Veiligheid

Veiligheid van het koelsysteem

  • Motorkoelvloeistof inslikken kan vergiftiging veroorzaken; buiten bereik van kinderen en huisdieren houden.

  • Als u hete, onder druk staande koelvloeistof over u heen krijgt of in aanraking komt met een hete radiateur of omliggende delen, kunt u ernstige brandwonden oplopen.

    • Laat de motor minstens 15 minuten afkoelen voordat u de radiateurdop verwijdert.

    • Gebruik een doek als u de radiateurdop verwijdert en draai de dop langzaam open om de stoom te laten ontsnappen.

  • Gebruik de machine nooit zonder dat de kappen zijn geplaatst.

  • Houd uw vingers, handen en kleding uit de buurt van draaiende ventilatoren en drijfriemen.

  • Zet de motor af en verwijder het sleuteltje voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

Veiligheids- en instructiestickers

Graphic

Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers.

decal145-2229

Installatie

De machine gebruiksklaar maken

  1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

  2. Zet de transmissiehendel in de stand P (PARKEREN).

  3. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.

  4. Wacht tot de motor volledig afgekoeld is.

    g364252
  5. Koppel de minkabel (-) los van de accupool.

    g365494
  6. Til de motorkap op; raadpleeg de Gebruikershandleiding van de machine.

  7. Laat ongeveer 2 liter koelvloeistof weglopen uit het koelsysteem (of wacht totdat er geen koelvloeistof meer uit de rubberen slangen stroomt); zie de Gebruikershandleiding.

    Note: Bewaar de koelvloeistof voor hergebruik nadat de set is gemonteerd.

Het bedieningspaneel voor de verwarming monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Bedieningspaneel van verwarming1
Draaischakelaar1
Lineaire draaischakelaar1
Schakelaarmoer (7/16 ")2
Knop2
Bolkopbout (⅝ ")4
Borgmoer (nr. 10-24)4
Bedieningskabel1
Kabelboom1
  1. Verwijder op het dashboard de 4 schakelaarpluggen en snijd het materiaal tussen de uitsparingen weg (Figuur 3).

    g398819
  2. Vind de 2 voorboorkuiltjes (Figuur 4) en boor 2 voorboringen (3/16 ") rechtstreeks in de voorboorkuiltjes.

    g398820

    Waarschuwing

    Een boor gebruiken zonder oogbescherming kan ertoe leiden dat vuil in het oog belandt, wat letsel veroorzaakt.

    Draag altijd oogbescherming wanneer u boort.

  3. Gebruik het bedieningspaneel van de verwarming als sjabloon en boor de andere 2 openingen die zich aan de rechterkant bevinden.

  4. Monteer de 2 schakelaars op het bedieningspaneel met de 2 schakelaarmoeren (7/16 ") zoals getoond bij A in Figuur 5.

  5. Monteer een knop op elke schakelaar (B in Figuur 5).

    g430408
  6. Zet de bedieningsknoppen in de middelste stand zoals getoond in Figuur 6.

    g430155
  7. Zorg ervoor dat de verwarmingsschakelaar in de middelste stand staat en sluit een uiteinde van de bedieningskabel aan op de achterkant van de verwarmingsschakelaar (Figuur 7).

    g430382
  8. Zorg ervoor dat de waterklep in de middelste stand staat en sluit hem aan op het andere uiteinde van de bedieningskabel (Figuur 8).

  9. Zorg ervoor dat de verwarmingsschakelaar van lage warmte naar hoge warmte kan schakelen en dat de waterklep volledig opent en sluit. Stel indien nodig de kabel af.

    g460374
  10. Sluit de 5-pinsconnector aan op de kabelboom aan de achterkant van de zijde van de luchtstroomschakelaar (Figuur 9).

    g430409
  11. Leid de bedieningskabel, de waterkraan en kabelboom door het dashboard en bevestig het bedieningspaneel op het dashboard met 4 bolkopbouten (⅝") en 4 borgmoeren (nr. 10-24); zie Figuur 10. Draai de bouten vast met een torsie van 3 N·m.

    g430435

De gaten maken voor de ventilatieopeningen

  1. Zoek de 4 voorboorkuiltjes aan de bovenkant van het dashboard (Figuur 11) en boor 4 openingen (76 mm of 3") direct boven de voorboorkuiltjes.

    Note: Gebruik een gatenzaag van 76 mm (3") om de ventilatieopeningen uit te boren.

    g398901
  2. Zoek de 2 voorboorkuiltjes op de vloer (Figuur 12) en boor 2 openingen (76 mm of 3") direct boven de voorboorkuiltjes.

    Note: Er wordt aangeraden een gatenzaag van 76 mm (3") te gebruiken om de ventilatieopeningen uit te boren.

  3. Verwijder de braam van de openingen.

    g398912

De verwarmingsinstallatiekast monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Verwarmingsinstallatiekast1
Montagebeugel van de verwarming1
Slotbout (¼ x ¾")6
Borgmoer (¼")6
Koelvloeistofslang (⅝ x 13")1
Koelvloeistofslang (⅝ x 26")1
Koelvloeistofslang (2 x 18")8
Y-adapter2
Slangklem2
Tie-wrap16
Ventilatieopening6

Important: Blijf uit de buurt van het schakelmechanisme en de stuurkolom bij het monteren van de slangen.

  1. Sluit de 6 ontluchtingsslangen aan op de verstelbare ventilatieopeningen met de 6 grote kabelbinders (Figuur 13).

    Note: Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen zo gericht staan dat ze in de richting van de bestuurder blazen aan de bestuurderszijde en in de richting van de passagier aan de passagierszijde.

  2. Leid de slangen en monteer de 4 verstelbare ventilatieopeningen in de 4 bovenste gaten (Figuur 13).

  3. Leid de slangen en monteer de 2 verstelbare ventilatieopeningen in de 2 onderste gaten (Figuur 13).

  4. Sluit de 2 buitenste ontluchtingsslangen aan op de 2 onderste slangen met behulp van de 2 Y-adapters en 4 kabelbinders (Figuur 13 en Figuur 14).

    Sluit de 2 extra ontluchtingsslangen aan op de gemonteerde buitenste ontluchtingsslangen en maak ze vast met 2 kabelbinders (Figuur 13 en Figuur 14).

  5. Sluit de 4 ontluchtingsslangen met 4 kabelbinders aan op de verwarmingskast (Figuur 13 en Figuur 14).

    g460891
    g460561
  6. Bevestig de verwarmingsinstallatiekast aan de montagebeugel van de verwarming met 6 slotbouten (¼ x ¾") en 6 borgmoeren (¼"); zie Figuur 15. Draai de bouten vast met een torsie van 11 N·m.

    g460444
  7. Sluit de 2 koelvloeistofslangen aan op de voorkant van de verwarmingskast met 2 slangklemmen zoals getoond in Figuur 16.

    g460443

De verwarmingsinstallatiekast monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Zeskantbout (5/16 x ¾")2
Slotbout (¼" x ¾")2
Borgmoer (¼")2

Note: Als de set met glazen voorruit en ruitenwisser is gemonteerd op de machine, moet u het wasreservoir verwijderen van het machineframe. Monteer het op de zijkant van de verwarmingskast nadat de verwarmingskast op de machine is gemonteerd (zie stap 3).

  1. Bevestig de voorkant van de verwarmingsinstallatiekast aan het frame van de machine met 2 zeskantbouten (5/16 x ¾").

    g399053
  2. Bevestig de achterkant van de verwarmingsinstallatiekast aan beugels op de machine met 2 slotbouten (¼ x ¾") en 2 borgmoeren (¼"); zie Figuur 18.

    g460678
  3. Als de set met glazen voorruit en ruitenwisser op de machine is gemonteerd, moet u het wasreservoir monteren op de zijkant van de verwarmingsinstallatiekast, zoals getoond in Figuur 19.

    g429465

De slangen leiden

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Tie-wrap6
Slangklem2
Waterklep1
Slang3
  1. Ontkoppel de aanwezige koelvloeistofslang van de zijkant van de koeltank (Figuur 20) en maak de slang 23 cm korter.

    Bewaar de slangklem voor hergebruik.

    g409844
  2. Sluit de 2 koelvloeistofslangen die eerder aan de verwarmingskast bevestigd waren met 2 bandklemmen (Figuur 21) aan op de juiste poorten van de waterklep.

    Note: Als er een BOSS-sneeuwploeg op de machine is geïnstalleerd, leidt u de onderste slang van de verwarmingskern (Figuur 21) rond de solenoïde van de ploeg.

  3. Sluit de eerder ingekorte thermostaat-bypasslang met een bandklem aan op de waterklep (Figuur 21 en Figuur 22).

  4. Sluit de resterende slang met een bandklem aan op de waterklep en sluit vervolgens het andere uiteinde van de slang met een bandklem aan op de grote poort van het bovenste reservoir (Figuur 21 en Figuur 22).

    g460521
    g460460

De kabelboom monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Platkopbout (nr. 10/24 x ⅜")1
  1. Monteer de zekeringenkap (meegeleverd met de kabelboom van de set) aan de linkerkant van de verwarmingskast met de platkopbout (nr. 10/24 x ⅜") zoals getoond in Figuur 23.

  2. Leid de kabelboom van de set zoals wordt getoond in Figuur 23.

    g460700

De accu aansluiten

Sluit de minkabel (-) aan op de accu.

g365493

Het koelsysteem ontluchten

Waarschuwing

Als de motor heeft gelopen, kan de hete koelvloeistof, die onder druk staat, ontsnappen indien de radiateurdop wordt verwijderd. Dit kan brandwonden veroorzaken.

  • Verwijder de radiateurdop nooit als de motor loopt.

  • Gebruik een doek als u de radiateurdop verwijdert en draai de dop langzaam open om de stoom te laten ontsnappen.

Type koelvloeistof: 50% ethyleen-glycol met organische additieventechnologie (OAT, organic additive technology) 50% gedestilleerd water

  1. Verwijder de dop van het reservoir van het koelsysteem.

  2. Vul het reservoir van het koelsysteem totdat de koelvloeistof de onderste lijn in het reservoir bereikt.

  3. Draai de temperatuurregelknop naar de hoogste stand.

  4. Start de motor en laat die draaien totdat de koelventilator draait.

    Wanneer de machine op bedrijfstemperatuur is, moet het koelvloeistofpeil in het reservoir op de bovenste lijn staan.

  5. Voeg zo nodig koelvloeistof toe om de uit het koelsysteem verwijderde lucht te vervangen.

  6. Plaats de dop op het reservoir van het koelsysteem.

Gebruiksaanwijzing

De ventilator bedienen

De ventilator heeft 4 snelheden (UIT, LAAG, MIDDEL en HOOG). Draai aan de ventilatorregelingsknop om de snelheid van de ventilator te regelen.

Draai aan de knop van de temperatuurregeling om de temperatuur in de cabine te regelen.

Onderhoud

Onderhoud van het luchtfilter van de verwarming

OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
Om de 250 bedrijfsuren
  • Vervang het luchtfilter van de verwarming (dit moet vaker gebeuren in stoffige of vuile omstandigheden).
  • Note: Het luchtfilter van de verwarming is ontworpen om de lucht in de cabine schoon te houden.

    1. Verwijder de toegangsklep voor het filter van de verwarmingsinstallatiekast (Figuur 25).

      g411877
    2. Verwijder het filter voorzichtig uit de verwarmingsinstallatiekast.

      Note: Probeer het filter niet te reinigen.

    3. Inspecteer het nieuwe filter op beschadiging door een felle lichtbron op de buitenkant van het filter te richten en er doorheen te kijken.

      Note: Gaten in het filter zien eruit als lichte vlekken. Controleer het filter op scheuren, een vettig oppervlak of beschadiging van de rubberen afdichting. Als het filter beschadigd is, mag u het niet gebruiken.

      Note: Wees voorzichtig bij het hanteren van het filter om te voorkomen dat het beschadigd of vervormd raakt.

    4. Monteer het filter voorzichtig.

    5. Monteer de toegangsklep voor het filter op de verwarmingsinstallatiekast met het bijbehorende bevestigingsmateriaal.

    De verwarming reinigen

    Important: De verwarmingskast en onderdelen van de verwarming mogen niet nat worden.