AAN.

    7. Bereid u voor op een opvangtest met de opvangbeker met schaalverdeling.

    8. Begin bij 2,75 bar en gebruik de gebruiksdosisschakelaar om de spuitdruk aan te passen tot een opvangtest de hoeveelheden in de tabel hieronder oplevert.

      Note: Neem 3 monsters van 15 seconden en neem het gemiddelde van de verzamelde hoeveelheden water.

      Kleur spuitdopMilliliter opgevangen in 15 secondenOunces opgevangen in 15 seconden
      Geel189 6,4 
      Rood378 12,8 
      Bruin473 16,0 
      Grijs567 19,2 
      Wit757 25,6 
      Blauw946 32,0 
      Groen1419 48,0 
    9. Wanneer de opvangtest de hoeveelheden in de onderstaande tabel oplevert, VERGRENDELT u de controleknop van de dosis.

    10. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen op UIT.

    11. Ga in het InfoCenter naar het kalibratiemenu en selecteer Flow Calibration als volgt:

      Note: U kunt op elk moment het pictogram van het hoofdscherm selecteren om de kalibraties te annuleren.

      1. Druk tweemaal op de middelste knop van het InfoCenter om naar de menu's te gaan.

      2. Ga naar het kalibratiemenu door de rechterknop van het InfoCenter in te drukken.

      3. Selecteer Vloeistofkalibratie en druk op de rechterknop van het InfoCenter.

      4. In het volgende scherm voert u de gekende hoeveelheid water in die uit de spuitbomen moet worden gesproeid voor de kalibratieprocedure; raadpleeg de onderstaande tabel.

      5. Als u de gekende hoeveelheid ingevoerd hebt, drukt u de rechterknop van het InfoCenter in.

    12. Gebruik de symbolen (+) en (-) om het vloeistofvolume in te voeren volgens de onderstaande tabel.

      Kleur spuitdopLiterAmerikaanse gallons
      Geel42 11 
      Rood83 22 
      Bruin106 28 
      Grijs125 33 
      Wit167 44 
      Blauw208 55 
      Groen314 83 
    13. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen gedurende 5 minuten op AAN.

      Note: Terwijl de machine spuit, zal het InfoCenter de gemeten hoeveelheid vloeistof weergeven.

    14. Laat de machine 5 minuten spuiten en vink het vakje af door de middelste knop van het InfoCenter in te drukken.

      Note: Het is niet erg als de hoeveelheid die tijdens het kalibratieproces wordt weergegeven niet overeenstemt met de gekende hoeveelheid water die u in het InfoCenter hebt ingevoerd.

    15. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen na 5 minuten in de UIT-stand en selecteer het vinkje in het InfoCenter.

      Note: De kalibratie is nu voltooid.

    De snelheid van de spuitmachine kalibreren

    1. Zorg dat de spuittank gevuld is met water.

    2. Duid op een open, vlak terrein een afstand van 45 tot 152 m aan.

      Note: Markeer een afstand van 152 meter voor een nauwkeuriger resultaat.

    3. Start de motor en rij naar het begin van de aangeduide zone.

      Note: Zet het midden van de voorste wielen precies boven de startlijn voor het meest nauwkeurige resultaat.

    4. Ga in het InfoCenter naar het kalibratiemenu en selecteer Speed Calibration.

      Note: U kunt op elk moment het pictogram van het hoofdscherm selecteren om de kalibratie te annuleren.

    5. Selecteer de volgende pijl (→) in het InfoCenter.

    6. Gebruik de symbolen (+) en (-) om de gemarkeerde afstand in te voeren in het InfoCenter.

    7. Voer een van de volgende procedures uit:

      • Voor modellen uit de HD-serie met manuele transmissie – Schakel de machine in eerste versnelling en rij de gemarkeerde afstand met vol gas in een rechte lijn.

      • Voor het model HDX-Auto: Schakel de machine in D (rijden) en rij de gemarkeerde afstand met vol gas in een rechte lijn.

    8. Stop de machine op de gemarkeerde afstand en selecteer het vinkje in het InfoCenter.

      Note: Vertraag en stop met het midden van de voorwielen precies op de lijn voor het meest nauwkeurige resultaat.

      Note: De kalibratie is nu voltooid.

    De omloopleiding van de spuitbomen kalibreren

    Important: Kies een open en vlak terrein om deze procedure uit te voeren.

    Note: Om de omloopleiding van de spuitbomen te kalibreren voor machines zonder gasbegrenzer zijn 2 personen nodig.

    1. Zorg dat de spuittank gevuld is met water.

    2. Stel de transmissie als volgt in:

      • Voor modellen uit de HD serie met een manuele transmissie schakelt u de transmissie in de NEUTRAALSTAND.

      • Voor het model HDX-Auto schakelt u de transmissie in P (parkeren).

    3. Stel de parkeerrem in werking en start de motor.

    4. Zet de 3 spuitboomschakelaars in de stand AAN, maar laat de hoofdschakelaar van de spuitbomen UIT.

    5. Zet de pompschakelaar op AAN en zet de mengschakelaar op aan.

    6. Stel het motortoerental als volgt in:

      • Voor machines zonder optionele gasbegrenzer – laat 1 persoon het gaspedaal induwen tot de motor het maximale toerental bereikt.

        Note: Laat de andere persoon de omloopkleppen van de spuitbomen afstellen.

      • Voor machines met optionele gasbegrenzer drukt u het gaspedaal in tot de motor het maximale toerental bereikt. Schakel dan de gasbegrenzer in; raadpleeg de bedieningsinstructies voor de gashendelset van uw Workman.

    7. Ga in het InfoCenter naar het kalibratiemenu en selecteer Test Speed.

      Note: U kunt op elk moment het pictogram van het hoofdscherm selecteren om de kalibratie te annuleren.

    8. Gebruik de symbolen (+) en (-) om een testsnelheid van 5,6 km/u in te voeren en selecteer dan het pictogram van het hoofdscherm.

    9. Stel met behulp van de schakelaar de gebruiksdosis in aan de hand van de volgende tabel.

      Tabel gebruiksdosis spuitdop

      Kleur spuitdopSI (metrisch)EngelsTurf
      Geel159 liter/ha17 gpa0,39 gpk
      Rood319 liter/ha34 gpa0,78 gpk
      Bruin394 liter/ha42 gpa0,96 gpk
      Grijs478 liter/ha51 gpa1,17 gpk
      Wit637 liter/ha68 gpa1,56 gpk
      Blauw796 liter/ha85 gpa1,95 gpk
      Groen1,190 liter/ha127 gpa2,91 gpk
    10. Schakel de linkerspuitboom uit en stel de omloopklep van de spuitboom (Figuur 87) zodanig in dat de drukmeter de eerder gewijzigde waarde aangeeft (doorgaans 2,75 bar).

      Note: De nummeraanduidingen van de omloopklep dienen enkel ter referentie.

      g028047
    11. Schakel de linker spuitboom in en de rechter spuitboom uit.

    12. Stel de omloopklep van de rechterspuitboom (Figuur 87) zodanig in dat de drukmeter de eerder gewijzigde waarde aangeeft (doorgaans 2,75 bar).

    13. Schakel de rechter spuitboom in en de middelste spuitboom uit.

    14. Stel de omloopklep van de middelste spuitboom (Figuur 87) zodanig in dat de drukmeter de eerder gewijzigde waarde aangeeft (doorgaans 2,75 bar).

    15. Schakel alle spuitbomen uit.

    16. Zet de pomp uit.

      Note: De kalibratie is nu voltooid.

    Knopstanden van mengomloopklep

    • De mengomloopklep staat helemaal in de stand Open zoals getoond in Figuur 88 A.

    • De mengomloopklep staat in de stand Gesloten (0) zoals getoond in Figuur 88B.

    • De mengomloopklep staat in een tussenstand (naargelang de drukmeter voor het spuitsysteem) zoals getoond in Figuur 88C.

    g214029

    De mengomloopklep kalibreren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Jaarlijks
  • Kalibreer de mengomloopklep.
  • Important: Kies een open en vlak terrein om deze procedure uit te voeren.

    Note: Om de mengomloopklep te kalibreren voor machines zonder gasbegrenzer zijn 2 personen nodig.

    1. Zorg dat de spuittank gevuld is met water.

    2. Ga na of de mengregelklep open is. Als deze aangepast is, opent u ze nu volledig.

    3. Stel de transmissie als volgt in:

      • Voor modellen uit de HD serie met een manuele transmissie schakelt u de transmissie in de NEUTRAALSTAND.

      • Voor het model HDX-Auto schakelt u de transmissie in P (parkeren).

    4. Stel de parkeerrem in werking en start de motor.

    5. Schakel de pomp van de spuitmachine in.

    6. Stel het motortoerental als volgt in:

      • Voor machines zonder optionele gasbegrenzer – laat 1 persoon het gaspedaal induwen tot de motor het maximale toerental bereikt.

        Note: Laat de andere persoon monsters van de spuitdoppen nemen.

      • Voor machines met optionele gasbegrenzer drukt u het gaspedaal in tot de motor het maximale toerental bereikt. Schakel dan de gasbegrenzer in; raadpleeg de bedieningsinstructies voor de gashendelset van uw Workman.

    7. Zet de 3 afzonderlijke spuitboomkleppen in de stand UIT.

    8. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen op AAN.

    9. Stel de systeemdruk in op het maximum.

    10. Zet de mengschakelaar op UIT en lees de stand van de drukmeter af.

      • Als de stand 6,9 bar blijft, is de mengomloopklep juist gekalibreerd.

      • Als de drukmeter een andere stand aangeeft, gaat u door met de volgende stap.

    11. Stel de mengomloopklep (Figuur 89) achteraan de mengklep in tot de drukmeter 6,9 bar aangeeft.

      g033583
    12. Druk de pompschakelaar naar de stand UIT, zet de gashendel op STATIONAIR en draai de startschakelaar naar de stand UIT.

    De omloopklep van de spuitboomhoofdschakelaar instellen

    Note: Stel de omloopklep van de spuitboomhoofdschakelaar af om de vloeistofstroom die naar de mengdoppen in de tank wordt geleid te verkleinen of vergroten wanneer de hoofdschakelaar van de spuitbomen in de UIT-stand staat.

    1. Zorg dat de spuittank gevuld is met water.

    2. Stel de parkeerrem in werking.

    3. Stel de transmissie als volgt in:

      • Voor modellen uit de HD serie met een manuele transmissie schakelt u de transmissie in de NEUTRAALSTAND.

      • Voor het model HDX-Auto schakelt u de transmissie in P (parkeren).

    4. Schakel de pomp van de spuitmachine in.

    5. Zet de mengschakelaar op AAN.

    6. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen op UIT.

    7. Stel het motortoerental als volgt in:

      • Voor machines zonder optionele gasbegrenzer – laat 1 persoon het gaspedaal induwen tot de motor het maximale toerental bereikt.

        Note: Laat de andere persoon monsters van de spuitdoppen nemen.

      • Voor machines met optionele gasbegrenzer drukt u het gaspedaal in tot de motor het maximale toerental bereikt. Schakel dan de gasbegrenzer in; raadpleeg de bedieningsinstructies voor de gashendelset van uw Workman.

    8. Stel de omloophendel van de spuitboomhoofdschakelaar af om te bepalen in welke mate de inhoud van de tank gemengd wordt (Figuur 89).

    9. Verlaag de gasinstelling naar stationair.

    10. Zet de mengschakelaar en de pompschakelaar op UIT.

    11. Zet de motor af.

    Aanbevelingen voor spuitfilter

    Een zuigkorf kiezen

    Standaard uitrusting; zuigkorf 50 mesh (blauw)

    Gebruik de zuigkorftabel om na te gaan welk gaas u dient te gebruiken voor uw spuitdoppen op basis van chemische producten of oplossingen met een viscositeit gelijkwaardig met die van water.

    Zuigkorftabel

    Kleurcode spuitdop (doorstroomhoeveelheid)Grootte van gaas*Kleurcode van filter
    Geel (0,2 gpm)50Blauw
    Rood (0,4 gpm)50Blauw
    Bruin (0,5 gpm)50 (of 30)Blauw (of groen)
    Grijs (0,6 gpm)30Groen
    Wit (0,8 gpm)30Groen
    Blauw (1,0 gpm)30Groen
    Groen (1,5 gpm)30Groen
    *De gaasgrootte van de zuigkorven in deze tabel gaat uit van chemische producten of oplossingen met een viscositeit gelijkwaardig met die van water.

    Important: Als u chemicaliën met een hogere viscositeit (dikker) of oplossingen met bevochtigbare poeders gebruikt, dient u mogelijk een gaas met grotere openingen te gebruiken voor de optionele zuigkorf; zie Figuur 90.

    g214212

    Wanneer u met een hogere gebruiksdosis spuit, overweeg dan een groter gaas voor de optionele zuigkorf; zie Figuur 91.

    g214214

    Een drukfilter kiezen

    Enkele leverbare schermgroottes:

    Standaard uitrusting; zuigkorf 50 mesh (blauw)

    Gebruik de drukfiltertabel om na te gaan welk gaas u dient te gebruiken voor uw spuitdoppen op basis van chemische producten of oplossingen met een viscositeit gelijkwaardig met die van water.

    Tabel van drukfilter

    Kleurcode spuitdop (doorstroomhoeveelheid)Grootte van gaas*Kleurcode van filter
    Zoals vereist voor chemicaliën of oplossingen met lage viscositeit of kleine gebruiksdosissen100Groen
    Geel (0,2 gpm)80Geel
    Rood (0,4 gpm)50Blauw
    Bruin (0,5 gpm)50Blauw
    Grijs (0,6 gpm)50Blauw
    Wit (0,8 gpm)50Blauw
    Blauw (1,0 gpm)50Blauw
    Groen (1,5 gpm)50Blauw
    Zoals vereist voor chemicaliën of oplossingen met hoge viscositeit of grote gebruiksdosissen30Rood
    Zoals vereist voor chemicaliën of oplossingen met hoge viscositeit of grote gebruiksdosissen16Bruin
    *De gaasgrootte van de drukfilters in deze tabel gaat uit van chemische producten of oplossingen met een viscositeit gelijkwaardig met die van water.

    Important: Als u chemicaliën met een hogere viscositeit (dikker) of oplossingen met bevochtigbare poeders gebruikt, dient u mogelijk een gaas met grotere openingen te gebruiken voor het optionele drukfilter; zie Figuur 92.

    g214211

    Wanneer u met een hogere gebruiksdosis spuit, overweeg dan een groter gaas voor het optionele drukfilter; zie Figuur 93.

    g214240

    Een spuitdopfilter kiezen (optioneel)

    Note: Gebruik een optioneel spuitdopfilter om de kop van de spuitdop te beschermen en de levensduur ervan te verlengen.

    Gebruik de spuitdopfiltertabel om na te gaan welk gaas u dient te gebruiken voor uw spuitdoppen op basis van chemische producten of oplossingen met een viscositeit gelijkwaardig met die van water.

    Tabel spuitdopfilter

    Kleurcode spuitdop (doorstroomhoeveelheid)Grootte van filtergaas*Kleurcode van filter
    Geel (0,2 gpm)100Groen
    Rood (0,4 gpm)50Blauw
    Bruin (0,5 gpm)50Blauw
    Grijs (0,6 gpm)50Blauw
    Wit (0,8 gpm)50Blauw
    Blauw (1,0 gpm)50Blauw
    Groen (1,5 gpm)50Blauw
    *De gaasgrootte van de spuitdopfilters in deze tabel gaat uit van chemische producten of oplossingen met een viscositeit gelijkwaardig met die van water.

    Important: Als u chemicaliën met een hogere viscositeit (dikker) of oplossingen met bevochtigbare poeders gebruikt, dient u mogelijk een gaas met grotere openingen te gebruiken voor het optionele spuitdopfilter; zie Figuur 94.

    g214246

    Wanneer u met een hogere gebruiksdosis spuit, overweeg dan een groter gaas voor het spuitdopfilter; zie Figuur 95.

    g214245

    Onderhoud

    Note: Download het elektrische of hydraulische schema gratis op www.Exmark.com; u kunt uw machine zoeken via de link Handleidingen op de hoofdpagina.

    Note: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.

    Aanbevolen onderhoudsschema

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Zuigkorf reinigen.Reinig de zuigkorf (aanzuigfilter) (vaker bij gebruik van bevochtigbaar poeder).
  • Drukfilter reinigen.Reinig het drukfilter (vaker bij gebruik van bevochtigbaar poeder).
  • Controleer de tankbanden.
  • Om de 50 bedrijfsuren
  • Smeer de pomp.
  • Om de 100 bedrijfsuren
  • Spuit vet in alle smeernippels.
  • Spuitboomscharnieren smeren.
  • Om de 200 bedrijfsuren
  • Controleren of alle slangen en aansluitingen in goede staat verkeren en goed zijn bevestigd.
  • De vloeistofstroommeter reinigen(vaker bij gebruik van bevochtigbaar poeder).
  • Om de 400 bedrijfsuren
  • O-ringen in de kleppen controleren en indien nodig vervangen.
  • De zuigkorf vervangen.
  • Het drukfilter vervangen.
  • Pompmembraan controleren en indien nodig vervangen (neem contact op met een erkende Toro servicedealer).
  • Afsluitkleppen van pomp controleren en indien nodig vervangen.(neem contact op met een erkende Toro servicedealer).
  • De nylon draaibussen controleren.
  • Jaarlijks
  • Spoel de spuitmachine met schoon water. Als u de machine schoonspoelt, verhoogt u de pompsnelheid door de ontlastklep te openen, waardoor achtergebleven vloeistof uit de kleppen en slangen wordt verwijderd.
  • Kalibreer de mengomloopklep.
  • Important: Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw machine en de handleiding van de motor voor bijkomende onderhoudsprocedures.

    Controlelijst voor dagelijks onderhoud

    Kopieer deze pagina ten behoeve van gebruik bij routinecontroles.

    Gecontroleerd itemVoor week van:
    Ma.Di.Wo.Do.Vr.Za.Zo.
    Werking van rem en parkeerrem controleren.       
    Werking van schakelinrichting/neutraalstand controleren.       
    Brandstofpeil controleren.       
    Motoroliepeil controleren voordat u de tank vult.       
    Transaxle-oliepeil controleren voordat u de tank vult.       
    Luchtfilter controleren voordat u de tank vult.       
    Koelribben van de motor controleren voordat u de tank vult.       
    Controleren of motor ongewone geluiden maakt.       
    Controleren op ongewone geluiden tijdens het gebruik.       
    De bandenspanning controleren.       
    Controleren op lekkages.       
    Werking van instrumenten controleren.       
    Werking van het gaspedaal controleren.       
    Zuigkorf reinigen.       
    Toespoor controleren.       
    Vet in alle smeernippels spuiten.1       
    Beschadigde lak bijwerken.       

    1Onmiddellijk na elke wasbeurt, ongeacht het voorgeschreven interval

    Aantekening voor speciale aandachtsgebieden

    Controle uitgevoerd door:
    ItemDatumInformatie
    1  
    2  
    3  
    4  
    5  
    6  
    7  
    8  
    9  
    10  

    Voorzichtig

    Als u het sleuteltje in de starterschakelaar laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start, waardoor u en omstanders ernstig letsel kunnen oplopen.

    Haal het sleuteltje uit de starterschakelaar en maak de min-abel los van de accu voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Druk de kabel opzij zodat deze niet onbedoeld contact kan maken met de accupool.

    Procedures voorafgaande aan onderhoud

    Toegang tot de machine

    De tank overeind zetten

    Gevaar

    Bij het omgaan met de spuittankconstructie moet u rekening houden met een risico op opgeslagen energie. Als de constructie niet goed is vastgezet bij het monteren of verwijderen, waardoor u of anderen letsel kunnen oplopen.

    Gebruik altijd riemen en een hefinrichting om de spuittankconstructie te ondersteunen tijdens monteren, verwijderen en onderhoudswerkzaamheden waarbij u bevestigingsmateriaal verwijdert.

    U kunt de tank omhoog brengen om goed bij de motor en overige interne onderdelen te kunnen. Kantel het verlengstuk van de spuitboom naar voren om het gewicht gelijkmatiger te verdelen.

    1. Laat de spuittank leeglopen.

    2. Parkeer het voertuig op een horizontaal oppervlak.

    3. Gebruik de bedieningsschakelaars van de spuitboom om de spuitboomverlenging ongeveer 45° omhoog te brengen.

    4. Stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje.

    5. Verwijder de veiligheidsbouten uit de voorzijde van de steunbalk (Figuur 96).

      g022366
    6. Vouw de spuitboomverlengingen naar voren langs de tankconstructie om het gewicht gelijkmatiger te verdelen en om achteroverkantelen te voorkomen.

    7. Breng de tankconstructie omhoog totdat de hefcilinders hun uiterste positie hebben bereikt.

    8. Verwijder de laadbakbeveiliging van de opberghaken op de achterkant van het paneel van de rolbeugel (Figuur 97).

      g002397
    9. Druk de laadbakbeveiliging op de cilinderstang, waarbij u ervoor moet zorgen dat de beide uiteinden van de laadbakbeveiliging rusten op het uiteinde van de cilinderbus en het stanguiteinde van de hefcilinder (Figuur 98).

      g009164

    De tankconstructie omlaag brengen

    1. Als u klaar bent om de tank te laten zakken, verwijdert u de laadbakbeveiliging van de cilinder en plaatst u deze in de beugels aan de achterzijde van het paneel van de rolbeugel.

      Important: Probeer nooit de tankconstructie neer te laten met de laadbakbeveiliging op de cilinder.

    2. Trek de hefcilinder terug om de tank voorzichtig op het frame te laten zakken.

    3. Bevestig de twee bevestigingsbouten en het bevestigingsmateriaal om de tankconstructie vast te zetten.

    4. Vouw de spuitboomverlenging naar achteren tot de uitgeschoven stand.

    5. Gebruik de bedieningsschakelaars van de spuitboom om de spuitboomverlenging omhoog te brengen tot de TRANSPORTSTAND.

    Smering

    Spuitsysteem smeren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 100 bedrijfsuren
  • Spuit vet in alle smeernippels.
  • Wij adviseren u alle lagers en lagerbussen om de 100 bedrijfsuren of een keer per jaar te smeren, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden.

    Type vet: Nr. 2 vet op lithiumbasis

    1. Veeg de smeernippel schoon zodat er geen ongerechtigheden kunnen binnendringen in het lager of de lagerbus.

    2. Pomp vet in het lager of de lagerbus.

    3. Veeg overtollig vet weg.

    De pomp van de veldspuit smeren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 50 bedrijfsuren
  • Smeer de pomp.
  • Type smeermiddel: Mobil XHP 461

    1. Zoek de smeernippels van de spuitpomp op.

      Note: De spuitpomp bevindt zich aan de achterkant van de machine.

      g208179
    2. Veeg de 2 uitwendige smeernippels schoon.

    3. Pomp vet in de uitwendige smeernippels.

    4. Veeg overtollig vet weg.

    Spuitboomscharnieren smeren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 100 bedrijfsuren
  • Spuitboomscharnieren smeren.
  • Important: Als u het spuitboomscharnier afspoelt met water, moet al het water en vuil van het scharnier worden verwijderd en moet u nieuw vet op het scharnier smeren.

    Type vet: Nr. 2 vet op lithiumbasis

    1. Veeg de smeernippels schoon zodat er geen ongerechtigheden kunnen binnendringen in het lager of de lagerbus.

    2. Pomp vet in het lager of de lagerbus bij elke smeernippel Figuur 100.

      g002014
    3. Veeg overtollig vet weg.

    4. Herhaal deze procedure bij alle draaiarmen van de spuitbomen.

    Onderhoud van het spuitsysteem

    Waarschuwing

    Chemische stoffen die worden gebruikt in het strooi-/spuitsysteem kunnen gevaarlijk en giftig voor de gebruiker, omstanders, dieren, planten, de bodem of eigendommen zijn.

    • U moet de waarschuwingsetiketten en de Veiligheidsinformatiebladen voor alle gebruikte chemische stoffen zorgvuldig lezen en in acht nemen en uzelf beschermen volgens de instructies van de fabrikant van de chemische stoffen. Zorg ervoor dat uw huid zoveel mogelijk is bedekt als u chemische stoffen gebruikt. Om te voorkomen dat u in aanraking komt met chemicaliën, dient u geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken, zoals:

      • oogbescherming, veiligheidsbril en/of gelaatsscherm

      • stof- of filtermasker

      • handschoenen die bestand zijn tegen chemicaliën

      • rubberen laarzen of ander stevig schoeisel

      • gehoorbescherming

      • schone reservekleding, zeep en wegwerphanddoeken die u in de buurt bewaart voor het geval u chemische stoffen morst.

    • Denk eraan dat er meerdere chemische stoffen kunnen zijn gebruikt, en zorg ervoor dat u informatie over elke stof krijgt.

    • Weiger de machine te gebruiken of te bedienen als deze informatie niet beschikbaar is!

    • Voordat u onderhoud uitvoert aan een spuitsysteem moet dit drie keer zijn gespoeld en geneutraliseerd volgens de instructies van de fabrikant(en) van de chemische stoffen en moeten alle kleppen 3 cyclussen hebben doorlopen.

    • Controleer of er voldoende water en zeep in de nabijheid is, en als u in contact komt met chemische stoffen, moet u deze onmiddellijk afspoelen.

    De slangen controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 200 bedrijfsuren
  • Controleren of alle slangen en aansluitingen in goede staat verkeren en goed zijn bevestigd.
  • Om de 400 bedrijfsuren
  • O-ringen in de kleppen controleren en indien nodig vervangen.
  • Controleer alle slangen van het spuitsysteem op scheuren, lekken of andere schade. Controleer tegelijkertijd de aansluitingen en fittingen op soortgelijke schade. Vervang slangen en fittingen als deze beschadigd zijn.

    De zuigkorf vervangen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 400 bedrijfsuren
  • De zuigkorf vervangen.
  • Note: Kies de gewenste maasgrootte van de zuigkorf voor uw toepassing, zie Een zuigkorf kiezen.

    1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.

    2. Verwijder bovenaan de spuittank de borgclip waarmee de slangfitting bevestigd is aan de grote slang van de behuizing van de zuigkorf (Figuur 101).

      g033577
    3. Verwijder de slang en de slangfitting van de behuizing van de zuigkorf (Figuur 101).

    4. Verwijder de oude zuigkorf uit de behuizing in de tank (Figuur 102).

      Note: Gooi het oude filter weg.

      g033578
    5. Monteer de nieuwe zuigkorf in de behuizing.

      Note: Verzeker dat de korf goed op zijn plaats zit.

    6. Lijn de slang en de slangfitting uit met de behuizing van de korf bovenaan de tank en bevestig de fitting en de behuizing met de borgclip die u verwijderd hebt in stap 2.

    Het drukfilter vervangen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 400 bedrijfsuren
  • Het drukfilter vervangen.
  • Note: Kies de gewenste maasgrootte van de zuigkorf voor uw toepassing, zie Een drukfilter kiezen.

    1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.

    2. Plaats een opvangbak onder het drukfilter (Figuur 103).

      g033582
    3. Draai de aftapdop linksom en neem ze van de bak van het drukfilter (Figuur 103).

      Note: Laat de bak volledig leeglopen.

    4. Draai de bak linksom en verwijder de filterkop (Figuur 103).

    5. Verwijder het oude drukfilterelement (Figuur 103).

      Note: Gooi het oude filter weg.

    6. Controleer de pakking voor de aftapplug (in de bak) en de pakking voor de bak (in de filterkop) op schade en slijtage (Figuur 103).

      Note: Vervang beschadigde of versleten pakkingen voor de plug, de bak of beide.

    7. Monteer het nieuwe drukfilterelement in de filterkop (Figuur 103).

      Note: Zorg dat het filterelement stevig in de filterkop zit.

    8. Maak de bak handmatig vast op de filterkop (Figuur 103).

    9. Monteer de aftapdop op de fitting onderaan de bak en draai de dop handmatig vast (Figuur 103).

    Het spuitdopfilter vervangen

    Note: Kies de gewenste maasgrootte van het spuitdopfilter voor uw toepassing, zie Een spuitdopfilter kiezen (optioneel).

    1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.

    2. Neem de spuitdop uit de houder Figuur 104

      g209504
    3. Verwijder het oude spuitdopfilter (Figuur 104).

      Note: Gooi het oude filter weg.

    4. Monteer het nieuwe spuitdopfilter (Figuur 104).

      Note: Verzeker dat de korf goed op zijn plaats zit.

    5. Monteer de spuitdop op de spuitdophouder (Figuur 104).

    De sproeierpomp controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 400 bedrijfsuren
  • Pompmembraan controleren en indien nodig vervangen (neem contact op met een erkende Toro servicedealer).
  • Afsluitkleppen van pomp controleren en indien nodig vervangen.(neem contact op met een erkende Toro servicedealer).
  • Note: De volgende onderdelen zijn onderhevig aan slijtage door gebruik, tenzij deze gebreken vertonen, en vallen niet onder de dekking van de garantie op deze machine.

    Laat een erkende Toro servicedealer de volgende inwendige onderdelen van de pomp op schade controleren:

    • Pompmembraan

    • Pompterugslagkleppen

    Vervang deze onderdelen indien noodzakelijk.

    Instelling van de spuitbomen tot niveau

    De volgende procedure kan worden gebruikt voor het instellen van de actuators op het midden om linker en rechter spuitboom op hetzelfde niveau te houden.

    1. Klap de spuitbomen in de spuitstand.

    2. Verwijder de borgpen van de draaipen (Figuur 105).

      g013780
    3. Til de spuitboom op en verwijder de pen (Figuur 105), en laat de spuitboom langzaam op de grond zakken.

    4. Controleer de pen op beschadigingen en vervang deze indien dit nodig is.

    5. Zet een moersleutel op de platte kanten van de actuatorstang om deze te immobiliseren en zet vervolgens de contramoer los zodat de stang met het oog kan worden bewogen (Figuur 106).

      g014220
    6. Draai de oogstang in de actuatorstang om de uitstekende actuator te verkorten of te verlengen tot de gewenste stand (Figuur 106).

      Note: Draai de stang met het oog in halve of volledige slagen zodat u de stang aan de spuitboom kunt monteren.

    7. Zodra de gewenste positie is bereikt, bevestigt u de contramoer om de actuator en de oogstang vast te zetten.

    8. Hef de spuitboom op zodat het draaipunt en de actuatorstang zich in een lijn bevinden.

    9. Houd de spuitboom vast en steek de pen door het draaipunt van de spuitboom en de actuatorstang (Figuur 105).

    10. Als de pen op zijn plaats is, laat u de spuitboom los en zet u de pen vast met de borgpen die u eerder hebt verwijderd.

    11. Herhaal deze procedure indien nodig bij alle andere lagers van de actuatorstang.

    De nylon draaibussen controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 400 bedrijfsuren
  • De nylon draaibussen controleren.
    1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.

    2. Klap de spuitbomen in de spuitstand en ondersteun de spuitbomen met assteunen of hang deze met banden aan een hefinrichting.

    3. Als het gewicht van de spuitboom is ondersteund, verwijdert u de bout en de moer waarmee de draaipen is bevestigd aan de spuitboom (Figuur 107).

      g022367
    4. Verwijder de draaipen.

    5. Verwijder de spuitboom en de draaibeugel van het middelste frame om bij de nylon draaibussen te kunnen komen.

    6. Verwijder de draaibussen van de voor- en achterkant van de draaibeugel en controleer deze (Figuur 107).

      Note: Vervang beschadigde draaibussen.

    7. Smeer een beetje olie op de draaibussen en monteer deze weer in de draaibeugel.

    8. Plaats de spuitboom en de draaibeugel in het middelste frame en zorg ervoor dat de openingen zich tegenover elkaar bevinden (Figuur 107).

    9. Plaats de draaipen en zet deze vast met de bout en de moer die u eerder hebt verwijderd.

    Herhaal deze procedure bij alle andere spuitbomen.

    Reiniging

    De vloeistofstroommeter reinigen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 200 bedrijfsuren
  • De vloeistofstroommeter reinigen(vaker bij gebruik van bevochtigbaar poeder).
    1. Het volledige spuitsysteem grondig uitspoelen en aftappen.

    2. Verwijder de vloeistofstroommeter en spoel deze af met schoon water.

    3. Verwijder de borgring aan de stroomopwaartse kant (Figuur 108).

      g214630
    4. Reinig de turbine en de turbinenaaf om metaalvijlsel en bevochtigbaar poeder te verwijderen.

    5. Controleer de turbinebladen op slijtage.

      Note: Houd de turbine in uw hand en laat deze draaien. De turbine moet vrij kunnen draaien en mag niet te veel aanlopen. Als de turbine niet vrij draait of erg aanloopt, moet u deze vervangen.

    6. Monteer de vloeistofstroommeter.

    7. Gebruik lichte luchtdruk (0,34 bar) om ervoor te zorgen dat de turbine vrij draait.

      Note: Als de turbine niet vrij draait, geef dan de zeskantige pal aan de onderkant van de turbinenaaf 1/16 draai tot de turbine vrij draait.

    De kleppen van de spuitmachine reinigen

    De klepactuator verwijderen

    1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.

    2. Maak de stekker met 3 pennen van de klepactuator los van de elektrische connector met 3 contacten van de kabelboom van de spuitmachine.

    3. Verwijder de borgclip waarmee de actuator bevestigd is aan de verdelerklep voor de gebruiksdosis, de mengklep, de hoofdklep van de spuitboom of de klep van een spuitboomgedeelte (Figuur 109).

      Note: Knijp de 2 pennen van de borgclip samen terwijl u hem naar beneden drukt.

      Note: Bewaar de actuator en de borgclip om deze later te monteren in De klepactuator plaatsen.

      g028237
    4. Verwijder de actuator uit de verdelerklep.

    De verdelerklep voor de gebruiksdosis verwijderen

    1. Verwijder de 2 flensklemmen en 2 pakkingen waarmee de verdeler voor de regelklep voor de gebruiksdosis is bevestigd (Figuur 110) aan het drukfilter en de mengklep.

      Note: Bewaar de flensklemmen en pakkingen voor montage in De verdelerklep voor de gebruiksdosis plaatsen.

      g033584
    2. Verwijder de borgclip waarmee de uitgaande fitting aan de verdelerkoppeling voor de regelklep voor de gebruiksdosis is bevestigd (Figuur 111).

      g033585
    3. Verwijder de 2 flenskopbouten (¼" x ¾") en 2 flensborgmoeren (¼") waarmee de regelklep voor de gebruiksdosis is bevestigd aan de klepbevestiging en verwijder de verdeler uit de machine (Figuur 111).

      Note: Maak indien nodig de bevestigingsmaterialen van de drukfilterkop los om de regelklep voor de gebruiksdosis gemakkelijker te kunnen verwijderen.

      Note: Bewaar de flenskopbouten, flensborgmoeren en borgclip voor montage in De verdelerklep voor de gebruiksdosis plaatsen.

    De mengverdelerklep verwijderen

    1. Verwijder de 3 flensklemmen en 3 pakkingen waarmee de verdeler voor de mengklep is bevestigd (Figuur 112) aan de mengomloopklep, de regelklep voor de gebruiksdosis en de hoofdspuitboomklep.

      Note: Bewaar de flensklemmen en pakkingen voor montage in De mengverdelerklep monteren.

      g033586
    2. Verwijder de borgclip waarmee de vrouwelijke snelkoppelfitting aan de snelkoppelfitting van de verdeler voor de mengklep is bevestigd (Figuur 113).

      g214596
    3. Verwijder de flenskopbout (¼" x ¾") en flensborgmoer (¼") waarmee de mengklep is bevestigd aan de klepbevestiging en verwijder de verdeler uit de machine (Figuur 113).

      Note: Bewaar de flenskopbouten, flensborgmoer en borgclip voor montage in De mengverdelerklep monteren.

    De verdeler voor de hoofdklep van de spuitboom verwijderen

    1. Verwijder de flensklemmen en pakkingen waarmee de verdeler voor de hoofdklep van de spuitboom (Figuur 114) is bevestigd aan de omloopklep van de spuitboomhoofdschakelaar, de mengklep en de elleboogfitting van 90° (aan het uiteinde van de slang voor de vloeistofmeter).

      Note: Bewaar de flensklemmen en pakkingen voor montage in De verdeler voor de hoofdklep van de spuitboom plaatsen.

      g033590
    2. Verwijder de borgclip waarmee de uitgaande fitting van 90° aan de verdelerkoppeling voor de hoofdklep van de spuitboom is bevestigd (Figuur 115).

      g033591
    3. Verwijder de flenskopbout (¼" x ¾") en flensborgmoer (¼") waarmee de hoofdklep van de spuitboom is bevestigd aan de klepbevestiging en verwijder de klepverdeler uit de machine (Figuur 115).

      Note: Bewaar de flenskopbout, flensborgmoer en borgclip voor montage in De verdeler voor de hoofdklep van de spuitboom plaatsen.

    De spuitboomverdelerklep verwijderen

    1. Verwijder de klemmen en pakkingen waarmee de verdeler voor de spuitboomklep (Figuur 116) bevestigd is aan de aangrenzende spuitboomklep (indien linker spuitboomklep en verloopkoppeling).

      g028236
    2. Verwijder de borgclips waarmee de uitgaande fitting is bevestigd aan de verdelerklep van de spuitbomen en de borgclips waarmee de verdeler aan de omloopfitting is bevestigd (Figuur 117).

      g028238
    3. Bij de kleppen van de linker en rechter spuitbomen: verwijder de flenskopbouten en flensmoeren waarmee de klep(pen) van de spuitbomen aan de klepbevestiging zijn bevestigd en verwijder de klepverdeler(s) uit de machine. Bij de klep van de middelste spuitboom: verwijder de spuitboomklepverdeler uit de machine (Figuur 118).

      g028239

    De verdelerklep reinigen

    1. Plaats de afsluiter zo dat deze in de gesloten stand staat (Figuur 119B).

      g027562
    2. Verwijder de 2 dopaansluitingen van de uiteinden van de verdelerbehuizing (Figuur 120 en Figuur 121).

      g028243
      g028240
    3. Draai de afsluiter zo dat de kogel in de geopende stand staat (Figuur 119A).

      Note: Wanneer de afsluiter in het verlengde van de stroom in de klep ligt, zal de kogel eruit glijden.

    4. Verwijder de houder van de afsluiter uit de openingen in de ventielopening van de verdeler (Figuur 120 en Figuur 121).

    5. Neem de houder van de afsluiter en de zitting van de afsluiter uit de verdeler (Figuur 120 en Figuur 121).

    6. Neem de ventieleenheid uit de verdelerbehuizing (Figuur 120 en Figuur 121).

    7. Reinig de binnenkant van de verdeler en de buitenkant van de kogelklep, de ventieleenheid, de borgclip en de eindsluitingen.

    De verdelerklep monteren

    1. Controleer de staat van de O-ringen van de uitgaande fitting (alleen spuitboomklepverdeler), de O-ringen van de dopafdichting, de O-ringen van de achterzitting en de kogelzitting op schade of slijtage (Figuur 120 en Figuur 121).

      Note: Vervang versleten of beschadigde O-ringen en zittingen.

    2. Breng smeersel aan op de afsluiter en steek deze in de zitting van de afsluiter (Figuur 120 en Figuur 121).

    3. Monteer de afsluiter en de zitting in de verdeler en bevestig de afsluiter en de zitting met de houder van de afsluiter (Figuur 120 en Figuur 121).

    4. Zorg dat de O-ring van de achterzitting en de kogelzitting uitgelijnd zijn en op hun plaats zitten in de dopaansluiting (Figuur 120 en Figuur 121)

    5. Breng de dopaansluiting aan op de verdelerbehuizing tot de flens van de dopaansluiting contact maakt met de verdelerbehuizing (Figuur 120 en Figuur 121). Draai vervolgens de dopaansluiting nog ⅛ tot ¼ slag.

      Note: Wees voorzichtig zodat u het uiteinde van de aansluiting niet beschadigt.

    6. Steek de kogel in de klepbehuizing (Figuur 122).

      Note: De afsluiter moet in de kogelopening passen. Als de afsluiter er niet in past, dient u de locatie van de kogel aan te passen (Figuur 122).

      g027565
    7. Draai de afsluiter zo dat de klep gesloten is (Figuur 119B)

    8. Herhaal stap 4 en 5 voor de andere dopaansluiting.

    De verdelerklep voor de gebruiksdosis plaatsen

    1. Lijn een pakking uit tussen de flenzen van de regelklep voor de gebruiksdosis en de drukfilterkop (Figuur 123A).

      Note: Zet indien nodig het bevestigingsmateriaal voor de drukfilterkop los om speling te verkrijgen.

      g028538
    2. Monteer de verdelerklep voor de gebruiksdosis, de pakking en de drukfilterkop met een flensklem en draai handmatig vast (Figuur 123A).

    3. Lijn de pakking uit tussen de flenzen van de regelklep voor de gebruiksdosis en de mengklepverdeler (Figuur 123A).

    4. Monteer de verdelerklep voor de gebruiksdosis, de pakking en de mengklepverdeler met een flensklem en draai handmatig vast (Figuur 123A).

    5. Monteer de regelklep voor de gebruiksdosis aan de klepbevestiging met de 2 flenskopbouten en 2 flensborgmoeren (Figuur 123A) die u hebt verwijderd in stap 3 van De verdelerklep voor de gebruiksdosis verwijderen en draai de moer en bout vast tot 10-12 N·m.

    6. Monteer de uitgaande fitting op de koppelingfitting onderaan de verdeler voor de regelklep voor de gebruiksdosis (Figuur 123B).

    7. Bevestig de koppeling van de uitgaande fitting door een borgclip in de houder van de uitgaande fitting te steken (Figuur 123B).

    8. Als u het bevestigingsmateriaal hebt losgezet voor de drukfilterkop, dient u de moer en bout aan te draaien tot 10-12 N·m.

    De mengverdelerklep monteren

    1. Lijn de flens van de mengklepverdeler uit met een pakking en de flens van de mengomloopklep (A van Figuur 124).

      Note: Maak indien nodig het bevestigingsmateriaal voor de hoofdklep van de spuitboom los om speling te verkrijgen.

      g033604
    2. Monteer de mengomloopklep, de pakking en de mengklepverdeler met een flensklem en draai handmatig vast (Figuur 125).

    3. Lijn de pakking uit tussen de flenzen van de regelklep voor de gebruiksdosis en de mengklepverdeler (Figuur 125A).

      g033605
    4. Monteer de regelklep voor de gebruiksdosis, de pakking en de mengklepverdeler met een flensklem en draai handmatig vast (Figuur 125A).

    5. Lijn de pakking uit tussen de flenzen van de mengklepverdeler en de hoofdklep van de spuitboom (Figuur 125A).

    6. Monteer de mengklepverdeler, de pakking en de hoofdklep van de spuitboom met een flensklem en draai handmatig vast (Figuur 125A).

    7. Monteer de uitgaande fitting op de koppelingfitting onderaan de verdeler voor de mengklep (Figuur 125B).

    8. Bevestig de uitgaande fitting aan de koppelingfitting door een borgclip in de houder van de uitgaande fitting te steken (Figuur 125B).

    9. Monteer de mengklep aan de klepbevestiging met de flenskopbout en flensborgmoer (Figuur 124) die u hebt verwijderd in stap 3 van De mengverdelerklep verwijderen en draai de moer en bout aan met 10-12 N·m.

    10. Als u het bevestigingsmateriaal van de hoofdklep van de spuitboom hebt losgedraaid, dient u de moer en bout aan te draaien met 10 tot 12 N·m.

    De verdeler voor de hoofdklep van de spuitboom plaatsen

    1. Lijn de flens van de verdeler van de hoofdklep van de spuitboom uit met een pakking en de flens van de omloopklep van de spuitboomhoofdschakelaar (Figuur 126).

      g033590
    2. Monteer de verdeler van de hoofdklep van de spuitboom, de pakking en de omloopklep van de spuitboomhoofdschakelaar met een handvast aangedraaide flensklem (Figuur 126).

    3. Lijn de flens van de verdeler van de hoofdklep van de spuitboom uit met een pakking en de mengklepverdeler (Figuur 126).

    4. Monteer de verdeler voor de hoofdklep van de spuitboom, de pakking en de mengklepverdeler met een flensklem en draai handmatig vast (Figuur 126).

    5. Lijn de houder van de uitgaande fitting van 90° uit op de koppelingfitting onderaan de verdeler voor de hoofdklep van de spuitboom (Figuur 127).

      g033591
    6. Bevestig de koppeling van de uitgaande fitting door een borgclip in de houder van de uitgaande fitting te steken (Figuur 127).

    7. Monteer de mengklep aan de klepbevestiging met de flenskopbout en flensborgmoer (Figuur 126) die u hebt verwijderd in stap 3 van De verdeler voor de hoofdklep van de spuitboom verwijderen en draai de moer en bout aan met 10-12 N·m.

    De spuitboomverdelerklep plaatsen

    1. Monteer de bovenste dopaansluiting van de verdelerklep in de omloopfitting (Figuur 128A).

      Note: Zet indien nodig het bevestigingsmateriaal voor de omloopfitting los om speling te verkrijgen.

      g033609
    2. Bevestig de dopaansluiting aan de omloopfitting door een borgclip in de houder van de omloopfitting te brengen (Figuur 128A).

    3. Monteer de uitgaande fitting op de onderste dopaansluiting van de verdelerklep (Figuur 128A).

    4. Bevestig de dopaansluiting aan de uitgaande fitting door een borgclip in de houder van de uitgaande fitting te brengen (Figuur 128A).

    5. Lijn de pakking uit tussen de flenzen van de verloopkoppeling en de spuitboomklepverdeler (Figuur 128B).

    6. Monteer de verloopkoppeling, de pakking en de spuitboomklepverdeler met een klem en draai handmatig vast (Figuur 128B).

    7. Bij de montage van de 2 spuitboomkleppen uiterst links dient u pakking uit te lijnen tussen de flenzen van de 2 aangrenzende spuitboomklepverdelers (Figuur 128B).

    8. Monteer de 2 aangrenzende spuitboomklepverdelers en een pakking met een klem en draai deze met de hand vast (Figuur 128B).

    9. Bij de kleppen van de linker en rechter spuitbomen: monteer de kleppen aan de klepbevestiging met de flenskopbout en flensborgmoer die u hebt verwijderd in stap 3 van De spuitboomverdelerklep verwijderen en draai de moeren en bouten aan met 10-12 N·m.

    10. Als u het bevestigingsmateriaal hebt losgedraaid voor de omloopfitting, dient u de moer en bout aan te draaien tot 10-12 N·m.

    De klepactuator plaatsen

    1. Lijn de actuator uit met de verdelerklep (Figuur 109).

    2. Bevestig de actuator en de klep met de borgclip die u hebt verwijderd in stap 3 van De klepactuator verwijderen.

    3. Sluit de stekker met 3 contacten van de klepactuatorkabelboom aan op de connector met 3 contacten van de kabelboom van de spuitmachine.

    Stalling

    1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.

      Note: Voor modellen uit de HD-serie en de HDX-serie met een handgeschakelde versnellingsbak schakelt u de aftakas uit.

    2. Verwijder vuil en vet van het hele voertuig, inclusief de buitenkant van de koelribben van de cilinderkop en de ventilatorbehuizing.

      Important: U kunt het voertuig met een mild reinigingsmiddel en water wassen. Doe dit niet met een hogedrukreiniger. Daardoor kan het elektrische systeem worden beschadigd of noodzakelijk vet op wrijvingspunten worden weggespoeld. Gebruik niet te veel water in de buurt van het bedieningspaneel, de verlichting, de motor en de accu.

    3. Behandel het spuitsysteem als volgt:

      1. Laat de watertank leeglopen.

      2. Laat het spuitsysteem zo grondig mogelijk leeglopen.

      3. Maak roestwerende, niet op alcohol gebaseerde antivriesoplossing voor motorvoertuigen aan volgens de instructies van de fabrikant.

      4. Giet de antivriesoplossing voor motorvoertuigen in de watertank en de spuittank.

      5. Laat de spuitpomp een paar minuten lopen zodat de antivries voor motorvoertuigen door het spuitsysteem en eventueel gemonteerde spuitaccessoires stroomt; zie Spuitpomp.

      6. Laat de watertank en het spuitsysteem zo grondig mogelijk leeglopen.

    4. Til de spuitbomen op met behulp van de schakelaars van de spuitboomlift. Breng de spuitbomen omhoog totdat zij geheel kruiselings over elkaar in de transportstand in de transporthouder zijn gezet en de hefcilinders volledig zijn teruggetrokken.

      Note: Zorg ervoor dat de cilinders van de spuitbomen volledig zijn teruggetrokken om beschadiging van de actuatorstang te voorkomen.

    5. Voer de volgende onderhoudsstappen uit wanneer u de machine voor korte of lange tijd gaat stallen:

      • Korte stalling (minder dan 30 dagen), reinig het spuitsysteem; zie De spuitmachine reinigen.

      • Lange stalling (langer dan 30 dagen), doe het volgende:

        1. Maak de spuitkleppen schoon; zie De kleppen van de spuitmachine reinigen.

        2. Smeer de spuitmachine; zie Smering.

        3. Controleer alle bouten, schroeven en moeren en draai deze vast.

          Note: Vervang of repareer versleten of beschadigde onderdelen.

        4. Controleer de staat van alle spuitslangen.

          Note: Vervang versleten en beschadigde slangen.

        5. Draai alle slangaansluitingen vast.

        6. Werk alle krassen of afgebladderde metaaloppervlakken bij met lak die verkrijgbaar is bij uw erkende servicedealer.

        7. Stal de machine in een schone, droge garage of opslagruimte.

        8. Verwijder het contactsleuteltje uit de starterschakelaar en bewaar het op een veilige plaats buiten het bereik van kinderen.

        9. Dek de machine af om deze te beschermen en schoon te houden.

    Het frame van de spuitmachine en de tank verwijderen

    Vermogen hefwerktuig: 408 kg

    Gevaar

    Bij het omgaan met de spuittankconstructie moet u rekening houden met een gevaar door opgeslagen energie. Als de constructie niet goed is vastgezet bij het monteren of verwijderen kan deze bewegen of vallen, waardoor u of anderen letsel kunnen oplopen.

    Gebruik altijd riemen en een hefinrichting om de spuittankconstructie te ondersteunen tijdens monteren, verwijderen en onderhoudswerkzaamheden waarbij u bevestigingsmateriaal verwijdert.

    Het middelste bedieningspaneel gebruiksklaar maken

    1. Koppel de accukabels los van de accu; zie De accu afkoppelen.

    2. Maak de zekeringhouder van de spuitmachine los van de zekeringhouder van de machine, en koppel de bedrading tussen de 2 zekeringhouders los; zie De zekeringenhouder van de spuitmachine monteren.

    3. Verwijder de kabelboom van de J-clips; zie De achterste kabelboom van de spuitmachine naar het bedieningspaneel leiden.

    4. Zet de handknop onder het paneel los en verwijder de R-pen; zie Het bedieningspaneel op de machine monteren.

    5. Maak de kabels waarmee de zekeringhouder voor de spuitmachine aangesloten is op de zekeringhouder van de machine los; zie De zekeringenhouder van de spuitmachine monteren.

    6. Maak de zekeringhouder van de spuitmachine los van de zekeringhouder van de machine; zie De zekeringenhouder van de spuitmachine monteren.

    7. Verwijder het paneel van de montagebeugel van het paneel aan het dashboard van de machine en lijn de draaipen van het bedieningspaneel uit met de opberghaak aan de voorste tankband (Figuur 129); zie Het bedieningspaneel op de machine monteren.

      g033615
    8. Monteer het paneel op de beugel en bevestig de draaipen met de R-pen aan de beugel (Figuur 129).

    De assteunen monteren

    Vermogen hefwerktuig: 408 kg

    1. Zet de voorste assteun op een lijn met de assteunbeugel aan de voorkant van de tank (Figuur 130).

      g028422
    2. Steek de assteun in de beugel tot het middelste gat in de horizontale buis van de assteun op één lijn is met het gat bovenaan de beugel (Figuur 130).

    3. Steek de gaffelpen (½" x 3") in de gaten in de assteun en beugel, en bevestig de gaffelpen met een R-pen (5/32" x 2⅝").

    4. Draai een borgknop in de assteunbeugel en draai deze handvast (Figuur 130).

    5. Lijn de achterste assteun uit met de beugel van de achterste assteun (Figuur 131).

      g028423
    6. Lijn het gat bovenaan de assteun uit met het gat in het tankframe (Figuur 131).

    7. Bevestig de assteun aan de beugel en het frame met 2 gaffelpennen (½" x 4½") en 2 R-pennen (5/32" x 2⅝") zoals in Figuur 131.

    8. Herhaal stap 1 tot 7 voor de voorste en achterste assteun aan de andere zijde van het tankframe.

    Het frame van de sproeier verwijderen

    1. Laat de spuitbomen zakken tot ongeveer 45° en draai ze dan naar voren (Figuur 132).

      g033619
    2. Verwijder aan beide kanten van de machine de 2 bouten (½" x 1½") en 2 borgmoeren (½") waarmee de steunbeugel voor het tankframe bevestigd is aan de machine, zie Het tankframe laten zakken.

    3. Til het tankframe op met de hefcilinders, monteer de cilindervergrendeling, en doe het volgende:

      Note: Zie De tank overeind zetten.

      • Voor Workman-modellen uit de HD- en HDX-serie met manuele transmissie koppelt u de aftakas los van de transaxle; raadpleeg de montage-instructies van de egalisatieset voor de Multi Pro WM gazonspuitmachine, Workman multifunctioneel voertuig met manuele transmissie.

      • Voor Workman-modellen uit de HDX-serie met automatische transmissie koppelt u de hydraulische slangen aan het paneel voor hoge stroming los; bedek de fittings. Raadpleeg de montage-instructies van de egalisatieset voor de Multi Pro WM gazonspuitmachine, Workman multifunctioneel voertuig met automatische transmissie.

      • Koppel de bedrading van de snelheidssensor af; zie De kabelboom van de snelheidssensor aansluiten (modellen uit de HD-serie met manuele transmissie) en De kabelboom van de snelheidssensor aansluiten (model HDX-Auto).

    4. Verwijder de cilindervergrendeling en laat het tankframe zakken met de hefcilinders; zie De tankconstructie omlaag brengen.

    5. Bevestig het hefwerktuig aan de horizontale buizen van de voorste assteunen en de verticale stang van de achterste assteunen (Figuur 132).

    6. Breng de tankconstructie 7,5 tot 10 cm omhoog en verwijder de lynchpennen en gaffelpennen waarmee de hefcilinders aan de tank zijn bevestigd.

    7. Til het tankframe hoog genoeg van de machine om het frame van de machine te kunnen nemen (Figuur 132).

    8. Rij het voertuig voorzichtig naar voren, onder het tankframe uit.

    9. Laat het tankframe langzaam neer op de grond.

    Problemen, oorzaak en remedie

    ProblemPossible CauseCorrective Action
    Een spuitboom werkt niet.
    1. De elektrische aansluiting op de klep van de spuitboom is vuil of los.
    2. Een van de zekeringen is doorgebrand.
    3. Er zit een slang gekneld.
    4. Een omloopklep van de spuitboom is verkeerd ingesteld.
    5. Een van de spuitboomkleppen is beschadigd.
    6. Het elektrische systeem is beschadigd.
    1. De klep met de hand uitschakelen. De elektrische connector op de klep losmaken en alle kabels reinigen; daarna de elektrische connector weer aansluiten.
    2. De zekeringen controleren en indien nodig vervangen.
    3. Slang repareren of vervangen.
    4. Stel de omloopkleppen van de spuitboom in.
    5. Neem contact op met een erkende servicedealer.
    6. Neem contact op met een erkende servicedealer.
    Een spuitboom kan niet worden uitgeschakeld.
    1. De klep van een spuitboom is beschadigd.
    1. Demonteer de klep van de spuitboom; zie het hoofdstuk De kleppen van de spuitmachine reinigen. Controleer alle onderdelen en vervang deze als ze beschadigd zijn.
    Een klep van een spuitboom lekt.
    1. Er is een afdichting versleten of beschadigd.
    1. Demonteer de klep en vervang de afdichtingen met behulp van de set voor klepreparatie; neem contact op met een erkende servicedealer.
    De druk daalt als u een spuitboom inschakelt.
    1. De omloopklep van de spuitboom is verkeerd ingesteld.
    2. Er zit een verstopping in de klep van de spuitboom.
    3. Een filter van een spuitdop is beschadigd of verstopt.
    1. De omloopklep van de spuitboom instellen.
    2. De inlaat- en uitlaataansluitingen van de klep van de spuitboom nemen en de verstopping verwijderen.
    3. Alle spuitdoppen verwijderen en controleren.

    Schema's

    Stroomdiagram, spuitsysteem

    g209531