Inleiding

Deze machine is een compacte werktuigdrager bedoeld voor het verplaatsen van aarde en andere materialen voor landschapsverzorging and bouwwerkzaamheden. De machine is bedoeld voor gebruik in combinatie met allerlei werktuigen voor het uitvoeren van speciale functies. Dit product gebruiken voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders.

Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u dit product op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om letsel en schade aan de machine te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine.

Ga naar www.Toro.com voor documentatie over productveiligheid en bedieningsinstructies, informatie over accessoires, hulp bij het vinden van een dealer of om uw product te registreren.

Als u service, originele Toro onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.

Important: U kunt met uw mobiel apparaat de QR-code op het plaatje met het serienummer (indien aanwezig) scannen om toegang te krijgen tot de garantie, onderdelen en andere productinformatie.

g311261

Er worden in deze handleiding een aantal mogelijke gevaren en een aantal veiligheidsberichten genoemd met de volgende veiligheidssymbolen (Figuur 2), die duiden op een gevaarlijke situatie die zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kan hebben als u de veiligheidsvoorschriften niet in acht neemt.

g000502

Er worden in deze handleiding twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient.

Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring.

Waarschuwing

CALIFORNIË

Proposition 65 Waarschuwing

Het netsnoer van dit product bevat lood, een stof waarvan bekend is dat deze kanker, geboorteafwijkingen of andere schade aan de voortplantingsorganen kan veroorzaken. Was altijd uw handen nadat u met deze onderdelen in aanraking bent geweest.

Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken. Was altijd uw handen nadat u met deze onderdelen in aanraking bent geweest.

Gebruik van dit product kan leiden tot blootstelling aan chemische stoffen waarvan de Staat Californië weet dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere schade aan het voortplantingssysteem veroorzaken.

Veiligheid

Algemene veiligheid

Gevaar

Mogelijk lopen er in uw werkgebied onder grond leidingen van nutsbedrijven. Als u deze beschadigt, kan dat elektrische schokken of een explosie veroorzaken.

Zorg dat de ondergrondse kabels en leidingen gemarkeerd worden op de locatie of in het werkgebied en ontwijk de gemarkeerde gebieden. Neem contact op met de plaatselijke markeringsdienst of het betreffende nutsbedrijf om de locatie te laten markeren (bel bijvoorbeeld in de Verenigde Staten 811 of in Australië 1100 voor de nationale markeringsdienst).

Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig of mogelijk dodelijk letsel te voorkomen. Dit product gebruiken voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders.

  • Vervoer geen lading als de armen zijn opgeheven; zorg ervoor dat de lading tijdens het vervoer dicht bij de grond is.

  • Hellingen zijn de belangrijkste oorzaak dat de bestuurder de macht over de machine verliest en deze omkantelt. Dit kan leiden tot ernstig of dodelijke letsel. Gebruik van de machine op hellingen of oneffen terrein vereist extra voorzichtigheid.

  • Rij de machine heuvelopwaarts en heuvelafwaarts met het zware uiteinde naar de top van de heuvel gericht en de lading dicht bij de grond. De gewichtsverdeling verandert in functie van de werktuigen. Met een lege bak is de achterzijde van de machine de zware kant, terwijl met een volle bak de voorzijde de zware kant is. De meeste andere werktuigen zorgen ervoor dat het gewicht voornamelijk op de voorkant van de machine rust.

  • Zorg dat de ondergrondse kabels, leidingen en andere objecten gemarkeerd worden op de locatie of in het werkgebied en ga op deze plaatsen niet graven.

  • Lees deze Gebruikershandleiding en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de machine start.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kan er letsel ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • Laat kinderen of personen die geen instructie hebben ontvangen de machine nooit gebruiken.

  • Houd uw handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen en werktuigen.

  • Gebruik de machine enkel als de schermen en andere beveiligingsmiddelen aanwezig zijn en naar behoren werken.

  • Laat geen omstanders of kinderen het werkgebied betreden.

  • Schakel de machine uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert of verstoppingen uit de machine verwijdert.

Onjuist gebruik of onderhoud van deze machine kan letsel tot gevolg hebben. Om het risico op letsel te verkleinen, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool Graphic te letten, dat betekent Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van deze instructies kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.

Veiligheids- en instructiestickers

Graphic

Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers.

decal93-6686
decal93-9084
decal98-4387
decal108-4723
decal130-2836
decal130-2837
decal132-9051
decal133-8061
decal137-9712
decal139-7707
decal139-7708
decal139-7709
decal139-7717
decal139-7718
decal139-7721
decal139-7738
decal139-8343
decal137-9713
decal139-7660

Montage

Het peil van de hydraulische vloeistof controleren

Controleer het peil van de hydraulische vloeistof voordat u de machine voor de eerste keer start; zie Het peil van de hydraulische vloeistof controleren.

Accu's opladen

Laad de accu’s op; zie Accu's opladen.

Algemeen overzicht van de machine

g281979

Schakelbord

g281978

Contactschakelaar

De contactschakelaar heeft 2 standen: AAN en UIT (Figuur 4).

Gebruik de contactschakelaar om de machine te starten of uit te schakelen; zie De machine starten en De machine uitschakelen.

Tractiebedieningshendels

  • Om vooruit te rijden beweegt u de tractiebedieninghendels naar voren.

  • Om achteruit te rijden beweegt u de tractiebedieninghendels naar achteren.

  • Om te keren beweegt u de hendel aan de kant waar u naartoe wilt draaien achteruit naar de NEUTRAALSTAND terwijl u de andere hendel ingeschakeld houdt.

    Note: Hoe verder u de tractiebedieningshendels beweegt (in beide richtingen), des te sneller rijdt de machine in de gewenste richting.

  • Om te vertragen of te stoppen beweegt u de tractiebedieningshendels naar de NEUTRAALSTAND.

Kantelhendel werktuig

  • Om het werktuig naar voren te kantelen, beweegt u de hendel langzaam naar voren.

  • Om het werktuig naar achteren te kantelen, beweegt u de hendel langzaam naar achteren.

Hendel van laadarm

  • Om de armen omlaag te brengen, beweegt u de laadarmhendel langzaam naar voren.

  • Om de armen omhoog te brengen, beweegt u de laadarmhendel langzaam naar achteren.

Hendel voor hulphydrauliek

  • Om een hydraulisch werktuig naar voren te laten bewegen, trekt u de hendel voor de hulphydrauliek langzaam naar buiten en vervolgens naar beneden.

  • Om een hydraulisch werktuig naar achteren te laten bewegen, trekt u de hendel voor de hulphydrauliek langzaam naar buiten en vervolgens drukt u hem naar boven. Deze stand wordt ook de PALSTAND genoemd omdat de aanwezigheid van de bestuurder niet vereist is.

Parkeerremhendel

  • Draai de hendel naar beneden om de parkeerrem in werking te stellen (Figuur 5).

  • Draai de hendel naar boven om de parkeerrem vrij te zetten (Figuur 5).

g303557

Schakelaar ecomodus

Druk de schakelaar op AAN om ecomodus te activeren. Gebruik ecomodus om het motortoerental en het accuverbruik te verlagen.

Schakelaar InchMode

Druk de schakelaar op AAN om InchMode te activeren. Gebruik InchMode om de snelheid van de machine te verminderen wanneer u werktuigen monteert of verwijdert, kleine afstellingen uitvoert aan de machine en in bochten.

Note: InchMode heft huidige instellingen op (bv. ecomodus, werktuigmodus). De machine zal terugkeren naar deze instellingen wanneer InchMode uit staat.

InfoCenter display

Het InfoCenter lcd-scherm toont informatie zoals de bedrijfsmodus en diverse diagnostieken en andere informatie over de machine (Figuur 6). Het InfoCenter heeft een startscherm en een hoofdscherm. U kunt te allen tijde heen en weer gaan tussen het startscherm en het hoofdscherm door op om het even welke knop in InfoCenter te drukken en dan de overeenkomstige pijl te selecteren.

g264015
  • Linkerknop, knop toegang tot menu/terug – druk op deze knop om naar de menu's van InfoCenter te gaan. U kunt hem gebruiken om het huidige menu te verlaten.

  • Middelste knop – gebruik deze knop om naar beneden door menu's te bewegen.

  • Rechterknop – gebruik deze knop als een pijl naar rechts aangeeft dat er nog andere opties in het menu zijn.

Note: De knoppen kunnen verschillende functies vervullen afhankelijk van wat op dat moment nodig is. Voor elke knop is er een icoon dat de huidige functie weergeeft.

Figuur 7 toont wat u kunt zien op het InfoCenter wanneer u de machine gebruikt. Het startscherm wordt gedurende een paar seconden weergegeven nadat u het sleuteltje naar de stand AAN draait, daarna wordt het runscherm weergegeven.

g315353

Verklaring van pictogrammen in InfoCenter

GraphicToegang tot menu
GraphicVolgende
GraphicVorige
GraphicNaar beneden scrollen
GraphicDruk op
GraphicWerktuigmodus veranderen.
GraphicVerhogen
GraphicVerminderen
GraphicMenu verlaten
GraphicInvoer pincode controleren
GraphicParkeerrem is ingeschakeld.
GraphicUrenteller
GraphicAccuspanning
GraphicAccuspanning – elk volledig streepje staat voor de spanning in stappen van 10%.
GraphicEcomodus is ingeschakeld.
GraphicInchMode is ingeschakeld.
GraphicKoude start
GraphicBakmodus is ingeschakeld.
GraphicHamermodus is ingeschakeld.

Menu’s van het InfoCenter

Druk in het hoofdscherm op de menuknopGraphic om naar het menusysteem van InfoCenter te gaan. U gaat naar het hoofdmenu. Raadpleeg de volgende tabellen voor een overzicht van de opties die u hebt in de menu's:

Hoofdmenu

Menu-itemBeschrijving
StoringenHet menu STORINGEN bevat een lijst met de recente machinestoringen. Raadpleeg de Onderhoudshandleiding of uw erkende servicedealer voor meer informatie over het menu STORINGEN.
OnderhoudHet menu Onderhoud bevat informatie over de machine, zoals bedrijfsuren en andere cijfergegevens van die aard.
DiagnostiekHet menu Diagnostiek geeft de status van elke machineschakelaar, sensor en bedieningsoutput aan. U kunt dit menu gebruiken om sommige problemen op te lossen. In het menu ziet u namelijk welke onderdelen in- en uitgeschakeld zijn.
InstellingenIn het menu Instellingen kunt u het InfoCenter-scherm configureren en aan uw voorkeuren aanpassen.
BetreffendeIn het menu Betreffende ziet u het modelnummer, het serienummer en de versie van de software op uw machine.

Storingen

Menu-itemBeschrijving
CurrentGeeft het totaal aantal uren weer dat het sleuteltje op AAN heeft gestaan.
LastGeeft het meest recente uur weer waarin de fout zich heeft voorgedaan en waarin het sleuteltje op aan stond.
FirstGeeft het eerste uur weer waarin de fout zich heeft voorgedaan en waarin het sleuteltje op aan stond.
OccurencesGeeft het aantal keren weer dat er een fout is gebeurd.

Service

Menu-itemBeschrijving
HoursGeeft het totaal aantal uren weer dat het sleuteltje op aan staat, de motor en ecomodus zijn ingeschakeld en dat de tractiebediening ingeschakeld is.
CountsGeeft het aantal keren weer dat de motor gestart is en de ampere-uren voor de accu.

Diagnostiek

Menu-itemBeschrijving
Battery Geeft de inputs en outputs voor de accu weer. Inputs omvatten de huidige accuspanning; outputs omvatten de accustroom en het percentage laadstatus.
Motor controlGeeft de inputs en outputs voor de motorregeling weer. Inputs omvatten sleutel inschakelen, neutraal, parkeerrem, hulpsysteem, InchMode, Ecomodus en omhoogbrengen/omlaagbrengen; gebruik deze om de inputfeedback op de machine te controleren. Outputs omvatten motortoerental (in tpm), fasestroom, DC-stroom, temperatuur van regelaar en motortemperatuur.

Instellingen

Menu-itemBeschrijving
TaalBepaalt de taal die gebruikt wordt in het InfoCenter.
BacklightRegelt de helderheid van het lcd-scherm.
ContrastRegelt het contrast van het lcd-scherm.
Beveiligde menu’sGeeft u via een code toegang tot beveiligde menu's.

Betreffende

Menu-itemBeschrijving
ModelToont het modelnummer van de machine
SerialToont het serienummer van de machine
S/W RevDe softwareversie van de hoofdbedieningseenheid.
Motor Ctrl SWDe softwareversie van de motorregeling.
Battery SWDe softwareversie van de accu.

Note: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.

Breedte89 cm
Lengte152 cm
Hoogte125 cm
Gewicht (zonder werktuig)938 kg
Nominale werkcapaciteit - met bestuurder van 74,8 kg en de standaard bak234 kg
Kantelcapaciteit - met bestuurder van 74,8 kg en de standaard bak590 kg
Wielbasis71 cm
Storthoogte (met standaard bak)120 cm
Bereik – volledig omhooggebracht (met standaard bak)71 cm
Hoogte tot scharnierpen (smalle bak in normale stand)168 cm

Werktuigen/accessoires

Een selectie van door Toro goedgekeurde werktuigen en accessoires is verkrijgbaar voor gebruik met de machine om de mogelijkheden daarvan te verbeteren en uit te breiden. Neem contact op met een erkende servicedealer of een erkende Toro distributeur, of bezoek www.Toro.com voor een lijst van alle goedgekeurde werktuigen en accessoires.

Om de beste prestaties te verkrijgen en ervoor te zorgen dat de veiligheidscertificaten van de machine blijven gelden, moet u ter vervanging altijd originele onderdelen en accessoires van Toro aanschaffen. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn en de productgarantie kan tenietdoen.

Gebruiksaanwijzing

Voor gebruik

Veiligheidsinstructies voorafgaand aan het werk

Algemene veiligheid

  • Laat kinderen of personen die geen instructie hebben ontvangen, de machine nooit gebruiken of onderhoudswerkzaamheden daaraan verrichten. Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen stellen aan de leeftijd van degene die met de machine werkt of gebieden dat degene die met de machine werkt een gecertificeerde opleiding moet volgen. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van alle bestuurders en technici.

  • Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningsorganen en de veiligheidsstickers, en weet hoe u de machine veilig kunt gebruiken.

  • Stel altijd de parkeerrem in werking, zet de machine uit, verwijder het sleuteltje, wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en laat de machine afkoelen voordat u ze afstelt, schoonmaakt, stalt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht.

  • Zorg ervoor dat u weet hoe u de machine snel kunt stoppen en uitschakelen.

  • Controleer of de veiligheidsschakelaars en de veiligheidsschermen zijn bevestigd en naar behoren werken. Gebruik de machine uitsluitend als deze naar behoren werken.

  • Zorg dat u op de hoogte bent van de gemarkeerde plaatsen op de machine en de werktuigen waar lichaamsdelen beklemd kunnen raken; hou uw handen en voeten uit de buurt van deze plaatsen.

  • Voordat u de machine met een werktuig eraan bedient, moet u controleren of het werktuig op de juiste wijze is bevestigd en of het een origineel Toro werktuig is. Lees al de handleidingen van het werktuig.

  • Inspecteer het terrein om vast te stellen welke accessoires en werktuigen u nodig hebt om goed en veilig te werken.

  • Zorg dat de ondergrondse kabels, leidingen en andere objecten gemarkeerd worden op de locatie of in het werkgebied en ga op deze plaatsen niet graven. Let op de locatie van ongemarkeerde objecten en structuren, zoals ondergrondse opslagtanks, putten en septische systemen.

  • Controleer het terrein waar u de machine gaat gebruiken op oneffen oppervlakken of verborgen gevaren.

  • Zorg ervoor dat er zich geen omstanders in het werkgebied bevinden voordat u de machine start. Zet de machine af als een omstander het gebied betreedt.

Dagelijks onderhoud uitvoeren

Voer elke dag voordat u de machine start de procedures uit in het onderdeel Telkens voor gebruik/Dagelijks in .

De dijsteun aanpassen

Om de dijsteun (Figuur 8) aan te passen zet u de knoppen los en beweegt u het steunstuk naar boven of beneden op de gewenste hoogte. U kunt de steun nog verder afstellen door de moer waarmee het steunstuk aan de afstelplaat is bevestigd los te zetten en de plaat naar boven of naar beneden te bewegen. Draai alle bevestigingen goed vast als u klaar bent.

g006054

Tijdens gebruik

Veiligheid tijdens het werk

Algemene veiligheid

  • Vervoer geen lading als de armen zijn opgeheven. Zorg ervoor dat de lading tijdens het vervoer dicht bij de grond is.

  • Overschrijd nooit het nominale werkvermogen, omdat de machine instabiel kan worden waardoor u de controle over de machine verliest.

  • Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde hulpstukken en accessoires. Werktuigen kunnen invloed hebben op de stabiliteit en de bediening van de machine.

  • Voor een machine met een platform:

    • Laat de laderarmen neer voordat u van het platform stapt.

    • Probeer niet om de machine in evenwicht te houden door uw voet op de grond te zetten. Als u de controle over de machine verliest, moet u van het platform stappen en u verwijderen van de machine.

    • Plaats uw voeten niet onder het platform.

    • Beweeg de machine alleen als u met beide voeten op het platform staat en uw handen vaste greep op de referentiebalken hebben.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kan er letsel ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • Kijk achterom en omlaag voordat u achteruitrijdt om er zeker van te zijn dat de weg vrij is.

  • Trek nooit hard aan de bedieningshendels, gebruik een geleidelijke beweging.

  • De eigenaar/gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die kunnen leiden tot lichamelijk letsel en materiële schade, en hij kan zulke ongevallen voorkomen.

  • Draag geschikte kleding en uitrusting, zoals handschoenen, oogbescherming, een lange broek, stevige schoenen met een gripvaste zool en gehoorbescherming. Draag lang haar niet los en draag geen losse kleding of juwelen.

  • Gebruik de machine niet als u moe of ziek bent, of onder de invloed van alcohol of drugs bent.

  • Vervoer nooit passagiers en zorg ervoor dat huisdieren en omstanders uit de buurt van de machine blijven.

  • Gebruik de machine uitsluitend bij goed licht en blijf uit de buurt van kuilen en verborgen gevaren.

  • Zorg ervoor dat alle aandrijvingen in de neutraalstand staan voordat u de machine start. Start de machine alleen wanneer u op de bestuurdersstoel zit.

  • Wees voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die het zicht kunnen belemmeren.

  • Verminder uw snelheid en wees voorzichtig als u een bocht maakt of wegen en voetpaden oversteekt. Let op het verkeer.

  • Stop het werktuig als u niet aan het werken bent.

  • Stop de machine, schakel de machine uit, verwijder het sleuteltje en controleer de machine als u een voorwerp hebt geraakt. Voer de noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.

  • Laat een machine nooit ingeschakeld en onbeheerd achter.

  • Doe het volgende voordat u de bestuurdersstoel verlaat:

    • Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

    • Breng de armen van de lader omlaag en schakel de hulphydrauliek uit.

    • Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

  • Gebruik de machine niet als het kan bliksemen.

  • Bedien de machine alleen in gebieden waar u voldoende ruimte hebt om de machine veilig te manoeuvreren. Let op obstakels die zich in uw buurt bevinden. Als u niet voldoende afstand houdt tot bomen, muren en andere barrières kan dit leiden tot letsel als de machine tijdens gebruik achteruitrijdt terwijl u niet voldoende op de omgeving let.

  • Let op dat er voldoende ruimte boven de machine is (denk aan elektrische kabels, takken, plafonds en doorgangen) voordat u onder een object rijdt, en zorg ervoor dat u dit niet raakt.

  • Vul het werktuig niet te vol en houd de lading altijd horizontaal als u de armen omhoogbrengt. Items in het werktuig zouden kunnen vallen en letsel veroorzaken.

Veiligheid op hellingen

  • Rij de machine heuvelopwaarts en heuvelafwaarts met het zware uiteinde naar de top van de heuvel gericht. De gewichtsverdeling verandert in functie van de werktuigen. Met een lege bak is de achterzijde van de machine de zware kant, terwijl met een volle bak de voorzijde de zware kant is. De meeste andere werktuigen zorgen ervoor dat het gewicht voornamelijk op de voorkant van de machine rust.

  • Als u de armen van de lader omhoogbrengt op een helling, heeft dit invloed op de stabiliteit van de machine. Houd de armen van de lader omlaag als u op een helling rijdt.

  • Hellingen zijn de belangrijkste oorzaak dat de bestuurder de controle over de machine verliest en deze omkantelt. Dit kan leiden tot ernstig of dodelijke letsel. Gebruik van de machine op hellingen of oneffen terrein vereist altijd extra voorzichtigheid.

  • Stel uw eigen procedures en voorschriften op voor werken op hellingen. Als onderdeel van deze procedures moet u zeker het terrein onderzoeken om na te gaan op welke hellingen u de machine veilig kunt gebruiken. Gebruik altijd uw gezond verstand en uw beoordelingsvermogen wanneer u dit onderzoek uitvoert.

  • Verminder uw snelheid en wees extra voorzichtig op hellingen. De toestand van de grond kan van invloed zijn op de stabiliteit van de machine.

  • Niet starten of stoppen op een helling. Als de machine grip verliest, rijd de helling dan langzaam in een rechte lijn af.

  • Maak geen bochten op een helling. Als u een bocht moet maken, moet u dit langzaam doen en de zware kant van de machine heuvelopwaarts gericht houden.

  • Ga op een helling altijd langzaam en behoedzaam te werk. Verander niet plotseling de snelheid of de rijrichting van de machine.

  • Als u zich ongemakkelijk voelt wanneer u de machine op een helling gebruikt, maai die helling dan niet.

  • Let op kuilen, voren of bulten, omdat de kans bestaat dat de machine omslaat op ongelijk terrein. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar.

  • Wees voorzichtig als u op een natte ondergrond werkt. Als de machine grip verliest, kan deze gaan glijden.

  • Inspecteer het terrein om er zeker van te zijn dat de grond stabiel genoeg is om de machine te ondersteunen.

  • Wees voorzichtig als u de machine gebruikt in de buurt van:

    • Steile hellingen

    • Greppels

    • Dijken en taluds

    • Water

    De machine kan plotseling omslaan als een rupsband over de rand komt, of als de rand instort. Houd een veilige afstand tussen de machine en een gevarenzone aan.

  • U mag geen werktuigen verwijderen of aankoppelen op een helling.

  • Parkeer de machine niet op een helling.

De machine starten

  1. Ga op het platform staan.

  2. Zorg ervoor dat de parkeerrem ingeschakeld is en dat alle 4 hendels in de NEUTRAALSTAND staan.

  3. Breng het sleuteltje in het contact en draai het naar de stand AAN.

Note: Het zou kunnen dat u de machine moeilijk kunt starten in zeer koude weersomstandigheden. Wanneer u een koude machine start, moet u de machine boven -18 °C houden.

Note: Wanneer de machinetemperatuur onder -1 °C bedraagt, zal het symbool voor koude start (Figuur 9) verschijnen op het InfoCenter terwijl het motortoerental verhoogt gedurende 2 minuten. Beweeg gedurende deze tijd de tractiebediening niet terwijl de parkeerrem in werking is gesteld; anders slaat de motor af en worden de 2 minuten gereset. Het symbool voor koude start verdwijnt wanneer de motor volle snelheid bereikt.

g304012

Met de machine rijden

Gebruik de tractiebediening om de machine te bewegen. Hoe verder u de tractiebediening in een bepaalde richting beweegt, hoe sneller de machine in die richting gaat. Laat de tractiebediening los om de machine tot stilstand te brengen.

Zuinige modus

Wanneer de machine stationair loopt, gaat ze in een zuinige modus na een bepaalde tijd.

Zuinige modus 1

Na 5 tot 7 seconden stationair te lopen, neemt het motortoerental af. Om terug te keren naar de normale bedieningssnelheid, moet u een tractiehendel, de hendel van de werktuigkanteling of de hendel van de laderarm bewegen.

Zuinige modus 2

Na 30 seconden stationair te lopen, slaat de motor af. Om verder te gaan met het gebruik van de machine, moet u een tractiehendel snel twee keer bewegen.

Zuinige modus 3

Na 5 minuten stationair te lopen, slaat de motor af. Om verder te gaan met het gebruik van de machine, draait u het contactsleuteltje naar UIT, stelt u de parkeerrem in werking en draait u het contactsleuteltje naar AAN.

De machine uitschakelen

  1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, laat de laderarmen zakken en stel de parkeerrem in werking.

  2. Zorg ervoor dat de hendel van de hulphydrauliek in de stand NEUTRAAL staat.

  3. Draai het contactsleuteltje op UIT en verwijder het.

Voorzichtig

Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat.

Verwijder altijd het sleuteltje en stel de parkeerrem in werking wanneer u de machine onbeheerd achterlaat.

Werktuigen gebruiken

Een werktuig bevestigen

Important: Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen. Werktuigen kunnen invloed hebben op de stabiliteit en de bediening van de machine. De garantie van de machine kan komen te vervallen als u de machine gebruikt met werktuigen die niet zijn goedgekeurd.

Important: Voordat u het werktuig monteert, moet u ervoor zorgen dat de bevestigingsplaten vrij van vuil zijn en de pennen onbelemmerd ronddraaien. Als de pennen niet vrij ronddraaien, moeten ze gesmeerd worden.

  1. Plaats het werktuig op een horizontaal oppervlak en zorg ervoor dat er achter het werktuig genoeg ruimte voor de machine is.

  2. Start de machine.

  3. Kantel de bevestigingsplaat voor het werktuig naar voren.

  4. Plaats de bevestigingsplaat in de bovenste lip van de ontvangerplaat op het werktuig (Figuur 10).

    g003710
  5. Breng de armen van de lader omhoog terwijl u tegelijkertijd de bevestigingsplaat naar achteren kantelt.

    Important: Breng het werktuig omhoog totdat het vrij is van de grond en kantel de bevestigingsplaat helemaal naar achteren.

  6. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

  7. Zet de snelkoppelingspennen vast en zorg ervoor dat deze volledig in de bevestigingsplaten zitten (Figuur 11).

    Important: Indien de pennen niet kunnen ronddraaien als ze zijn vastgezet, is de bevestigingsplaat niet precies recht tegenover de openingen in de ontvangerplaat van het werktuig geplaatst. Controleer de ontvangerplaat en reinig deze indien nodig.

    Waarschuwing

    Als de snelkoppelingspennen niet volledig in de bevestigingsplaten zitten, bestaat de kans dat het werktuig van de machine valt, waardoor u of omstanders bekneld kunnen raken.

    Zorg ervoor dat de snelkoppelingspennen volledig in de bevestigingsplaten zitten.

    g003711

Hydraulische slangen aansluiten

Waarschuwing

Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat er anders gangreen kan ontstaan.

  • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en fittings stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem.

  • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.

  • U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier; doe dit nooit met uw handen.

Voorzichtig

Hydraulische koppelingen, hydraulische leidingen/kleppen en hydraulische vloeistof kunnen heet zijn. U kunt zich verbranden als u hete onderdelen aanraakt.

  • Draag handschoenen als u werkt aan de hydraulische koppelingen.

  • Laat de machine afkoelen voordat u de hydraulische onderdelen aanraakt.

  • Zorg ervoor dat u niet in aanraking komt met gemorste hydraulische vloeistof.

Als het werktuig hydraulisch wordt bediend, moet u de hydraulische slangen als volgt aansluiten:

  1. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

  2. Beweeg de hendel voor de hulphydrauliek naar voren, naar achteren en terug in de NEUTRAALSTAND om de druk op de hydraulische koppelingen op te heffen.

  3. Verwijder de beschermplaten van de hydraulische aansluitingen op de machine.

  4. Zorg ervoor dat alle ongerechtigheden zijn verwijderd van de hydraulische aansluitingen.

  5. Druk de mannelijke aansluiting van het werktuig in de vrouwelijke aansluiting op de machine.

    Note: Als u eerst de mannelijke aansluiting van het werktuig bevestigt, heft u de druk in het werktuig op.

  6. Druk de vrouwelijke aansluiting van het werktuig op de mannelijke aansluiting op de machine.

  7. Trek aan de slangen om te controleren of de aansluiting betrouwbaar is.

Een werktuig verwijderen

  1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

  2. Laat het werktuig neer op de grond.

  3. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

  4. Maak de snelkoppelingspennen los door deze naar buiten te draaien.

  5. Als het werktuig hydraulisch wordt bediend, beweegt u de hendel voor de hulphydrauliek naar voren, naar achteren en terug in de NEUTRAALSTAND om de druk op de hydraulische koppelingen op te heffen.

  6. Als het werktuig hydraulisch wordt bediend, schuift u de kragen op de hydraulische koppeling terug en maakt u deze los.

    Important: Koppel de slangen van het werktuig aan elkaar om te voorkomen dat het hydraulische systeem tijdens de opslag wordt verontreinigd.

  7. Monteer de beschermkappen op de hydraulische koppelingen op de machine.

  8. Start de machine, kantel de bevestigingsplaat naar voren en rij de machine achteruit van het werktuig vandaan.

Het InfoCenter gebruiken

Werktuigmodus veranderen

  1. Druk in het runscherm op de middelste knop om naar het scherm Werktuig veranderen te gaan.

  2. Druk op de middelste of de rechterknop om te wisselen tussen Hamermodus of Bakmodus.

    Note: Schakel Ecomodus in wanneer u Hamermodus gebruikt. Wanneer Hamermodus Graphic samen met Ecomodus wordt gebruikt, wordt het motortoerental (in tpm) verminderd om het energieverbuik te verlagen wanneer werktuigen worden gebruikt. Bij Bakmodus Graphic wordt het motortoerental behouden.

  3. Druk op de linkerknop om terug te keren naar het Runscherm.

g304809

Naar beveiligde menu's gaan

Note: Standaard staat de pincode van uw machine ingesteld op 0000 of 1234.Als u de pincode heeft gewijzigd en vergeten bent, neem dan contact op met uw erkende servicedealer voor hulp.

  1. Gebruik in het HOOFDMENU de middelste knop om naar beneden te scrollen tot het INSTELLINGENMENU en druk op de rechterknop (Figuur 13).

    g264775
  2. Gebruik in het INSTELLINGENMENU de middelste knop om naar beneden te scrollen tot het BEVEILIGDE MENU en druk op de rechterknop (Figuur 14A).

    g264249
  3. Om de pincode in te voeren drukt u op de middelste knop tot het eerste gewenste cijfer verschijnt. Druk dan op de rechterknop om naar het volgende cijfer te gaan (Figuur 14B en Figuur 14C). Herhaal deze laatste stap tot het laatste cijfer ingevoerd is en druk nog een keer op de rechterknop.

  4. Druk op de middelste knop om de pincode in te voeren (Figuur 14D).

    Note: Als het InfoCenter de pincode aanvaardt en het beveiligde menu is ontgrendeld, wordt het woord ‘PIN’ weergegeven in de rechter bovenhoek van het scherm.

U kunt de instellingen in het BEVEILIGDE MENU weergeven en wijzigen. Scroll in het BEVEILIGDE MENU omlaag tot de optie INSTELLINGEN BEVEILIGEN. Gebruik de rechterknop om de instelling te wijzigen. Door de optie Instellingen beveiligen UIT te schakelen, kunt u de instellingen in het BEVEILIGDE MENU bekijken en wijzigen zonder de pincode in te voeren. Als u Instellingen beveiligen op AAN zet, worden de beveiligde opties verborgen en moet u de pincode invoeren om de instellingen in het BEVEILIGDE MENU te wijzigen.

Na gebruik

Veiligheid na het werk

Algemene veiligheid

  • Zet de machine uit, verwijder het sleuteltje, wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en laat de machine afkoelen voordat u deze afstelt, reinigt, stalt of onderhoud uitvoert.

  • Verwijder vuil van de werktuigen en de aandrijvingen om brand te voorkomen.

  • Zorg ervoor dat alle onderdelen in goede staat verkeren en al het bevestigingsmateriaal stevig vastzit.

  • Raak geen onderdelen aan die tijdens het gebruik heet kunnen worden. Laat deze eerst afkoelen voordat u de machine afstelt of er onderhouds- of reparatiewerkzaamheden op uitvoert.

  • Wees voorzichtig als u de machine inlaadt op een aanhanger of een vrachtwagen of uitlaadt.

Veiligheid bij het omgaan met de accu en de lader

Algemeen

  • Onjuist gebruik of onderhoud van de acculader kan letsel tot gevolg hebben. Om dit risico te verminderen, dient u zich aan alle veiligheidsinstructies te houden.

  • Gebruik alleen de meegeleverde lader voor het opladen van de accu.

  • Controleer het voltage dat in uw land beschikbaar is voordat u de lader gebruikt.

  • Als u de lader buiten de VS aansluit op het stroomnet, dient u mogelijk een adapterstekker van het juiste type te gebruiken.

  • Laat de lader niet nat worden; bescherm hem tegen regen en sneeuw.

  • Het gebruik van een accessoire dat niet aanbevolen of verkocht wordt door Toro kan leiden tot brandgevaar, elektrische schok of letsel.

  • Om het risico op een ontploffing van de accu te verminderen, moet u deze instructies en de instructies van elke apparatuur die u in de buurt van de lader wilt gebruiken opvolgen.

  • Open accu's niet.

  • Mocht een accu lekken, moet u contact met de vloeistof vermijden. Als u per ongeluk in contact komt met de vloeistof, moet u spoelen met water en naar een arts gaan. Vloeistof die uit de accu wordt geworpen, kan irritatie van de huid of brandwonden veroorzaken.

  • Raadpleeg een erkende servicedealer om de accu te vervangen of er onderhoud aan te verrichten.

Instructie

  • Laat kinderen of personen die geen instructie hebben ontvangen de acculader nooit gebruiken of er onderhoudswerkzaamheden aan verrichten. Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen stellen aan de leeftijd van degene die met de machine werkt. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van alle bestuurders en technici.

  • U moet alle instructies op de lader en in de handleiding lezen en begrijpen vóór u de lader in gebruik neemt, en deze instructies uitvoeren. Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met het juiste gebruik van de lader.

Voorbereiding

  • Houd omstanders en kinderen uit de buurt terwijl de accu wordt opgeladen.

  • Draag geschikte kleding terwijl de accu wordt opgeladen, waaronder oogbescherming, een lange broek en stevige schoenen met een gripvaste zool.

  • Zet de machine uit en wacht 5 seconden tot de machine volledig uitgeschakeld is voordat u de accu oplaadt. Als u dit niet doet, kan een vlamboog ontstaan.

  • Zorg voor een goede ventilatie tijdens het opladen.

  • Lees en volg alle voorzorgsmaatregelen op voordat u de accu oplaadt.

  • Deze acculader is alleen bedoeld voor gebruik met circuits met een nominale wisselstroomspanning van 120 of 240 V, en beschikt over een aardingsstekker voor 120 V wisselstroom. Als u de lader wilt gebruiken met 240 V-circuits, dient u uw erkende servicedealer te vragen om het juiste stroomsnoer.

Bediening

  • Wees voorzichtig met het snoer. Draag de lader niet bij het snoer en ruk nooit aan het stroomsnoer om de lader uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, olie en scherpe randen.

  • Koppel de lader rechtstreeks aan op een geaard stopcontact (met drie contacten). Gebruik de lader niet met een ongeaard stopcontact, zelfs niet als u een adapter gebruikt.

  • Maak geen aanpassingen aan het meegeleverde stroomsnoer of de stekker.

  • Vermijd dat u metalen werktuigen bij of op een accu laat vallen; dit kan vonken of kortsluiting van een elektrisch onderdeel veroorzaken en tot een explosie leiden.

  • Neem metalen voorwerpen zoals ringen, armbanden, kettingen en horloges af voordat u met een lithiumionaccu gaat werken. Een lithiumionaccu kan voldoende stroom produceren om ernstige brandwonden te veroorzaken.

  • Gebruik de lader nooit in een slecht verlichte omgeving of als u de hem door een andere omstandigheid niet goed kunt zien.

  • Gebruik een gepast verlengsnoer.

  • Als het stroomsnoer beschadigd raakt bij het aansluiten, haal het snoer dan uit het stopcontact en neem contact op met een erkende servicedealer voor een vervangsnoer.

  • Haal de lader uit het stopcontact als u hem niet gebruikt, voordat u hem verplaatst, of voordat u onderhoud uitvoert.

Onderhoud en opslag

  • Bewaar de lader binnen op een droge, veilige plaats die buiten het bereik is van onbevoegde gebruikers.

  • Demonteer de lader niet. Laat een erkende servicedealer de lader nakijken als onderhoud of herstelling vereist is.

  • Trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoud uitvoert of de lader schoonmaakt om het gevaar op elektrische schokken te verkleinen.

  • Zorg ervoor dat de veiligheids- en instructiestickers in goede staat zijn en vervang ze indien nodig.

  • Gebruik de lader niet als het snoer of de stekker beschadigd is. Vervang een beschadigde kabel of stekker onmiddellijk.

  • Als de lader een klap gekregen heeft, gevallen is of op een andere manier beschadigd is, gebruik hem dan niet; breng hem naar een erkende servicedealer.

Een defecte machine verplaatsen

Important: U mag de machine niet slepen of trekken zonder dat u eerst de sleepkleppen hebt geopend, omdat anders het hydraulische systeem beschadigd raakt.

  1. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

  2. Verwijder de plug die de sleepkleppen bedekt (Figuur 15).

    g304099
  3. Draai de contramoeren op de sleepkleppen los.

    g304100
  4. Draai elke klep met een inbussleutel 1 slag linksom om ze te openen.

  5. Sleep de machine zoals gewenst.

    Important: Rijd niet sneller dan 4,8 km per uur als u de machine sleept.

  6. Nadat de machine gerepareerd is, sluit u de sleepkleppen en draait u de contramoeren vast.

    Important: Draai de sleepkleppen niet te vast.

  7. Plaats de pluggen terug.

De machine transporteren

Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Gebruik altijd een oprijplaat over de volledige breedte. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen. Raadpleeg de lokale vereisten inzake aanhangers en de bevestiging van machines.

Waarschuwing

Deelname aan het wegverkeer zonder richtingaanwijzers, verlichting, reflectoren of een bord met de aanduiding 'Langzaam rijdend voertuig' is gevaarlijk en kan leiden tot ongelukken die lichamelijk letsel veroorzaken.

Rijd niet met de machine op de openbare weg.

Een aanhanger selecteren

Waarschuwing

Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen of wordt uitgeladen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken (Figuur 17).

  • Gebruik uitsluitend oprijplaten over de volledige breedte.

  • Zorg ervoor dat de oprijplaat minstens 4 keer zo lang is als de afstand van de aanhangwagen of de laadbak tot de grond. Hierdoor is de hoek die de oprijplaat maakt niet groter dan 15 graden op een vlakke ondergrond.

g229507

De machine laden

Waarschuwing

Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken.

  • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een oprijplaat op-/afrijdt.

  • Laad de machine in en uit met de zwaarste kant naar de bovenste zijde van de oprijplaat gericht.

  • U mag niet abrupt versnellen of vertragen als u de machine een oprijplaat op- of afrijdt, omdat anders de machine kan kantelen of u de controle over de machine kunt verliezen.

  1. Als u een aanhanger gebruikt, moet u deze dan aan het sleepvoertuig bevestigen en de veiligheidskettingen aansluiten.

  2. Sluit indien van toepassing de remmen van de aanhanger aan.

  3. Laat de oprijplaat/-platen neer.

  4. Breng de armen van de lader omlaag.

  5. Laad de machine op de aanhanger met de zwaarste kant naar de bovenste zijde van de oprijplaat gericht, en zorg dat de lading onderaan zit (Figuur 18).

    • Als de machine een vol ladingwerktuig heeft (bv. een bak) of een niet-belaadbaar werktuig (bv. een sleuvengraver), rij de machine dan voorwaarts op de oprijplaat.

    • Als de machine een leeg ladingwerktuig of geen werktuig heeft, rij de machine dan achteruit op de oprijplaat.

    g237904
  6. Laat de armen van de lader volledig zakken.

  7. Stel de parkeerrem in werking, zet de machine af en verwijder het contactsleuteltje.

  8. Gebruik de metalen bindogen op de machine om de machine goed vast te maken aan de aanhanger of vrachtwagen. Gebruik hiervoor banden, kettingen, kabels of touwen (Figuur 19). Raadpleeg de lokale voorschriften inzake het vastbinden van de machine.

    g304319

De machine uitladen

  1. Laat de oprijplaat/-platen neer.

  2. Rij de machine van de aanhanger met de zwaarste kant naar de bovenste zijde van de oprijplaat gericht, en zorg dat de lading onderaan zit (Figuur 20).

    • Als de machine een vol ladingwerktuig heeft (bv. een bak) of een niet-belaadbaar werktuig (bv. een sleuvengraver), rij de machine dan achteruit van de oprijplaat.

    • Als de machine een leeg ladingwerktuig of geen werktuig heeft, rij de machine dan vooruit van de oprijplaat.

    g237905

De machine omhoogbrengen

Breng de machine omhoog met behulp van de hefpunten (Figuur 19).

g305397

Onderhoud van de accu's

Waarschuwing

De accu’s staan onder een hoge spanning, wat gevaar op brandwonden of elektrocutie inhoudt.

  • Probeer de accu’s niet te openen.

  • Wees uiterst voorzichtig bij het behandelen van een accu met een gebarsten behuizing.

  • Gebruik alleen de lader die ontworpen is voor de accu’s.

De lithiumionaccu’s hebben voldoende spanning om de arbeid waarvoor ze bedoeld zijn gedurende hun levensduur uit te voeren. Na verloop van tijd wordt de totale hoeveelheid arbeid die de accu’s kunnen verrichten met één laadbeurt geleidelijk kleiner.

Note: Uw resultaten kunnen variëren naargelang de afstand die u moet afleggen om te beginnen werken, het golvend terrein waarover u rijdt, en andere factoren die in dit hoofdstuk aan bod komen.

Om uw accu’s een maximale levensduur te geven en deze zo lang mogelijk te gebruiken, dient u de volgende richtlijnen te volgen:

  • Open de accu niet. Er bevinden zich geen door de gebruiker te onderhouden onderdelen in de accu. Als u het accupack opent, vervalt de garantie. De accu’s zijn beveiligd door inrichtingen die moeten voorkomen dat de gebruiker er ingrepen aan uitvoert.

  • Stal/parkeer de machine in een schone, droge garage of stalruimte, vermijd direct zonlicht en hittebronnen. Niet stallen op een plaats waar het kouder wordt dan -30 °C of warmer dan 60 °C. Temperaturen buiten deze limieten brengen schade toe aan uw accu’s. Hoge temperaturen tijdens de stallingsperiode verkorten de levensduur van de accu, vooral als deze onder grote spanning staat.

  • Als u de machine gedurende langer dan 10 dagen wilt stallen, moet u de machine op een koele plaats zetten en moet de accu ten minste 50% opgeladen zijn. Vermijd direct zonlicht.

  • Als u de machine gebruikt in warme omstandigheden of in direct zonlicht, kan de accu oververhit raken. In dat geval verschijnt een temperatuurwaarschuwing op het InfoCenter. In deze toestand vertraagt de machine.

    Rijd de machine onmiddellijk naar een koele plaats buiten rechtstreeks zonlicht, schakel de machine uit en laat de accu’s volledig afkoelen voordat u terug aan het werk gaat.

  • Als uw machine uitgerust is met de verlichtingsset, schakelt u de lichten uit wanneer deze niet worden gebruikt.

De accu's transporteren

Volgens het Amerikaanse Department of Transportation en internationale transportorganisaties moeten lithiumionaccu's worden getransporteerd in een speciale verpakking en alleen door transporteurs die daarvoor een certificaat hebben. In de VS is het u toegestaan om een accu te transporteren die gemonteerd is op een met een accu aangedreven machine, en dat onder bepaalde wettelijke vereisten. Neem contact op met het Department of Transportation in de VS of de bevoegde overheidsinstelling in uw land voor gedetailleerde voorschriften in verband met het transport van uw accu's of de machine met uitgeruste accu's.

Neem contact op met uw erkende servicedealer voor manieren om de accu's te verzenden of af te voeren.

De acculader gebruiken

Zie Figuur 22 voor een overzicht van de weergaven en de snoeren van de acculader.

g251620g251632

Aansluiting op een voedingsbron

Om het gevaar op een elektrische schok te verkleinen, is deze lader uitgerust met een geaarde stekker met 3 contacten (type B). Als de stekker niet past in het stopcontact, zijn er andere geaarde stekkers beschikbaar; neem contact op met een erkende servicedealer.

Pas de lader of het stroomsnoer op geen enkele manier aan.

Gevaar

Contact met water terwijl de machine opgeladen wordt, kan elektrische schokken veroorzaken en letsel of de dood tot gevolg hebben.

Raak de stekker of de acculader niet aan als u natte handen hebt of in water staat.

Important: Controleer het stroomsnoer regelmatig op gaten of scheuren in de isolatie. Een beschadigd snoer mag niet worden gebruikt. Laat het snoer niet door staand water of vochtig gras lopen.

  1. Sluit de stekker van het stroomsnoer aan op het overeenkomende voedingsstopcontact van de lader.

    Waarschuwing

    Als het snoer van de lader beschadigd is, kan dat elektrische schokken of vuur veroorzaken.

    Controleer het stroomsnoer grondig voordat u de lader gaat gebruiken. Als het snoer beschadigd is, mag u de lader niet gebruiken tot het snoer vervangen is.

  2. Sluit het uiteinde van het stroomsnoer met de muurstekker aan op een geaard stopcontact.

Accu's opladen

Important: Laad de accu's enkel op bij een temperatuur die zich binnen het aanbevolen bereik bevindt; raadpleeg de volgende tabel voor het aanbevolen bereik:

Aanbevolen temperatuurbereik voor opladen

Laadbereik0° tot 45 °C
Oplaadbereik bij lage temperatuur (lagere stroom)-5° tot 0 °C
Oplaadbereik bij hoge temperatuur (lagere stroom)45° tot 60 °C

Als de temperatuur beneden -5 °C is, zullen de accu's niet opladen. Als de temperatuur boven -5 °C stijgt, haalt u de stekker van de lader uit het stopcontact en steekt u hem er terug in om de accu's op te laden.

  1. Parkeer de machine op het daartoe bestemde laadpunt.

  2. Stel de parkeerrem in werking.

  3. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

  4. Controleer of de connectoren vrij zijn van stof en afval.

  5. Sluit het stroomsnoer van de lader aan op een krachtbron; zie Aansluiting op een voedingsbron.

  6. Schuif het deksel van de lader omhoog en draai het uit de weg (Figuur 23).

    g304908
  7. Steek de outputaansluiting van de lader in de connector van de lader op de machine.

    g306958
  8. Observeer de lader om er zeker van te zijn dat de accu’s aan het opladen zijn.

    Note: Het indicatielampje van de accuspanning dient te knipperen en het indicatielampje van de laadoutput dient te branden.De stroomsterkte van de machine, die wordt weergegeven op het InfoCenter, stijgt terwijl de accu’s opladen. Als de stroomsterkte 0 blijft, worden de accu's niet opgeladen.

  9. Koppel de lader af wanneer de machine een toereikend niveau heeft bereikt; zie Het oplaadproces voltooien.

  10. Draai het deksel van de lader op zijn plaats en schuif het naar beneden over de onderste bout (Figuur 23).

Het opladen controleren en problemen oplossen

Note: Het lcd-display geeft boodschappen weer tijdens het opladen. De meeste zijn routineuze boodschappen.

Als er een fout is, zal het foutindicatielampje amber knipperen of ononderbroken lichtrood branden. Een foutboodschap zal verschijnen op het InfoCenter, 1 cijfer tegelijk, met in het begin de letter E of F (bv.: E-0-1-1).

Raadpleeg om een fout te corrigeren. Als geen van de oplossingen het probleem verhelpen, moet u contact opnemen met een erkende servicedealer.

Het oplaadproces voltooien

Als het laden voltooid is, brand het indicatielampje van de accuspanning (Figuur 22) ononderbroken groen en geeft het InfoCenter van de machine 10 volledige streepjes weer. Maak de connector van de lader los van de connector van de machine.

Onderhoud

Note: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.

Veiligheid bij onderhoud

Voorzichtig

Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen.

Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine.

  • Parkeer de machine op een egale ondergrond, schakel de hulphydrauliek uit, breng het werktuig omlaag, stel de parkeerrem in werking, schakel de machine uit en verwijder het sleuteltje. Wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en laat de machine afkoelen voordat u deze afstelt, reinigt, stalt of repareert.

  • Laat personeel dat niet bekend is met de instructies nooit onderhoudswerkzaamheden aan de machine uitvoeren.

  • Plaats de onderdelen op kriksteunen indien dit nodig is.

  • Haal voorzichtig de druk van onderdelen met opgeslagen energie; zie Hydraulische druk aflaten.

  • Maak de accukabels los voordat u reparatiewerkzaamheden uitvoert; zie De machine van stroom voorzien of de stroomtoevoer naar de machine onderbreken.

  • Houd uw handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen. Stel indien mogelijk de machine niet af terwijl de motor loopt.

  • Zorg ervoor dat alle onderdelen in goede staat verkeren en al het bevestigingsmateriaal stevig vastzit. Vervang versleten of beschadigde stickers.

  • Knoei niet met de veiligheidsvoorzieningen.

  • Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen. Werktuigen kunnen invloed hebben op de stabiliteit en de bediening van de machine. De garantie kan komen te vervallen als u de machine gebruikt met werktuigen die niet zijn goedgekeurd.

  • Gebruik alleen originele reserveonderdelen van Toro.

  • Als het voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden nodig is dat de laderarmen omhoog staan, kunt u de armen in de opgeheven stand vergrendelen met de hydraulische cilindervergrendeling(en).

Aanbevolen onderhoudsschema

OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
Na de eerste 8 bedrijfsuren
  • Draai de wielmoeren aan.
  • Hydraulisch filter vervangen.
  • Bij elk gebruik of dagelijks
  • De machine smeren.(onmiddellijk na elke wasbeurt).
  • Controleer de statische band; vervang deze als hij versleten is of ontbreekt.
  • Het bandenprofiel controleren.
  • Test de parkeerrem.
  • Verwijder vuil van de machine.
  • Controleren of het bevestigingsmateriaal goed vast zit.
  • Om de 25 bedrijfsuren
  • Controleer de hydraulische leidingen op lekkages, losgeraakte aansluitingen, kinken, loszittende steunen, slijtage, beschadigingen als gevolg van weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën.(Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.)
  • Het peil van de hydraulische vloeistof controleren.
  • Om de 100 bedrijfsuren
  • Draai de wielmoeren aan.
  • Om de 400 bedrijfsuren
  • Hydraulisch filter vervangen.
  • Jaarlijks
  • Hydraulische vloeistof verversen.
  • Jaarlijks of vóór stalling
  • Beschadigde lak bijwerken.
  • Procedures voorafgaande aan onderhoud

    De cilindervergrendelingen gebruiken

    Waarschuwing

    Als de armen van de lader in de opgeheven stand staan, kunnen deze omlaag komen waardoor iemand die eronder staat bekneld kan raken.

    Plaats de cilindervergrendeling(en) voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert waarbij de armen van de lader omhoog moeten staan.

    Cilindervergrendelingen aanbrengen

    1. Verwijder het werktuig.

    2. Breng de armen van de lader volledig omhoog.

    3. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

    4. Plaats een cilindervergrendeling over elke hefcilinderstang (Figuur 25).

      g005162
    5. Bevestig elke cilindervergrendeling met een gaffelpen en een R-pen (Figuur 25).

    6. Breng langzaam de armen van de lader omlaag totdat de cilindervergrendelingen contact maken met de cilinderbehuizingen en de uiteinden van de stang.

    De cilindervergrendelingen verwijderen en opslaan

    Important: Verwijder de cilindervergrendelingen van de stangen en vergrendel ze volledig in de opslagstand voordat u de machine bedient.

    1. Start de machine.

    2. Breng de armen van de lader volledig omhoog.

    3. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

    4. Verwijder de gaffelpen en de R-pen waarmee de cilindervergrendelingen bevestigd zijn.

    5. Verwijder de cilindervergrendelingen.

    6. Breng de armen van de lader omlaag.

    7. Breng de cilindervergrendelingen aan over de hydraulische slangen en bevestig ze met de gaffelpennen en R-pennen (Figuur 26).

      g319295

    Toegang krijgen tot inwendige onderdelen

    Waarschuwing

    Als u deksels, kappen of schermen openmaakt of verwijdert terwijl de machine ingeschakeld is, kunt u in contact komen met bewegende onderdelen en daarbij ernstig letsel oplopen.

    Voordat u een deksel, kap of scherm opent: schakel de machine uit, verwijder het sleuteltje uit het contact en laat de machine afkoelen.

    Waarschuwing

    De draaiende ventilator kan letsel veroorzaken.

    • Gebruik de machine nooit zonder dat de kappen zijn geplaatst.

    • Houd uw vingers, handen en kleding uit de buurt van de draaiende ventilator.

    • Schakel de machine uit en verwijder het sleuteltje voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

    De motorkap verwijderen

    Note: Als u bij de hoofdstroomaansluitingen of een zekering moet komen, maar de laderarmen niet veilig kunt omhoogbrengen om de motorkap te verwijderen, raadpleeg dan De voorste kap verwijderen om er toegang toe te krijgen.

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

    2. Breng de laderarmen omhoog en breng de cilindervergrendelingen aan.

      Note: Als u de laderarmen niet omhoog kunt brengen met behulp van het vermogen van de machine, trekt u de hendel van de laderarm naar achteren en gebruikt u een takel om de laderarmen omhoog te brengen.

    3. Schakel de machine uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

    4. Maak de 4 moeren los waarmee de motorkap bevestigd is.

      g304438
    5. Til de motorkap op en koppel de ventilator los.

    6. Trek de motorkap van de machine.

    De voorste kap verwijderen

    Important: Verwijder de voorste kap om bij de hoofdstroomaansluitingen en de zekering te komen. Doe dit alleen als u de laderarmen veilig omhoog kunt brengen om de motorkap te verwijderen.

    1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, laat de laderarmen zakken en stel de parkeerrem in werking.

    2. Schakel de machine uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

    3. Draai de vier bouten los waarmee de voorste kap is bevestigd, verwijder de kap en koppel de ventilator los.

      g356986

    De hoofdstroom afsluiten

    Voordat u onderhoudswerkzaamheden verricht aan de machine, moet u de machine afsluiten van de stroomtoevoer door de hoofdstroomaansluitingen los te koppelen (Figuur 29).

    Voorzichtig

    Als u de voeding naar de machine niet onderbreekt, bestaat de kans dat iemand de machine per ongeluk start. Hierdoor kan ernstig lichamelijk letsel worden veroorzaakt.

    Koppel altijd de aansluitingen los voordat u werkzaamheden aan de machine gaat verrichten.

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

    2. Breng de laderarmen omhoog en breng de cilindervergrendelingen aan.

    3. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

    4. Verwijder de kap; zie De motorkap verwijderen.

    5. Koppel de twee stroomaansluitingen los (Figuur 29).

    6. Voer herstellingen uit.

    7. Sluit de connectoren weer aan voordat u de machine gaat bedienen.

    g304040

    Smering

    De machine smeren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • De machine smeren.(onmiddellijk na elke wasbeurt).
  • Type vet: vet voor algemene doeleinden

    1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, laat de laderarmen zakken en stel de parkeerrem in werking.

    2. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

    3. Reinig de smeernippels met een doek.

    4. Sluit een smeerpistool aan op elke smeernippel (Figuur 30 en Figuur 31).

      g304444
      g004209
    5. Pomp vet in de nippels totdat er wat vet bij de lagers naar buiten komt (ongeveer 3 maal pompen).

    6. Overtollig vet wegvegen.

    Onderhoud elektrisch systeem

    Veiligheid van het elektrisch systeem

    • Koppel de hoofdstroomaansluitingen los voordat u de machine repareert.

    • Laad de accu op in een open, goed geventileerde ruimte, uit de buurt van vonken en open vuur. Haal de oplader uit het stopcontact voordat u de accu aan- of loskoppelt. Draag beschermende kleding en gebruik geïsoleerd gereedschap.

    De machine van stroom voorzien of de stroomtoevoer naar de machine onderbreken

    De hoofdstroomaansluitingen leveren stroom van de accu's naar de machine. Onderbreek de stroomtoevoer door de aansluitingen los te koppelen; voorzie de machine van stroom door de aansluitingen aaneen te koppelen. Zie De hoofdstroom afsluiten.

    De statische band vervangen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Controleer de statische band; vervang deze als hij versleten is of ontbreekt.
    1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, laat de laderarmen zakken en stel de parkeerrem in werking.

    2. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

    3. Vervang de statische band onder het platform zoals getoond in Figuur 32.

      g315429

    Onderhoud van de accu’s

    Note: De machine is uitgerust met 7 lithiumionaccu's.

    Als u het hoofdcompartiment van een accu tracht te openen, vervalt uw garantie. Vraag een erkende servicedealer om hulp als uw accu onderhoud nodig heeft.

    Voer lithiumionaccu's af of recycle ze in overeenstemming met plaatselijke en nationale wetgeving.

    Onderhoud van de acculader

    Important: Elektrische herstellingen mogen alleen worden uitgevoerd door een erkende servicedealer.

    De gebruiker kan weinig onderhoudstaken zelf uitvoeren, tenzij de lader beschermen tegen beschadiging en de weerselementen.

    Onderhoud van de snoeren van de acculader

    • Maak de snoeren telkens na gebruik schoon met een vochtige doek.

    • Rol de snoeren op als u ze niet gebruikt.

    • Controleer de snoeren regelmatig op schade en vervang indien nodig met erkende Toro onderdelen.

    De behuizing van de acculader schoonmaken

    Maak de behuizing telkens na gebruik schoon met een vochtige doek.

    Onderhoud van de zekering

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

    2. Breng de laderarmen omhoog en breng de cilindervergrendelingen aan.

    3. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

    4. Verwijder de kap; zie De motorkap verwijderen.

    5. Koppel de hoofdstroomvoorziening naar de machine los; zie De machine van stroom voorzien of de stroomtoevoer naar de machine onderbreken.

    6. Zoek de zekering en vervang deze (Figuur 33).

      g304512
    7. Draai de moeren aan met 12 tot 18 N·m.

    8. Sluit de hoofdstroomaansluitingen aan.

    9. Monteer de voorste kap.

    Onderhoud aandrijfsysteem

    Het bandenprofiel controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Het bandenprofiel controleren.
  • Controleer het bandenprofiel op slijtage. Vervang de banden wanneer het profiel versleten en oppervlakkig is.

    De wielmoeren controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Na de eerste 8 bedrijfsuren
  • Draai de wielmoeren aan.
  • Om de 100 bedrijfsuren
  • Draai de wielmoeren aan.
  • Controleer de wielmoeren en draai ze vast met een torsie van 68 N·m.

    Onderhouden remmen

    De parkeerrem testen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Test de parkeerrem.
    1. Schakel de parkeerrem in; zie Parkeerremhendel.

    2. Start de machine.

    3. Probeer de machine langzaam vooruit of achteruit te rijden.

      Note: De machine kan een beetje bewegen voordat de parkeerrem vergrendeld op zijn plaats zit.

    4. Als de machine beweegt zonder dat de parkeerrem op zijn plaats vergrendeld wordt, moet u contact opnemen met uw erkende servicedealer voor onderhoud.

    Onderhoud hydraulisch systeem

    Veiligheid van het hydraulische systeem

    • Waarschuw onmiddellijk een arts als er hydraulische vloeistof is geïnjecteerd in de huid. Geïnjecteerde vloeistof moet binnen enkele uren operatief worden verwijderd door een arts.

    • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en fittings stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem.

    • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.

    • U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier.

    • Hef alle druk in het hydraulische systeem op veilige wijze op, voordat u werkzaamheden gaat verrichten aan het hydraulische systeem.

    Hydraulische druk aflaten

    Om hydraulische druk af te laten terwijl de machine ingeschakeld is, moet u de hulphydrauliek uitschakelen en de laderarmen volledig laten zakken.

    Om druk af te laten terwijl de machine uitgeschakeld is, zet u de hendel van de hulphydrauliek tussen de vooruit- en achteruitstand zodat het systeem van de hulphydrauliek wordt ontlast, beweegt u de hendel van de werktuigkanteling naar voren en naar achteren en beweegt u de hendel van de laderarm naar voren om de laderarmen neer te laten (Figuur 34).

    g281214

    Specificaties hydraulische vloeistof

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 25 bedrijfsuren
  • Controleer de hydraulische leidingen op lekkages, losgeraakte aansluitingen, kinken, loszittende steunen, slijtage, beschadigingen als gevolg van weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën.(Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.)
  • Capaciteit hydraulische tank: 56 liter

    Gebruik slechts 1 van de volgende vloeistoffen in het hydraulische systeem:

    • Toro Premium transmissie-/hydraulische tractorvloeistof (vraag uw erkende servicedealer om meer informatie)

    • Toro PX Extended Life hydraulische vloeistof (vraag uw erkende servicedealer om meer informatie)

    • Als geen van de bovenstaande Toro vloeistoffen verkrijgbaar is, kunt u een andere Universal Tractor Hydraulic Fluid (UTHF) gebruiken, maar het mag uitsluitend gaan om een conventioneel, petroleumgebaseerd product. De specificaties moeten binnen het vermelde bereik vallen voor alle onderstaande materiaaleigenschappen en de vloeistof moet voldoen aan de vermelde industriestandaarden. Vraag uw leverancier van hydraulische vloeistof of de vloeistof voldoet aan deze specificaties.

      Note: Toro aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik van verkeerde vervangende vloeistoffen. Gebruik daarom uitsluitend producten van gerenommeerde fabrikanten die garant staan voor de door hen aanbevolen vloeistoffen.

      Materiaaleigenschappen
      Viscositeit, ASTM D445cSt bij 40 °C: 55 tot 62
      cSt bij 100 °C: 9,1 tot 9,8
      Viscositeitsindex ASTM D2270140 tot 152
      Stolpunt, ASTM D97-43 tot -37 °C
      Industriestandaarden
      API GL-4, AGCO Powerfluid 821 XL, Ford New Holland FNHA-2-C-201,00, Kubota UDT, John Deere J20C, Vickers 35VQ25 en Volvo WB-101/BM

      Note: Veel hydraulische vloeistoffen zijn bijna kleurloos, zodat het moeilijk is lekkages op te sporen. Er is een rode kleurstof voor de vloeistof in het hydraulische systeem verkrijgbaar in 20 ml flesjes. Eén flesje is voldoende voor 15 tot 22 l hydraulische vloeistof. U kunt deze kleurstof bestellen bij een erkende servicedealer, onderdeelnr. 44-2500.

    Het peil van de hydraulische vloeistof controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 25 bedrijfsuren
  • Het peil van de hydraulische vloeistof controleren.
  • Controleer het peil van de hydraulische vloeistof voordat de machine voor het eerst gestart wordt en vervolgens om de 25 bedrijfsuren.

    Zie Specificaties hydraulische vloeistof.

    Important: Gebruik altijd de juiste hydraulische vloeistof. Vloeistoffen voor algemeen gebruik brengen schade toe aan het hydraulische systeem.

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, verwijder de werktuigen, stel de parkeerrem in werking, breng de armen van de lader omhoog en breng de cilindervergrendelingen aan.

    2. Schakel de machine uit, verwijder het sleuteltje en laat de machine afkoelen.

    3. Verwijder de motorkap / het voorste inspectieluik.

    4. Reinig de omgeving van de vulbuis van de hydraulische tank (Figuur 35).

    5. Verwijder de dop van de vulbuis en controleer het vloeistofpeil op de peilstok (Figuur 35).

      Het vloeistofpeil moet tussen de markeringen op de peilstok staan.

      g005158
    6. Als het peil te laag staat, vult u vloeistof bij tot het correcte peil.

    7. Breng de dop van de vulbuis aan.

    8. Plaats de motorkap / het voorste inspectieluik.

    9. Verwijder de cilindervergrendelingen en bewaar ze. Breng de armen van de lader naar beneden.

    Hydraulisch filter vervangen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Na de eerste 8 bedrijfsuren
  • Hydraulisch filter vervangen.
  • Om de 400 bedrijfsuren
  • Hydraulisch filter vervangen.
  • Important: Gebruik ter vervanging geen filter voor motorolie omdat dit ernstige schade aan het hydraulische systeem kan veroorzaken.

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, verwijder de werktuigen, stel de parkeerrem in werking, breng de armen van de lader omhoog en breng de cilindervergrendelingen aan.

    2. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

    3. De motorkap verwijderen.

    4. Plaats een opvangbak onder het filter.

    5. Verwijder het oude filter (Figuur 36) en veeg het oppervlak van het filtertussenstuk schoon.

      g003721
    6. Smeer een dun laagje hydraulische vloeistof op de rubberen pakking van het nieuwe filter (Figuur 36).

    7. Monteer het nieuwe hydraulische filter op het filtertussenstuk (Figuur 36). Draai het filter rechtsom totdat de rubberen pakking contact maakt met het filtertussenstuk. Draai het filter vervolgens nog eens ½ slag.

    8. Neem gemorste vloeistof op.

    9. Start de machine en laat deze ongeveer 2 minuten lopen om lucht uit het systeem te verwijderen.

    10. Schakel de machine uit en controleer op lekkages.

    11. Controleer het vloeistofpeil in de hydraulische tank; zie Het peil van de hydraulische vloeistof controleren. Voeg vloeistof toe tot het peil op de markering op de peilstok staat. Vul de brandstoftank niet te vol.

    12. Plaats de motorkap.

    13. Verwijder de cilindervergrendelingen en bewaar ze. Breng de armen van de lader naar beneden.

    Hydraulische vloeistof verversen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Jaarlijks
  • Hydraulische vloeistof verversen.
    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, verwijder de werktuigen, stel de parkeerrem in werking, breng de armen van de lader omhoog en breng de cilindervergrendelingen aan.

    2. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

    3. De motorkap verwijderen.

    4. Plaats een grote opvangbak onder de machine met een inhoud van minstens 61 liter.

    5. Verwijder de aftapplug uit de onderkant van de hydraulische tank en laat alle vloeistof weglekken (Figuur 37).

      g305431
    6. Plaats de aftapplug.

    7. Vul de hydraulische tank met hydraulische vloeistof; zie Specificaties hydraulische vloeistof.

      Note: Geef de oude vloeistof af bij een erkend recyclingcentrum.

    8. Plaats de motorkap.

    9. Verwijder de cilindervergrendelingen en bewaar ze. Breng de armen van de lader naar beneden.

    Reiniging

    Vuil verwijderen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Verwijder vuil van de machine.
    1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, laat de laderarmen zakken en stel de parkeerrem in werking.

    2. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

    3. Verwijder vuil van de machine.

      Important: Het is beter om het vuil eruit te blazen dan het eruit te wassen. Als u toch water gebruikt, zorg er dan voor dat er geen water in de buurt van het elektrische en het hydraulische systeem komt. Maak de elektrische connectors schoon met perslucht; gebruik geen contactreiniger.

    4. Verwijder de cilindervergrendelingen en bewaar ze. Breng de armen van de lader naar beneden.

    De machine schoonmaken

    Doe het volgende wanneer u de machine reinigt met een hogedrukreiniger:

    • Draag geschikte beschermende uitrusting voor de hogedrukreiniger.

    • Laat alle beveiligingen op hun plaats zitten.

    • Vermijd spuiten op elektronische onderdelen.

    • Vermijd spuiten op de randen van stickers.

    • Spuit enkel op de buitenkant van de machine. Spuit niet rechtstreeks in openingen in de machine.

    • Spuit enkel op de vuile delen van de machine.

    • Gebruik een spuitdop van 40 graden of meer. Spuitdoppen van 40 graden zijn meestal wit.

    • Hou het uiteinde van de hogedrukreiniger minstens 61 cm verwijderd van het oppervlak dat gereinigd wordt.

    • Gebruik enkel hogedrukreinigers met een druk onder 137,89 bar en een debiet onder 7,6 liter per minuut.

    • Vervang afpellende of beschadigde stickers.

    • Smeer alle smeerpunten na het schoonmaken; zie De machine smeren.

    Stalling

    Veiligheid tijdens opslag

    • Schakel de machine uit, verwijder de contactsleutel, wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en laat de machine afkoelen voordat u deze stalt.

    • U mag de machine niet opslaan in de nabijheid van een open vuur.

    De machine stallen

    1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, laat de laderarmen zakken en stel de parkeerrem in werking.

    2. Zet de machine uit en verwijder het sleuteltje.

    3. Verwijder vuil en roet van de buitenkant van de gehele machine.

      Important: Was de machine met een mild reinigingsmiddel en water. Gebruik niet te veel water, vooral niet in de buurt van het bedieningspaneel, de hydraulische pompen en de motoren.

    4. Smeer het voertuig; zie De machine smeren.

    5. Draai de wielmoeren aan; zie De wielmoeren controleren.

    6. Controleer de hydraulische vloeistofpeil; zie Het peil van de hydraulische vloeistof controleren.

    7. Controleer alle bevestigingen en draai deze vast. Repareer of vervang versleten, beschadigde en ontbrekende onderdelen.

    8. Werk alle krassen of afgebladderde metaaloppervlakken bij met lak die verkrijgbaar is bij uw erkende servicedealer.

    9. Sla de machine in een schone, droge garage of opslagruimte op. Verwijder het sleuteltje uit het contact en bewaar het op een plaats die u makkelijk kunt onthouden.

    10. Volg de vereisten voor de opslag van de accu voor langere opslag. Raadpleeg Vereisten voor de opslag van de accu.

    11. Dek de machine af om deze te beschermen en schoon te houden.

    Vereisten voor de opslag van de accu

    Note: U hoeft de accu's niet te verwijderen uit de machine voor opslag.

    Controleer in de volgende tabel de voorgeschreven temperatuur voor opslag:

    Temperatuurvoorschriften voor stalling

    StallingsomstandighedenTemperatuurvoorschrift
    Normale stallingsomstandigheden-20 °C tot 45 °C
    Extreme hitte – 1 maand of minder45 °C tot 60 °C
    Extreme koude – 3 maanden of minder-30 °C tot -20 °C

    Important: Temperaturen buiten deze limieten brengen schade toe aan uw accu's.De temperatuur waarin de accu's worden bewaard, heeft invloed op de levensduur ervan. Langdurige opslag bij extreme temperaturen verkort de levensduur van de accu. Stal de machine bij normale omstandigheden zoals aangegeven in de bovenstaande tabel.

    • Voordat u de machine stalt, moet u de accu's laden of ontladen tot 40% à 60% van de maximale spanning (50,7 tot 52,1 V).

      Note: Een 50% geladen accu verzekert een maximale levensduur. Laadt u de accu's voor 100% op voordat u deze gaat stallen, dan verkort de levensduur.Verwacht u de machine voor langere tijd te stallen, laad de accu's dan voor ongeveer 60%.

    • Na elke stallingsperiode van 6 maanden moet u het laadniveau van de accu controleren en zorgen dat dit 40 tot 60% bedraagt. Is het laadniveau onder de 40% gezakt, laad de accu dan op tot 40 à 60%.

    • Bent u klaar met het opladen van de accu's, haal de oplader dan uit het stopcontact.

    • Als u de lader op de machine laat, schakelt deze uit nadat de accu's volledig opgeladen zijn. De lader zal niet opnieuw worden ingeschakeld tenzij hij losgekoppeld wordt en opnieuw wordt aangesloten.

    Problemen, oorzaak en remedie

    ProblemPossible CauseCorrective Action
    De machine drijft niet aan.
    1. De parkeerrem is in werking gesteld.
    2. Het peil van de hydraulische vloeistof is te laag.
    3. Het hydraulische systeem is beschadigd.
    1. Zet de parkeerrem vrij.
    2. Hydraulische vloeistof bijvullen in het reservoir.
    3. Neem contact op met een erkende servicedealer.
    Wanneer in rust, zakken de laderarmen meer dan 7,6 cm per uur (minder dan 7,6 cm per uur is normaal voor de machine).
    1. De klepplunjer lekt.
    1. Neem contact op met een erkende servicedealer.
    Wanneer in rust, zakken de laderarmen snel 5 cm en dan stoppen ze.
    1. De afdichtingen van de cilinder lekken.
    1. Vervang de afdichtingen.
    De machine laadt niet op.
    1. De temperatuur is hoger dan 60 °C of lager dan -5 °C.
    1. Laad de machine op in omstandigheden tussen -5 °C en 60 °C.
    De machine start niet onmiddellijk nadat deze is uitgeschakeld.
    1. De machine is niet volledig uitgeschakeld.
    1. Laat de machine volledig uitschakelen voordat u deze opnieuw start.
    De machine kan niet terug gebruikt worden na stationair te lopen.
    1. De machine bevindt zich in zuinige modus.
    1. Beweeg snel een tractiehendel twee keer of schakel de machine uit en start ze opnieuw.
    ProblemPossible CauseCorrective Action
    Code E-0-0-1, of E-0-4-7
    1. Hoge spanning accu
    1. Zorg ervoor dat de spanning van de accu juist is en dat de aansluitingen van de kabels stevig vastzitten; zorg ervoor dat de accu in goede staat is.
    Code E-0-0-4
    1. Accustoring vastgesteld
    1. Neem contact op met een erkende servicedealer.
    Code E-0-0-7
    1. Ah-limiet van accu overschreden
    1. Mogelijke oorzaken zijn een slechte toestand van de accu, een sterk ontladen accu, een accu die slecht aangesloten is en/of hoge parasitaire belastingen op de accu terwijl deze opgeladen wordt. Mogelijke oplossingen: vervang de accu’s. Koppel parasitaire belastingen los. Deze fout zal opgelost worden zodra de lader wordt gereset door gelijkstroom cyclisch te laten verlopen.
    Code E-0-1-2
    1. Fout omgekeerde polariteit
    1. De accu is niet juist aangesloten op de lader. Zorg ervoor dat de aansluitingen van de accu goed vastzitten.
    Code E-0-2-3
    1. Fout hoge AC-spanning (>270VAC)
    1. Sluit de lader aan op een AC-bron die een stabiele wisselstroom levert tussen 85-270 VAC / 45-65 Hz.
    Code E-0-2-4
    1. De lader kon niet starten
    1. De lader kon niet goed worden ingeschakeld. Koppel de wisselstroominput en de aansluiting van de accu gedurende 30 seconden los voordat u opnieuw probeert.
    Code E-0-2-5
    1. Fout lage AC-spanning oscillatie
    1. De AC-bron is onstabiel. Kan worden veroorzaakt door een te kleine generator of veel te kleine inputkabels. Sluit de lader aan op een AC-bron die een stabiele wisselstroom levert tussen 85-270 VAC / 45-65 Hz.
    Code E-0-3-7
    1. Herprogrammering is mislukt
    1. Mislukte softwareupgrade of mislukt scriptgebruik. Zorg ervoor dat de nieuwe software correct is.
    Code E-0-2-9, E-0-3-0, E-0-3-2, E-0-4-6, of E-0-6-0
    1. Communicatiefout met accu
    1. Zorg ervoor dat de aansluiting van de signaaldraden aan de accu stevig vastzit.
    ProblemPossible CauseCorrective Action
    F-0-0-1, F-0-0-2, F-0-0-3, F-0-0-4, F-0-0-5, F-0-0-6, of F-0-0-7
    1. Interne fout lader
    1. Verwijder de AC-aansluiting en de accuaansluiting voor minstens 30 seconden en probeer opnieuw. Als het opnieuw mislukt, moet u contact opnemen met een erkende servicedealer.