Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
Stel de parkeerrem in werking.
Zet de motor af, verwijder het sleuteltje en laat de machine afkoelen.

Verwijder de motorkap van zijn scharnieren.
Note: Bewaar alle verwijderde onderdelen voor latere montage.
Draai de afkoppelschakelaar van de accu op UIT (Figuur 2).

Breng de achterkant van de machine omhoog en plaats ze op kriksteunen. Raadpleeg de Gebruikershandleiding voor de juiste procedure.
Deze stap zal ruimte creëren rond de achteras voordat u deze verwijdert.
Verwijder de achterwielen (Figuur 3).

Verwijder onderdelen die zich tussen de motor en de achterkant van de machine bevinden, zodat de de achterassteun bloot komt te liggen (Figuur 4).
Koeling
Accu's
Luchtfilter
Dynamo
Elektrische subsystemen
Hydraulische slangen
Verwijder zoveel onderdelen als nodig is, zodat er genoeg ruimte is om de achterassteun in stap De bestaande steun van de achteras verwijderen te verwijderen.
Note: Bewaar alle verwijderde onderdelen voor latere montage.
Note: Om de montage te vergemakkelijken, labelt u alle hydraulische slangen om hun juiste plaats te geven. Plaats kappen of pluggen op alle fittings en slangen om verontreiniging te voorkomen.

Verwijder alle onderdelen die nog aan de assteun vastzitten.
Koppel alle hydraulische slangen los die vastzitten aan de stuurcilinders en achterwielmotors (Figuur 5). Herhaal aan elke kant voor elke slang.

Verwijder de borgmoer en de drukring waarmee de scharnierpen aan het frame is bevestigd zoals getoond in Figuur 6.

Ondersteun de achteras zodat deze niet naar beneden kan vallen.
De achteras weegt ongeveer 136 kg. Gebruik een geschikt hefwerktuig om de achteras veilig op te tillen.
Trek de scharnierpen uit het frame en de achteras. Laat de hele achteras voorzichtig zakken en neem deze weg vanonder de machine. Zoek de 2 drukringen tussen het machineframe en de achteras en haal ze eruit (Figuur 7).

Deze stap beschrijft hoe u de bestaande steun van de as kunt verwijderen en het frame kunt voorbereiden voor de volgende stap.
Slijp de lasnaad tussen de assteun en de hoeksteun zoals getoond in (Figuur 8). Herhaal aan de andere kant.

Trek met behulp van een liniaal en tekengereedschap een lijn onder een hoek van 90° vanaf de basis van de assteun in beide richtingen (Figuur 9). Herhaal aan de andere kant.

Gebruik een reciprozaag om recht door het metaal te zagen langs de markeringen (Figuur 10). Gebruik indien nodig een schuurmachine om ervoor te zorgen dat de sneden gelijk liggen met de rand.

Verwijder eventuele verf van de aangegeven gebieden om een ononderbroken las in stap De vervangende achterassteun lassen te verzekeren. Herhaal aan elke kant voor elke steun (Figuur 11).

Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Achterassteun | 1 |
| Afstandsas | 1 |
Plaats de vervangende achterassteun op zijn plaats. Bevestig de steun met klemmen en metalen steunplaten zoals afgebeeld in Figuur 12. Zorg ervoor dat de assteun gelijk komt met het bestaande frame en dat er geen spleten zijn.

Steek de afstandsas tussen de assteunen om ervoor te zorgen dat ze op de juiste afstand van elkaar staan (Figuur 13). Pas de positie van de vervangende assteun dienovereenkomstig aan.

Steek de scharnierpen door de afstandsas (Figuur 13). Als de scharnierpen niet vrij ronddraait, stelt u de positie van de vervangende assteun bij. Schuur de randen van het frame zoals vereist.
Nadat de assteun in de juiste positie is gebracht, verwijdert u de scharnierpen en de afstandsas.
Breng hechtlassen aan op de buitenkant, de onderkant en waar de hoeksteun de assteun raakt om hem op zijn plaats te houden (Figuur 14). Herhaal aan de andere kant.

Verwijder de klemmen en de metalen platen waarmee de assteun op zijn plaats gehouden wordt.
Las de assteun aan het frame op de plaatsen aangegeven in (Figuur 15). Herhaal aan de andere kant.

Verwijder alle lasspatten en zorg ervoor dat alle oppervlakken schoon zijn.
Spuit verf op de nieuw gelaste delen.
Plaats de achteras onder het frame. Breng de as omhoog tot het frame en schuif de scharnierpen door het frame, de as en 3 drukringen (Figuur 16).

Zet de borgmoer vast op de scharnierpen om axiale beweging (van voor naar achter) van de achteras te voorkomen. Zorg ervoor dat de as nog vrij kan draaien nadat de borgmoer is aangedraaid (Figuur 16).
Monteer alle hydraulische slangen aan de stuurcilinders en achterwielmotors.
Monteer de onderdelen die u hebt verwijderd in De achteras voorbereiden en eventuele hydraulische slangen.
Monteer de achterwielen. Maak de wielmoeren gelijkmatig vast in een kruiselings patroon.
Breng de achterkant van de machine omlaag en verwijder de kriksteunen. Raadpleeg de Gebruikershandleiding voor de juiste procedure.
Draai de afkoppelschakelaar van de accu op AAN zoals getoond in Figuur 2.
Sluit de motorkap en zet deze vast met de 2 vergrendelingen.