Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
Stel de parkeerrem in werking.
Breng de maai-eenheden omlaag.
Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.
Laat de motor afkoelen.
Ontgrendel de motorkap aan beide kanten.

Verwijder de haarspeldveer en de gaffelpen waarmee de motorkap is bevestigd aan de draaibeugels van de machine (Figuur 1).
Til de motorkap voorzichtig op en verwijder deze van de machine (Figuur 1).
Verwijder de kogelpen waarmee de schermvergrendeling bevestigd is (Figuur 2).

Ontgrendel het scherm (Figuur 2).
Til het scherm op van de draaipennen van het radiateurframe (Figuur 2).
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Brandstofslang 9,5 x 559 mm | 2 |
| Brandstofkoeler | 1 |
| Slangklem | |
| Clipmoer | 4 |
| Beugel van brandstofkoeler | 1 |
| Anker voor kabelbinder om in te drukken | 2 |
| Flenskopschroef (¼" x ⅝") | 4 |
| Schuimband 12,7 x 12,7 x 127 mm | 2 |
| Schuimband 12,7 x 12,7 x 152 mm | 2 |
Monteer de 2 brandstofslangen van 9,5 x 559 mm in de fittings van de brandstofkoeler met de 2 verende slangklemmen (Figuur 4)

Monteer de 4 clipmoeren aan de openingen van 9,5 mm in de beugel van de brandstofkoeler (Figuur 5).

Druk de 2 ankers voor de kabelbinders in de 2 openingen van 6,4 mm in de beugel van de brandstofkoeler (Figuur 5).
Bevestig de brandstofkoeler aan de beugel van de brandstofkoeler (Figuur 5) met de 4 flenskopschroeven (¼" x ⅝").
Bevestig de 2 brandstofslangen aan de beugel van de brandstofkoeler met 2 ankers voor de kabelbinders (Figuur 6).

Verwijder de kleefrug van de 4 schuimbanden (Figuur 7).

Breng aan de andere kant van de beugel van de brandstofkoeler de verticale en horizontale schuimbanden aan zoals getoond in Figuur 7.
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Pakkingring | 1 |
| Flenskopschroef (5/16" x ⅝") | 2 |
Verwijder aan de linkerkant van de accubak de verwijderplug uit de radiateurbeugel (Figuur 8).

Verwijder alle braam van de opening in de beugel.
Meet aan de linkerkant van de accubak 51 mm van de middenlijn van de opening voor de accukabel en markeer de radiateurbeugel (Figuur 9).

Meet 64 mm van de bovenste radiateurbeugel en markeer de beugel (Figuur 9).
Sla met een centerpons op de radiateurbeugel op de kruising van de 2 markeringen.
Breng een voorboring aan in de centerponsmarkering.
Boor een opening van 38 mm in de beugel in de voorboring (Figuur 9).
Verwijder alle braam van de opening in de beugel.
Plaats de pakkingring in de opening in de radiateurbeugel (Figuur 10).

Verwijder de 2 flenskopschroeven (5/16" x ½") waarmee de radiateur is bevestigd aan de radiateurbeugel (Figuur 11).
Note: Gooi de flenskopschroeven weg.

Monteer de 2 brandstofslangen van de brandstofkoeler door de pakkingring in de radiateurbeugel (Figuur 12).

Lijn de gaten in de beugel van de brandstofkoeler uit met de gaten in de radiateurbeugel (Figuur 12).
Bevestig de beugel van de brandstofkoeler aan de radiateurbeugel (Figuur 12) met de 2 flenskopschroeven (5/16" x ⅝").
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Geribde slangconnector | 2 |
| Wormschroefklem | 2 |
| Brandstofslang 6,4 x 457 mm | 1 |
| Slangklem(verend) | 2 |
| Kabelklemband | 1 |
Verwijder de verende slangklem en de slang van de brandstoftank aan de achterste fitting van de brandstoffilterkop (Figuur 14).
Note: Bewaar de slangklem.

Plaats een plug in het uiteinde van de slang.
Hou de geleiding van de slang aan en plaats de slang van de brandstoftank naast de binnenste slang van de brandstofkoeler (Figuur 15).
Note: Zorg ervoor dat de slang van de brandstoftank dicht bij de linker framerail van de machine loopt.

Markeer de slang van de brandstoftank aan de geribde slangfitting (Figuur 15).
Snijd de slang van de brandstoftank af aan de markering (Figuur 15).
Monteer de verende slangklem die u hebt verwijderd in stap 1 op de slang van de brandstoftank op de machine (Figuur 16).

Monteer de slang van de brandstoftank en de slangklem op de geribde slangconnector van de binnenste slang van de brandstofkoeler (Figuur 16).
Monteer de brandstofslang van 6,4 x 457 mm op de achterste fitting van de brandstoffilterkop met een verende slangklem (Figuur 17)

Leid het andere uiteinde van de slang van het brandstoffilter naar de andere slang van de brandstofkoeler (Figuur 18).

Monteer de slang van het brandstoffilter en een verende slangklem op de geribde slangconnector van de buitenste slang van de brandstofkoeler (Figuur 18).
Bevestig de 2 slangen van de brandstofkoeler aan elkaar met een kabelbinder (Figuur 19).

Verwijder corrosie op de minkabel van de accu en de accupool.
Monteer de klem van de minkabel van de accu op de accupool en maak de T-bout en moer van de klem vast (Figuur 20).

Breng een dunne laag beschermspray aan op de klem van de accukabel.
Monteer het accudeksel op de accu en lijn hierbij de lipjes van het deksel uit in de sleuven in de accubak (Figuur 20).
Draai het contactsleuteltje op DRAAIEN of AAN.
Laat de elektrische brandstofpomp gedurende 10 seconden draaien.
Draai het contactsleuteltje naar de stand STOP.
Wacht 35 tot 40 seconden.
Herhaal stap 1 tot en met 4 nog 2 keer.
Start de motor en voer de stappen in Controleren op brandstoflekken uit.
Controleer de brandstofslangen, fittings en brandstofkoeler op lekken.
Important: Herstel alle brandstoflekken.
Zet de motor af en verwijder het sleuteltje.
Lijn de motorkap uit met de achterkant van de machine (Figuur 22).

Lijn de gaten in de framebuis van de motorkap uit met de gaten in de draaibeugels van de machine (Figuur 22).
Monteer de framebuis van de motorkap aan de draaibeugels met de 2 gaffelpennen en 2 haarspeldveren (Figuur 22).
Vergrendel de motorkap aan beide kanten.