Inleiding

Deze machine is een hydraulisch aangedreven grondboor die compatibel is met Toro compacte werktuigdragers. Hij is ontworpen om gaten te boren onder verharde oppervlakken en om draden of buizen terug door het gat onder de verharding te trekken. Hij is bedoeld om door grond en grind te boren. Hij is niet ontworpen om door rots, hout of andere harde materialen te boren. Dit product gebruiken voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders.

Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u dit product op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om letsel en schade aan de machine te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine.

Ga naar www.Toro.com voor documentatie over productveiligheid en bedieningsinstructies, informatie over accessoires, hulp bij het vinden van een dealer of om uw product te registreren.

Als u service, originele Toro onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.

Important: U kunt met uw mobiel apparaat de QR-code op het plaatje met het serienummer (indien aanwezig) scannen om toegang te krijgen tot de garantie, onderdelen en andere productinformatie.

g257161

Er worden in deze handleiding een aantal mogelijke gevaren en een aantal veiligheidsberichten genoemd met de volgende veiligheidssymbolen (Figuur 2), die duiden op een gevaarlijke situatie die zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kan hebben als u de veiligheidsvoorschriften niet in acht neemt.

g000502

Er worden in deze handleiding twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient.

Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen. Zie voor meer informatie de inbouwverklaring aan het einde van deze handleiding.

Waarschuwing

CALIFORNIË

Proposition 65 Waarschuwing

Gebruik van dit product kan leiden tot blootstelling aan chemische stoffen waarvan de Staat Californië weet dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere schade aan het voortplantingssysteem veroorzaken.

Veiligheid

Gevaar

Mogelijk lopen er in uw werkgebied onder grond leidingen van nutsbedrijven. Als u deze beschadigt, kan dat elektrische schokken of een explosie veroorzaken.

Zorg dat de ondergrondse kabels en leidingen gemarkeerd worden op de locatie of in het werkgebied en ontwijk de gemarkeerde gebieden. Neem contact op met de plaatselijke markeringsdienst of het betreffende nutsbedrijf om de locatie te laten markeren (bel bijvoorbeeld in de Verenigde Staten 811 of in Australië 1100 voor de nationale markeringsdienst).

Algemene veiligheid

Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig of mogelijk dodelijk letsel te voorkomen.

  • Transporteer het werktuig altijd dicht bij de grond; zie Transportstand.

  • Zorg dat de ondergrondse kabels, leidingen en andere objecten gemarkeerd worden op de locatie of in het werkgebied en ga op deze plaatsen niet graven.

  • Lees deze Gebruikershandleiding en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de motor start.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kan er letsel ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • Laat kinderen of personen die geen instructie hebben ontvangen de machine nooit gebruiken.

  • Houd uw handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen en werktuigen.

  • Gebruik de machine enkel als de schermen en andere beveiligingsmiddelen aanwezig zijn en naar behoren werken.

  • Hou omstanders en huisdieren uit de buurt van de machine.

  • Schakel de machine uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, bijtankt of verstoppingen uit de machine verwijdert.

Onjuist gebruik of onderhoud van deze machine kan letsel tot gevolg hebben. Om het risico op letsel te verkleinen, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool Graphic te letten, dat betekent Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van deze instructies kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.

Veiligheid op hellingen

  • Rij de machine heuvelopwaarts en heuvelafwaarts met het zware uiteinde naar de top van de heuvel gericht. De gewichtsverdeling verandert in functie van de werktuigen. Dit werktuig maakt de achterzijde van de machine tot het zware uiteinde.

  • Laat het werktuig neer als u op hellingen rijdt. Als u het werktuig omhoogbrengt op een helling, heeft dit invloed op de stabiliteit van de machine.

  • Hellingen zijn de belangrijkste oorzaak dat de bestuurder de controle over de machine verliest en deze omkantelt. Dit kan leiden tot ernstig of dodelijke letsel. Gebruik van de machine op hellingen of oneffen terrein vereist altijd extra voorzichtigheid.

  • Stel uw eigen procedures en voorschriften op voor werken op hellingen. Als onderdeel van deze procedures moet u zeker het terrein onderzoeken om na te gaan op welke hellingen u de machine veilig kunt gebruiken. Gebruik altijd uw gezond verstand en uw beoordelingsvermogen wanneer u dit onderzoek uitvoert.

  • Verminder uw snelheid en wees extra voorzichtig op hellingen. De toestand van de grond kan van invloed zijn op de stabiliteit van de machine.

  • Niet starten of stoppen op een helling. Als de machine grip verliest, rijd de helling dan langzaam in een rechte lijn af.

  • Maak geen bochten op een helling. Als u een bocht moet maken, moet u dit langzaam doen en de zware kant van de machine heuvelopwaarts gericht houden.

  • Ga op een helling altijd langzaam en behoedzaam te werk. Verander niet plotseling de snelheid of de rijrichting van de machine.

  • Als u zich ongemakkelijk voelt wanneer u de machine op een helling gebruikt, maai die helling dan niet.

  • Let op kuilen, voren of bulten, omdat de kans bestaat dat de machine omslaat op ongelijk terrein. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar.

  • Wees voorzichtig als u op een natte ondergrond werkt. Als de machine grip verliest, kan deze gaan glijden.

  • Inspecteer het terrein om er zeker van te zijn dat de grond stabiel genoeg is om de machine te ondersteunen.

  • Wees voorzichtig als u de machine gebruikt in de buurt van:

    • Steile hellingen

    • Greppels

    • Dijken en taluds

    • Water

    De machine kan plotseling omslaan als een rupsband over de rand komt, of als de rand instort. Houd een veilige afstand tussen de machine en een gevarenzone aan.

  • U mag geen werktuigen verwijderen of aankoppelen op een helling.

  • Parkeer de machine niet op een helling.

Veiligheid van de booreenheid

  • Bij machines met wielen mag u het contragewicht niet gebruiken op de tractie-eenheid wanneer u de booreenheid gebruikt.

  • Tenzij u de stanggeleider bedient, dient u ten minste drie meter uit de buurt van draaiende onderdelen te blijven.

  • Draag geen loshangende kleding of juwelen wanneer u de booreenheid bedient of hierbij assistentie verleent.

  • Gebruik uitsluitend de stanggeleider om de stang en de boorbeitel te starten.

  • Gebruik nooit bouten of pennen in plaats van drukknopverbindingen.

  • Voor de bediening van het werktuig zijn altijd 2 mensen nodig: 1 om de tractie-eenheid te bedienen en de andere om de booreenheid te sturen met de geleider.

  • Gebruik altijd de geleider om de booreenheid af te stellen.

  • Ga nooit op de stang zitten of staan wanneer de motor draait.

Veiligheid tijdens onderhoud en opslag

  • Controleer regelmatig of alle bevestigingen vastzitten en het veilig is om de installatie te gebruiken.

  • Raadpleeg de Gebruikershandleiding voor belangrijke details als u de machine gedurende lange tijd gaat opslaan.

  • Zorg ervoor dat de veiligheids- en instructiestickers in goede staat zijn en vervang ze indien nodig.

Veiligheids- en instructiestickers

Graphic

Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers.

decal99-9945
decal133-8061

Algemeen overzicht van de machine

Note: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.

Breedte61 cm
Lengte56 cm
Hoogte63,5 cm
Gewicht54 kg
Boordiameter3,2 tot 8,9 cm

Om de beste prestaties te verkrijgen en ervoor te zorgen dat de veiligheidscertificaten van de machine blijven gelden, moet u ter vervanging altijd originele onderdelen en accessoires van Toro aanschaffen. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn en de productgarantie kan tenietdoen.

Gebruiksaanwijzing

Monteren en verwijderen van het werktuig

Raadpleeg de Gebruikershandleiding van de tractie-eenheid voor montage- en demontageprocedure.

Important: Voordat u het werktuig monteert, moet u de machine op een horizontaal oppervlak plaatsen, ervoor zorgen dat de bevestigingsplaten vrij van vuil zijn en controleren of de pennen onbelemmerd ronddraaien. Als de pennen niet vrij ronddraaien, moeten ze gesmeerd worden.

Note: Gebruik altijd de tractie-eenheid om het werktuig op te tillen en te verplaatsen.

Waarschuwing

Als de snelkoppelingspennen niet volledig in de bevestigingsplaten zitten, bestaat de kans dat het werktuig van de machine valt, waardoor u of omstanders bekneld kunnen raken.

Zorg ervoor dat de snelkoppelingspennen volledig in de bevestigingsplaten zitten.

Waarschuwing

Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat er anders gangreen kan ontstaan.

  • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en fittings stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem.

  • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.

  • U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier; doe dit nooit met uw handen.

Voorzichtig

Hydraulische koppelingen, hydraulische leidingen/kleppen en hydraulische vloeistof kunnen heet zijn. U kunt zich verbranden als u hete onderdelen aanraakt.

  • Draag handschoenen als u de hydraulische koppelingen losmaakt.

  • Laat de machine afkoelen voordat u de hydraulische onderdelen aanraakt.

  • Zorg ervoor dat u niet in aanraking komt met gemorste hydraulische vloeistof.

Een accessoire monteren

Er zijn verschillende stangen en beitels beschikbaar om te gebruiken met het werktuig. Neem contact op met een erkende servicedealer.

  1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, laat de laderarmen zakken en stel de parkeerrem in werking (indien van toepassing).

  2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

  3. Schuif de zeskantige as van een stang, boorbeitel of ruimer in de houder. Lijn de opening in de houder uit met de drukknopverbinding (Figuur 3).

    g008475
  4. Druk de drukknopverbinding naar beneden en druk de as in de houder. De verbinding moet in de opening van de houder klikken (Figuur 3).

  5. Herhaal stap 3 en 4.

Een werktuig verwijderen

  1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, laat de laderarmen zakken en stel de parkeerrem in werking (indien van toepassing).

  2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

  3. Druk de drukknopverbinding waarmee de wertkuigas in de houder zit in en trek het werktuig uit de houder.

De booreenheid gebruiken

Graven van een sleuf

Voordat u onder een voetpad of oprit boort, moet u een ingangs- en uitgangssleuf aanbrengen aan weerszijden van het boorgebied (Figuur 4).

  • De sleuven moeten ten minste 15 cm breed en 46 cm diep zijn.

  • De ingangssleuf moet minstens 2,13 m lang zijn en loodrecht staan op het voetpad of de oprit.

  • De uitgangssleuf moet minstens 0,91 m tot 1,8 m lang zijn, parallel zijn aan de oprit of het voetpad en gecentreerd zijn ten opzichte van de ingangssleuf.

g008476

Een gat boren

Important: Boorwerkzaamheden vereisen twee personen. Probeer nooit om dit alleen te doen.

  1. Plaats de tractie-eenheid met de aandrijfkop naar het begin van de sleuf en laat de aandrijfkop naar de gewenste diepte zakken.

  2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

  3. Bevestig een stang en een boorbeitel op de aandrijfkop.

  4. Bevestig de stanggeleider aan de stang, net achter de boorbeitel (Figuur 5).

    g008477
  5. Laat de persoon die de boorbeitel stuurt rechts van de sleuf plaatsnemen (Figuur 5). Schakel de motor in, zet de pompselectieklep op TRAAG (uitsluitend tractie-eenheden van de 200- en 300-serie), stel het gas in op het midden van het toerentalbereik, tussen de standen TRAAG en SNEL, en trek de hendel van de hulphydrauliek naar achteren om de boorbeitel voorwaarts te laten draaien.

  6. Verplaats de tractie-eenheid langzaam naar voren terwijl de persoon met de stanggeleider de boorbeitel in de grond stuurt (Figuur 5).

  7. Wanneer de boorbeitel geheel in de grond verdwenen is, drukt u de hendel van de hulphydrauliek in neutraal.

  8. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

  9. Als de stang een te grote hoek maakt voor de betreffende werkzaamheden, start dan de motor en rij achteruit om de boorbeitel uit de grond te trekken. Herhaal stap 5 tot 8 en pas de hoek aan.

  10. Verwijder de stanggeleider.

  11. Schakel de motor in en trek de hendel van de hulphydrauliek naar achteren om de boorbeitel te starten.

  12. Verplaats de tractie-eenheid langzaam naar voren terwijl de boorbeitel in de grond gaat.

    Important: Rij niet te snel; dwing de boor niet in de grond. Laat de boor in eigen tempo in de grond gaan. Duw of trek de boor nooit door de grond wanneer de aandrijfkop niet draait.

  13. Wanneer nog ongeveer 15 cm van de stang zichtbaar is in de ingangssleuf of wanneer de boorbeitel volledig in de grond zit en in de tegenoverliggende zijde van de uitgangssleuf boort, stopt u de tractie-eenheid. Zet de hendel van de hulphydrauliek in neutraal, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.

  14. Als de boorbeitel de uitgangssleuf nog niet bereikt heeft, doet u het volgende:

    1. Maak de stang los van de aandrijfkop.

    2. Schakel de motor in en rij achteruit tot het uiteinde van de ingangssleuf.

    3. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

    4. Bevestig een andere stang en herhaal stap 11 tot 14.

Het gat ruimen

  1. Gebruik een schop en graaf voorzichtig rond de boorbeitel. Verwijder zo grond van rond de boorbeitel tot u deze kunt verwijderen (Figuur 6).

    g008478
  2. Verwijder de boorbeitel en bevestig de ruimer (Figuur 6).

  3. Bevestig de kabel of leiding die u wilt plaatsen aan de wartel op het uiteinde van de ruimer (Figuur 6).

  4. Schakel de motor in en trek de hendel van de hulphydrauliek naar achteren om de ruimer te starten.

  5. Verplaats de tractie-eenheid langzaam naar achteren terwijl de ruimer in de grond gaat.

    Important: Rij niet te snel; dwing de ruimer niet door de grond. Laat de ruimer in eigen tempo in de grond gaan. Duw of trek de ruimer nooit door de grond wanneer de aandrijfkop niet draait.

  6. Wanneer een stangkoppeling ongeveer 15 cm in de ingangssleuf zit of wanneer de ruimer volledig in de sleuf zit met zowat 15 cm van de kabel of leiding, stopt u de tractie-eenheid. Zet de hendel van de hulphydrauliek in neutraal, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje.

  7. Als de ruimer de uitgangssleuf nog niet bereikt heeft, doet u het volgende:

    1. Maak de stang los van de aandrijfkop met de stang nog in de grond.

    2. Schakel de motor in en rij naar het voorste uiteinde van de ingangssleuf.

    3. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

    4. Bevestig de aandrijfkop aan de as van de stang in de grond.

    5. Herhaal stap 4 tot 7.

  8. Terwijl de ruimer en kabel/leiding in de ingangssleuf zitten, neemt u de kabel of leiding van de ruimer.

Transportstand

Wanneer u het werktuig transporteert, brengt u de laadarmen lichtjes omhoog, niet meer dan 15 cm boven de grond. Kantel het werktuig zodat de werktuigplaat verticaal staat.

g257693

Stalling

  1. Voordat u het werktuig voor een lange periode opbergt, moet u het wassen met een mild reinigingsmiddel en water om vuil en roet te verwijderen.

  2. Controleer de conditie van de tanden. Draai of vervang versleten of beschadigde tanden.

  3. Controleer al het bevestigingsmateriaal en draai het vast. Repareer of vervang beschadigde of versleten onderdelen.

  4. Controleer of alle hydraulische koppelingen goed bevestigd zijn teneinde contaminatie van het hydraulische systeem te voorkomen.

  5. Werk alle krassen en beschadigingen van de lak bij. Bijwerklak is verkrijgbaar bij een erkende servicedealer.

  6. Berg het werktuig op in een schone, droge garage of opslagruimte. Dek het werktuig af om het te beschermen en schoon te houden.

Problemen, oorzaak en remedie

ProblemPossible CauseCorrective Action
De aandrijfkop van de grondboor draait niet.
  1. De hydraulische koppeling is niet volledig vastgemaakt.
  2. Een hydraulische koppeling is beschadigd.
  3. Er is een obstructie in een hydraulische slang.
  4. Er is een hydraulische slang geknikt.
  5. De hulpklep van de tractie-eenheid gaat niet open.
  6. Er is een hydraulische motor beschadigd of versleten.
  1. Controleer alle koppelingen en draai deze vast.
  2. Controleer de koppelingen en vervang defecte koppelingen.
  3. Zoek de obstructie en verwijder deze.
  4. Vervang de geknikte slang.
  5. Repareer de klep.
  6. De motor repareren of vervangen.