Note: Deze cabine is alleen geschikt voor Reelmaster 7000-D-machines met serienummers tussen 400000000 en 405699999.

Note: Het gewicht van de cabine is 318 kg. Voor het heffen van de cabine hebt u een lift met een nominale werkcapaciteit van 340 kg nodig.

Veiligheid

Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen. Raadpleeg de inbouwverklaring achterin deze uitgave voor meer informatie.

Veiligheids- en instructiestickers

Graphic

Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers.

decal120-0250
decal130-0594
decal130-5355
decal132-3253
decal130-0611

Montage

De machine voorbereiden

De machine plaatsen

Note: Als u de airconditioningsset monteert, controleer dan de airconditioningsset en monteer deze samen met deze cabineset.

  1. Maak een plek in uw werkruimte vrij onder het takelsysteem.

    Note: Controleer of uw takelsysteem de cabine-eenheid veilig over de machine kan heffen tijdens de montage.

  2. Rijd de machine onder de takel en stel de parkeerrem in werking.

  3. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.

  4. Blokkeer de wielen om te voorkomen dat de machine tijdens de installatie in beweging komt.

  5. Verwijder de accu; raadpleeg de Gebruikershandleiding.

Verwijderen van de accu

Waarschuwing

Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken.

  • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt.

  • Sluit altijd de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit.

  1. Ontgrendel het bedieningspaneel en breng dit omhoog (Figuur 1).

    g009985
  2. Verwijder de rubber kappen van de accupolen.

  3. Maak de minkabel (zwart) los van de minpool (-) en de pluskabel (rood) los van de pluspool (+) van de accu (Figuur 2).

    g009986
  4. Verwijder de accu en zet deze op een veilige plaats.

Verwijderen van de bouten aan de bovenkant van de rolbeugel

Important: Vraag iemand om de rolbeugel te ondersteunen wanneer u de bouten verwijdert waarmee de rolbeugel is bevestigd aan de machine.

  1. Verwijder en bewaar de bout waarmee het opslagcompartiment aan de linkerkant van de machine is bevestigd (Figuur 3).

    g030642
  2. Verwijder het opslagcompartiment en bewaar het.

  3. Verwijder en bewaar de 2 bouten, steunplaat en 2 flensmoeren waarmee de rolbeugel aan de bovenkant van het frame bevestigd is (Figuur 4).

    g030899
  4. Verwijder en bewaar de schroef waarmee de steunplaat is bevestigd en de bout waarmee de accubehuizing bevestigd is (Figuur 5).

    g030670
  5. Verwijder en bewaar de bout en de klem van de accubehuizing (Figuur 6).

    g030672
  6. Plaats de steunplaat en accubehuizing zo dat u de 2 bouten, steunplaat en 2 flensmoeren waarmee de rolbeugel aan de bovenkant van het frame bevestigd is kunt verwijderen (Figuur 7). Bewaar ze voor later.

    g030900

De rolbeugel verwijderen

Important: Vraag iemand om de rolbeugel te ondersteunen wanneer u de bouten verwijdert waarmee de rolbeugel is bevestigd aan de machine.

  1. Verwijder de bouten waarmee de rolbeugel aan de linkerkant van de machine gemonteerd is (Figuur 8).

    g030675
  2. Verwijder met twee personen de rolbeugel van de machine.

  3. Bewaar de rolbeugel.

De cabinesteunen voorbereiden

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Steun, links vooraan1
Steun, rechts vooraan1
Steun, links achteraan1
Steun, rechts achteraan1
Rubberen demper4

De voorste steun voorbereiden

Plaats een rubberen demper in elke opening van de voorste steunen (Figuur 9).

g030678

Note: Gebruik zeepwater en een houten hamer om de rubberen demper in de openingen te plaatsen.

De openingen voor de voorste steun uitboren

Volg deze procedure alleen indien nodig.

Boor 2 openingen (diameter 10,3 mm) voor de steun rechts vooraan, zoals getoond in Figuur 10.

g030684

De achterste steunen voorbereiden

  1. Plaats een rubberen demper in de opening van de steun links achteraan op het cabineframe (Figuur 11).

    g030685
  2. Plaats een rubberen demper in de opening van de steun rechts achteraan op het cabineframe (Figuur 12).

    g030686

Note: Gebruik zeepwater en een houten hamer om de rubberen demper in de opening te plaatsen.

De schuimrubber afdichtingen aanbrengen

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Schuimrubber afdichting vooraan links1
Schuimrubber afdichting centraal vooraan1
Schuimrubber afdichting vooraan rechts1
Linker schuimrubber afdichting1
Rechter schuimrubber afdichting1
Tankschuimrubber links1
Tankschuimrubber rechts1
Schuimrubber afdichting links achteraan1
Schuimrubber afdichting rechts achteraan1
Schuimrubber afdichting achteraan1

De schuimrubber afdichtingen aan de voorkant aanbrengen

Breng de middelste schuimrubber afdichting vooraan en vervolgens de linker en rechter schuimrubber afdichting vooraan aan op ongeveer 3 mm van de rand van de voorkant van de cabine-eenheid (Figuur 13).

g030692

Note: Plaats de uiteinden van de schuimrubber afdichtingen zodat ze in elkaar grijpen en een solide afdichting vormen.

De schuimrubber afdichtingen aan de zijkanten aanbrengen

  1. Breng de schuimrubber afdichting links aan op ongeveer 3 mm van de rand vooraan, aan de linkerzijde van de cabine-eenheid (Figuur 14).

    Note: Plaats de uiteinden van de schuimrubber afdichtingen zodat ze in elkaar grijpen en een solide afdichting vormen.

    g030702
  2. Breng de schuimrubber afdichting rechts aan op ongeveer 3 mm van de rand vooraan, aan de rechterzijde van de cabine-eenheid.

    Note: Plaats de uiteinden van de schuimrubber afdichtingen zodat ze in elkaar grijpen en een solide afdichting vormen.

  3. Verwijder de papieren folie van de dubbelzijdige tape aan beide zijden van de cabine-eenheid (Figuur 15).

    g030703
  4. Breng de schuimrubber afdichting van de tank voor de linkerkant aan op de cabine (Figuur 15).

  5. Breng de schuimrubber afdichting van de tank voor de rechterkant aan op de cabine.

De schuimrubber afdichtingen aan de achterkant aanbrengen

  1. Verwijder de papieren folie van de dubbelzijdige tape aan de achterkant van de cabine (Figuur 16).

    g034905
  2. Breng de schuimrubber afdichtingen voor de achterkant links en rechts aan op de cabine (Figuur 16).

  3. Breng de schuimrubber afdichting voor de achterkant aan op de achterkant van de cabine (Figuur 17).

    g030708

De cabinesteunen monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Steun, links vooraan1
Steun, rechts vooraan1
Bout (⅜ x 1")7
Flensmoer (⅜") 5
Borgmoer (⅜")2
Steun, links achteraan1
Steun, rechts achteraan1

De steun links vooraan monteren

  1. Verwijder het bestaande bevestigingsmateriaal en bevestig de steun aan de machine met 3 bouten (⅜ x 1") en flensmoeren (Figuur 18).

    g030713
  2. Haal de bouten en moeren aan met 37 tot 45 N·m.

De steun rechts vooraan monteren

  1. Verwijder het bestaande bevestigingsmateriaal en bevestig de steun aan de machine met 4 bouten (⅜ x 1"), 2 flensmoeren en 2 borgmoeren (Figuur 19).

    g030714
  2. Haal de bouten en moeren aan met 37 tot 45 N·m.

De steun links achteraan monteren

  1. Monteer de linker steun op het frame met de nieuwe bevestigingsmiddelen (Figuur 20).

    g030716
  2. Haal de bouten (½ x 6") en moeren aan met een torsie van 91 tot 113 N·m.

  3. Haal de bouten (½ x 1¼") aan met een torsie van 91 tot 113 N·m.

De steun rechts achteraan monteren

  1. Monteer de rechter steun op het frame met de nieuwe bevestigingsmiddelen (Figuur 21).

    g030717
  2. Haal de bouten (½ x 6") en moeren aan met een torsie van 91 tot 113 N·m.

  3. Haal de bouten (½ x 1¼") aan met een torsie van 91 tot 113 N·m.

  4. Bevestig het opslagcompartiment met de bout (5/16 x 1½") aan de machine (Figuur 22).

    g030718
  5. Monteer de steunplaat op de machine met de schroef en monteer de klem van de accubehuizing en de accubehuizing zelf op de machine met de bout (½ x 1") (Figuur 23).

    g030719

De kabelboom monteren en de cabine klaarmaken voor installatie

Leid de kabelboom van onder de machine naar de accubehuizing, zoals getoond in Figuur 24.

g033196

Monteer de kabelboom zoals getoond in Figuur 25.

g385502

Gebruik de afmetingen in Figuur 26 en boor openingen in de cabine.

g032999

De cabine op de machine monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Cabine1
Bout (½ x 3¼")4
Ring (2¼")4
Ring (1⅜")2
Borgmoer (1/2 inch)4
  1. Gebruik de 4 hefpunten om de cabine boven de machine te hijsen (Figuur 27).

    Note: Zorg ervoor dat het hijstoestel het cabinedak of de headliner niet raakt als het de cabine hijst.

    g030873
  2. Laat de cabine op de machine zakken en zorg ervoor dat de 4 boutopeningen met de steunen zijn uitgelijnd.

  3. Bevestig de cabine aan de achterste steunen op de machine met een bout (½ x 3¼"), een ring (2¼") en een borgmoer (½") (Figuur 28).

    g030727
  4. Haal de bout (½ x 3¼") en borgmoer (½") aan met een torsie van 129 tot 156 N·m.

    Note: Zorg ervoor dat er een beetje speling is bij het hijstoestel zodat de cabine kan rusten op de machine.

  5. Bevestig de cabine aan de voorste steunen op de machine met een bout (½ x 3¼"), een ring (1⅜"), een ring (2¼") en een borgmoer (½") (Figuur 29).

    g030728
  6. Haal de bout (½ x 3¼") en borgmoer (½") aan met een torsie van 129 tot 156 N·m en maak het hijstoestel los van de cabine.

De panelen en de vloer bevestigen

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Paneel, links achteraan1
Paneel, rechts achteraan1
Bout (¼ x ¾")6
Clipmoer4
Flensmoer (¼")2
Gestoffeerd paneel1
Isolatiedeken1
Vloerplaat1

Het achterste paneel bevestigen

  1. Monteer de 2 clipmoeren op het cabineframe (Figuur 30).

    g030909
  2. Bevestig het paneel aan de cabine met 2 bouten (¼ x ¾"); zie Figuur 30.

  3. Gebruik 1 bout (¼ x ¾") en 1 flensmoer (¼") om de montage van het paneel te voltooien (Figuur 31).

    g030922
  4. Haal de bouten en moer aan met 10 tot 12 N·m.

  5. Herhaal de vorige stappen voor de rechterzijde van de cabine.

Het achterste paneel bevestigen

  1. Zorg ervoor dat de plaats waar het paneel wordt bevestigd, schoon is.

  2. Lijn het gestoffeerde paneel uit met het midden van het achterste paneel in de cabine om na te gaan of het past en waar het moet komen (Figuur 32).

    Note: Onthoud of markeer waar de hoek van het gestoffeerde paneel begint als het zich in het midden van het achterste paneel van de cabine bevindt.

    g030729
  3. Verwijder 1 stuk van de achterzijde zodat het klevende gedeelte bloot komt te liggen.

  4. Begin met de bovenste hoek van het gestoffeerde paneel en kleef het aan de achterkant van de cabine zodat het zich in het midden zal bevinden wanneer het volledig geplaatst is.

  5. Kleef het paneel stukje per stukje, van de ene kant naar de andere, totdat het gestoffeerde paneel volledig aangebracht is.

De isolatiedeken plaatsen.

  1. Haal de isolatiedeken uit de verzendingskoker.

    Note: Rol de isolatiedeken pas uit wanneer deze op de juiste plaats ligt.

  2. Plaats de deken over de opslagcompartimenten achter de bestuurdersstoel.

  3. Stop de randen van de deken in rond de bestuurdersstoel terwijl u deze uitrolt naar de voorkant van de machine.

  4. Verwijder de afdekfolie van de klittenbandstrips aan het uiteinde van de deken en plak de strips vast op de plaats die ze bereikt hebben.

    Note: Zorg ervoor dat het oppervlak waar de klittenbandstrip aan het platform kleeft, schoon is.

  5. Kleef de klittenband stevig aan het platform.

De vloerplaat aanbrengen

  1. Zorg ervoor dat de montagelocatie schoon is.

  2. Monteer de vloerplaat op het platform binnenin de cabine.

    g030849
  3. Zorg ervoor dat de boutkoppen op het platform overeenkomen met de uitsparingen in de vloerplaat.

De slangen aansluiten

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Fitting (⅜ NPT x 0,625 geribd)2
Slangklem2
Fitting met rechte hoek (¾")1
Fitting met rechte hoek (⅞")1
R-klem2

De verwarmingsslangen aansluiten

  1. Breng afdichtmiddel aan op de fitting (⅜ NPT x 0,625 geribd); sla de eerste schroefdraad over.

  2. Verwijder de pluggen van de toevoer- en retourslang van de verwarming van de motor en monteer de fittings (⅜ NPT x 0,625 geribd); zie Figuur 34.

    g303473
  3. Draai de fittings (⅜ NPT x 0,625 geribd) handvast en vervolgens nog eens 2 tot 3 slagen vaster.

  4. Leid de verwarmingsslangen en de afvoerslang door de slangring op de achterste cabinesteun (Figuur 35).

    g030761
  5. Schuif de slangklem over de toevoerslang en plaats de slang over de fitting (⅜ NPT x 0,625 geribd), zie Figuur 36.

    Note: De toevoerslang heeft een rode plug aan 1 uiteinde. Verwijder de plug voordat u de slang monteert.

    g030737
  6. Schuif de slangklem over de retourslang en plaats de slang over de fitting (⅜ NPT x 0,625 geribd), zie Figuur 37.

    Note: De toevoerslang heeft een groene plug aan 1 uiteinde. Verwijder de plug voordat u de slang monteert.

    g030760

De fittings van de airconditioning monteren

Note: Smeer de O-ring grondig in met PAG Olie 46 of een gelijkwaardig smeermiddel voordat u de fittingen monteert.

  1. Verwijder de uitlaatpijp, de geluiddemperbeugel en de ventilator van de motor (Figuur 38).

    g384459
  2. Monteer de fitting met rechte hoek (⅞") en de O-ring (maat 8) op de lagedruk- of aanzuigopening van de airconditioningpomp (Figuur 39).

    Note: Zorg ervoor dat de fittingen zijn gemonteerd onder de hoeken zoals getoond in Figuur 40 en Figuur 41.

    g032993
  3. Draai de aansluiting vast met een torsie van 34 tot 47 N·m.

  4. Monteer de fitting met rechte hoek (¾") en de O-ring (maat 10) op de hogedruk- of afvoeropening van de airconditioningpomp (Figuur 39).

  5. Draai de aansluiting vast met een torsie van 34 tot 47 N·m.

  6. Plaats de compressor in de machine en bevestig hem zoals aangegeven in de instructies van de airconditioningsset (modelnr. 30877).

  7. Monteer de ventilator van de motor, de geluiddemperbeugel en de uitlaatpijp (Figuur 38).

De slangen van de airconditioning aansluiten

  1. Sluit de lagedrukslang van de airconditioning (⅞") van de cabine-eenheid aan op de fitting met rechte hoek (⅞"), zoals in Figuur 40.

    g385530
  2. Draai de aansluiting vast met een torsie van 34 tot 47 N·m.

  3. Sluit de hogedrukslang van de airconditioning (¾") van de cabine aan op de fitting met rechte hoek (¾"), zoals in Figuur 41.

    g033198
  4. Draai de aansluiting vast met een torsie van 34 tot 47 N·m.

  5. Monteer 1 R-klem rond elke slang van de airconditioning en gebruik de 2 bestaande bouten om ze te bevestigen aan het machineframe (Figuur 42).

    g030768

De wastank monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Wastank1
Tankbevestiging1
Tankplaat1
Slotbout (5/16 x ¾")4
Flensmoer (5/16")4
Drukvergrendeling1
Lager van drukvergrendeling1
Moer van drukvergrendeling1
R-klem1

De wastank en de tankbevestiging monteren

  1. Gebruik 2 slotbouten (5/16 x ¾") en 2 flensmoeren (5/16") om de tankplaat aan de steun voor het koelstofreservoir te bevestigen (Figuur 43).

    g030730
  2. Haal de bout en moer aan met een torsie van 19,78 tot 25,42 N·m.

  3. Gebruik 2 slotbouten (5/16 x ¾") en 2 flensmoeren (5/16") om het wasreservoir en de R-klem vast te maken aan de tankbevestiging (Figuur 44).

    g030732
  4. Monteer de drukvergrendeling op de tankbevestiging (Figuur 45).

    g030919
  5. Steek het lipje in de sleuf en het lager van de drukvergrendeling in de opening in de tankplaat (Figuur 46).

    g030920
  6. Zet de hendel van de drukvergrendeling naar beneden (Figuur 46).

    Note: De drukvergrendeling zou de tankbevestiging stevig tegen de tankplaat moeten houden. Stel de moer bij om de druk van de drukvergrendeling af te stellen.

De wasslang aansluiten

  1. Leid de wasslang door de slangring op de achterste cabinesteun (Figuur 47)

    g030762
  2. Leid de wasslang door de R-klem en sluit ze aan op het wasreservoir (Figuur 48).

    g030733

De kabelboom aansluiten

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Kabelbinder5
  1. Sluit de kabelboom van de cabine aan op de kabelboom aan de rechterkant van de machine (Figuur 49).

    g030776
  2. Sluit de voedingsconnector van de cabine aan op de connector aan de rechterkant van de machine (Figuur 50).

    g030779
  3. Verbind de kabel van de airconditioningcompressor met de kogelconnector op de kabelboom (Figuur 51).

    g030788
  4. Leid de kabelboom voor het wasreservoir door de R-klem en sluit hem aan op het reservoir (Figuur 52).

    g030777
  5. Gebruik kabelklemband om de kabelboom te bevestigen aan de hydraulische slangen en leidingen op de plaatsen getoond in Figuur 53 en Figuur 54.

    g030778
    g030782

Important: Bevestig de kabelboom niet aan hete of bewegende onderdelen.

De veiligheidssticker aanbrengen

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Veiligheidssticker1

Volg deze procedure alleen indien dit vereist wordt door de lokale verkeerswetgeving.

Breng de veiligheidssticker aan op de achterruit zoals getoond in Figuur 55.

g030478

De montage voltooien

  1. Vul koelvloeistof bij; raadpleeg de Onderhoudshandleiding

  2. Controleer op lekkages.

  3. Controleer of er geen bewegende onderdelen geraakt worden en breng eventuele correcties aan voordat u de machine gebruikt.

  4. Stel met twee personen de achteruitkijkspiegel en de zijspiegels af voordat u de machine gebruikt.

  5. Verwijder de wielblokken.

  6. Monteer de accu die in Verwijderen van de accu verwijderd was.

  7. Sluit de pluskabel (rood) aan op de positieve pool (+) van de accu.

  8. Sluit de minkabel (zwart) aan op de minpool (-) van de accu.

  9. Controleer de werking van alle bedieningsorganen voordat u de machine gebruikt.

  10. Vul het wasreservoir bij met vloeistof.

  11. Laat een gecertificeerde onderhoudstechnicus het airconditioningssysteem vullen:

    • 90 ml PAG 46 olie

    • 1630 ml R134A freon

  12. Pas de bandenspanning aan volgens deze specificaties:

    • Voorbanden: 2,07 bar

    • Achterbanden: 1,52 bar

Algemeen overzicht van de machine

Cabinebediening

g032995

Ruitenwisserschakelaar

Gebruik deze schakelaar om de ruitenwissers in of uit te schakelen (Figuur 56).

Temperatuurregeling

Draai aan de temperatuurregelingsknop om de temperatuur in de cabine te regelen (Figuur 56).

Ventilatorregeling

Draai aan de ventilatorregelingsknop om de snelheid van de ventilator te regelen (Figuur 56).

Luchtcirculatieregeling

Stelt de cabine in op luchtcirculatie, ofwel lucht aanzuigen van buiten de cabine (Figuur 56).

  • Stel de cabine in op luchtcirculatie als u de airconditioning gebruikt.

  • Stel de cabine in om lucht aan te zuigen van buiten als u de verwarming of ventilator gebruikt.

Voorruitvergrendeling

Open de vergrendelingen om de voorruit te openen (Figuur 57). Druk op de vergrendeling om de voorruit in de geopende stand te vergrendelen. Trek de vergrendeling uit en omlaag om de voorruit te sluiten en vast te zetten.

g008830

Achterruitvergrendeling

Open de vergrendelingen om de achterruit te openen. Trek de vergrendeling naar boven en uit om de achterruit in de geopende stand te vergrendelen. Trek de vergrendeling uit en omlaag om de achterruit te sluiten en vast te zetten (Figuur 57).

Important: Sluit de achterruit voordat u de motorkap opent om schade te voorkomen.

Onderhoud

Aanbevolen onderhoudsschema

OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
Om de 250 bedrijfsuren
  • Reinig de luchtfilters in de cabine en vervang ze als ze versleten zijn of heel erg vuil.
  • De airconditioning reinigen(vaker in erg stoffige, vuile omstandigheden).
  • Reinigen

    Voorzichtig

    Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen.

    Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

    De cabine reinigen

    Important: Wees voorzichtig in de buurt van de afdichtingen en verlichting van de cabine (Figuur 58). Als u een hogedrukreiniger gebruikt, hou de spuitstok dan minstens 0,6 m van de machine vandaan. Richt de hogedrukreiniger niet rechtstreeks op de afdichtingen en verlichting van de cabine of onder de overhang aan de achterzijde.

    g034330

    Reinigen van de luchtfilters in de cabine

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 250 bedrijfsuren
  • Reinig de luchtfilters in de cabine en vervang ze als ze versleten zijn of heel erg vuil.
    1. Verwijder de schroeven en de roosters van boven de luchtfilters in en achter de cabine (Figuur 59 en Figuur 60).

      g030417
      g028379
    2. Reinig de filters door er schone, olievrije perslucht door te blazen.

      Important: Als er in een filter een gat, scheur of andere beschadiging zit, moet het filter worden vervangen.

    3. Installeer de filters en het rooster met de duimschroeven.

    Het voorfilter van de cabine reinigen

    Het voorfilter van de cabine voorkomt dat grotere vuildeeltjes zoals gras en bladeren in de filters van de cabine dringen.

    1. Draai de schermafdekking naar beneden.

    2. Reinig het filter met water.

      Note: Gebruik geen hogedrukreiniger.

      Important: Als er in het filter een gat, scheur of andere beschadiging zit, moet het filter worden vervangen.

    3. Laat het voorfilter afkoelen voordat u het op de machine monteert.

    4. Kantel het filterscherm rond de nokken totdat de vergrendeling aangrijpt in de grendelplaat (Figuur 61).

      g032951

    De airconditioning reinigen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 250 bedrijfsuren
  • De airconditioning reinigen(vaker in erg stoffige, vuile omstandigheden).
    1. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.

    2. Maak de bedrading voor elke ventilator los (Figuur 62).

      g032323
    3. Verwijder de 2 knoppen en verwijder de ventilator (Figuur 62).

    4. Open de 4 vergrendelingen van het airconditioningssysteem en verwijder het scherm (Figuur 63).

      g032324
    5. Verwijder de luchtfilters (Figuur 60).

    6. Reinig de airconditioning.

    7. Plaats de luchtfilters, het scherm en de ventilator (Figuur 60, Figuur 63 en Figuur 62).

    8. Koppel de draden van de ventilators af (Figuur 62).

    Schema's

    Elektrisch schema

    g030801