De machine gebruiksklaar maken
-
Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
-
Zet de transmissiehendel in de stand P (PARKEREN).
-
Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.
-
Wacht tot de motor volledig afgekoeld is.
-
Koppel de minkabel (-) los van de accupool.
-
Til de motorkap op; raadpleeg de Gebruikershandleiding van de machine.
-
Laat ongeveer 2 liter koelvloeistof weglopen
uit het koelsysteem (of wacht totdat er geen koelvloeistof meer uit
de rubberen slangen stroomt); zie de Gebruikershandleiding.
Note: Bewaar de koelvloeistof voor hergebruik nadat u de set monteert.
Het HVAC-bedieningspaneel monteren
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| HVAC-bedieningspaneel | 1 |
| Draaischakelaar | 1 |
| Lineaire draaischakelaar | 1 |
| Tuimelschakelaar voor airconditioning | 1 |
| Schakelaarmoer (7/16 ") | 2 |
| Knop | 2 |
| Bolkopbout (⅝ ") | 4 |
| Borgmoer (nr. 10-24) | 4 |
| Bedieningskabel | 1 |
| Kabelboom | 1 |
-
Verwijder op het dashboard de 4 schakelaarpluggen
en snijd het materiaal tussen de uitsparingen weg (Figuur 3).
Waarschuwing
Een boor gebruiken zonder oogbescherming kan ertoe leiden dat
vuil in het oog belandt, wat letsel veroorzaakt.
Draag altijd oogbescherming wanneer u boort.
-
Vind de 2 voorboorkuiltjes (Figuur 4) en boor 2 voorboringen (5 mm)
rechtstreeks in de voorboorkuiltjes.
-
Gebruik het HVAC-bedieningspaneel als sjabloon en
boor de andere 2 openingen die zich aan de rechterkant bevinden.
-
Monteer de 2 schakelaars met knoppen op het bedieningspaneel
met de 2 schakelaarmoeren (7/16 inch) zoals getoond in Figuur 5 enFiguur 6.
-
Monteer de tuimelschakelaar voor de airconditioning
in het paneel (Figuur 5 en Figuur 6).
-
Monteer een knop op elke schakelaar (Figuur 5 en Figuur 6).
-
Zet de bedieningsknoppen in de middelste stand zoals
getoond in Figuur 7.
-
Zorg ervoor dat de verwarmingsschakelaar in de middelste
stand staat en sluit een uiteinde van de bedieningskabel aan op de
achterkant van de verwarmingsschakelaar (Figuur 8).
-
Zorg ervoor dat de waterkraan in de middelste stand
staat en sluit deze aan op het andere uiteinde van de bedieningskabel
(Figuur 9).
-
Zorg ervoor dat de verwarmingsschakelaar van lage
warmte naar hoge warmte kan schakelen en dat de verwarmingskraan volledig
opent en sluit. Stel indien nodig de kabel af.
-
Voor de tuimelschakelaar voor de airconditioning:
sluit het platte contact met de zwarte draad aan op de goudkleurige
schakelaaraansluiting met de aanduiding 3.
Note: Raadpleeg de nummers die zijn gedrukt op de tuimelschakelaar
voor de airconditioning voor de juiste aansluitingen (Figuur 10).
-
Sluit het platte contact met de witte draad aan op
de schakelaaraansluiting met de aanduiding nummer 2.
-
Sluit het platte contact met de rode draad aan op
de schakelaaraansluiting met nummer 1 (Figuur 10).
-
Sluit de 5-pinsconnector aan op de kabelboom van de
set aan de achterkant van de zijde van de luchtstroomschakelaar (Figuur 10).
-
Leid de bedieningskabel, de waterkraan en kabelboom
door het dashboard en bevestig het bedieningspaneel op het dashboard
met 4 bolkopbouten (⅝") en 4 borgmoeren (nr. 10-24);
zie Figuur 11. Draai de bouten vast met een torsie van 3 N·m.
-
Sluit de HVAC-kabelboom aan op de kabelboom van het
voertuig (Figuur 12 enFiguur 18).
-
Leid de kabelboom naar beneden langs de rechterframebalk.
Hou de kabelboom aan de binnenkant van het kanaal (Figuur 13).
Gaten maken voor de ventilatieopeningen
-
Zoek de 4 voorboorkuiltjes aan de bovenkant van
het dashboard (Figuur 14) en boor 4 openingen (76 mm of 3") direct
boven de voorboorkuiltjes.
Note: Gebruik een gatenzaag van 76 mm (3") om de ventilatieopeningen
uit te boren.
-
Zoek de 2 voorboorkuiltjes op de vloer (Figuur 15) en boor
2 openingen (76 mm of 3") direct boven de voorboorkuiltjes.
-
Verwijder de braam van de openingen.
De lange slangen leiden
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Zuigslang | 1 |
| Lange afvoerslang | 1 |
Note: Leid de lange afvoerslang en zuigslang voordat u de HVAC-kast
monteert. Hierdoor hebt u meer ruimte om de slangen te leiden.
-
Leid de zuigslang van de voorkant van de machine naar
de achterkant, in de buurt van de compressor (Figuur 16 en Figuur 17).
-
Leid de afvoerslang van de voorkant van de machine
naar de achterkant, in de buurt van de condensor (Figuur 17 en Figuur 18).
De HVAC-installatiekast monteren
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| HVAC-installatiekast | 1 |
| Luchtinlaatkap | 1 |
| HVAC-montagebeugel | 1 |
| Flensadapter | 2 |
| Schuimrubber afdichting | 1 |
| Slotbout (¼ x ¾") | 6 |
| Borgmoer (¼") | 6 |
| Koelvloeistofslang (⅝ x 13") | 1 |
| Koelvloeistofslang (⅝ x 26") | 1 |
| Ontluchtingsslang (55 mm x 68,6 cm) | 4 |
| Ontluchtingsslang (55 mm x 45,7 cm) | 2 |
| Slangklem | 2 |
| Grote kabelbinder | 6 |
| Ontluchtingsgat (niet verstelbaar) | 2 |
| Ontluchtingsgat (verstelbaar) | 4 |
| Zelftappende schroef (1,46 x 13 mm) | 4 |
| Bolkopschroef (M5 x 22 mm) | 4 |
-
Sluit de 4 ontluchtingsslangen (55 mm x 68,6 cm)
aan op de verstelbare ventilatieopeningen en de 2 ontluchtingsslangen
(55 mm x 45,7 cm) aan op de niet-verstelbare ventilatieopeningen.
Maak hierbij gebruik van 6 grote kabelbinders zoals getoond in en Figuur 24.
Note: Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen zo gericht staan dat
ze in de richting van de bestuurder blazen aan de bestuurderszijde
en in de richting van de passagier aan de passagierszijde.
-
Leid de slangen en monteer de 4 verstelbare ventilatieopeningen
in de 4 bovenste openingen; zie Figuur 23 en Figuur 24.
-
Leid de slangen en monteer de 2 niet-verstelbare ventilatieopeningen
in de onderste 2 openingen; zie Figuur 23 en Figuur 24.
-
Bevestig de HVAC-installatiekast aan de HVAC-montagebeugel
met 6 slotbouten (¼ x ¾") en 6 borgmoeren
(¼"); zie Figuur 19. Draai de bouten vast met een torsie van 11 N·m.
-
Verwijder de bestaande kap over het luchtfilter en
de 4 bouten aan de kant van de HVAC-installatiekast. Gooi de kap en
de bouten weg (Figuur 20).
-
Plaats de schuimrubber afdichting op de luchtinlaatkap
door te beginnen bij de hoek aangegeven in Figuur 21.
Note: Hou de schuimrubber afdichting strak bij het omwikkelen van
de hoeken om het kreuken te verminderen.
-
Snij het overtollige schuim weg wanneer u klaar bent
met het plaatsen van de schuimrubber afdichting.
-
Plaats de flensadapters in de luchtinlaatkap (Figuur 21 en Figuur 23).
-
Monteer de luchtinlaatkap op de HVAC-kast met 4 bolkopschroeven
(M5 x 22 mm); zie Figuur 22 en Figuur 23.
Note: Om te voorkomen dat de rubberen zwelmoeren in de HVAC-kast worden
gedrukt, moet u de schroeven met de hand aandraaien (Figuur 22).
-
Monteer de luchtinlaatkap op de HVAC-kast met 4 zelftappende
schroeven (1,46 x 13 mm); zie Figuur 23.
Note: Draai de zelftappende schroeven met de hand aan om te voorkomen
dat de schroefdraad in het plastic wordt beschadigd.
-
Sluit de 2 koelvloeistofslangen aan op de voorkant
van de HVAC-kast met 2 slangklemmen zoals getoond in Figuur 25.
De HVAC-kast en slangen plaatsen
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Zeskantbout (5/16 x ¾") | 2 |
| Slotbout (¼" x ¾") | 2 |
| Borgmoer (¼") | 2 |
| Grote kabelbinder | 6 |
| Torx®-schroef
(#10 x ⅜") | 4 |
| Relais (280 12 V 50/30 A) | 2 |
| Slang | 3 |
| Slangklem | 2 |
| Waterkraan | 1 |
| Korte afvoerslang | 1 |
-
Sluit de 4 ontluchtingsslangen (55 mm x 68,6 cm)
aan op de HVAC-kast en de 2 ontluchtingsslangen (55 mm x 45,7 cm)
aan op de luchtinlaatkap. Maak hierbij gebruik van 6 grote kabelbinders
zoals getoond in Figuur 23 en Figuur 24.
-
Bevestig de voorkant van de HVAC-installatiekast aan
het frame van de machine met 2 zeskantbouten (5/16 x ¾").
Draai de bouten vast met een torsie van 22,6 N·m; zie Figuur 26.
Important: Blijf uit de buurt van het schakelmechanisme en de stuurkolom
bij het monteren van de slangen.
-
Bevestig de achterkant van de HVAC-installatiekast
aan beugels op de machine met 2 slotbouten (¼ x ¾")
en 2 borgmoeren (¼"); zie Figuur 27.
-
Monteer het relais aan de kabelboom en de HVAC-kast
(Figuur 12).
-
Koppel de aanwezige koelvloeistofslang los van de
zijkant van de koeltank (Figuur 28) en kort de slang met 23 cm
in. Bewaar de slangklem.
-
Sluit de 2 koelvloeistofslangen die eerder op de verwarmingsinstallatiekast
waren gemonteerd aan op hun juiste poorten op de waterkraan met 2
slangklemmen (Figuur 30).
Note: Als er een BOSS sneeuwruimer op de machine is gemonteerd, leidt
u de onderste slang van het verwarmingsblok (Figuur 29) rond de solenoïde van
de sneeuwruimer.
-
Sluit de eerder ingekorte thermostaatomlooplang aan
op de waterkraan met een slangklem (Figuur 29 en Figuur 30).
-
Sluit de resterende slang aan op de waterkraan met
een slangklem, en sluit het andere uiteinde van de slang aan op de
grote poort op het bovenste reservoir met een slangklem (Figuur 29 en Figuur 30).
-
Leid de zuigslang en de afvoerslang naar de HVAC-kast
(Figuur 31).
De compressor plaatsen voor een benzinemotor
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Compressor | 1 |
| Riem | 1 |
| Spanpoelie | 2 |
| Borgmoer (⅜") | 5 |
| Schakelaar met dubbele functie | 1 |
| T-fitting (# 8, ¼") | 1 |
| 90°-elleboogfitting
(O-ring pilot, -8) | 1 |
| O-ring (-08) | 2 |
| 90°-elleboogfitting
(O-ring pilot, -10) | 2 |
| O-ring (-10) | 2 |
| Flensbout (⅜" x 3¼") | 2 |
| Riemaandrijving | 1 |
| Flensbout (⅜" x 1¼") | 3 |
-
Maak de bovenste stelbout van de wisselstroomdynamo
los en verwijder de riem.
-
Monteer de spanpoelies en de spaninrichting van de
riem met 2 bouten (⅜" x 3¼") en 2 borgmoeren
(⅜); zie Figuur 32 en Figuur 35. Draai de bouten vast met een torsie van 40,7 N·m.
-
Monteer de compressor aan de motorbevestiging met
de ringconnector voor de aarding van de kabelboom, 3 flensbouten (⅜"
x 1¼") en 3 borgmoeren (⅜"); zie Figuur 35. Draai
de bouten vast met een torsie van 40,7 N·m.
-
Monteer de fittings van de compressor met de hand
op de compressor; zie Figuur 33 en Figuur 34.
Note: Zorg ervoor dat de O-ringen goed op de fittingen zitten, zodat
ze niet worden platgedrukt of doorgesneden wanneer u de fittingen
plaatst.
-
Plaats de fittings en markeer hun locaties (Figuur 33 en Figuur 34).
-
Verwijder de fittings, plaats de fittings en maak
hierbij gebruik van de markeringen, en draai de fittings vast.
-
Monteer de fittings van de compressor op de compressor
en draai ze vast (Figuur 33 en Figuur 34).
-
Monteer de fittings, O-ringen en ellebogen aan de
compressor zoals getoond in Figuur 34.
-
Plaats de riem op de compressor, spanpoelies, motor
en wisselstroomdynamo (Figuur 35 en Figuur 37).
Note: Stel de wisselstroomdynamo af om spanning op de riem te zetten.
-
Stel de wisselstroomdynamo bij tot de riem is aangespannen.
U kunt een rolkoevoet gebruiken om bij deze stap te helpen.
-
Draai de bovenste stelbout van de wisselstroomdynamo
vast.
-
Meet de riemdoorbuiging door 98 N kracht of 8 tot
10 mm doorbuiging uit te oefenen op de riem tussen de ventilatorpoelie
en de poelie van de wisselstroomdynamo (Figuur 38).
-
Als de spanning van de riem niet juist is, moet u
de stappen voor het aanspannen van de riem herhalen.
De compressor plaatsen voor een dieselmotor
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Compressor | 1 |
| Riem | 1 |
| Flensbout (⅜" x 1¼") | 3 |
| Borgmoer (⅜") | 2 |
| Schakelaar met dubbele functie | 1 |
| O-ring (-08) | 1 |
| T-fitting (# 8, ¼") | 1 |
| 90°-elleboogfitting
(O-ring pilot, -10) | 2 |
| O-ring (-10) | 2 |
-
Maak de bovenste stelbout van de wisselstroomdynamo
los en verwijder de riem.
-
Monteer de fittings, O-ringen en ellebogen aan de
compressor zoals getoond in Figuur 39.
Note: Zorg ervoor dat de O-ringen goed op de fittingen zitten, zodat
ze niet worden platgedrukt of doorgesneden bij het plaatsen van de
fittingen.
-
Bevestig de slangen van de compressor aan de fittingen
zoals op Figuur 39.
-
Monteer de compressor aan de motorbevestiging met
de ringconnector voor de aarding van de kabelboom, 3 flensbouten (⅜"
x 1¼") en 2 borgmoeren (⅜"); zie Figuur 39 en Figuur 40. Draai
de bouten vast met een torsie van 40,7 N·m.
-
Plaats de riem op de compressor, spanpoelies, motor
en wisselstroomdynamo (Figuur 39).
Note: Stel de wisselstroomdynamo af om spanning op de riem te zetten.
Note: Stel de wisselstroomdynamo af om spanning op de riem te zetten.
-
Stel de wisselstroomdynamo bij tot de riem is aangespannen.
U kunt een rolkoevoet gebruiken om bij deze stap te helpen.
-
Draai de bovenste stelbout van wisselstroomdynamo
vast.
-
Gebruik uw vinger of een liniaal om de riemdoorbuiging
te meten door een kracht van 98 N uit te oefenen tussen de poelies
zoals aangegeven in Figuur 41.
-
Als de spanning van de riem niet juist is, moet u
de stappen voor het aanspannen van de riem herhalen.
De condensor en het zijpaneel monteren
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Condensor | 1 |
| Condensorbeugel | 1 |
| Zijpaneel | 1 |
| Flensmoer (5/16") | 3 |
| R-klem | 2 |
| Bout (5/16" x 1¼") | 3 |
| 180°-fitting | 1 |
| O-ring (-06) | 1 |
| 90°-elleboogfitting
(O-ring pilot, -08) | 1 |
| O-ring (-08) | 1 |
| Platte ring (5/16") | 2 |
| Zelftappende schroef (5/16" x ¾") | 2 |
| Slotbout (¼" x ¾") | 1 |
| Borgmoer (¼") | 1 |
-
Verwijder het bestaande zijpaneel van de machine.
Verwijder de bestaande druknagels van het bestaande zijpaneel voor
gebruik in het nieuwe zijpaneel. Bewaar de bevestigingsmiddelen.
-
Monteer de 90°-elleboogfitting
(O-ring pilot, -8) en O-ring (08) aan de bovenkant van de condensor
(Figuur 42).
-
Monteer de 180°-elleboogfitting
en O-ring (06) aan de zijkant van de condensor (Figuur 42).
-
Schuif de R-klemmen over de slangen van de condensor
(Figuur 42).
-
Monteer de condensor aan de condensorbeugel met een
bout (5/16" x 1¼") en een flensmoer (5/16");
zie (Figuur 42). Draai de bouten vast met een torsie van 22,6 N·m.
-
Monteer de condensorslang die van de HVAC-kast (onderste
slang) naar de condensor loopt. Maak hierbij gebruik van de R-klem,
een bout (5/16" x 1¼") en een flensmoer
(5/16"); zie Figuur 42.
-
Leid de kabelboom naar de condensor en monteer de
connector op de condensor.
-
Begin van de achterkant en monteer het nieuwe zijpaneel
aan het machineframe met de eerder verwijderde druknagels (Figuur 44).
Note: Gebruik 2 zelftappende schroeven (5/16" x ¾")
voor de laatste 2 gaten in het zijpaneel.
-
Monteer de condensorbeugel en het nieuwe zijpaneel
aan het machineframe met 2 zelftappende schroeven (5/16" x ¾")
en 2 platte ringen (5/16"); zie Figuur 44 en Figuur 49.
-
Monteer de condensorslang die van de compressor (bovenste
slang) naar de condensor loopt. Maak hierbij gebruik van de R-klem,
een bout (5/16" x 1¼") en een flensmoer
(5/16"); zie Figuur 42.
-
Monteer van onder de machine de eerder verwijderde
plastic schroeven aan het nieuwe paneel en zijpaneel met de brandstoftank
(Figuur 45 en Figuur 47). Draai
de plastic schroeven vast met een torsie van 2,25 N·m.
-
Voor machines met dieselmotoren moet u de onderste
borgmoer van de brandstofpomp losdraaien zoals getoond in Figuur 48.
Note: Voor machines met dieselmotoren: verwijder de bout niet. Maak
de borgmoer enkel los.
-
Voor machines met benzinemotoren: monteer de slotbout
(¼" x ¾") en een borgmoer (¼")
aan de machine, maak hierbij gebruik van de uitsparing voor de slotbout
(Figuur 46).
Note: Draai de slotbout en moer niet aan.
-
Schuif de condensorbeugel tussen de borgmoer (¼")
en het onderste machineframe (Figuur 47 en Figuur 48).
-
Draai de slotbout (¼" x ¾")
en een borgmoer (¼") vast; zie (Figuur 47 en Figuur 48).
De kabelboom en de slangaansluitingen controleren
Controleer en zorg ervoor dat de slangaansluitingen goed vastzitten.
Bevestig de kabelboom en slangen uit de buurt van bewegende
onderdelen en hete oppervlakken met kabelbinders (Figuur 12, Figuur 13 en Figuur 50).
De accu aansluiten
Sluit de minkabel (-) aan op de accu.
Het koelsysteem ontluchten
Waarschuwing
Als de motor heeft gelopen, kan de hete koelvloeistof, die onder
druk staat, ontsnappen indien de radiateurdop wordt verwijderd. Dit
kan brandwonden veroorzaken.
Type koelvloeistof: 50% ethyleen-glycol
met organische additieventechnologie (OAT, organic additive technology)
50% destilleerwater
-
Verwijder de dop van het reservoir van het koelsysteem.
-
Vul het reservoir van het koelsysteem tot de koelvloeistof
de onderste lijn in het reservoir bereikt.
-
Draai de knop voor de temperatuurregeling naar de
hoogste stand.
-
Start de motor en laat deze lopen tot de koelventilator
afslaat.
Wanneer de machine op bedrijfstemperatuur is,
moet het koelvloeistofpeil in het reservoir op de bovenste lijn staan.
-
Voeg indien nodig koelvloeistof bij om de lucht te
vervangen die uit het koelsysteem is verwijderd.
-
Plaats de dop van het reservoir van het koelsysteem
terug.
Het HVAC-systeem opladen
Volume HVAC-systeem: 414 ml
Koelmiddeltype: R134a
-
Zorg ervoor dat alle onderdelen van de airconditioning
van de machine geïnstalleerd en veilig zijn.
-
Laat een gecertificeerde airconditioning onderhoudstechnicus
het aircosysteem volledig leegmaken, het systeem op de juiste wijze
bijvullen met R314a-koelmiddel en vervolgens het systeem op lekkage
testen.