Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
Stel de parkeerrem in werking.
Breng de maaidekken omhoog.
Schakel de machine uit en verwijder het contactsleuteltje.
Ondersteun de maai-eenheid met assteunen.
Reinig de bovenzijde van het maaidek zoals afgebeeld in Figuur 1.

Reinig de onderzijde van het maaidek zoals afgebeeld in Figuur 2.


Zoek de 8 pluggen bovenop het maaidek (Figuur 3).

Gebruik een pons en hamer om de 8 pluggen van de bovenkant van het maaidek te verwijderen (Figuur 3).
Gebruik een vijl om braam weg te nemen waar u de pluggen van de flens hebt verwijderd.
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Versnipperstang | 1 |
| Slotbout (10 x 25 mm) | 8 |
| Flensborgmoer (10 mm) | 8 |
Lijn aan de onderzijde van het maaidek de gaten in de versnipperstang uit met de gaten in het maaidek (Figuur 4).

Monteer de versnipperstang losjes op het maaidek (Figuur 4 en Figuur 5); gebruik hierbij een slotbout (10 x 25 mm) en een flensborgmoer (10 mm).

Monteer de overige slotbouten (10 x 25 mm) en flensborgmoeren (10 mm) in de openingen in het tussenschot voor fijne maaiwerking en het maaidek.
Draai de flensborgmoeren vast met een torsie van 47 tot 57 N·m.