Veiligheid

Waarschuwingspictogram

Het waarschuwingssymbool (Figuur 1) dat wordt getoond in deze handleiding en op de machine geeft belangrijke veiligheidsinformatie aan die u moet opvolgen om ongelukken te voorkomen.

g000502

Het waarschuwingssymbool wordt weergegeven boven de informatie die u waarschuwt voor onveilige acties of situaties en wordt gevolgd door het woord GEVAAR, WAARSCHUWING, of VOORZICHTIG.

GEVAAR: een direct gevaarlijke situatie die, indien niet voorkomen, altijd zal leiden tot ernstig of fataal letsel.

WAARSCHUWING: een mogelijk gevaarlijke situatie die, indien niet voorkomen, kan leiden tot ernstig of fataal letsel.

VOORZICHTIG: een mogelijk gevaarlijke situatie die, indien niet voorkomen, kan leiden tot licht of middelmatig letsel.

Er worden in deze handleiding nog twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient.

Installatie

De machine gebruiksklaar maken

  1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

  2. Haal de parkeerrem aan.

  3. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.

  4. Wacht tot de motor volledig afgekoeld is.

  5. Maak de aardingskabel (zwart) los van de accu. Koppel vervolgens de pluskabel (rood) los van de accu.

  6. Breng de stoel omhoog door hem naar voren te duwen; raadpleeg de Gebruikershandleiding.

  7. Breng de laadbak omhoog en bevestig hem met de steunstang in de onderhoudsstand; raadpleeg de Gebruikershandleiding.

  8. Verwijder het paneeldeksel van het achterframe door de sluitingen los te maken en het deksel van het achterframe op te tillen (Figuur 2).

    g483813

De bestaande motor verwijderen

g483870
  1. Koppel de gaskabel van de motor los van de kogelverbinding op de gashendel en verwijder de kabel van de beugel van de gashendel (Figuur 3).

  2. Maak de slangklem los waarmee de luchtinlaatslang is bevestigd aan de motor en het luchtfilter. Verwijder de inlaatslang (Figuur 3).

  3. Koppel de zuurstofsensor los van de kabelboom van de motor (Figuur 3).

  4. Verwijder de 2 flenskopbouten waarmee het uitlaatspruitstuk en de pakking zijn bevestigd. Bewaar de moeren en verwijder de uitlaat (Figuur 3).

  5. Koppel de slangen los van de motor met elektronische brandstofinjectie (Figuur 3):

    Important: Noteer de geleiding van de brandstofslangen en de plekken waar de slangklemmen zijn aangebracht.

    1. Koppel de brandstoftoevoerslang los aan de brandstofinjector.

    2. Koppel de pulsslang aan de pulslijnfilter los en verwijder de slang van de R-klem.

    3. Koppel de EVAP-slang aan de gasklepbehuizing los.

  6. Koppel de machinekabelboom los van de kabelboom van de motor die is bevestigd aan de linkerkant van de draaiarm onder het luchtfilter.

  7. Verwijder de CVT-aandrijfriem, de riem van de dynamo van de starter en de primaire koppeling van de motor.

  8. Verwijder de 2 flenskopbouten waarmee de sleutelbalk bevestigd is aan de motor (Figuur 4).

    g484384
  9. Verwijder de flenskopbout waarmee de beugel van de dynamo van de starter bevestigd is aan de motor (Figuur 4).

  10. Verwijder de 4 flenskopbouten waarmee de motor is bevestigd aan het platform van de draaiarm (Figuur 5).

    Note: Let er voor montagedoeleinden op dat de minkabel van de accu is bevestigd aan de motor met de linker, voorste motorbevestiging.

    g484395
  11. Verwijder voorzichtig de motor van de draaiarm en het voertuig. Gebruik hiervoor een geschikt hefwerktuig.

    Important: Zorg ervoor dat u de motor, brandstofslangen, bedieningskabels, elektrische kabelboom of andere onderdelen niet beschadigt terwijl u de motor verwijdert.

    Voorzichtig

    De motor weegt ongeveer 34,5 kg. Als u de motor alleen optilt, kan dit lichamelijk letsel veroorzaken.

    Om lichamelijk letsel te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de motor goed wordt ondersteund met een hefwerktuig als hij uit het voertuig wordt verwijderd.

De nieuwe peilstokbuis monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Peilstokbuis (kort)1
Peilstokbuis (lang)1
Loctite® 620 (0,5 ml)1

Important: Om de beste resultaten te verkrijgen, dient u de Loctite® 620 gedurende 24 uur te laten drogen om de juiste hittebestendigheid te ontwikkelen.U kunt de droogtijd inkorten tot 8 uur als de omgevingstemperatuur boven 22°C bedraagt..

  1. Identificeer de peilstokbuis die voor uw voertuig moet worden gebruikt:

    • Voor verhoogde voertuigen: gebruik de korte peilstokbuis van de set.

    • Voor standaard voertuigen: gebruik de lange peilstokbuis van de set.

  2. Verwijder de bout van het montageoppervlak van de motor (Figuur 6).

    Bewaar de bout.

    g287253
  3. Reinig de opening van de peilstokbuis waar u de peilstokhuis gaat monteren grondig (Figuur 7).

    g287250
  4. Breng Loctite® 620 gelijkmatig aan rond het afdichtingsoppervlak van de peilstokbuis (Figuur 8).

    g287249
  5. Steek de peilstokbuis schuin in de opening van de buis (Figuur 9).

    g287251
  6. Tik met een rubberen hamer op de beugel (item 1) op de peilstokbuis (Figuur 9) om de buis in de motor te bevestigen.

    Important: Als u de buis op een andere plek dan de beugel raakt, kunt u de buis beschadigen.

  7. Zorg ervoor dat de onderkant van de peilstokbuis gelijk komt met de opening van de buis (Figuur 10).

    g288128
  8. Draai de peilstokbuis zodat deze evenwijdig is met het montageoppervlak van de motor en bevestig deze met de eerder verwijderde bout (Figuur 11).

    g287252
  9. Draai de bout vast met een torsie van 10,7 tot 11,3 N·m.

  10. Steek de peilstok in de peilstokbuis.

  11. Zorg ervoor dat de Loctite® 620 goed droogt.

De motor monteren

  1. Monteer de motor door de stappen in De bestaande motor verwijderen in de omgekeerde volgorde uit te voeren.

    Note: Zorg ervoor dat u alle pluggen en deksels verwijdert die op de slang en motoropeningen zitten.

  2. Draai alle bevestigingen vast volgens de juiste specificaties zoals getoond in Figuur 12.

    g484585
  3. Sluit de pluskabel (rood) aan op de accu.

  4. Sluit de aardingskabel (zwart) aan op de accu.

  5. Controleer of het motoroliepeil correct is.

  6. Controleer de werking van de gaskabel en stel af indien nodig:

    1. Draai aan de behuizing van de gaskabel de voorste contramoer losser en de achterste contramoer vaster om het toerental in laag stationair te verhogen (Figuur 13).

      g229954
    2. Test het hoog stationaire toerental met een toerenteller:

      1. Zorg ervoor dat de schakelhendel in NEUTRAAL staat.

      2. Start de motor.

      3. Druk het gaspedaal volledig in en controleer het motortoerental met een toerenteller; het toerental moet tussen 3.650 en 3.750 tpm liggen. Als dat niet het geval is, moet u de motor afzetten en de contramoeren van de kabel afstellen.

        Important: Stel het toerental in hoog stationair niet lager in. Controleer met een toerenteller of het toerental in hoog stationair tussen 3.650 en 3.750 tpm ligt.

De montage voltooien

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Kabelbinder2
  1. Sluit de kabelboom van de machine aan op de kabelboom van de motor (Figuur 14).

  2. Gebruik een kabelbinder om de 2 connectoren van de motorkabelboom aan elkaar vast te maken. Gebruik vervolgens de andere kabelbinder om de motorkabelboom vast te maken aan de aardingskabel (zwart) van de accu (Figuur 14).

    g483846
  3. Monteer het paneeldeksel van het achterframe, breng de stoel naar beneden en laat de laadbak zakken.