Inleiding

Deze machine is een zitgreensrol bedoeld voor gebruik door professionele bestuurders in commerciële toepassingen. Hij is in de eerste plaats ontworpen voor het rollen van greens, tennispleinen en ander delicaat gazon in parken, golfterreinen, sportvelden en andere commerciële terreinen. Dit product gebruiken voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders.

Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om schade aan de machine en letsel te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine.

Ga naar www.Toro.com voor documentatie over productveiligheid en bedieningsinstructies, informatie over accessoires, hulp bij het vinden van een dealer of om uw product te registreren.

Als u service, originele Toro onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.

g279976

Deze handleiding wijst u op mogelijke gevaren en bevat veiligheidswaarschuwingen die u kunt herkennen aan het waarschuwingspictogram (Figuur 2), dat wijst op een gevaar dat ernstig letsel of de dood kan veroorzaken indien u nalaat de voorgeschreven maatregelen te treffen.

g000502

Er worden in deze handleiding twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient.

Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring.

Als de machine zonder goed werkende vonkenvanger of goed onderhouden brandveilige motor wordt gebruikt in een bosgebied of op een met dicht struikgewas of gras begroeid terrein, handelt de bestuurder in strijd met de bepalingen van sectie 4442 of 4443 van de Wet op de Openbare Hulpbronnen (Public Resources Code) van de Staat Californië.

Waarschuwing

CALIFORNIË

Proposition 65 Waarschuwing

De uitlaatgassen van de motor van dit product bevatten chemische stoffen waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere schade aan de voortplantingsorganen kunnen veroorzaken.

Gebruik van dit product kan leiden tot blootstelling aan chemische stoffen waarvan de Staat Californië weet dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere schade aan het voortplantingssysteem veroorzaken.

Veiligheid

Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 12100:2010 en B71.4-2017 van het ANSI (American National Standards Institute).

Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring.

Algemene veiligheid

Dit product kan lichamelijk letsel veroorzaken. Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig letsel te voorkomen.

  • Lees deze Gebruikershandleiding en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de motor start.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kunnen er letsels ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • Houd handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen van de machine.

  • Gebruik de machine enkel als de nodige schermen en andere beveiligingsmiddelen aanwezig zijn en naar behoren werken.

  • Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje (indien aanwezig) en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Laat de machine afkoelen voordat u deze afstelt, reinigt, stalt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht.

Onjuist gebruik of onderhoud van deze machine kan letsel tot gevolg hebben. Om het risico op letsel te verkleinen, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool Graphic te letten, dat betekent Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van deze instructies kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.

Veiligheids- en instructiestickers

Graphic

Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers.

decal120-0627
decal127-5885
decal130-8322
decal131-0440
decal133-1701
decal133-8062
decal127-5884
decal140-0268

Montage

De transportwielen monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Transportwiel 2

De transportbeugels verwijderen

  1. Verwijder de wielmoeren waarmee de wielnaven vastzitten aan de transportbeugel (Figuur 3).

    g279735
  2. Verwijder de andere wielmoer die op de wielbout geschroefd is (Figuur 3).

  3. Verwijder de kraagschroeven waarmee de transportbeugels aan het laadbord zijn bevestigd, en verwijder de beugel (Figuur 3).

  4. Herhaal stap 1 tot en met 3 voor de transportbeugel aan de andere kant van de machine.

De wielen monteren

  1. Monteer de 2 transportwielen losjes op de wielbouten; gebruik hierbij de wielmoeren die u verwijderd hebt in De transportbeugels verwijderen.

    Note: U draait de wielmoeren aan op het eind van De trekhaak monteren

  2. Zorg ervoor dat de luchtdruk in de banden 1,03 bar bedraagt.

De trekhaak monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Vergrendelbeugel1
Bout (M10 x 30 mm)4
Borgring (M10)4
Ring (M10)6
Moer (M10)4
Trekhaak 1
Bout (M10 x 100 mm)1
Borgmoer (M10)1
Bout (M12 x 100 mm)1
Ring (M12)2
Borgmoer (M12)1
Afstandsring (indien nodig)2
  1. Monteer de vergrendelbeugel op het machineframe zoals getoond in Figuur 4.

    Note: Draai de moeren vast met een torsie van 52 N·m.

    g036890
  2. Bevestig de haak aan de draaibeugel met geschikt bevestigingsmateriaal; zie Figuur 5.

    • Gebruik voor de voorste openingen een bout (M10 x 100 mm), 2 ringen (M10) en een borgmoer (M10).

    • Gebruik voor de achterste openingen een bout (M12 x 100 mm), 2 ringen (M12) en een borgmoer (M12).

    • Als er bij uw machine een derde ring bij elke bout is geleverd, gebruik deze ringen dan als afstandsstuk tussen de trekhaak en de binnenkant van de draaibeugel van de trekhaak (Figuur 6).

    Note: Gebruik de gaten in de draaibeugel van de trekhaak om de hoogte van de trekhaak af te stemmen op de trekhaak van het sleepvoertuig.

    g025914
    g025915
  3. Draai de kleine bout aan tot 73 N·m en de grote bout tot 126 N·m.

  4. Duw de trekhaak omhoog tot de vergrendelingshendel loskomt van de pal (Figuur 7).

    g024011
  5. Trek de trekhaak naar beneden.

  6. Verwijder de borgpen, indien deze gemonteerd is, van de vergrendeling (Figuur 8).

    g279746
  7. Trap het pedaal van de trekhaak in totdat de trekhaak op zijn plaats klikt (Figuur 8).

  8. Breng de borgpen aan in de openingen in de vergrendeling (Figuur 8).

  9. Draai de wielmoeren op de transportwielen aan tot 108 N·m.

De machine van de pallet nemen

  1. Verwijder de houten blokken aan de zijde van de pallet waar de trekhaak zich bevindt.

    g024330
  2. Plaats een aantal houten planken op de grond aan het uiteinde van de pallet.

    Note: De houten planken moeten iets lager komen dan de pallet. U kunt onderdelen gebruiken die u hebt verwijderd van de zijkanten en/of uiteinden van de transportverpakking.

  3. Rol de machine voorzichtig van de pallet op de houden planken en dan op de grond.

    Important: Zorg ervoor dat de rollen de pallet niet raken als u de machine op de grond laat zakken.

  4. Verwijder de overige verpakking.

De machine smeren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Smeermiddelen (niet meegeleverd)

Voordat de machine wordt gebruikt, moet ze worden gesmeerd om goede gebruikseigenschappen veilig te stellen; zie Het lager van de aandrijfrol smeren. Als de machine niet goed is gesmeerd, kunnen belangrijke onderdelen hierdoor voortijdig defect raken.

Algemeen overzicht van de machine

g279748
g019903

Parkeerrem

Stel de parkeerrem in werking om de machine te laten starten. Om de parkeerrem in werking te stellen (Figuur 12), moet u de parkeerremhendel naar achteren trekken. Om de parkeerrem vrij te zetten, moet u de hendel naar voren duwen.

g027608

Stuurwiel

Draai het stuur (Figuur 10) naar rechts om de machine in de richting vooruit te zetten.

Draai het stuur naar links om de machine in de richting achteruit te zetten.

Note: Aangezien de richting verandert aan het einde van elke werkgang, zult u moeten wennen aan de besturing van de machine.

Het stuur regelt de hoek van de rollen, die op hun beurt de machine besturen. Het wiel heeft een beperkte draaihoek; de draaicirkel van de machine is groot.

Pedaal voor stuurverstelling

Om het stuur in uw richting te kantelen, moet u het pedaal (Figuur 10) intrappen, de stuurkolom naar u toe trekken in een positie die voor u het meest comfortabel is, en uw voet van het pedaal halen.

Bedieningspedalen

De twee bedieningspedalen (Figuur 10) aan weerszijden van de stuurkolom regelen de beweging van de aandrijfrol. De pedalen zijn verbonden zodat ze niet tegelijk kunnen worden ingetrapt; u kunt maar 1 pedaal tegelijk intrappen. Als u het rechterpedaal indrukt, gaat u naar rechts; als u het linkerpedaal indrukt, gaat u naar links. Hoe verder u de pedaal indrukt, hoe sneller u in de desbetreffende richting gaat.

Note: Kom volledig tot stilstand voordat u van richting verandert; verander niet plots van pedaal. Als u dit wel doet, wordt de tractie-aandrijving overbelast, wat leidt tot voortijdige slijtage van de onderdelen van de aandrijflijn. Druk de pedalen langzaam en soepel in om mogelijke schade door afschaven van de grasmat en schade aan de onderdelen van de aandrijflijn te voorkomen.Wanneer de machine op heuvels wordt bestuurd, moet u ervoor zorgen dat de aandrijfrol zich aan de lage kant van de helling bevindt voor voldoende tractie. Indien u dit nalaat, kunnen er problemen met de grasmat ontstaan.

Trekhaak

De trekhaak (Figuur 10) dient om de machine te slepen en de transportwielen te laten zakken/omhoog te brengen.

Instelhendel bestuurdersstoel

U kunt de stoel naar voren of naar achteren verschuiven. Draai de instelhendel van de bestuurdersstoel (Figuur 10) naar boven en schuif de stoel naar voren of naar achteren. Laat dan de hendel los.

Stelbouten armsteun

U kunt elke armsteun afstellen door aan de respectievelijke stelbout te draaien (Figuur 13).

g279749

Lichtschakelaar

Met de lichtschakelaar kunt u de lichten aan- en uitzetten.

Druk op de stand AAN van de schakelaar om de lichten in te schakelen. Zodra u loslaat, blijft de schakelaar in de stand DRAAIEN.

Druk op de stand UIT van de schakelaar om de lichten uit te schakelen.

Note: De schakelaar blijft in de stand DRAAIEN wanneer de machine uitgeschakeld is.De lichten worden niet automatisch terug ingeschakeld wanneer de machine uitgeschakeld wordt en dan opnieuw terug wordt ingeschakeld. Druk op de stand AAN om de lichten terug in te schakelen.

g338091

Urenteller

De urenteller (Figuur 10) toont het aantal uren dat de machine in bedrijf is geweest.

Motorbediening

Note: Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw motor voor meer informatie aangaande de motorbediening.

AAN-/UIT-schakelaar

Met de AAN-/UIT-schakelaar (Figuur 15) kan de bediener van de machine de motor starten en stoppen. De schakelaar bevindt zich aan de voorkant van de motor. Draai de AAN-/UIT-schakelaar naar AAN om de motor te starten en te laten lopen. Draai de AAN-/UIT-schakelaar naar UIT om de motor te stoppen.

g021103

Chokehendel

Gebruik de chokehendel (Figuur 16) om een koude motor te starten. Voordat u aan de handgreep van het startkoord trekt, beweegt u de chokehendel naar de stand UIT. Zet de choke weer OPEN zodra de motor draait. Gebruik de choke niet als de motor al warm staat of de luchttemperatuur hoog is.

g019815

Gashendel

De gashendel (Figuur 16) bevindt zich naast de chokeknop; hij regelt het toerental van de motor, wat betekent dat u met deze hendel de snelheid van de machine kunt regelen. Stel de hendel in op de SNELSTE stand voor de beste rolprestaties.

Brandstofafsluitklep

De brandstofafsluitklep (Figuur 16) bevindt zich onder de chokehendel. U moet deze openen voordat u de motor probeert te starten. Als u klaar bent met de machine en u hebt de motor uitgeschakeld, moet u de brandstofafsluitklep SLUITEN.

Handgreep van startkoord

Om de motor te starten moet u snel aan de handgreep van het startkoord trekken (Figuur 11). De bedieningsorganen van de motor die hierboven beschreven zijn moeten juist ingesteld zijn om de motor te doen starten.

Oliepeilschakelaar

De oliepeilschakelaar bevindt zich in de motor; hij voorkomt dat de motor gaat draaien als het oliepeil onder het aanbevolen minimumpeil zakt.

Gewicht308 kg
Lengte136 cm
Breedte122 cm
Hoogte107 cm
Maximale rijsnelheid12,8 km/uur @ 3600 tpm

Werktuigen/accessoires

Een selectie van door Toro goedgekeurde werktuigen en accessoires is verkrijgbaar voor gebruik met de machine om de mogelijkheden daarvan te verbeteren en uit te breiden. Neem contact op met een erkende servicedealer of een erkende Toro distributeur, of bezoek www.Toro.com voor een lijst van alle goedgekeurde werktuigen en accessoires.

Om de beste prestaties te verkrijgen en er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig kan worden gebruikt, moet u ter vervanging uitsluitend originele Toro onderdelen en accessoires gebruiken. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn. Dit kan ertoe leiden dat de garantie op het product komt te vervallen.

Gebruiksaanwijzing

Voor gebruik

Veiligheidsinstructies voorafgaand aan het werk

Algemene veiligheid

  • Schakel de machine uit en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Laat de machine afkoelen voordat u deze afstelt, reinigt, stalt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht.

  • Laat kinderen of personen die geen instructie hebben ontvangen, de machine nooit gebruiken of onderhoudswerkzaamheden daaraan verrichten. Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen stellen aan de leeftijd van degene die met de machine werkt. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van alle bestuurders en technici.

  • Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningsorganen en de veiligheidssymbolen, en weet hoe u de machine veilig kunt gebruiken.

  • Zorg ervoor dat u weet hoe u de machine en de motor snel kunt stoppen.

  • Controleer of de dodemansknoppen, de veiligheidsschakelaars en de veiligheidsschermen zijn bevestigd en naar behoren werken. Gebruik de machine uitsluitend als deze naar behoren werkt.

  • Controleer voordat u begint te werken altijd de machine om zeker te zijn dat de onderdelen en bevestigingen in goede staat zijn. Vervang versleten of beschadigde onderdelen en bevestigingen.

  • Inspecteer het terrein waarop u de machine gaat gebruiken en verwijder voorwerpen die de machine kan uitwerpen.

Brandstofveiligheid

  • Wees uiterst voorzichtig bij het omgaan met brandstof. Brandstof is ontvlambaar en de dampen kunnen tot ontploffing komen.

  • Doof alle sigaretten, sigaren, pijpen en andere ontstekingsbronnen.

  • Gebruik uitsluitend een goedgekeurd vat of blik voor de brandstof.

  • Wanneer de motor loopt of heet is, mag u de brandstofdop niet verwijderen of geen brandstof toevoegen.

  • Geen brandstof bijvullen of aftappen in een afgesloten ruimte.

  • Bewaar de machine en het brandstofvat niet op plaatsen waar open vlammen, vonken of waakvlammen (bv. van een boiler of een ander toestel) aanwezig kunnen zijn.

  • Probeer de motor niet te starten als u brandstof hebt gemorst; voorkom elke vorm van open vuur of vonken totdat de brandstofdampen volledig zijn verdwenen.

Ingebruikname van de machine voorbereiden

  1. Verwijder vuil van boven en onder de machine.

  2. Stel de parkeerrem in werking.

  3. Voer dagelijks de volgende onderhoudsprocedures uit:

  4. Controleer of alle schermen en deksels stevig op hun plaats bevestigd zijn.

  5. Til de transportwielen van de grond en controleer of ze op hun plaats vastzitten.

Brandstof

  • Gebruik loodvrije (octaangetal minimaal 87) benzine.

  • Gebruik voor de beste resultaten uitsluitend schone, verse (minder dan 30 dagen oude), loodvrije benzine met een octaangetal van 87 of hoger (indelingsmethode (R+M)/2).

  • Ethanol: benzine met maximaal 10% ethanol (gasohol) of 15% MTBE (methyl-tertiar-butylether) per volume is acceptabel. Ethanol en MTBE zijn verschillende stoffen. Benzine met 15% ethanol (E15) per volume is niet goedgekeurd voor gebruik. Gebruik nooit benzine die meer dan 10% ethanol per volume bevat, zoals E15 (bevat 15% ethanol), E20 (bevat 20% ethanol), of E85 (bevat 85% ethanol). Het gebruik van niet-goedgekeurde benzine kan leiden tot verminderde prestaties en/of motorschade die mogelijk niet gedekt wordt door de garantie.

  • Gebruik geen methanol of benzine die methanol bevat.

  • Tijdens de winter geen brandstof bewaren in de brandstoftank of in vaten, tenzij u een brandstofstabilisator gebruikt

  • Meng nooit olie door benzine.

Brandstoftank vullen

Inhoud brandstoftank: 3,6 liter

  1. Reinig de omgeving van de tankdop en verwijder de dop (Figuur 17).

    g028433
  2. Vul de brandstoftank tot ongeveer 25 mm vanaf de bovenkant van de tank; gebruik de aanbevolen brandstof.

    De luchtlaag bovenin de tank geeft de brandstof de ruimte om uit te zetten.

    Important: Giet de brandstoftank niet te vol. De tank te vol gieten, leidt tot beschadiging van het dampretoursysteem en prestatieverlies van de motor. Dit defect valt niet onder de garantie, en u zult de tankdop moeten vervangen.

  3. Doe de dop weer op de tank en neem gemorste brandstof op.

Tijdens gebruik

Note: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.

Veiligheid tijdens het werk

Algemene veiligheid

  • De eigenaar/gebruiker is verantwoordelijk voor ongelukken die persoonlijk letsel of materiële schade kunnen veroorzaken, en hij dient zulke ongelukken te voorkomen.

  • Draag geschikte kleding en uitrusting, zoals oogbescherming, een lange broek, stevige schoenen met een gripvaste zool en gehoorbescherming. Draag lang haar niet los en draag geen losse kleding of juwelen.

  • Gebruik de machine niet als u ziek, moe of onder de invloed van alcohol of drugs bent.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kunnen er letsels ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • Hou omstanders en huisdieren uit de buurt van het werkgebied.

  • Vervoer nooit passagiers op deze machine.

  • Gebruik de machine uitsluitend bij een goede zichtbaarheid zodat u kuilen en verborgen gevaren kunt vermijden.

  • Gebruik de machine niet op nat gras. Als de wielen hun grip verliezen, kan de machine gaan glijden.

  • Voordat u de motor start: zorg dat alle aandrijvingen in de neutraalstand staan, de parkeerrem in werking is gesteld en u zich in de bestuurderspositie bevindt.

  • Kijk achterom en omlaag voordat u achteruitrijdt om er zeker van te zijn dat de weg vrij is.

  • Wees voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.

  • Werk niet in de buurt van steile hellingen, greppels of dijken. De machine kan plotseling omkantelen als een rand wegglijdt.

  • Stop de machine, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en controleer het werktuig als u een voorwerp heeft geraakt of als de machine abnormaal begint te trillen. Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.

  • Verminder uw snelheid en wees voorzichtig als u een bocht maakt of wegen en voetpaden oversteekt met de machine. Verleen altijd voorrang.

  • Laat de motor nooit lopen in een ruimte waar uitlaatgassen zich kunnen verzamelen.

  • Als u de machine verlaat, laat deze dan niet draaien.

  • Doe het volgende voordat u de bestuurdersstoel verlaat:

    • Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

    • Stel de parkeerrem in werking.

    • Zet de motor af.

    • Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

  • Gebruik de machine niet als het kan bliksemen.

  • De machine niet gebruiken als sleepvoertuig.

  • Gebruik alleen door The Toro® Company goedgekeurde accessoires, werktuigen en reserveonderdelen.

  • Houd handen en voeten uit de buurt van de rollen.

  • Wees voorzichtig als u de machine aankoppelt op en afkoppelt van het trekvoertuig.

De machine veilig gebruiken op hellingen

  • Stel uw eigen procedures en voorschriften op voor werken op hellingen. Als onderdeel van deze procedures moet u zeker het terrein onderzoeken om na te gaan op welke hellingen u de machine veilig kunt gebruiken. Gebruik altijd uw gezond verstand en uw beoordelingsvermogen wanneer u dit onderzoek uitvoert.

  • Het maaien op hellingen is een belangrijke factor bij ongelukken waarbij de controle over de machine wordt verloren of deze omkantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. U bent verantwoordelijk voor een veilig gebruik van de machine op hellingen. Gebruik van de machine op hellingen vereist altijd extra voorzichtigheid.

  • Vertraag de machine wanneer u zich op een helling bevindt.

  • Als u zich ongemakkelijk voelt wanneer u de machine op een helling gebruikt, maai die helling dan niet.

  • Kijk uit voor gaten, geulen, hobbels, stenen of andere verborgen objecten. De machine kan omslaan op oneffenheden in het terrein. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar.

  • Kies een lage rijsnelheid zodat u op een helling niet hoeft te stoppen of schakelen.

  • De machine kan omkantelen als de rollen grip verliezen.

  • Gebruik de machine niet op een nat gazon. De rollen kunnen grip verliezen, ook als de remmen naar behoren werken.

  • Vermijd starten, stoppen of bochten maken op een helling.

  • Voer alle bewegingen op hellingen langzaam en geleidelijk uit. Verander niet plots de snelheid of rijrichting van de machine.

Motor starten

Note: Zorg ervoor dat de bougiekabel aangesloten is op de bougie.

  1. Zorg ervoor dat de lichtschakelaar op Uit staat.

  2. Controleer of de parkeerrem in werking is gesteld en of de bedieningspedalen in de NEUTRAALSTAND staan.

  3. Zet de Aan-/Uitschakelaar op AAN.

  4. Draai de brandstofafsluitklep OPEN.

  5. Zet de chokehendel op AAN als u een koude motor start.

    Note: Als u een warme motor start, hoeft u de choke niet te gebruiken.

  6. Zet de gashendel op SNEL.

  7. Ga aan de achterkant van de machine staan, trek de handgreep van het startkoord uit tot deze grijpt, en geef vervolgens een harde ruk om de motor te starten.

    Important: Trek het startkoord niet tot het eind naar buiten en laat de handgreep van de starter niet los als u het koord naar buiten trekt, omdat dan de kans bestaat dat het koord breekt of het terugloopmechanisme schade oploopt.

  8. Als de motor gestart is, zet u de chokehendel op UIT.

  9. Zet de gashendel op SNEL om de beste rolprestaties te verkrijgen.

De motor afzetten

  1. Nadat u de machine hebt gebruikt, moet u de bedieningspedalen in de NEUTRAALSTAND zetten en de parkeerrem in werking stellen.

  2. Laat de motor stationair draaien gedurende 10 tot 20 seconden.

  3. Zet de Aan-/Uitschakelaar van de motor op UIT.

  4. Draai de brandstofafsluitklep DICHT.

  5. Zet de lichtschakelaar op de stand UIT.

De machine transporteren

Transport van de machine voorbereiden

  1. Rijd de machine naar het transportvoertuig.

  2. Stel de parkeerrem in werking.

  3. Schakel de motor uit; zie De motor afzetten.

  4. Zorg dat de brandstofafsluitklep DICHT staat.

De machine omhoogbrengen op de transportwielen

  1. Duw de trekhaak omhoog tot de vergrendelingshendel loskomt van de pal (Figuur 18).

    g024011
  2. Til de vergrendelingshendel op zodat hij vrij kan schuiven en trek de trekhaak naar beneden.

    g279826
  3. Trap het pedaal van de trekhaak in totdat de trekhaak op zijn plaats klikt (Figuur 20).

    g279795
  4. Breng de borgpen aan in de openingen in de vergrendeling (Figuur 20).

  5. Als u de machine gaat transporteren, sluit deze dan aan op het sleepvoertuig; zie De machine aansluiten op het sleepvoertuig..

De machine aansluiten op het sleepvoertuig.

Duw de vergrendelingshendel van de trekhaak naar beneden terwijl u de trekhaak verbindt met het sleeppunt van het sleepvoertuig. Laat de hendel los als de trekhaak zich op een lijn bevindt met de trekhaakconstructie (Figuur 21).

Important: Zorg ervoor dat de hendel teruggaat naar de omhoog-stand en dat de trekhaak en trekhaakconstructie aan elkaar gekoppeld zijn.

g028434

De machine losmaken van het sleepvoertuig

Parkeer de machine op een vlakke ondergrond en blokkeer de wielen.

Duw de vergrendelingshendel van de trekhaak naar beneden terwijl u de trekhaak van het sleepvoertuig loskoppelt (Figuur 21). Laat de hendel los als de trekhaak losgekoppeld is.

Laat de machine op de rollen zakken

  1. Als de machine op een sleepvoertuig is aangesloten, koppel de machine dan af van het sleepvoertuig; zie De machine losmaken van het sleepvoertuig.

  2. Verwijder de borgpen (Figuur 22).

    g024199
  3. Til de geassembleerde trekhaak op om de machine lichtjes te kantelen.

  4. Duw de pal van de trekhaak naar beneden om de trekhaak te ontgrendelen (Figuur 22).

  5. Breng de trekhaak omhoog (Figuur 23) totdat de vergrendelingshendel in de pal klikt (Figuur 18).

    g279827

Gebruik van de machine

  1. Zorg dat de parkeerrem in werking is gesteld.

  2. Ga in de bestuurdersstoel zitten. Zorg ervoor dat u de bedieningspedalen niet aanraakt terwijl u gaat zitten.

  3. Stel de stoel en het stuurwiel in op een comfortabele positie.

  4. Zet de parkeerrem vrij.

  5. Neem het stuur vast en druk langzaam het linker- of rechterpedaal in met de overeenkomende voet, naargelang de richting die u uit wilt.

    Note: Hoe verder u het pedaal indrukt, hoe sneller u in de desbetreffende richting gaat.

  6. Om de machine te stoppen, moet u de bedieningspedalen laten opkomen.

    Important: Druk de bedieningspedalen niet te snel in. Dan bestaat het risico dat u slipt en het gras onder de aandrijfrol of het aandrijfsysteem beschadigt. Gebruik de bedieningspedalen altijd op een beheerste manier.

    Note: Naarmate u vertrouwd raakt met de machine, zult u beter kunnen inschatten wanneer u de bedieningspedalen moet loslaten. Dat doet u het best vóór het einde van de werkgang: de machine blijft immers nog eventjes rollen nadat u het pedaal losgelaten hebt. Als u tot stilstand bent gekomen, drukt u langzaam het andere bedieningspedaal in voor de volgende werkgang.

  7. Draai het stuur naar rechts om de machine in de richting vooruit te zetten.

    Draai het stuur naar links om de machine in de richting achteruit te zetten.

    Note: Aangezien de richting verandert aan het einde van elke werkgang, zult u moeten wennen aan de besturing van de machine.

    Important: Als u de machine moet stoppen in een noodgeval, drukt u het andere bedieningspedaal naar de NEUTRAALSTAND. Bijvoorbeeld: als het rechterpedaal ingedrukt is en u dus naar rechts gaat, moet u het linkerpedaal naar de NEUTRAALSTAND drukken om de machine te doen stoppen. Doe dit resoluut, maar niet te plots. De machine zou immers opzij kunnen kantelen.

  8. Voordat u de bestuurdersstoel verlaat, moet u de machine op een egale ondergrond parkeren en de parkeerrem in werking stellen.

Tips voor bediening en gebruik

  • Wanneer de machine op heuvels wordt bestuurd, moet u ervoor zorgen dat de aandrijfrol zich aan de lage kant van de helling bevindt voor voldoende tractie. Indien u dit nalaat, kunnen er problemen met de grasmat ontstaan.

  • Voor het beste roleffect kunt u van tijd tot tijd het gras verwijderen dat aan de rollers vastplakt.

Na gebruik

Veiligheid na het werk

  • Zet de machine uit, verwijder het contactsleuteltje (indien aanwezig) en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Laat de machine afkoelen voordat u deze afstelt, reinigt, stalt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht.

  • Verwijder gras en vuil van de geluiddemper en het motorcompartiment om brand te voorkomen. Veeg gemorste olie en brandstof op.

  • Laat de motor afkoelen voordat u de machine in een afgesloten ruimte stalt.

  • Zorg ervoor dat de brandstofafsluitklep is gesloten voordat u de machine stalt of transporteert.

  • Stal de machine of het brandstofvat nooit in de buurt van een open vuur, vonken of een waakvlam zoals die van een boiler of een ander apparaat.

  • Zorg ervoor dat alle onderdelen van de machine in goede staat verkeren en al het bevestigingsmateriaal stevig vastzit.

  • Vervang versleten, beschadigde en ontbrekende stickers.

De machine transporteren

  • Gebruik een oprijplaat van volledige breedte bij het laden van de machine op een aanhanger of vrachtwagen.

  • Maak de machine stevig vast.

Onderhoud

Note: Download het elektrische of hydraulische schema gratis op www.Toro.com; u kunt uw machine zoeken via de link Handleidingen op de hoofdpagina.

Veiligheid bij onderhoud

  • Doe het volgende voordat u de bestuurdersstoel verlaat:

    • Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

    • Zet de gashendel in stationair.

    • Zorg dat de bedieningspedalen in de neutraalstand staan.

    • Stel de parkeerrem in werking.

    • Zet de motor af.

    • Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

    • Laat de machine afkoelen voordat u deze afstelt, reinigt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht.

  • Voer indien mogelijk geen onderhoudswerkzaamheden uit als de motor draait. Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.

  • Plaats de machine of onderdelen ervan op assteunen indien dit nodig is.

  • Haal voorzichtig de druk van onderdelen met opgeslagen energie.

Aanbevolen onderhoudsschema

OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
Na de eerste 5 bedrijfsuren
  • De machine controleren op los bevestigingsmateriaal.
  • Na de eerste 20 bedrijfsuren
  • De motorolie verversen.
  • Ververs de hydraulische vloeistof en vervang de filter.
  • Ververs de hydraulische vloeistof en vervang de filter.
  • Bij elk gebruik of dagelijks
  • Het lager van de aandrijfrol smeren.Smeer het lager van de aandrijfrol onmiddellijk na elke wasbeurt.
  • Oliepeil controleren.
  • Luchtfilter controleren.
  • Luchtfilter controleren.
  • Het veiligheidssysteem controleren.
  • De parkeerrem controleren.
  • De hydraulische slangen en fittings controleren.
  • Controleer het peil van de hydraulische vloeistof.Controleer het peil van de hydraulische vloeistof voordat de motor voor het eerst wordt gestart, en vervolgens dagelijks.
  • Controleer de spanning van de transportbanden.
  • De machine controleren op los bevestigingsmateriaal.
  • Na elk gebruik
  • De machine schoonmaken.
  • Om de 50 bedrijfsuren
  • Maak het luchtfilter schoon(vaker als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden).
  • Om de 100 bedrijfsuren
  • De motorolie verversen.
  • De bougie controleren/afstellen.
  • Reinig de bezinkseldop.
  • Om de 300 bedrijfsuren
  • Vervang het papierelement.
  • Bougie vervangen.
  • Klepspeling controleren en afstellen.
  • Om de 400 bedrijfsuren
  • Ververs de hydraulische vloeistof en vervang de filter.
  • Ververs de hydraulische vloeistof en vervang de filter.
  • Important: Raadpleeg de Gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures.

    Aantekening voor speciale aandachtsgebieden:

    Controle uitgevoerd door:
    ItemDatumInformatie
    1  
    2  
    3  
    4  
    5  
    6  
    7  
    8  

    Controlelijst voor dagelijks onderhoud

    Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles.

    Gecontroleerde itemVoor week van:
    Ma.Di.Wo.Do.Vr.Za.Zo.
    Controleren of de draaiverbindingen onbelemmerd werken.       
    Brandstofpeil controleren.       
    Het motoroliepeil controleren.       
    Controleer het peil van de hydraulische vloeistof.       
    Het luchtfilter controleren.       
    Het veiligheidssysteem controleren.       
    Reinig de koelribben van de motor.       
    Controleren of motor ongewone geluiden maakt.       
    De slangen op beschadiging controleren.       
    Controleren op lekkages.       
    De machine schoonmaken.       
    Vet in alle smeernippels spuiten.       
    De bandenspanning controleren.       
    Beschadigde lak bijwerken.       

    Procedures voorafgaande aan onderhoud

    Kantel de machine niet tenzij dit noodzakelijk is. Als u de machine kantelt, kan olie in de cilinderkop van de motor lopen en is het mogelijk dat hydraulische vloeistof uit de dop bovenaan de tank lekt. Zulke lekken kunnen dure herstellingen aan de machine noodzakelijk maken. Om onderhoudswerkzaamheden onder het dek uit te voeren, moet u de machine hijsen met een takel of een kleine kraan.

    Vóór onderhoudswerkzaamheden

    1. Rij of transporteer de machine naar een horizontale ondergrond; zie De machine transporteren .

    2. Breng de transportwielen omhoog als deze in de lage stand stonden; raadpleeg De machine omhoogbrengen op de transportwielen.

    3. Indien de motor loopt, moet u hem afzetten.

    4. Stel de parkeerrem in werking.

    5. Als de motor warm is, moet u wachten tot de motor en het hydraulisch systeem afgekoeld zijn.

    Optillen van de bestuurdersstoel

    1. Trek de stoelvergrendeling terug tot deze loskomt van de stoelvergrendelingspen (Figuur 24).

      g279773
    2. Kantel de bestuurdersstoel naar voren (Figuur 24).

    Laten zakken van de bestuurdersstoel

    Kantel de stoel naar beneden tot de stoelvergrendeling stevig over de stoelvergrendelingspen zit (Figuur 25).

    g279772

    Smering

    Het lager van de aandrijfrol smeren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Het lager van de aandrijfrol smeren.Smeer het lager van de aandrijfrol onmiddellijk na elke wasbeurt.
  • Type vet: nr. 2 vet op lithiumbasis

    1. Maak de machine klaar voor onderhoud; zie Vóór onderhoudswerkzaamheden.

    2. Veeg elk gedeelte schoon zodat er geen vuil kan binnendringen in het lager.

    3. Pomp smeervet in de smeernippel zoals getoond in Figuur 26.

      g036790g036789
    4. Veeg overtollig vet weg.

      Important: Rij de machine na het smeren even van het gras om te voorkomen dat overtollig smeermiddel het gras beschadigt.

    Onderhoud motor

    Veiligheid van de motor

    • U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie.

    • Verander de snelheid van de toerenregelaar niet en laat de motor het maximale toerental niet overschrijden.

    Aanbevolen motorolie

    Type: API-onderhoudsclassificatie SL of hoger

    Viscositeit: bepaal de viscositeit van de olie naargelang de omgevingstemperatuur; zie Figuur 27.

    g018667

    Het motoroliepeil controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Oliepeil controleren.
  • Note: De beste tijd om de motorolie te controleren is wanneer de motor koud is voordat deze is gestart voor de dag. Als hij al heeft gedraaid, moet u de olie eerst terug laten lopen gedurende tenminste 10 minuten voordat u deze controleert.

    1. Maak de machine klaar voor onderhoud; zie Vóór onderhoudswerkzaamheden.

    2. Maak schoon rond de olievuldop (Figuur 28).

      g281202
    3. Draai de olievuldop linksom en neem hem eruit.

    4. Oliepeil controleren (Figuur 29).

      Er zit voldoende olie in de motor als het oliepeil tot de onderste rand van de olievulbuis reikt.

      Note: Als het oliepeil niet tot de onderste rand van de olievulbuis komt, moet u bijvullen met de aanbevolen olie tot het peil de onderste rand van de olievulbuis bereikt.

      Important: Voeg niet te veel motorolie toe aan het carter.

      g281195
    5. Plaats de olievuldop terug en veeg gemorste olie weg.

    Motorolie verversen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Na de eerste 20 bedrijfsuren
  • De motorolie verversen.
  • Om de 100 bedrijfsuren
  • De motorolie verversen.
  • De machine voorbereiden

    1. Start de motor en laat deze enkele minuten lopen zodat de motorolie warm wordt. Schakel vervolgens de motor uit.

    2. Breng de machine omhoog op de transportwielen; zie De machine omhoogbrengen op de transportwielen.

    3. Kantel de machine zodat de kant van de machine met de motor lager ligt en ondersteun het andere uiteinde van de machine zodat ze blijft liggen.

    De motorolie aftappen

    1. Monteer de aftapslang op de aftapplug (Figuur 30).

    2. Leg het andere uiteinde van de slang (Figuur 30) in een opvangbak van 1 liter.

      g029369
    3. Draai de olieaftapplug een kwartslag linksom en laat al de olie uit de motor lopen (Figuur 30).

    4. Draai de aftapplug een kwartslag naar rechts om de plug te sluiten (Figuur 30).

    5. Verwijder de afvoerslang (Figuur 30) en veeg gemorste olie op.

    6. U moet de afgetapte olie op de juiste wijze afvoeren.

      Note: Verwerk deze overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften.

    Olie in de motor gieten

    Carterinhoud: 0,60 liter

    1. Laat de machine op de rollen zakken; zie Laat de machine op de rollen zakken.

    2. Vul het carter met de aanbevolen olie; zie Aanbevolen motorolie en Het motoroliepeil controleren.

    De elementen van het luchtfilter controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Luchtfilter controleren.
    1. Maak de machine klaar voor onderhoud; zie Vóór onderhoudswerkzaamheden.

    2. Verwijder de vleugelmoer waarmee het luchtfilterdeksel vastzit aan het luchtfilter, en haal het deksel weg (Figuur 31).

      g025916
    3. Reinig het luchtfilterdeksel grondig.

    4. Controleer het schuimelement van het luchtfilter op stof en vuil.

      Maak het schuim van het luchtfilter indien nodig schoon; zie Het schuimelement van het luchtfilter reinigen.

    5. Monteer het luchtfilterdeksel met de vleugelmoer op het luchtfilter (Figuur 31).

    Onderhoud van het luchtfilter

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Luchtfilter controleren.
  • Om de 50 bedrijfsuren
  • Maak het luchtfilter schoon(vaker als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden).
  • Om de 300 bedrijfsuren
  • Vervang het papierelement.
  • Het schuimelement van het luchtfilter reinigen

    1. Verwijder de vleugelmoer waarmee het luchtfilterdeksel vastzit aan het luchtfilter, en haal het deksel weg (Figuur 31).

    2. Verwijder de vleugelmoer van het luchtfilter en neem het filter weg (Figuur 31).

    3. Neem het schuimelement van het papierelement van het luchtfilter (Figuur 31).

      Als het papierelement van het luchtfilter vuil of beschadigd is, dient u het te reinigen of te vervangen; zie Het papierelement van het luchtfilter reinigen.

    4. Was het schuimelement van het luchtfilter in een oplossing van vloeibare zeep en warm water.

    5. Knijp het vuil uit het schuimelement.

      Important: Wring het element niet uit, want dan kan het schuim scheuren.

    6. Droog het schuimelement door in een schone doek te wikkelen.

    7. Knijp de doek en het schuimelement uit om het element droog te laten worden.

      Important: Wring het niet uit, want dan kan het schuim scheuren.

    8. Drenk het schuimelement door en door in schone motorolie.

    9. Knijp het element uit om overtollige olie te verwijderen en de olie goed te verdelen.

      Note: Het schuimelement moet vochtig zijn van de olie.

    Het papierelement van het luchtfilter reinigen

    Maak het papierelement schoon door het filterelement verschillende keren op een hard oppervlak te kloppen om het vuil te verwijderen.

    Important: Gebruik nooit een borstel of perslucht om vuil van het element te verwijderen: borstelen zorgt ervoor dat het vuil in de vezels dringt en perslucht beschadigt het papieren filter.

    De elementen van het luchtfilter monteren

    1. Monteer het schuimelement van het luchtfilter op het papierelement (Figuur 31).

    2. Controleer de pakking op slijtage en beschadigingen (Figuur 31).

      Vervang de pakking als deze versleten of beschadigd is.

    3. Zorg dat de pakking op de luchtingang van de carburateur zit (Figuur 31).

    4. Monteer de luchfilterelementen met de vleugelmoer op de carburateur (Figuur 31).

    5. Gebruik de andere vleugelmoer om het luchtfilterdeksel op de carburateur te monteren (Figuur 31).

    Onderhoud van de bougie

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 100 bedrijfsuren
  • De bougie controleren/afstellen.
  • Om de 300 bedrijfsuren
  • Bougie vervangen.
  • Type: NGK BPR6ES bougie of een bougie van een equivalent type.

    Elektrodeafstand: 0,7 to 0,8 mm; zie Figuur 33

    1. Maak de machine klaar voor onderhoud; zie Vóór onderhoudswerkzaamheden.

    2. Maak de bougiekabel los van de bougie (Figuur 32).

      g019905
    3. Reinig de omgeving van de bougie en verwijder de bougie uit de cilinderkop.

      Important: Als de bougie gebarsten of vuil is, moet deze worden vervangen. U mag de elektroden niet zandstralen, afkrabben of reinigen omdat hierdoor gruis kan losraken en in de cilinder terechtkomen. Dit kan leiden tot beschadiging van de motor.

    4. Stel de elektrodenafstand in op 0,70 tot 0,80 mm zoals in Figuur 33.

      g019300
    5. Monteer de bougie met de juiste elektrodeafstand manueel. Ga voorzichtig te werk om te voorkomen dat deze scheef wordt ingedraaid.

    6. Als de bougie helemaal ingedraaid is, gebruikt u een bougiesleutel om de bougie als volgt vast te draaien:

      • Een nieuwe bougie moet u nog een halve slag vastdraaien nadat u ze hebt geplaatst om de pakking in te drukken.

      • Als u de oorspronkelijke bougie terugplaatst, draai deze dan nog ⅛ tot ¼ slag vaster nadat u de bougie hebt geplaatst om de pakking in te drukken.

      Important: Een losse bougie kan de motor oververhitten en beschadigen. Als u de bougie te strak vastdraait, kan de schroefdraad in de cilinderkop beschadigd raken.

    7. Sluit de bougiekabel aan op de bougie.

    Afsluiterspeling controleren en instellen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 300 bedrijfsuren
  • Klepspeling controleren en afstellen.
  • Important: Neem voor onderhoud contact op met uw erkende Toro distributeur.

    Onderhoud brandstofsysteem

    De bezinkseldop reinigen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 100 bedrijfsuren
  • Reinig de bezinkseldop.
    1. Maak de machine klaar voor onderhoud; zie Vóór onderhoudswerkzaamheden.

    2. Zet de brandstofafsluitklep in de UIT-stand (Figuur 34).

      g025917
    3. Verwijder de brandstofbezinkseldop en de O-ring (Figuur 34).

    4. Controleer de O-ring op slijtage en beschadiging; vervang de O-ring als deze versleten of beschadigd is.

    5. Reinig de bezinkseldop en de O-ring in een onbrandbaar oplosmiddel en maak ze grondig droog.

    6. Plaats de O-ring in de brandstofafsluitklep en breng de bezinkseldop (Figuur 34) aan. Draai de bezinkseldop stevig vast.

    Onderhoud elektrisch systeem

    Veiligheidssysteem controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Het veiligheidssysteem controleren.
  • Voorzichtig

    Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken.

    • Laat de interlockschakelaars ongemoeid.

    • Controleer elke dag de werking van de interlockschakelaars en vervang beschadigde schakelaars voordat u de machine weer in gebruik neemt.

    Important: Als het veiligheidssysteem niet werkt zoals hieronder wordt beschreven, moet u het direct laten repareren door een erkende Toro distributeur.

    1. Laat de machine op de rollen zakken als ze op de transportwielen stond; zie Laat de machine op de rollen zakken.

    2. Stel de parkeerrem in werking, controleer of de bedieningspedalen in de NEUTRAALSTAND staan en start de motor.

    3. Neem plaats op de bestuurdersstoel.

    4. Trap terwijl de parkeerrem in werking is gesteld voorzichtig een bedieningspedaal in. De motor moet afslaan na ongeveer 1 seconde.

    5. Ga van de bestuurdersstoel af terwijl de motor draait en de parkeerrem is vrijgezet. Controleer of de motor afslaat na 1 seconde.

    Note: Het veiligheidssysteem is ook ontworpen om de motor uit te schakelen als de bestuurder de stoel verlaat terwijl de machine beweegt.

    Onderhouden remmen

    De parkeerrem controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • De parkeerrem controleren.
    1. Rij of transporteer de machine naar een horizontale ondergrond.

    2. Als u de machine transporteert, koppel ze dan af van het sleepvoertuig en laat de machine op de rollen zakken; zie De machine losmaken van het sleepvoertuig en Laat de machine op de rollen zakken.

    3. Stel de parkeerrem in werking.

    4. Start de motor en stel het toerental van de motor in op STATIONAIR.

    5. Ga op de bestuurdersstoel zitten.

    6. Druk een van de bedieningspedalen in.

      Important: De machine mag niet bewegen. Als ze toch beweegt, moet u de parkeerremmen afstellen; zie De parkeerrem afstellen.

      Note: De motor slaat binnen 1 seconde af als u het bedieningspedaal indrukt terwijl de parkeerrem in werking is gesteld.

    De parkeerrem afstellen

    1. Zorg dat de motor uit staat.

    2. Zet de parkeerrem vrij.

    3. De parkeerrem wordt als volgt afgesteld:

      • Om de remkracht te vergroten, moet u de borgmoer van de rem rechtsom draaien (Figuur 35).

      • Om de remkracht te verminderen, moet u de borgmoer van de rem linksom draaien (Figuur 35).

      g027634g279850
    4. Controleer de parkeerrem; zie De parkeerrem controleren.

    5. Start de motor en stel het toerental van de motor in op STATIONAIR.

    6. Op de bestuurdersstoel gaan zitten.

    7. Zet de parkeerrem vrij.

    8. Druk een van de bedieningspedalen in.

      De machine mag niet bewegen. Als de machine niet beweegt terwijl de parkeerrem vrijgezet is, herhaal dan stappen 3 tot en met 8 totdat de machine niet meer beweegt met de parkeerrem ingeschakeld, maar wel beweegt wanneer deze is vrijgezet.

    9. Schakel de parkeerrem in en schakel de motor uit.

    Onderhoud hydraulisch systeem

    Veiligheid van het hydraulische systeem

    • Waarschuw onmiddellijk een arts als er hydraulische vloeistof is geïnjecteerd in de huid. Geïnjecteerde vloeistof moet binnen enkele uren operatief worden verwijderd door een arts.

    • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en fittings stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem.

    • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.

    • U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier.

    • Hef alle druk in het hydraulische systeem op veilige wijze op, voordat u werkzaamheden gaat verrichten aan het hydraulische systeem.

    De hydraulische slangen en fittings controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • De hydraulische slangen en fittings controleren.
  • Controleer het hydraulische systeem op lekkages, loszittende steunen, slijtage, loszittende fittings, slijtage door weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën. Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine in gebruik neemt.

    Waarschuwing

    Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken.

    • Waarschuw onmiddellijk een arts als er hydraulische vloeistof is geïnjecteerd in de huid.

    • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en fittings stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem.

    • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.

    • U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier.

    • Hef alle druk in het hydraulische systeem op veilige wijze op, voordat u werkzaamheden gaat verrichten aan het hydraulische systeem.

    Het peil van de hydraulische vloeistof controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Controleer het peil van de hydraulische vloeistof.Controleer het peil van de hydraulische vloeistof voordat de motor voor het eerst wordt gestart, en vervolgens dagelijks.
  • Note: Voordat u aan een onderdeel van het hydraulische aandrijfsysteem werkt, moet u de motor afzetten om de druk van het systeem te laten. Voordat u de motor start na de onderhoudswerkzaamheden aan het hydraulische systeem en druk hebt gezet op de hydraulische leidingen, moet u alle slangen en verbindingen controleren op schade en veiligstellen dat ze vastzitten. Vervang beschadigde slangen en draai losse koppelingen vast indien nodig.

    1. Maak de machine klaar voor onderhoud; zie Vóór onderhoudswerkzaamheden.

    2. Til de bestuurdersstoel omhoog; raadpleeg Optillen van de bestuurdersstoel.

    3. Verwijder de dop en controleer het vloeistofpeil in het reservoir (Figuur 36).

      De hydraulische vloeistof moet het woord COLD (koud) op de plaat van het reservoir bedekken.

      g279851
    4. Voeg indien nodig de aanbevolen hydraulische vloeistof toe aan het reservoir tot de vloeistof het koudvloeistofpeil op de plaat bedekt.

      Note: Op de plaat in het reservoir staan de woorden HOT (warm) en COLD (koud). Vul het reservoir tot het gepaste niveau, afhankelijk van de temperatuur van de vloeistof. Het vloeistofpeil varieert naargelang de temperatuur van de vloeistof. De vloeistof moet tot het koudpeil reiken wanneer de temperatuur 24 °C is. De vloeistof moet tot het warmpeil reiken wanneer de temperatuur 107 °C is.Bijvoorbeeld: als de vloeistof op kamertemperatuur is (ongeveer 24 °C), vul dan niet hoger bij dan het koudpeil. Als de vloeistof ongeveer 65 °C warm is, vul dan bij tot halfweg tussen het koud- en het warmpeil.

    5. Vervang de dop van het hydraulische reservoir en draai hem stevig vast.

      Important: Draai de reservoirdop niet te hard aan.

    6. Neem gemorste olie op.

    7. Laat de bestuurdersstoel zakken; zie Laten zakken van de bestuurdersstoel.

    Specificaties hydraulische vloeistof

    Het reservoir is in de fabriek gevuld met hoogwaardige hydraulische vloeistof. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof voordat u de motor voor het eerst start, en vervolgens dagelijks; zie Het peil van de hydraulische vloeistof controleren.

    Aanbevolen bij te vullen vloeistof: Toro PX Extended Life hydraulische vloeistof; verkrijgbaar in emmers van 19 liter of vaten van 208 liter.

    Note: Een machine die de aanbevolen vloeistof om bij te vullen gebruikt moet minder vaak bijgevuld worden en de filter moet minder vaak worden vervangen.

    Andere vloeistoffen: Als de Toro PX Extended Life hydraulische vloeistof niet verkrijgbaar is, kunt u een andere conventionele, petroleumgebaseerde hydraulische vloeistof gebruiken die aan de volgende materiaaleigenschappen en de industrienormen voldoet. Gebruik geen synthetische vloeistof. Vraag uw smeermiddelenleverancier naar een geschikt product.

    Note: Toro aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik van verkeerde vervangende vloeistoffen. Gebruik daarom uitsluitend producten van gerenommeerde fabrikanten die garant staan voor de door hen aanbevolen vloeistoffen.

    ISO VG 46 slijtagewerende hydraulische vloeistof met hoge viscositeitsindex/laag stolpunt

    Materiaaleigenschappen: 
     Viscositeit, ASTM D445cSt bij 40 °C 44 tot 48
     Viscositeitsindex ASTM D2270140 of hoger
     Stolpunt, ASTM D97-37 °C tot -45 °C
     Industriespecificaties:Eaton Vickers 694 (I-286-S, M-2950-S/35VQ25 of M-2952-S)

    Note: Veel hydraulische vloeistoffen zijn bijna kleurloos, zodat het moeilijk is lekkages op te sporen. Er is een rode kleurstof leverbaar voor de hydraulische vloeistof, in flesjes van 20 ml. Een flesje is voldoende voor 15 tot 22 liter hydraulische vloeistof. U kunt deze kleurstof bestellen bij een erkende Toro-distributeur, onderdeelnr. 44-2500.

    Hydraulische vloeistof verversen en de filter vervangen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Na de eerste 20 bedrijfsuren
  • Ververs de hydraulische vloeistof en vervang de filter.
  • Om de 400 bedrijfsuren
  • Ververs de hydraulische vloeistof en vervang de filter.
  • Important: Gebruik uitsluitend de aanbevolen hydraulische vloeistof. Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken.

    Voordat u de hydraulische vloeistof en het filter vervangt

    1. Rij of transporteer de machine naar een horizontale ondergrond; zie De machine transporteren .

    2. Als de motor draait, zet deze dan af.

    3. Stel de parkeerrem in werking.

    4. Als de machine op de rollen staat, breng ze dan omhoog op de transportwielen; zie De machine omhoogbrengen op de transportwielen.

    5. Til de bestuurdersstoel omhoog; raadpleeg Optillen van de bestuurdersstoel.

    6. Als de motor heeft gedraaid, moet u wachten tot de motor en het hydraulische systeem afgekoeld zijn.

    De hydraulische vloeistof aftappen

    1. Zet een opvangbak met een inhoud van 2 liter onder het hydraulische reservoir (Figuur 37).

      g279899
    2. Verwijder de hydraulische toevoerslang van de fitting van het reservoir en laat de hydraulische vloeistof helemaal weglopen (Figuur 37).

    3. Plaats de hydraulische slang die u hebt verwijderd in stap 2.

    4. Neem gemorste hydraulische vloeistof op.

    5. Voer de gebruikte vloeistof af volgens de plaatselijk geldende voorschriften.

    Het filter vervangen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Na de eerste 20 bedrijfsuren
  • Ververs de hydraulische vloeistof en vervang de filter.
  • Om de 400 bedrijfsuren
  • Ververs de hydraulische vloeistof en vervang de filter.
    1. Maak schoon rond de filterkop en het hydraulische filter.

    2. Stop doeken onder het hydraulische filter (Figuur 38).

      g279901
    3. Verwijder het hydraulische filter voorzichtig (Figuur 38).

    4. Vul het vervangfilter met de aanbevolen hydraulische vloeistof en smeer de pakking met hydraulische vloeistof.

    5. Draai het filter handmatig op de filterkop (Figuur 38) totdat de pakking contact maakt met de filterkop. Draai het filter vervolgens nog eens ¾ slag vaster.

    6. Neem gemorste hydraulische vloeistof op.

    7. Voer het oude filter af volgens de plaatselijk geldende voorschriften.

    Het hydraulische reservoir vullen

    1. Laat de machine op de rollen zakken; zie Laat de machine op de rollen zakken.

    2. Verwijder de dop van het hydraulische reservoir (Figuur 39).

      g279900
    3. Vul het reservoir met de voorgeschreven hydraulische vloeistof; zie Laat de machine op de rollen zakken en Het peil van de hydraulische vloeistof controleren.

    4. Plaats de dop weer op het reservoir (Figuur 39).

    5. Neem gemorste hydraulische vloeistof op.

    6. Start de motor en laat deze 3 tot 5 minuten laag stationair lopen.

      Door de motor te laten lopen, wordt de hydraulische vloeistof rondgeleid en wordt lucht uit het hydraulisch systeem gedreven.

    7. Controleer de machine op hydraulische lekkages aan het reservoir, de hydraulische slangen en het hydraulische filter.

      Herstel alle hydraulische lekkages.

    8. Zet de motor af, controleer het peil van de hydraulische vloeistof en vul vloeistof bij indien nodig.

    9. Laat de bestuurdersstoel zakken; zie Laten zakken van de bestuurdersstoel.

    Onderhoud van het chassis

    Bandenspanning controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Controleer de spanning van de transportbanden.
    1. Meet de bandenspanning van de transportwielen.

      De bandenspanning moet 1,03 bar bedragen.

    2. Als de bandenspanning hoger of lager is dan 1,03 bar, moet u lucht toevoegen of uit de banden laten tot de meting 1,03 bar bedraagt.

    De machine controleren op los bevestigingsmateriaal

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Na de eerste 5 bedrijfsuren
  • De machine controleren op los bevestigingsmateriaal.
  • Bij elk gebruik of dagelijks
  • De machine controleren op los bevestigingsmateriaal.
  • Het chassis controleren op losse of ontbrekende moeren en bouten.

    Zet losse moeren en bouten indien nodig vast en vervang ontbrekend bevestigingsmateriaal.

    Reiniging

    De machine schoonmaken

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Na elk gebruik
  • De machine schoonmaken.
  • Important: Gebruik geen brak of teruggewonnen water om de machine schoon te maken.

    1. Reinig de machine met schoon water.

      Note: Gebruik geen hogedrukreiniger om de machine te reinigen.

    2. Verwijder indien nodig vuil en stof van de rollen door water door de gaten in de rolbehuizingen te spuiten (Figuur 40).

      g036889
    3. Verwijder vuil en stof uit de omgeving van de hydraulische motor (Figuur 41).

      g036788
    4. Verwijder vuil en stof van de motor en de koelribben van de motor (Figuur 42).

      g279902

    Stalling

    De machine voorbereiden op korte stalling

    Minder dan 90 dagen
    1. Schakel de machine uit en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Laat de machine afkoelen voordat u deze afstelt, reinigt, stalt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht.

    2. Verwijder maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine, met name van de rollen en de motor. Verwijder vuil en kaf van de buitenkant van de koelribben van de cilinderkop en de ventilatorbehuizing van de motor.

      Important: U kunt de machine met een mild reinigingsmiddel en water wassen. Was de machine nooit met een hogedrukreiniger. Gebruik niet te veel water, zeker niet in de buurt van de motor.

    3. Controleer alle bouten, schroeven en moeren en draai deze vast. Versleten of beschadigde delen repareren of vervangen.

    4. Werk alle krassen en beschadigingen van de lak bij. Bijwerklak is verkrijgbaar bij een erkende Toro distributeur.

    De machine voorbereiden op langdurige stalling

    Langer dan 90 dagen
    1. Voer alle stappen uit die worden beschreven in De machine voorbereiden op korte stalling.

    2. Voeg stabilizer/conditioner toe aan de brandstof volgens de aanbevelingen van de fabrikant.

    3. Voeg de brandstof met de stabilizer/conditioner toe aan de brandstoftank.

    4. Laat de motor 5 minuten lopen om de stabilizer/conditioner door het brandstofsysteem te verspreiden.

    5. Zet de motor af, laat deze afkoelen, en laat de brandstoftank leeglopen, of laat de motor lopen totdat deze afslaat.

    6. Start de motor en laat hem lopen totdat hij afslaat. Herhaal de procedure met de choke aan totdat de motor niet opnieuw start.

    7. U moet brandstof op de juiste wijze afvoeren. Verwerk deze overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften.

    De machine stallen

    Stal de machine in een schone, droge garage of opslagruimte. Dek de machine af om deze te beschermen en schoon te houden.