Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
Zet de transmissiehendel in de stand P (parkeren).
Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.
Verwijder de schoudersteunen zoals wordt getoond in Figuur 1.

Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Linker deurveerbeugel | 1 |
| Rechter deurveerbeugel | 1 |
| Veerpootbevestiging | 2 |
| Borgmoer (5/16") | 2 |
Verwijder de flenskopbout (7/16" x 1") en flensmoer (7/16") waarmee het oprolmechanisme van de veiligheidsgordel bevestigd is (Figuur 2).

Gebruik de eerder verwijderde flenskopbout (7/16" x 1") en borgmoer (7/16") om de linker deurveerbeugel te bevestigen aan de beugel van de veiligheidsgordel (Figuur 3).
Draai de flenskopbout (7/16" x 1") en borgmoer (7/16") vast met een torsie van 70 N·m.

Bevestig een veerpootbevestiging aan de linker deurveerbeugel met een borgmoer (5/16") zoals getoond in Figuur 4.
Draai de borgmoer (5/16") vast met een torsie van 23 N·m.

Herhaal deze procedure aan de rechterkant van de machine.
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Linkerdeur | 1 |
| Rechterdeur | 1 |
| Hengsel linkerdeur | 2 |
| Hengsel rechterdeur | 2 |
| Flenskopbout (M8 x 20 mm) | 12 |
| Moerplaat | 6 |
| Gasveer | 2 |
| Grendelbeugel | 2 |
| Belleville-ring | 2 |
| Platte ring | 2 |
| Slagpin | 2 |
| Zeskantmoer | 2 |
Bevestig de 2 hengsels van de linkerdeur losjes aan de draaibeugel van de deur op de rolbeugel met 4 flenskopbouten (M8 x 20 mm) en 2 moerplaten (Figuur 5).
Lijn de bovenste en onderste hengselpennen uit en draai de 4 flenskopbouten vast (M8 x 20 mm) om beweging te voorkomen.
Note: U draait de bouten aan tijdens stap 10.

Monteer een afstandsring op elk hengsel van de linkerdeur (Figuur 6).

Monteer de linkerdeur op de hengsels.
Draai de 3 zeskantbouten van het deurhengsel los (Figuur 7).
Met de deur gesloten, lijnt u de deur uit met de voertuigopening en zorgt u ervoor dat er een gelijkmatige opening is rond de omtrek van de deur. Nadat u de juiste positie heeft bereikt, draait u de 3 zeskantbouten aan.
Note: U draait de bouten aan tijdens stap 10.

Bevestig een gasveer op de linker veerpootbevestigingen (Figuur 8).
Zorg dat u de gasveer richt zoals in Figuur 8.

Sluit de linkerdeur.
Gebruik 2 personen om te controleren of de opening rond de deuromtrek uniform is.
Herhaal stap 5 zo nodig, om de deur aan te passen.
Wanneer de deur goed uitgelijnd is met de rolbeugel, draait u de 4 flenskopbouten (M8 x 20 mm) aan (zie Figuur 5) met een torsie van 26 N·m.
Daarna draait u de 3 zeskantbouten (M8 x 25 mm) van het deurhengsel aan (zie Figuur 7) met een torsie van 26 N∙m.
Open de linkerdeur.
Bevestig een grendelbeugel losjes aan de beugel van de deurvergrendeling van de linkerdeur; gebruik hiervoor 1 moerplaat, 2 flenskopbouten (M8 x 20 mm), 1 Belleville-ring, 1 platte ring, 1 slagpin en 1 zeskantmoer zoals getoond in Figuur 9.
Zorg ervoor dat u het gebogen gedeelte van de Belleville-ring van de grendelbeugel af richt.

Richt de slagpin in het midden van de deurvergrendeling en draai de zeskantmoer op de slagpin aan tot 51 N∙m.
Open het raam van de linkerdeur om toegang te verkrijgen tot de grendelbeugel.
Terwijl u buiten het voertuig staat, sluit u de deur voorzichtig en zorgt u ervoor dat de slagpin in de verticale stand in de beugel grijpt. Stel de grendelbeugel zo nodig naar boven of beneden bij.
Zodra de beugel op de gewenste plaats zit, draait u de 2 flenskopbouten (M8 x 20 mm) aan met een torsie van 26 N·m.
Om ervoor te zorgen dat de deur goed is voorgespannen (op de slagpin), is het soms nodig om de slagpin bij te stellen.
De deurvergrendeling moet twee keer klikken wanneer de deur gesloten en goed afgesteld is. Beweeg de slagpin naar binnen of naar buiten tot u de gewenste afdichting bereikt, samen met de dubbele klik van de deurvergrendeling.
De gesloten deur mag niet rammelen wanneer u aan de deurkruk trekt.
Note: Er is enige kracht nodig om de deur te sluiten en een goede afdichting te verkrijgen.
Herhaal deze procedure aan de rechterkant van de machine.