Note: De remlicht en richtingaanwijzer set (Toro onderdeelnummer. 140-4785voor de Workman GTX, 145-2082 voor de Workman MDX, of 145-2296 voor de Workman HDX) moet op de machine zijn gemonteerd om deze set te kunnen monteren.
Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
Stel de parkeerrem in werking.
Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.
Koppel de accu los; raadpleeg de Gebruikershandleiding die bij uw hoort.
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Kabelboom | 1 |
| Kentekenplaathouder | 1 |
| Verlichting kentekenplaat | 2 |
| Inbusbout (nr. 10 x 1") | 4 |
| Kooimoer | 4 |
| Flenskopbout (5/16 x 3/4 inch) | 4 |
| Kabelbinder | 1 |
Leid de kabelboom van de kentekenplaat langs de bovenkant van de kentekenplaathouder, met de 2 grote aansluitingen en de zekering aan de linkerkant (Figuur 1).
Zet de kabelboom vast op de kentekenplaathouder door de 4 druknagels op de kabelboom in de overeenkomende gaten in de houder te drukken (Figuur 1).
Leid de connectors van de kentekenplaatverlichting door de grote gaten aan elke kant van de houder en sluit ze aan op de 2 kentekenplaatlampen (Figuur 1).
Monteer de lampen op de houder met de 4 inbusbouten (nr. 10 x 1") en 4 kooimoeren, zoals in Figuur 1.

Monteer de houder op uw Workman:
Workman GTX: Gebruik de 4 flenskopbouten (5/16 x 3/4 inch) om de houder te monteren aan de onderkant van de laadbak (A in Figuur 2).
Note: De Homologatie verlichtingsset en remlicht set zijn niet compatibel met de Workman GTX met stalen laadbak.
Workman MDX: Verwijder de 2 aanwezige flenskopbouten van de onderkant van de laadbak en gebruik ze om de houder te monteren (B in Figuur 2).
Workman HDX: Verwijder de 4 bestaande flenskopbouten van de trekhaakplaat en gebruik ze om de houder te monteren. (C in Figuur 2).
Note: Zorg ervoor dat de kabelboom over de trekhaak loopt.

Maak de kabelboom van set met remlichten en richtingaanwijzers los van het linker achterlicht, en plaats de achterlicht connector van deze set (Figuur 3).
Sluit de andere connector op de kabelboom in deze set aan op de kabelboom van set met remlichten en richtingaanwijzers, die u net heeft losgkoppeld (Figuur 3).

Gebruik een kabelbinder om de overtollige lengte van de kabelboom aan de machine te bevestigen.
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Serienummerplaatje | 1 |
| Popnagel (3 x 10 mm) | 4 |
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Montagebeugel van de plaat | 2 |
| Snelheidsplaat (25 kmh/u) | 3 |
| Popnagel (3/16 x 15/16 inch) | 17 |
Meet, aan linkerkant van de machine, 5,1 cm van de linker onderkant van de zijkant van de stoelvoet en markeer dit punt (Figuur 10).
Ga hier 5,7 cm recht naar boven en markeer dit punt (Figuur 10).
Ga 8,3 cm naar links van het punt gemarkeerd in stap 2, en markeer dit punt (Figuur 10).
Ga 8,0 cm naar links van het punt gemarkeerd in stap 3, ga dan 30 cm direct naar boven en markeer dit punt (Figuur 10).
Ga 8,3 cm naar rechts van het punt gemarkeerd in stap 4, en markeer dit punt (Figuur 10).
Boor een gat met een diameter van 5 mm op de 4 gemarkeerde punten (Figuur 10).
Wees voorzichtig bij het doorboren van de stoelvoeten.
Op Workman GTX multifunctionele voertuigen met een benzinemotor is de brandstoftank gemonteerd achter de zijkant van de stoelvoet aan de bestuurderszijde van de machine, en de accu achter de zijkant van de stoelvoet aan de passagierszijde.
Op het Workman GTX elektrische multifunctionele voertuig is de acculader gemonteerd achter de zijkant van de stoelvoet aan de bestuurderszijde van de machine.
Op het Workman GTX lithium multifunctionele voertuig is de acculader gemonteerd achter de zijkant van de stoelvoet aan de passagiersszijde van de machine.
Als de boor te ver doorschiet kunt u deze onderdelen beschadigen.

Monteer de montagebeugel van de plaat op de zijkant van de stoelvoet met 4 popnagels (3/16 x 15/16 inch), zoals in Figuur 11.

Monteer de snelheidsplaat aan de drager van de plaat met 3 popnagels (3/16 x 15/16 inch) zoals getoond in Figuur 12.

Herhaal deze procedure aan de rechterkant van de machine.
Aan de rechterkant van de achterlaadklep: meet 9,5 cm van de rechterkant van de achterlaadklep en 7 cm van de bovenrand van de achterlaadklep en markeer dit punt (Figuur 13).
Meet 12,8 cm naar beneden van het punt gemerkt in stap 1 en 7,4 cm naar rechts, en markeer deze 2 punten (Figuur 13).
Boor een gat met een diameter van 5 mm op de 3 gemarkeerde punten (Figuur 13).
Important: Alleen door 1 wand van de achterlaadklep boren.

Monteer de snelheidsplaat op de achterlaadklep met 3 popnagels (3/16 x 15/16 inch) zoals getoond in Figuur 14.

Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Snelheidsplaat (25 kmh/u) | 3 |
| Popnagel (3/16 x 15/16 inch) | 9 |
Aan de linkerkant van de laadbak: meet 13,6 cm van de rechterkant van het profiel, en 6 cm naar beneden van de bovenkant van de laadbak, en markeer dit punt (Figuur 15).
Meet 12,8 cm naar beneden van het punt gemerkt in stap 1 en 7,4 cm naar rechts, en markeer deze 2 punten (Figuur 15).
Boor een gat met een diameter van 5 mm op de 3 gemarkeerde punten (Figuur 15).
Important: Alleen door 1 wand van de laadbak boren.

Monteer de snelheidsplaat op de laadbak met 3 popnagels (3/16 x 15/16 inch) zoals in Figuur 16.

Herhaal deze procedure aan de rechterkant van de machine.
Aan de rechterkant van de achterlaadklep: meet 130 cm van de rechterkant van de achterlaadklep en 5 cm van de bovenrand van de achterlaadklep en markeer dit punt (Figuur 17).

Meet 12,8 cm naar beneden van het punt gemerkt in stap 1 en 7,4 cm naar rechts, en markeer deze 2 punten (Figuur 17).
Boor een gat met een diameter van 5 mm op de 3 gemarkeerde punten (Figuur 17).
Important: Alleen door 1 wand van de achterlaadklep boren.
Monteer de snelheidsplaat op de achterlaadklep met 3 popnagels (3/16 x 15/16 inch) zoals getoond in Figuur 18.

Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Snelheidssticker (32 km/u) | 3 |
Aan de linkerkant van de laadbak: plaats de snelheidssticker tussen het tweede en derde profiel, zoals in Figuur 19.

Herhaal deze procedure aan de rechterkant van de machine.
Op de achterlaadklep: plaats de snelheidssticker tussen het logo achter en het rechter profiel, zoals in Figuur 20.

Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Richtingaanwijzer beugel | 2 |
| Slotbout (nr. 10 x 1½") | 4 |
| Borgmoer (nr. 10) | 4 |
Verwijder de 4 bouten met Philips kruiskop en moeren waarmee richtingaanwijzers op de motorkap zijn bevestigd (Figuur 21).
Note: Bewaar de verwijderde bevestigingsmiddelen voor latere montage.

Aan de binnenkant van de motorkap: zoek de 4 punten gemarkeerd naast de gaten voor de richtingaanwijzers, en boor 6 mm gaten zoals in Figuur 22.

Monteer de 2 richtingaanwijzer beugels op de motorkap met 4 slotbouten (#10 x 1/2 inch) en 4 borgmoeren (#10) (Figuur 23).

Monteer de richtingaanwijzers op de beugels met de bevestigingsmiddelen verwijderd in stap 1 (Figuur 24).

Sluit de minkabel aan op de accu.
Note: Vraag iemand om te controleren of de lampen werken terwijl u ze test.
Ga op de bestuurdersstoel zitten en draai het contactsleuteltje naar de stand AAN.
Zet de lichtschakelaar op AAN.
Note: De koplampen en verlichting van de kentekenplaat moeten oplichten.
Zet de richtingaanwijzer naar links en naar rechts.
Note: De standlichten moeten knipperen vooraan de machine, en het achterlicht moet knipperen achteraan.
Trap het rempedaal in.
Note: De remlichten moeten gaan branden.
Draai het sleuteltje naar UIT en verwijder het.