Installatie

Note: De losse onderdelen zijn verpakt in 3 modelspecifieke, duidelijk gelabelde zakken. Daarnaast is er 1 zak met gemeenschappelijke onderdelen.

De machine gebruiksklaar maken

  1. Parkeer de machine op een horizontaal vlak en stel de parkeerrem in werking.

  2. Til de motorkap op; raadpleeg uw Gebruikershandleiding.

  3. Breng de laadbak omhoog; raadpleeg uw Gebruikershandleiding.

  4. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.

  5. Koppel de minkabel los van de accu; raadpleeg uw Gebruikershandleiding.

  6. Kies de zak met losse onderdelen voor uw model en zoek de zak met gewone onderdelen. Gooi de zakken met niet gebruikte onderdelen weg.

De set voor ruitensproeiervloeistof monteren

Voor modellen uit de GTX serie

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Sproeiervloeistoftank1
Montagebeugel voor sproeierreservoir1
Sproeiervloeistofslang1
Borgmoer (5/16")4
Slotbout (5/16" x ¾")4
Kabelboom1
Mannelijke rechte fitting1
Vrouwelijke rechte fitting1
Flenskopschroef (¼" x ⅝")4
Borgmoer (¼")4

De sproeiervloeistoftank monteren

Voor machines uitgerust met de opbergbak

Gooi de beugel voor het sproeierreservoir weg als uw machine uitgerust is met de set met opbergbak.

  1. Monteer de sproeiervloeistoftank op de opbergbak; gebruik hierbij de 4 flenskopschroeven (¼” x ⅝”) en 4 borgmoeren (¼”) zoals afgebeeld op Figuur 1.

    g036260
  2. Draai de borgmoeren aan met een torsie van 1017 tot 1243 N∙cm.

De sproeiervloeistoftank monteren

Voor machines zonder opbergbak
  1. Monteer de sproeiervloeistoftank op de beugelbevestiging voor het sproeierreservoir; gebruik hierbij 4 slotbouten (5/16" x ¾") en 4 borgmoeren (5/16") zoals afgebeeld op Figuur 2.

    g036261
  2. Draai de flensmoeren (5/16 inch) aan met een torsie van 1987 tot 2542 N·cm.

  3. Monteer de beugelbevestiging van het sproeierreservoir op de dashboardversteviging; gebruik hierbij de 2 flenskopschroeven (¼" x ⅝") en 2 borgmoeren (¼") zoals afgebeeld op Figuur 3.

    g036262
  4. Draai de borgmoer (¼") aan met een torsie van 1.017 tot 1.243 N·cm.

De slang leiden en aansluiten

  1. Til de machine op met assteunen.

  2. Sluit de vrouwelijke rechte fitting aan op de cabineslang en de rechte mannelijke fitting op de bijgeleverde slang (Figuur 4).

    g036331
  3. Sluit de vrouwelijke rechte fitting van de bijgeleverde slang aan op de rechte mannelijke fitting van de cabineslang (Figuur 5).

    g036328
  4. Leid de bijgeleverde slang langs de plaat van het vloerkanaal en door de opening in het framekanaal (Figuur 6).

    g036329
  5. Leid de bijgeleverde slang door de opening bovenaan het framekanaal (Figuur 7).

    g036330
  6. Bevestig de bijgeleverde slang waar nodig langs het framekanaal.

  7. Sluit de set aan op de pomp; zie De slang op de pomp aansluiten.

De slang op de pomp aansluiten

  1. Lijn aan de sproeiervloeistoftank het uiteinde van de slang uit met de slangpilaar in de sproeiervloeistofpomp (Figuur 8).

    g036319
  2. Duw de slang zo ver mogelijk op de slangpilaar (Figuur 8).

    Note: Als de slang te lang is, maak deze dan korter.

De bijgeleverde kabelboom leiden en aansluiten op de cabinekabelboom

  1. Verbind de mannelijke aansluiting van de bijgeleverde kabelboom met de vrouwelijke aansluiting van de cabinekabelboom (Figuur 9).

    g036333
  2. Leid de bijgeleverde kabelboom langs de plaat van het vloerkanaal en door de opening in het framekanaal (Figuur 10).

    g036334
  3. Leid de bijgeleverde kabelboom door de opening bovenaan het framekanaal (Figuur 11).

    g036335
  4. Bevestig de bijgeleverde kabelboom waar nodig langs het framekanaal.

De bijgeleverde kabelboom aansluiten op de sproeiervloeistofpomp

  1. Lijn de connector met 2 contacten van de kabelboom uit met de stekker met 2 platte contacten van de sproeiervloeistofpomp (Figuur 12).

  2. Duw de stekker van de kabelboom op de pomp tot de stekker niet meer verder kan (Figuur 12).

    g036360

De accu aansluiten

  1. Koppel de minkabel aan; raadpleeg uw Gebruikershandleiding.

  2. Laat de laadbak zakken en sluit de motorkap; raadpleeg uw Gebruikershandleiding.

De set voor ruitensproeiervloeistof monteren

Voor modellen uit de HD serie

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Sproeiervloeistoftank 1
Montagebeugel voor sproeierreservoir 1
Sproeiervloeistofslang 1
Slotbout (5/16" x ¾")2
Borgmoer (5/16")2
Slotbout (¼" x 1¼")2
Band 1
Afstandsstuk (¼")2
Borgmoer (¼")2
Geribde slangaansluiting 1
Kabelboom 1
Druknagel 8

Het dakpaneel verwijderen

Gewicht dakpaneel: 9,5 kg

  1. Verwijder de 10 bouten (¼" x 1") en 10 afdichtringen (¼") waarmee het dakpaneel aan de steunbeugels van het dak van de cabine is bevestigd (Figuur 13).

    Note: Bewaar de bouten en ringen voor de montage van het dakpaneel in De plug van het dakpaneel en het dakpaneel monteren.

    g027597
  2. Til het dakpaneel recht omhoog op en verwijder het van de cabine van de machine.

    Note: Wees voorzichtig wanneer u het dakpaneel neerzet zodat u het oppervlak en de randen van het paneel niet beschadigt.

  3. Verwijder de plug uit de dakconsole (Figuur 14).

    g027788

De sproeiervloeistoftank monteren

  1. Monteer de sproeiervloeistoftank op de beugelbevestiging voor het sproeierreservoir; gebruik hierbij 2 slotbouten (5/16" x ¾") en 2 borgmoeren (5/16") zoals afgebeeld op Figuur 15.

    g027615
  2. Draai de borgmoeren aan met een torsie van 1.987 tot 2.542 N·cm.

  3. Zoek de 2 openingen van 6,3 mm in het midden van het achterste paneel van de cabine (Figuur 16).

    Note: De afstand tussen de openingen bedraagt 178 mm.

    g027610
  4. Maak met een els of drevel een opening door het binnenste schuimpaneel (Figuur 17) op de locaties van de openingen die u hebt gevonden in stap 3.

    Note: Wees voorzichtig als u een scherpe els of drevel gebruikt.

    g027611
  5. Bevestig de 2 slotbouten (1/4 x 1-1/4 inch), band en 2 afstandsstukken (1/4 inch) in de openingen die u in het binnenste schuimpaneel hebt gemaakt (Figuur 18).

    g027612
  6. Bevestig de bevestigingsbeugel van het sproeierreservoir en de sproeiervloeistoftank (Figuur 19) aan de 2 slotbouten (¼" x 1¼") met de 2 borgmoeren (¼").

    g027613
  7. Draai de flensborgmoeren aan met een torsie van 1017 tot 1243 N·cm.

De slang aan de ruitenwisser aansluiten

  1. Leid aan de dakconsole 1 uiteinde van de slang door de opening in de dakconsole (Figuur 20)

    g027795
  2. Plaats het smalle uiteinde van de slangpilaar in het uiteinde van de slang van de ruitenwisserarm tot de slangpilaar niet meer verder kan (Figuur 20).

  3. Plaats het brede uiteinde van de slangpilaar in het uiteinde van de slang tot de slangpilaar niet meer verder kan (Figuur 20).

De slang leiden

  1. Leid de slang naar de linkerkant van de dakconsole langs het afdichtingsrubber aan de voorkant van het cabineframe (Figuur 21).

    g027835
  2. Leid de slang naar achteren langs het linker framekanaal van de cabine (Figuur 21).

  3. Leid het vrije uiteinde van de slang in de opening aan de bovenkant van de B-zuil aan de bestuurderszijde van het cabineframe en naar beneden door het frame (Figuur 22).

    Note: Gebruik een stijve draad van ongeveer 173 cm lang om de slang door de B-zuil van het cabineframe te trekken.

    g028020
  4. Leid het vrije uiteinde van de slang langs de achterkant van de cabine en lijn de slang uit met de geribde fitting in de sproeiervloeistofpomp (Figuur 23).

    g027837

De slang op de pomp aansluiten

  1. Lijn aan de sproeiervloeistoftank het uiteinde van de slang uit met de slangpilaar in de sproeiervloeistofpomp (Figuur 24).

    g027844
  2. Duw de slang zo ver mogelijk op de slangpilaar (Figuur 24).

    Note: Als de slang te lang is, maak deze dan korter in stap 9 van De kabelboom en de slang bevestigen.

De kabelboom bij de dakconsole aansluiten

  1. Leid aan de dakconsole het kabelboomuiteinde met de stekker met 2 pinnen voor de sproeiervloeistofpomp door de opening in de dakconsole (Figuur 25).

    g027842g027841
  2. Lijn de stekker met 2 pinnen van de sproeiervloeistofpomp uit met de connector met 2 contacten van de kabelboom van de cabine (Figuur 25).

  3. Duw de 2 stekkers samen tot de stekkervergrendeling vastklikt (Figuur 25).

  4. Leid de connector met 2 contacten van de kabelboom voor de sproeiervloeistofpomp naar de linkerkant van de dakconsole, langs het afdichtingsrubber aan de voorkant van het cabineframe (Figuur 25).

De kabelboom leiden

  1. Leid aan de dakconsole de kabelboom voor de sproeiervloeistofpomp (Figuur 26) naar links en langs de zijkant van de slang die u hebt gemonteerd in De slang leiden.

    g027835
  2. Leid de kabelboom naar achteren langs het linker framekanaal van de cabine (Figuur 26).

  3. Leid de connector met 2 contacten van de kabelboom in de opening aan de bovenkant van de B-zuil aan de bestuurderszijde van het cabineframe en naar beneden door het frame (Figuur 27).

    Note: Gebruik een stijve draad van ongeveer 173 cm lang om de kabelboom door de B-zuil van het cabineframe te trekken.

    g028020
  4. Leid de kabelboom voor de sproeiervloeistofpomp langs de achterkant van de cabine en lijn hem uit met de stekker met 2 platte contacten in de motor van de sproeiervloeistofpomp (Figuur 28).

    g027868

De kabelboom aansluiten op de sproeiervloeistofpomp

  1. Lijn de connector met 2 contacten van de kabelboom uit met de stekker met 2 platte contacten van de sproeiervloeistofpomp (Figuur 29).

    g027840
  2. Duw de stekker van de kabelboom op de pomp tot de stekker niet meer verder kan (Figuur 29).

De kabelboom en de slang bevestigen

  1. Verwijder de 2 kabelklemmen waarmee de kabelboom van de cabine is bevestigd aan het cabineframe vooraan links (Figuur 30).

    g027871
  2. Bevestig 2 druknagels op de plaats waar u de kabelklemmen hebt verwijderd in stap 1 (Figuur 30 en Figuur 31).

    g027872
  3. Bevestig de kabelboom van de cabine, de kabelboom van de sproeiervloeistofpomp en de slang met het kabelbindergedeelte van de druknagels (Figuur 31).

    Note: Haal de kabelbinder aan tot deze net nauw aansluit. Zorg ervoor dat u de slang niet dichtknijpt of samenvouwt.

  4. Verwijder de 3 druknagels boven het deurframe van de bestuurder (Figuur 30).

  5. Bevestig 3 druknagels op de plaats waar u de druknagels hebt verwijderd in stap 4 (Figuur 30 en Figuur 31).

  6. Bevestig de kabelboom van de sproeiervloeistofpomp en de slang met het kabelbindergedeelte van de druknagels.

  7. Plaats aan de achterkant van de cabine 3 druknagels in de 3 openingen langs het achterste paneel van de cabine (Figuur 32).

    g027873
  8. Bevestig de kabelboom van de sproeiervloeistofpomp en de slang met het kabelbindergedeelte van de druknagels.

  9. Indien nodig kunt u de slang als volgt korter maken:

    1. Verwijder aan de sproeiervloeistoftank de slang uit de geribde fitting aan de pomp (Figuur 24).

    2. Snij een stuk van de slang af om het overtollige gedeelte te verwijderen.

    3. Duw de slang zo ver mogelijk op de slangpilaar (Figuur 24).

De plug van het dakpaneel en het dakpaneel monteren

  1. Lijn de plug die u hebt verwijderd in stap 3 van Het dakpaneel verwijderen uit met de bovenste opening van de dakconsole (Figuur 14).

  2. Duw de plug naar beneden in de dakconsole tot hij vastzit (Figuur 14).

  3. Lijn de openingen in het dakpaneel uit met de clipmoeren aan de beugels van het cabineframe (Figuur 13).

  4. Plaats het dakpaneel op het cabineframe met de 10 bouten (1/4 x 1 inch) en 10 afdichtringen (1/4 inch) die u hebt verwijderd in stap 1 van Het dakpaneel verwijderen; zie Figuur 13.

  5. Draai de bouten vast met een torsie van 520 tot 678 N·cm.

De accu aansluiten

  1. Koppel de minkabel aan; raadpleeg uw Gebruikershandleiding.

  2. Laat de laadbak zakken; raadpleeg uw Gebruikershandleiding.

De set voor ruitensproeiervloeistof monteren

Voor modellen uit de MD serie

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Sproeiervloeistoftank 1
Montagebeugel voor sproeierreservoir 1
Sproeiervloeistofslang 1
Borgmoer (5/16")2
Slotbout (5/16" x ¾")2
Geribde slangaansluiting1
Kabelboom1
Druknagel3
Kabelbinder1

Het dakpaneel verwijderen

Gewicht van het dakpaneel 9,5 kg

  1. Verwijder de 10 bouten (¼" x 1") en 10 afdichtringen (¼") waarmee het dakpaneel aan de steunbeugels van het dak van de cabine is bevestigd (Figuur 33).

    Note: Bewaar de bouten en ringen voor de montage van het dakpaneel in De plug van het dakpaneel en het dakpaneel monteren.

    g027597
  2. Til het dakpaneel recht omhoog op en verwijder het van de cabine van de machine.

    Note: Wees voorzichtig wanneer u het dakpaneel neerzet zodat u het oppervlak en de randen van het paneel niet beschadigt.

  3. Verwijder de plug uit de dakconsole (Figuur 34).

    g027788

De sproeiervloeistoftank monteren

  1. Monteer de sproeiervloeistoftank op de bevestigingsbeugel voor het sproeierreservoir; gebruik hierbij 2 slotbouten (5/16" x ¾") en 2 borgmoeren (5/16") zoals afgebeeld op Figuur 35.

    g027778
  2. Draai de borgmoeren aan met een torsie van 1.987 tot 2.542 N·cm.

  3. Verwijder aan de onderste koplampsteun de 2 inbusbouten met rand (¼" x ⅞"), aan de binnenkant van de rechterkoplamp, waarmee de koplampbeugels zijn bevestigd aan de koplamp (Figuur 36).

    Note: Bewaar de 2 inbusbouten met rand (¼" x ⅞") voor de montage van de sproeiervloeistoftank en de montagebeugel voor het sproeierreservoir.

    g444050
  4. Lijn de openingen in de bevestigingsbeugel van het sproeierreservoir uit met de openingen in de onderste koplampsteun (Figuur 37).

    g444051
  5. Bevestig de steunbeugel van de tank aan de onderste koplampsteun met 2 inbusbouten met rand (¼" x ⅞") die u hebt verwijderd in stap 3 (Figuur 37).

  6. Draai de 2 bouten vast met een torsie van 79 tot 147 N·cm.

De slang aan de ruitenwisser aansluiten

  1. Leid aan de dakconsole 1 uiteinde van de slang door de opening in de dakconsole (Figuur 38)

    g027795
  2. Plaats het smalle uiteinde van de slangpilaar in het uiteinde van de slang van de ruitenwisserarm tot de slangpilaar niet meer verder kan (Figuur 38).

  3. Plaats het brede uiteinde van de slangpilaar in het uiteinde van de slang tot de slangpilaar niet meer verder kan (Figuur 38).

De slang leiden

  1. Leid de slang naar de linkerkant van de dakconsole langs het afdichtingsrubber aan de voorkant van het cabineframe (Figuur 39).

    g027791
  2. Leid het vrije uiteinde van de slang in de opening aan de bovenkant van de A-zuil (bestuurderszijde) van het cabineframe en naar beneden naar de opening aan de onderkant van de zuil (Figuur 39 en Figuur 40).

    Note: Deze opening bevindt zich ongeveer op gelijke hoogte met het midden van het dashboard.

    Note: Gebruik een stijve draad van ongeveer 130 cm lang om de slang door de A-zuil van het cabineframe te trekken.

  3. Leid het vrije uiteinde van de slang naar voren, tussen het spatscherm en de stuurkolom (Figuur 40 en Figuur 41).

    g444052
    g444053
  4. Leid het vrije uiteinde van de slang naar binnen, naar de sproeiervloeistoftank (Figuur 41).

De kabelboom bij de dakconsole aansluiten

  1. Leid aan de dakconsole het kabelboomuiteinde met de stekker met 2 pinnen voor de sproeiervloeistofpomp door de opening in de dakconsole (Figuur 42).

    g027842g027841
  2. Lijn de stekker met 2 pinnen van de sproeiervloeistofpomp uit met de connector met 2 contacten van de kabelboom van de cabine (Figuur 42).

  3. Duw de 2 connectors samen tot de stekker vastklikt (Figuur 42).

  4. Leid de connector met 2 contacten van de kabelboom voor de sproeiervloeistofpomp naar de linkerkant van de dakconsole, langs het afdichtingsrubber aan de voorkant van het cabineframe (Figuur 42).

De kabelboom leiden

  1. Leid aan de dakconsole de kabelboom voor de sproeiervloeistofpomp (Figuur 43) naar links en langs de zijkant van de slang die u hebt gemonteerd in De slang leiden.

    g027845
  2. Leid de connector met 2 contacten van de kabelboom in de opening aan de bovenkant van de A-zuil (bestuurderszijde) van het cabineframe en naar beneden naar de opening aan de onderkant van de zuil (Figuur 44).

    Note: Gebruik een stijve draad van ongeveer 130 cm lang om de kabelboom door de A-zuil van het cabineframe te trekken.

    g444054
  3. Leid de kabelboom naar voren, tussen het spatscherm en de stuurkolom (Figuur 44 en Figuur 45).

  4. Leid de kabelboom voor de sproeiervloeistofpomp naar binnen, naar de sproeiervloeistoftank, en lijn de kabelboom uit met de stekker met 2 platte contacten op de motor van de sproeiervloeistofpomp (Figuur 45).

    g444055

De kabelboom aansluiten op de sproeiervloeistofpomp

  1. Lijn de connector met 2 contacten van de kabelboom voor de sproeiervloeistofpomp uit met de stekker met 2 platte contacten van de sproeiervloeistofpomp (Figuur 46).

    g027840
  2. Duw de stekker van de kabelboom op de pomp tot de stekker niet meer verder kan (Figuur 46).

De kabelboom bevestigen

  1. Verwijder de 2 kabelklemmen waarmee de kabelboom van de cabine is bevestigd aan het cabineframe vooraan links (Figuur 47).

    g027884
  2. Bevestig 2 druknagels op de plaats waar u de kabelklemmen hebt verwijderd in stap 1 (Figuur 47 en Figuur 48).

    g027885
  3. Bevestig de kabelboom van de cabine, de kabelboom van de sproeiervloeistofpomp en de slang met het kabelbindergedeelte van de druknagels (Figuur 48).

    Note: Haal de kabelbinder aan tot deze net nauw aansluit. Zorg ervoor dat u de slang niet dichtknijpt of samenvouwt.

  4. Verwijder de kabelklem waarmee de kabelboom van de cabine onderaan het voorste cabinepaneel, aan de bestuurderszijde van de machine is bevestigd (Figuur 49).

    g027888
  5. Bevestig een druknagel op de plaats waar u de kabelklem hebt verwijderd in stap 4 (Figuur 49).

  6. Bevestig de kabelboom van de cabine, de kabelboom van de sproeiervloeistofpomp en de slang met het kabelbindergedeelte van de druknagel (Figuur 49).

  7. Rol de overtollige kabelboom van de sproeiervloeistofpomp op (Figuur 50) en bevestig de opgerolde kabelboom en slang met een kabelbinder.

    g444056

De plug van het dakpaneel en het dakpaneel monteren

  1. Lijn de plug die u hebt verwijderd in stap 3 van Het dakpaneel verwijderen uit met de bovenste opening van de dakconsole (Figuur 34).

  2. Duw de plug naar beneden in de dakconsole tot hij vastzit (Figuur 34).

  3. Lijn de openingen in het dakpaneel uit met de clipmoeren aan de beugels van het cabineframe (Figuur 33).

  4. Plaats het dakpaneel op het cabineframe met de 10 bouten (1/4 x 1 inch) en 10 afdichtringen (1/4 inch) die u hebt verwijderd in stap 1 van Het dakpaneel verwijderen; zie Figuur 33.

  5. Draai de bouten vast met een torsie van 520 tot 678 N·cm.

De accu aansluiten

  1. Koppel de minkabel aan; raadpleeg uw Gebruikershandleiding.

  2. Laat de laadbak zakken en sluit de motorkap; raadpleeg uw Gebruikershandleiding.

Gebruiksaanwijzing

De ruitensproeier gebruiken

De wisser/sproeierbediening van de voorruit gebruiken

  • Duw de wisser/sproeierschakelaar naar omhoog om de ruitenwissers van de voorruit in werking te stellen (Figuur 51).

    g027882
  • Duw de wisser/sproeierschakelaar naar beneden om de ruitenwissers van de voorruit te stoppen (Figuur 51).

  • Duw kort de bovenste helft van de wisser/sproeierschakelaar in om de sproeivloeistof op de voorruit te sproeien (Figuur 51).

De sproeivloeistoftank vullen

  1. Toegang tot de sproeivloeistoftank krijgt u als volgt:

    • Voor Workman voertuigen uit de HD serie: haal de laadbak op en plaats de laadbakbeveiliging op de hefcilinder; raadpleeg uw Gebruikershandleiding.

    • Voor Workman voertuigen uit de GTX en MD serie: breng de motorkap omhoog; raadpleeg uw Gebruikershandleiding.

  2. Verwijder de dop van de sproeivloeistoftank (Figuur 52).

    g027883
  3. Voeg water of ruitensproeiervloeistof toe via de vulbuis van de tank tot 25 mm of minder van de bovenkant van de tank (Figuur 52).

    Note: Op plaatsen waar het kan vriezen, moet u ruitenwasservloeistof voor alle seizoenen (op basis van ethanol) gebruiken.

  4. Draai de dop goed vast op de vulbuis (Figuur 52).

  5. De machine wordt als volgt voorbereid op gebruik:

    • Workman machines uit de HD serie – Verwijder de laadbakbeveiliging van de hefcilinder van de laadbak, berg de laadbakbeveiliging op en laat de laadbak neer; raadpleeg uw Gebruikershandleiding.

    • Workman machines uit de GTX en MD serie – Laat de motorkap neer en bevestig deze met de motorkapvergrendelingen; raadpleeg uw Gebruikershandleiding.