| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Bij elk gebruik of dagelijks |
|
Deze machine is een zitgreensrol bedoeld voor gebruik door professionele bestuurders in commerciële toepassingen. Hij is in de eerste plaats ontworpen voor het rollen van greens, tennispleinen en ander delicaat gazon in parken, golfterreinen, sportvelden en andere commerciële terreinen. Dit product gebruiken voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders.
Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om schade aan de machine en letsel te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine.
Ga naar www.Toro.com voor documentatie over productveiligheid en bedieningsinstructies, informatie over accessoires, hulp bij het vinden van een dealer of om uw product te registreren.
Als u service, originele Toro onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.
Important: U kunt met uw mobiel apparaat de QR-code op het plaatje met het serienummer (indien aanwezig) scannen om toegang te krijgen tot de garantie, onderdelen en andere productinformatie.

Het waarschuwingssymbool (Figuur 2) in deze handleiding en op de machine geeft belangrijke veiligheidsinformatie aan die u moet opvolgen om ongelukken te voorkomen.

Het waarschuwingssymbool staat boven informatie die u waarschuwt voor onveilige acties of situaties en wordt gevolgd door het woord GEVAAR, WAARSCHUWING, of VOORZICHTIG.
GEVAAR: een direct gevaarlijke situatie die, als deze niet wordt voorkomen, altijd zal leiden tot de dood of ernstig letsel.
WAARSCHUWING: een mogelijk gevaarlijke situatie die, als deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot de dood of ernstig letsel.
VOORZICHTIG: een mogelijk gevaarlijke situatie die, als deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot licht of middelmatig letsel.
Er worden in deze handleiding nog twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring.
Als deze machine is uitgerust met een telematica-apparaat, neem dan contact op met uw erkende Toro distributeur voor instructies over hoe u het apparaat moet activeren
CALIFORNIË
Proposition 65 Waarschuwing
Het netsnoer van dit product bevat lood, een stof waarvan bekend is dat deze kanker, geboorteafwijkingen of andere schade aan de voortplantingsorganen kan veroorzaken. Was altijd uw handen nadat u met deze onderdelen in aanraking bent geweest.
Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken. Was altijd uw handen nadat u met deze onderdelen in aanraking bent geweest.
Gebruik van dit product kan leiden tot blootstelling aan chemische stoffen waarvan de Staat Californië weet dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere schade aan het voortplantingssysteem veroorzaken.
WAARSCHUWING – Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies,
afbeeldingen en specificaties die werden meegeleverd met deze machine.
Als u nalaat om de waarschuwingen en instructies op te volgen, kan dit leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.
De term 'machine' in de waarschuwingen hieronder verwijst naar uw machine met elektriciteitskabel of met accu (draadloos).
Veiligheid van het werkgebied
Zorg ervoor dat het werkgebied schoon en goed verlicht is. Rommelige of donkere omgevingen lokken ongevallen uit.
Gebruik de machine niet in omgevingen waar ontploffingsgevaar heerst, bijvoorbeeld in de buurt van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof.
Houd kinderen en omstanders uit de buurt wanneer u met de machine aan het werk bent.Afleiding kan ervoor zorgen dat u de controle verliest.
Elektrische veiligheid
Stekkers van de machine moeten passen in het stopcontact. Pas de stekker nooit aan. Gebruik geen verloopstekkers in combinatie met een geaarde machine.Onbewerkte stekkers en passende stopcontacten verkleinen het risico op elektrische schokken.
Vermijd contact tussen uw lichaam en geaarde oppervlakken zoals buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten.Er is meer kans op elektrische schokken als uw lichaam geaard is.
Stel de machine niet bloot aan regen of natte omgevingen.Water dat een machine binnendringt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
Wees voorzichtig met het snoer. Gebruik het snoer nooit om de machine te dragen, trekken of uit het stopcontact te halen. Hou het snoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende onderdelen.Beschadigde of verwarde snoeren verhogen het risico op elektrische schokken.
Als u de machine buiten gebruikt, gebruik dan een verlengsnoer dat geschikt is voor buitengebruik.Een snoer gebruiken dat geschikt is voor buitengebruik verkleint de kans op elektrische schokken.
Als gebruik van de machine in een vochtige omgeving noodzakelijk is, gebruik dan een stroomvoorziening die beveiligd is met een aardlekschakelaar.Gebruik van een aardlekschakelaar verkleint het risico op elektrische schokken.
Persoonlijke veiligheid
Blijf alert, let op wat u doet en gebruik uw gezond verstand wanneer u de machine gebruikt. Gebruik de machine niet als u moe bent of onder de invloed van drugs, alcohol, of medicijnen verkeert.Een moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van de machine kan ernstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming.Beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, veiligheidsschoenen met antislipzool, of gehoorbescherming zullen bij juist gebruik het risico op lichamelijk letsel verkleinen.
Voorkom dat u het gereedschap ongewild inschakelt. Zorg ervoor dat de schakelaar in de uit-stand staat voordat u de machine aansluit op het elektriciteitsnet en/of het accupack.Het inschakelen van een machine met de schakelaar aan nodigt uit tot ongelukken.
Verwijder stelsleutels en moersleutels voordat u de machine inschakelt.Een moer- of stelsleutel laten zitten op een draaiend deel van de machine kan tot lichamelijk letsel leiden.
Reik niet te ver. Zorg dat u te allen tijde stevig en evenwichtig staat.Zo hebt u meer controle over de machine als zich onverwachte situaties voordoen.
Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of juwelen. Hou uw haar en kleren uit de buurt van bewegende onderdelen.Losse kleding, juwelen en lang haar kunnen gegrepen worden door bewegende onderdelen.
Als er toestellen voorzien worden voor de aansluiting van stofafzuiging- en stofopvangvoorzieningen, zorg dan dat deze aangesloten zijn en correct worden gebruikt.Gebruik van stofopvang kan risico's veroorzaakt door stof verkleinen.
Als u vaak met dezelfde machine werkt en ermee vertrouwd raakt, bestaat het gevaar dat u er minder oplettend mee omgaat en de veiligheidsrichtlijnen niet meer naleeft. Let hiervoor op!Een nonchalante actie kan binnen een fractie van een seconde ernstig letsel veroorzaken.
Gebruik en onderhoud van de machine
Forceer de machine niet. Gebruik de juiste machine voor het werk dat u wilt verrichten.De juiste machine doet het werk beter, veiliger en in het tempo waarvoor het bedoeld is.
Gebruik de machine niet als u ze niet aan en uit kunt schakelen met de schakelaar.Een machine die niet kan worden bediend met de schakelaar is gevaarlijk en moet worden hersteld.
Koppel de stekker los van de stroomvoorziening en/of verwijder het accupack van de machine, indien dit verwijderbaar is, voordat u aanpassingen maakt, accessoires verandert of de machine stalt.Zulke preventieve veiligheidsmaatregelen verkleinen de kans dat u de machine per ongeluk inschakelt.
Bewaar een machine die niet wordt gebruikt buiten het bereik van kinderen, en voorkom dat personen die de machine of deze voorschriften niet kennen de machine gebruiken.Een machine is gevaarlijk in de handen van gebruikers die niet de nodige training hebben genoten.
Onderhoud de machine en de accessoires. Controleer op slechte uitlijning of vastlopen van bewegende onderdelen, defecte onderdelen en andere factoren die de werking van de machine nadelig kunnen beïnvloeden. In geval van schade dient u de machine te laten herstellen voordat u ze weer in gebruik neemt.Tal van ongevallen worden veroorzaakt door een slecht onderhouden machine.
Gebruik de machine, accessoires, opzetwerktuigen enz. in overeenstemming met deze instructies, rekening houdend met de werkomstandigheden en het uit te voeren werk.Gebruik van de machine voor andere doeleinden dan die waarvoor ze bedoeld is, kan aanleiding geven tot een gevaarlijke situatie.
Hou de handgrepen en aanraakoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet.Als de handgrepen en aanraakoppervlakken glibberig zijn, kunt u niet veilig omgaan met de machine en kunt u ze niet beheersen in onverwachte omstandigheden.
Gebruik van en onderhoud van machine met accu
Alleen herladen met de door de fabrikant aanbevolen lader.Een lader die geschikt is voor het ene type accupack kan in combinatie met een ander accupack voor brandgevaar zorgen.
Gebruik de machine alleen met specifiek daartoe bestemde accu's.Gebruik van andere accu's kan lichamelijk letsel en brand veroorzaken.
Gebruik geen accupack of machine dat/die beschadigd of aangepast is.Beschadigde of aangepaste accu's kunnen onverwacht gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosie of lichamelijk letsel.
Stel een accupack of machine niet bloot aan brand of een buitensporige temperatuur.Blootstelling aan brand of een temperatuur boven 130°C kan een explosie veroorzaken.
Volg alle instructies aangaande het laden en laad het accupack of de machine niet op buiten het temperatuurbereik dat wordt gespecificeerd in de instructies.Als u de accu of het gereedschap niet juist oplaadt of met temperaturen buiten het gespecificeerde bereik, dan kan dit de accu beschadigen en het risico op brand verhogen.
Onderhoud
Laat uw machine nazien door een erkende hersteller die alleen identieke vervangonderdelen gebruikt.Dit waarborgt veilig gebruik van de machine.
Voer nooit onderhoudswerkzaamheden uit aan beschadigde accupacks.Onderhoud van de accupacks mag enkel worden uitgevoerd door de fabrikant of erkende dienstverleners.
Dit product kan lichamelijk letsel veroorzaken. Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig letsel te voorkomen.
Lees deze Gebruikershandleiding en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de machine start.
Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kunt u verwondingen oplopen of kan eigendom worden beschadigd.
Houd handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen van de machine.
Gebruik de machine enkel als de nodige schermen en andere beveiligingsmiddelen aanwezig zijn en naar behoren werken.
Zorg ervoor dat de parkeerrem ingeschakeld is, schakel de machine uit, verwijder het contactsleuteltje, en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Laat de machine afkoelen voordat u deze afstelt, reinigt, stalt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht.
Parkeer de machine op een horizontale ondergrond, zorg dat de parkeerrem in werking is gesteld, schakel de machine uit, verwijder het contactsleuteltje (indien aanwezig) en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Laat de machine afkoelen voordat u deze afstelt, reinigt, stalt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht.
Laat kinderen of personen die geen instructie hebben ontvangen, de machine nooit gebruiken of onderhoudswerkzaamheden daaraan verrichten. Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen stellen aan de leeftijd van degene die met de machine werkt. Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen stellen aan de leeftijd van degene die met de machine werkt. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van alle bestuurders en technici.
Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningsorganen en de veiligheidssymbolen, en weet hoe u de machine veilig kunt gebruiken.
Zorg ervoor dat u weet hoe u de machine snel tot stilstand kunt brengen.
Controleer of de dodemansknoppen, de veiligheidsschakelaars en de veiligheidsschermen zijn bevestigd en naar behoren werken. Gebruik de machine uitsluitend als deze naar behoren werkt.
Controleer voordat u begint te werken altijd de machine om zeker te zijn dat de onderdelen en bevestigingen in goede staat zijn. Vervang versleten of beschadigde onderdelen en bevestigingen.
Inspecteer het terrein waarop u de machine gaat gebruiken en verwijder voorwerpen die de machine kan uitwerpen.
De eigenaar/gebruiker is verantwoordelijk voor ongelukken die persoonlijk letsel of materiële schade kunnen veroorzaken, en hij dient zulke ongelukken te voorkomen.
Draag geschikte kleding, waaronder oogbescherming, een lange broek en stevige schoenen met een gripvaste zool. Draag lang haar niet los en draag geen losse kleding of juwelen.
Gebruik de machine niet als u ziek, moe of onder de invloed van alcohol of drugs bent.
Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kunnen er letsels ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.
Hou omstanders en huisdieren uit de buurt van het werkgebied.
Vervoer nooit passagiers op deze machine.
Gebruik de machine uitsluitend bij een goede zichtbaarheid zodat u kuilen en verborgen gevaren kunt vermijden.
Gebruik de machine niet op nat gras. Als de wielen hun grip verliezen, kan de machine gaan glijden.
Voordat u de machine start: zorg ervoor dat alle aandrijvingen in de neutraalstand staan en u zich in de bestuurderspositie bevindt.
Kijk achterom en omlaag voordat u achteruitrijdt om er zeker van te zijn dat de weg vrij is.
Wees voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
Werk niet in de buurt van steile hellingen, greppels of dijken. De machine kan plotseling omkantelen als een rand wegglijdt.
Breng de machine tot stilstand, schakel deze uit en controleer het werktuig als u een voorwerp heeft geraakt of als de machine abnormaal begint te trillen. Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.
Verminder uw snelheid en wees voorzichtig als u een bocht maakt of wegen en voetpaden oversteekt met de machine. Verleen altijd voorrang.
Als u de machine verlaat, laat deze dan niet draaien.
Gebruik de machine niet als er kans op bliksem is.
De machine niet gebruiken als sleepvoertuig.
Gebruik alleen door The Toro® Company goedgekeurde accessoires, werktuigen en reserveonderdelen.
Houd handen en voeten uit de buurt van de rollen.
Wees voorzichtig als u de machine aankoppelt op en afkoppelt van het trekvoertuig.
Gebruik een oprijplaat van volledige breedte bij het laden van de machine op een aanhanger of vrachtwagen.
De tractie kan enkel ingeschakeld worden als de stoelschakelaar geactiveerd is.
Verwijder gras en vervuiling van de machine om brandgevaar te verminderen.
Laat de machine afkoelen voordat u de machine binnen stalt.
Zet de onderbrekingsschakelaar van de accu op UIT wanneer u de machine gaat opslaan of transporteren.
Stal de machine nooit in de buurt van een open vuur, vonken of een waakvlam zoals die van een boiler of een ander apparaat.
Zorg ervoor dat alle onderdelen van de machine in goede staat verkeren en al het bevestigingsmateriaal stevig vastzit.
Vervang versleten, beschadigde en ontbrekende stickers.
Stel uw eigen procedures en voorschriften op voor werken op hellingen. Als onderdeel van deze procedures moet u zeker het terrein onderzoeken om na te gaan op welke hellingen u de machine veilig kunt gebruiken. Gebruik altijd uw gezond verstand en uw beoordelingsvermogen wanneer u dit onderzoek uitvoert.
Het maaien op hellingen is een belangrijke factor bij ongelukken waarbij de controle over de machine wordt verloren of deze omkantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. U bent verantwoordelijk voor een veilig gebruik van de machine op hellingen. Gebruik van de machine op hellingen vereist altijd extra voorzichtigheid.
Vertraag de machine wanneer u zich op een helling bevindt.
Als u zich ongemakkelijk voelt wanneer u de machine op een helling gebruikt, maai die helling dan niet.
Kijk uit voor gaten, geulen, hobbels, stenen of andere verborgen objecten. De machine kan omslaan op oneffenheden in het terrein. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar.
Kies een lage rijsnelheid zodat u op een helling niet hoeft te stoppen of schakelen.
De machine kan omkantelen als de rollen grip verliezen.
Gebruik de machine niet op een nat gazon. De rollen kunnen grip verliezen, ook als de remmen naar behoren werken.
Vermijd starten, stoppen of bochten maken op een helling.
Voer alle bewegingen op hellingen langzaam en geleidelijk uit. Verander niet plots de snelheid of rijrichting van de machine.
WAARSCHUWING: Risico op brand en elektrische schokken — De accu's hebben geen onderdelen die door de gebruiker onderhouden hoeven te worden.
Controleer de gangbare netspanning in uw land alvorens de lader te gebruiken.
Laad de machine niet op in een natte omgeving; bescherm ze tegen regen en sneeuw.
Het gebruik van een accessoire dat niet aanbevolen of verkocht wordt door Toro kan leiden tot brandgevaar, elektrische schok of letsel.
Om het gevaar op ontploffing van de accu te verminderen, moet u deze instructies in acht nemen, alsook de instructies van apparatuur die u in de buurt van de lader gaat gebruiken.
Accu's kunnen explosieve gassen uitstoten als ze danig overladen worden.
Neem contact op met een erkende Toro distributeur wanneer een accu onderhoud behoeft of aan vervanging toe is.
Laat kinderen of personen die geen instructie hebben ontvangen de acculader nooit gebruiken of er onderhoudswerkzaamheden aan verrichten. Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen stellen aan de leeftijd van degene die met de machine werkt. Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen stellen aan de leeftijd van degene die met de machine werkt. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van alle bestuurders en technici.
U moet alle instructies op de lader en in de handleiding lezen en begrijpen vóór u de lader in gebruik neemt, en deze instructies uitvoeren. Zorg ervoor dat u weet hoe u de lader dient te gebruiken.
Hou omstanders en kinderen uit de buurt tijdens het laden.
Schakel de machine uit en wacht tot de machine volledig zonder stroom is gevallen alvorens te laden. Als u dit niet doet, kan een vlamboog ontstaan.
Gebruik de lader alleen binnen het spanningsbereik dat in deze Gebruikershandleiding wordt aangegeven en gebruik alleen een door Toro goedgekeurd stroomsnoer.
Neem contact op met uw erkende Toro distributeur voor de juiste oplader en het juiste stroomsnoer.
Geen bevroren accu opladen.
Wees voorzichtig met het snoer. Trek niet aan het stroomsnoer om de lader uit het stopcontact te trekken. Bewaar het snoer uit de buurt van hitte, olie en scherpe randen.
Koppel de lader rechtstreeks aan op een geaard stopcontact. Gebruik de lader niet met een ongeaard stopcontact.
Maak geen aanpassingen aan het meegeleverde stroomsnoer of de stekker.
Neem metalen voorwerpen zoals ringen, armbanden, kettingen en horloges af voordat u met een lithiumionaccu gaat werken. Een lithiumionaccu kan voldoende stroom produceren om ernstige brandwonden te veroorzaken.
Gebruik een verlengsnoer dat de laadstroomsterkte aankan die in deze Gebruikershandleiding wordt aangegeven. Als u buiten oplaadt, gebruik dan een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis.
Als het stroomsnoer beschadigd raakt bij het aansluiten, haal het snoer dan uit het stopcontact en neem contact op met een erkende Toro distributeur voor een vervangsnoer.
Haal de lader uit het stopcontact als u hem niet gebruikt, voordat u hem verplaatst, of voordat u onderhoud uitvoert.
De lader niet demonteren.
Laat een erkende Toro distributeur de lader nakijken als onderhoud of herstelling vereist is.
Koppel het stroomsnoer af van het stopcontact voordat u onderhoud uitvoert of de lader gaat schoonmaken; zo verkleint u het risico op elektrische schokken.
Zorg ervoor dat de veiligheids- en instructiestickers in goede staat zijn en vervang ze indien nodig.
Gebruik de lader niet als het snoer of de stekker beschadigd is. Voor een vervangsnoer neemt u contact op met een erkende Toro distributeur.
Als de lader beschadigd is, gebruik hem dan niet; breng hem naar een erkende Toro distributeur.
Doe het volgende voordat u de bestuurdersstoel verlaat:
Zorg dat de parkeerrem in werking is gesteld.
Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
Schakel de machine uit en verwijder het contactsleuteltje.
Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.
Laat de onderdelen van de machine afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
Laat alleen bekwame technici onderhoud uitvoeren aan de machine.
Voer indien mogelijk geen onderhoudswerkzaamheden uit als de machine draait. Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.
Ondersteun de machine met assteunen als u onder de machine werkt.
Haal voorzichtig de druk van onderdelen met opgeslagen energie.
Zorg ervoor dat alle onderdelen van de machine in goede staat verkeren en al het bevestigingsmateriaal stevig vastzit.
Vervang versleten of beschadigde stickers.
Om veilige en optimale prestaties van de machine te verkrijgen, moet u ter vervanging alleen originele Toro onderdelen gebruiken. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn en de productgarantie hierdoor kan vervallen.
Zorg ervoor dat de parkeerrem ingeschakeld is, schakel de machine uit, verwijder het contactsleuteltje, en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Laat de machine afkoelen voordat u deze afstelt, reinigt, stalt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht.
Stal de machine nooit op plaatsen met een open vuur, vonken of een waakvlam.
![]() |
Informatieve en veiligheidsstickers zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. |



















Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Trekstang | 1 |
| Bout (M10) | 2 |
| Moer | 2 |
Verwijder de kabelbinder waarmee de grendel bevestigd is aan de basis van de trekstang.

Verwijder de bout (M10) en moer waarmee de grendel bevestigd is aan de houderplaat (bewaar de bout en moer).

Verwijder de borgpen van de aanhanger uit de houderplaat.

Zet de handgreep rechtop.

Breng de lus van het trekkoord van de borgpen aan op de houderplaat; zie de afbeelding hieronder.

Monteer de 3 bouten (M10) en 3 moeren zoals op de volgende afbeelding. Draai het bevestigingsmateriaal vast met een torsie van 46 tot 57 N∙m.

Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Stoelrug | 1 |
| Schroef (5/16” x 2”) | 4 |
Gebruik de 4 schroeven (5/16” x 2”) om de stoelrug vast te maken aan de onderkant van de stoel. Draai de schroeven vast met een torsie van 19,7 N∙m.

Zet de 2 schroeven (M8) van de draaiplaat van de bedieningseenheid los en draai de bedieningseenheid omhoog (Figuur 10) tot het uitlijningsteken overeenkomt met de kabelboomafdekking (Figuur 11).


Draai de 2 schroeven aan die u hebt losgedraaid.
Zet de 2 moeren onder de draaiplaat van de bedieningseenheid los en verplaats de draaiplaat naar buiten tot ze overeenkomt met het uitlijningsteken op de onderplaat.

Draai de moeren aan die u hebt losgedraaid.
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Armkussen | 1 |
| Schroef (5/16” x ¼”) | 2 |
| Ring | 2 |
Zet de 2 hendels omhoog en verwijder de zijkap.

Bevestig het armkussen aan de bedieningseenheid; gebruik hierbij 2 schroeven (5/16” x ¼”) en 2 ringen. Draai de schroeven aan met een torsie van 18 tot 22 N∙m.
Note: Richt de grootste lip van de armsteun weg van de bestuurderspositie.

Monteer de zijkap.
Benodigde onderdelen voor deze stap:
| Voedingskabel | 1 |
Bewaar de voedingskabel in het opslagcompartiment van de bedieningseenheid (zie de afbeelding hieronder).

Verwijder de kabelbinder aan de onderbrekingsschakelaar van de accu.

Draai de onderbrekingsschakelaar van de accu op AAN.

Monteer de trekstang op het trekvoertuig; zie De trekstang monteren op het trekvoertuig.
Controleer de laadtoestand van het accusysteem en laad dit indien nodig bij. Zie De lithiumionaccu's opladen.
Gebruik het display om de machine-instellingen aan te passen; zie De informatie op het weergavescherm begrijpen.


De joystick dient om zowel de snelheid als de richting van de rollen te regelen.
Druk op de rolreinigingsknop en beweeg de joystick naar links of rechts om de rollen te reinigen.

Druk op de knop automatische offset en zet de joystick in de gewenste richting om een voorgeprogrammeerde stuursequentie te beginnen en de machine aan het eind van een werkgang te positioneren.

Houd de trekker voor de kruipmodus ingedrukt om de machine langzaam in de gewenste richting te bewegen.

Gebruik het contactsleuteltje om de machine AAN of UIT te zetten. Draai het contactsleuteltje voorbij de stand AAN en start de machine.

Gebruik de transportwielschakelaar om de transportwielen omhoog en omlaag te brengen.

Met de lichtschakelaar kunt u de lichten aan- en uitzetten.

Note: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
| Breedte (totaal) | 188 cm |
| Breedte (rollen) | 175 cm |
| Lengte (in bedrijf) | 114 cm |
| Lengte (transport) | 229 cm |
| Hoogte (in bedrijf) | 137 cm |
| Hoogte (transport) | 157 cm |
| Gewicht (totaal) | 567 kg (1.250 lb) |
| Maximale rijsnelheid | 13 km/u |
| Afstand tot de grond | 20 cm |
| Aantal accu's | 2 Toro HyperCell® accu’s in basisconfiguratie (uit te breiden tot 4) |
| Nominale spanning | 61,5 V max. |
| Ampère-uren | 81,7 Ah |
Een selectie van door Toro goedgekeurde werktuigen en accessoires is verkrijgbaar voor gebruik met de machine om de mogelijkheden daarvan te verbeteren en uit te breiden. Neem contact op met een erkende servicedealer of een erkende Toro distributeur, of bezoek www.Toro.com voor een lijst van alle goedgekeurde werktuigen en accessoires.
Om de beste prestaties te verkrijgen en er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig kan worden gebruikt, moet u ter vervanging uitsluitend originele Toro onderdelen en accessoires gebruiken. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn. Dit kan ertoe leiden dat de garantie op het product komt te vervallen.

Het weergavescherm toont informatie zoals de bedrijfsmodus en diverse diagnostieken en andere informatie over de machine.
Startscherm: toont de accuspanning en de urenteller van de machine gedurende een aantal seconden nadat u de machine hebt ingeschakeld.

Runscherm: Toont de huidige snelheid van de machine en het laadniveau van de accu.

Laadscherm: Toont het laadpercentage van de accu en de stroomsterkte.

Scherm snelheidsbediening: Druk
op de knop
om naar dit scherm te gaan en de maximale snelheid aan te passen.

Voor toegang tot het hoofdmenu drukt u op de knop
op een van de hoofdinformatieschermen.
Raadpleeg de volgende tabellen voor een omschrijving van de opties die u hebt in de menu's:
Note:
Beveiligd
menu – Enkel toegankelijk met de pincode.
| Menuoptie | Beschrijving |
| STORINGEN | Bevat een lijst met de recente machinefouten. Raadpleeg de Onderhoudshandleiding of een erkende Toro distributeur voor meer informatie over het menu STORINGEN. |
| ONDERHOUD | Bevat informatie over de machine zoals bedrijfsuren en tellingen. Raadpleeg de tabel Onderhoud. |
| DIAGNOSTIEK | Geeft de verschillende huidige statussen en gegevens van de machine weer. U kunt deze informatie gebruiken om bepaalde problemen op te lossen, omdat het menu snel laat zien welke bedieningsorganen van de machine aan/uit zijn en controleniveaus weergeeft (bv. sensorwaarden). Raadpleeg de tabel Diagnostiek. |
| INSTELLINGEN | Hier kunt u het scherm configureren en aan uw voorkeuren aanpassen. Raadpleeg de tabel Instellingen. |
| BETREFFENDE | Hier ziet u het modelnummer, het serienummer en de versie van de software op uw machine. Raadpleeg de tabel Machine. |
| Menuoptie | Beschrijving |
| UREN | Geeft het totaalaantal bedrijfsuren aan van diverse onderdelen:
|
| TELLERS | Geeft tellerstanden aan van diverse onderdelen:
|
MACHINEKALIBRATIE![]() | Overzicht van diverse kalibratiefuncties:
|
ONDERHOUD MACHINE![]() | Overzicht van diverse functies voor machineonderhoud:
|
| Menuoptie | Beschrijving |
| ACCU | Geeft de status van het accusysteem weer. |
| ACCU PACKS | Wijst op de status van de individuele accu’s. |
| CAN | Geeft de status van de communicatiebus van de machine weer. |
| WEERGEGEVEN TEKST | Wijst op de status van het display. |
| FRONTMOTOR | De status van de frontmotor. |
| MIDDENMOTOR | De status van de middenmotor. |
| ACHTERSTE MOTOR | De status van de achterste motor. |
| HEFFEN/NEERLATEN | De status van de hefinrichting. |
| STUURSYSTEEM | De status van de stuurinrichting. |
| Menuoptie | Beschrijving |
| EENHEDEN | Bepaalt de eenheden die gebruikt worden op het weergavescherm. De menukeuzes zijn Engels of Amerikaans (imperiaal). |
| TAAL | Bepaalt de taal die gebruikt wordt in het weergavescherm. |
| ACHTERGRONDVERLICHTING | Regelt de helderheid van het weergavescherm. |
| CONTRAST | Regelt het contrast van het weergavescherm. |
BEVEILIGDE MENU'S![]() | Geeft u via een code toegang tot beveiligde menu's. |
BEVEILIGDE INSTELLINGEN![]() | Configureert de beveiligde menu's. |
MAX. SNELHEID![]() | Bepaalt de maximumsnelheid van de machine. |
OVERLAP![]() | Bepaalt de overlap van de machine indien de automatische offset actief is. |
AUTOMATISCHE RICHTING![]() | Laat zien of de machine automatisch naar voren of achteren zal draaien. |
ROLLEN SLIPPEN![]() | Schakelt de slipdetectie in of uit. |
AUTOMATISCHE OFFSET![]() | Schakelt de functie automatische offset aan of uit. |
ROL REINIGEN![]() | Schakelt de functie rol reinigen aan of uit. |
| Menuoptie | Beschrijving |
| MODEL | Het modelnummer van de machine. |
| SERIENUMMER | Het serienummer van de machine. |
SOFTWAREREVISIE![]() | Toont het onderdeelnummer en de versie van de software van de machine. |
SOFTWARE FRONTMOTOR![]() | Toont het onderdeelnummer en de versie van de software van de frontmotor |
SOFTWARE MIDDENMOTOR![]() | Toont het onderdeelnummer en de versie van de software van de middenmotor. |
SOFTWARE ACHTERMOTOR![]() | Toont het onderdeelnummer en de versie van de software van de achtermotor |
SOFTWARE HEFFEN/NEERLATEN![]() | Toont het onderdeelnummer en de versie van de software van de hefinrichting. |
STUURSYSTEEM![]() | Toont het onderdeelnummer en de versie van de software van de stuurinrichting. |
ACCU![]() | Toont het onderdeelnummer en de versie van de software voor alle accu’s. |
Raadpleeg de volgende tabel voor een beschrijving van elk pictogram van het weergavescherm:
![]() | Volgende |
![]() | Scroll naar boven |
![]() | Scroll naar beneden |
![]() | Verhogen |
![]() | Verlagen |
![]() | Het menu openen. |
![]() | Het menu afsluiten. |
![]() | Urenteller |
![]() | Bestuurder zit niet op stoel. |
![]() | Parkeerrem is ingeschakeld De parkeerrem wordt automatisch ingeschakeld als de machine in neutraal staat of als de machine te maken krijgt met een stroomstoring. |
![]() | Snel |
![]() | Langzaam |
![]() | Accuspanning |
![]() | Menu-item is vergrendeld. |
Note: De standaard pincode van de machine is ‘1234’.
Als u de pincode heeft gewijzigd en vergeten bent, neem dan contact op met uw erkende Toro distributeur voor hulp.
Selecteer de optie INSTELLINGEN.
Selecteer de optie BEVEILIGDE MENU’S.
Om de pincode in te voeren drukt u op de middelste knop tot het gewenste cijfer verschijnt. Druk dan op de rechterknop om naar het volgende cijfer te gaan.
Nadat alle vier cijfers zijn ingevoerd, drukt u op de middelste knop om de pincode in te geven.
Als de pincode juist is ingevoerd, zal het pictogram van de pincode bovenaan rechts van alle menuschermen verschijnen.
Druk op de knop
.
Scroll omlaag naar INSTELLINGEN en druk op de knop
.
Scroll omlaag naar AUTOMATISCHE OFFSET en druk op de knop
.
Druk op AAN.
Note: Om de hoeveelheid overlap te bepalen tijdens gebruik van de functie automatische offset, keert u terug naar het menu INSTELLINGEN, opent u de optie OVERLAP en selecteert u het gewenste percentage.
Druk op de knop
.
Scroll omlaag naar INSTELLINGEN en druk op de knop
.
Scroll omlaag naar ROL REINIGEN en druk op de knop
.
Druk op AAN.
U kunt de bedieningseenheid verstellen door de hieronder aangeduide bouten los te draaien.

Zet de 2 hendels van de voetsteun omhoog.

Haal de voetsteun uit de oorspronkelijke stand en zet deze in de gewenste stand.

Kantel de hendels weer omlaag.

U kunt de werkverlichting verstellen door deze met de hand omhoog of omlaag te kantelen naar de gewenste stand.
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Bij elk gebruik of dagelijks |
|
Controleer of de volgende componenten werken voordat u de machine gebruikt.
Controleer of de stoelschakelaar naar behoren werkt.
Controleer of rollen enkel mogelijk is als de transportwielen volledig omhoog zijn gebracht.
Zorg dat er voldoende speling is aan de trekstangvergrendeling en dat de machine niet ontkoppeld kan raken van de trekstang.
Note: Bepaal vanuit de bedieningspositie in de stoel de linker- en rechterzijde van de machine.
Ga op de bestuurdersstoel zitten.
Draai het sleuteltje naar de stand AAN.
Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat.
Verwijder altijd het sleuteltje en stel de parkeerrem in werking wanneer u de machine onbeheerd achterlaat.
Draai het sleuteltje naar de stand UIT en verwijder het.
Ga op de bestuurdersstoel zitten.
Schakel de machine in.
Neem de joystick en beweeg deze naar de gewenste rijrichting.
Een green wordt doorgaans gerold in een Z-patroon; u moet dus meermaals van richting veranderen om de gehele green te rollen.
Note: Om de machine snel te vertragen, laat u de joystick niet terugkeren naar de neutraalstand maar beweegt u hem tegen de rijrichting in.
Om de machine te stoppen, laat u de joystick naar de neutraalstand terugkeren.
Important: In noodsituaties kunt u de machine uitschakelen door het contactsleuteltje naar UIT te draaien.
Bent u klaar met rollen, parkeer dan op een egale ondergrond en schakel de machine uit voordat u de bestuurdersstoel verlaat.
De joystick dient om de snelheid en de richting van de rollen te regelen. Beweeg de joystick naar rechts om de machine naar rechts te rijden, en naar links om naar links te rijden. Hoe verder de joystick verwijderd is van de oorspronkelijke stand, hoe sneller de machine rijdt.

Note: Vertraag de machine door de joystick terug naar de neutraalstand te brengen; om sneller te remmen, beweegt u de joystick tegen de rijrichting in.
Beweeg de joystick naar voren of weg van de bestuurdersstoel om de machine vooruit te rijden. Beweeg de joystick naar achteren of naar de bestuurdersstoel toe om de machine achteruit te rijden.

Note: Schakel indien nodig de knop automatische offset in; zie De knop automatische offset inschakelen.
Wanneer de machine het einde van de green nadert, drukt u op de knop automatische offset en zet u de joystick in de gewenste richting om de functie automatische offset in te schakelen. Hierbij zal de stuurinrichting de machine automatisch offsetten volgens de ingestelde overlap en stoppen wanneer de rollen loodrecht staan ten opzichte van de nieuwe rijrichting.
Note: Om deze functie te annuleren, beweegt u de joystick tegen de rijrichting in.
De afstand die afgelegd wordt om de offset te bereiken, varieert naargelang de voertuigsnelheid en de ingestelde overlap. Oefen het gebruik van de functie in een open gebied zonder hellingen of obstakels zodat u vertrouwd kunt raken met de werking.

Houd de trekker voor de kruipmodus ingedrukt en beweeg de joystick in de gewenste richting. Laat de joystick terugkeren naar de neutraalstand en laat de trekker los om de functie uit te schakelen.
Note: De snelheid van een machine in kruipmodus is beperkt tot 0,8 km/u.

Note: Schakel indien nodig de rolreinigingsknop in; zie De rolreinigingsknop inschakelen.
Rijd de machine naar een horizontaal oppervlak.
Note: Gebruik de rolreinigingsfunctie alleen in verruigd gras, want gazon kan beschadigd worden.
Druk op de rolreinigingsknop en beweeg de joystick naar links of rechts. Druk nogmaals op de knop om de rolreinigingsmodus te verlaten.
Note: De rollen gaan in tegenovergestelde richting draaien en het vuil stapelt zich op op het oppervlak van de rollen.

Wacht tot de rollen tot stilstand zijn gekomen alvorens de machine uit te schakelen en te verlaten.
Haal het vuil van de oppervlakken van de rollen.
Raadpleeg het hoofdscherm van het weergavescherm om het laadniveau van het accusysteem te bepalen.
Wanneer het niveau van de accu onder een bepaald percentage zakt, toont het weergavescherm een melding lage accuspanning. Bent u aan het werk wanneer de accu dit percentage bereikt, stop dan met rollen, breng de machine naar een daartoe voorzien oplaadpunt en laad de accu's op; zie De lithiumionaccu's opladen.
Als de accu leeg raakt tijdens het werken met de machine, toont het weergavescherm een melding. Bent u aan het werk wanneer de accu dit percentage bereikt, dan verlaagt een ingeschakelde rol de rijsnelheid van de machine. Rijd de machine terug naar het trekvoertuig en transporteer uw machine naar een daartoe voorzien oplaadpunt om de accu’s op te laden; zie De lithiumionaccu's opladen.
Breng de trekstang naar de achterzijde van het trekvoertuig.
Neem de pen uit de trekstang (zie de afbeelding hieronder).

Verstel indien nodig de tong van de trekstang; zie De tong van de trekstang verstellen.
Koppel de trekstang aan op de trekstang van het voertuig, en bevestig met de koppelpen en haarspeldveer.

Verwijder de hierboven afgebeelde onderdelen (Figuur 41).
Zet de gaffelpen van de trekstang in de gewenste stand.
Note: Kies een opening zodanig dat de tong van de rol zo veel mogelijk evenwijdig met de grond is wanneer de transportwielen neergelaten zijn.

Gebruik de onderdelen afgebeeld in Figuur 41 om de gaffelpen van de trekstang aan de tong van de aanhangwagen te bevestigen.
Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
Gebruik de transportwielschakelaar om de transportwielen omhoog te brengen.

Druk de knop van de grendel in en koppel de machine af van de trekstang.
Note: Soms helpt het om druk uit te oefenen op de knop van de grendel terwijl u de transportwielen omhoogbrengt: zo komt de machine makkelijker los van de trekstang.

Rijd de machine op de trekstang.

Controleer of de plaat van de vergrendeling op de trekstang vastzit op de vergrendelpen van de machine.
Gebruik de transportwielschakelaar om de transportwielen neer te laten.

Schakel de machine uit en verwijder het contactsleuteltje.
Steek de borgpen van de aanhanger in de houderplaat.

Moet u de stuurstand van de machine aanpassen, volg dan de onderstaande stappen:
Draai de centreerbout op de stuurinrichting 4 slagen rechtsom om de stuurinrichting los te maken en handmatig te kunnen sturen; zie de onderstaande afbeelding.
Important: De boutkop mag de E-clip niet uit de sleuf drukken, want anders kan er beschadiging ontstaan.

Gebruik de kop van de dubbele rol om de machine handmatig te besturen.
Draai de centreerbout 4 slagen linksom om de stuurinrichting opnieuw in te schakelen.
Note: Gebruik een aandraaimoment van maximaal 2,26 N∙m bij het opnieuw inschakelen van de stuurinrichting.
Als de machine nog stroom heeft, ga dan als volgt te werk:
Houd de sleutel 5 seconden in de stand STARTEN om de parkeerremmen van de rol te ontgrendelen.
Duw de machine op de trekstang.
Als de machine geen stroom heeft, ga dan als volgt te werk:
Neem de trekstang van het trekvoertuig.
Haak de trekstang op de rol.
Sluit de trekstang aan op het trekvoertuig.
Gebruik de borgpen van de aanhanger om de trekstang te bevestigen aan de machine.
Verwijder achteraan de machine de connector en de zeskantige plug met schroefdraad van de hefinrichting; zie de volgende afbeelding.

Steek een booromslag of accuboormachine in de opening van de zeskantige plug en draai rechtsom om de transportwielen neer te laten.
Important: Gebruik geen klopboormachine want deze kan schade aanrichten.
Monteer de plug en elektrische aansluiting op de hefinrichting.
Gebruik de pen om de transportwielen op de grendelbeugel te vergrendelen (zie de onderstaande afbeelding).
Important: Verwijder de pen en plaats deze in de opslagstand voordat u de transportwielen omhoogbrengt of neerlaat. Als u de pen niet uit de grendelbeugel haalt alvorens de transportwielen te bewegen, kan de machine beschadigd raken.

Contact met water tijdens het opladen van de machine kan elektrische schokken veroorzaken en letsel of de dood tot gevolg hebben.
Raak de stekker of de acculader niet aan als u natte handen hebt of in water staat.
Laad de accu's niet op in regen of in natte omgevingen.
Als het stroomsnoer beschadigd is, kan dat elektrische schokken of vuur veroorzaken.
Controleer het stroomsnoer grondig voordat u de lader gaat gebruiken. Als het snoer beschadigd is, mag u de lader niet gebruiken tot het snoer vervangen is.
Uw machine wordt geleverd met een geschikt stroomsnoer (afhankelijk van uw locatie). Gebruik dit snoer om de machine op te laden.
Als u een verlengsnoer voor uw stroomsnoer moet gebruiken, zorg er dan voor dat dit 12 AWG draden heeft en geschikt is voor 250 V.
Important: Controleer het stroomsnoer regelmatig op gaten of scheuren in de isolatie. Een beschadigd snoer mag niet worden gebruikt. Laat het snoer niet door staand water of vochtig gras lopen. Pas de lader of het stroomsnoer op geen enkele manier aan.
De accu's herladen met een lader van die niet door Toro werd geleverd, kan leiden tot oververhitting of soortgelijke storingen, en uiteindelijk tot materiële schade en/of persoonlijk letsel.
Gebruik de door Toro geleverde laders om de accu's op te laden.
Aanbevolen temperatuurbereik bij het laden: 0 °C tot 45 °C
Voor ideale oplaadprestaties laadt u de accu op bij temperaturen die binnen het aanbevolen bereik liggen. Laadt u de accu’s op bij temperaturen buiten het aanbevolen bereik, dan kan dat leiden tot verminderde laadprestaties.
Parkeer de machine op het daartoe bestemde laadpunt.
Schakel de machine uit en verwijder het contactsleuteltje.
Zorg dat de accu-ontkoppelingsschakelaar AAN staat.

Controleer of de aansluitingen vrij zijn van vuil en stof.
Sluit het stroomsnoer aan op de oplaadpoort van de machine.

Sluit het uiteinde van het stroomsnoer met de muurstekker aan op een geaard stopcontact.
Zie De vereisten voor de voedingsbron begrijpen voor de vereisten voor de voedingsbron.
Observeer het weergavescherm om er zeker van te zijn dat de accu's aan het opladen zijn.
Note: Het weergavescherm laat de stroomsterkte van de accu, de accuspanning en de laadstatus tonen.

Koppel het stroomsnoer af wanneer de machine voldoende opgeladen is; raadpleeg Het opladen voltooien.
Verwijder het stroomsnoer uit de oplaadpoort van de machine.
Bewaar het stroomsnoer zodanig dat het niet beschadigd kan worden.
Start de machine en controleer het laadniveau op het weergavescherm.
Wanneer het opladen voltooid is, worden er op het weergavescherm 10 volledige staven weergegeven.
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Na de eerste 8 bedrijfsuren |
|
| Na de eerste 50 bedrijfsuren |
|
| Bij elk gebruik of dagelijks |
|
| Om de 50 bedrijfsuren |
|
| Om de 100 bedrijfsuren |
|
| Om de 400 bedrijfsuren |
|
| Vóór de stalling |
|
Schakel de onderbrekingsschakelaar van de accu uit als u onderhoud uitvoert aan de machine; zie De onderbrekingsschakelaar van de accu gebruiken.
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Om de 50 bedrijfsuren |
|
Type vet: nr. 2 vet op lithiumbasis
Parkeer de machine op een horizontaal vlak, schakel de machine uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
Reinig de smeernippels met een doek.
Sluit een smeerpistool aan op elke smeernippel.

Spuit vet in de nippels totdat er vet bij de lagers naar buiten komt.
Veeg overtollig vet weg.
Important: Rij de machine na het invetten even van het gras om te voorkomen dat overtollig smeermiddel het gras beschadigt.
Parkeer de machine op een horizontaal vlak, schakel de machine uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
Koppel de acculader los indien deze is aangesloten.
Zet de onderbrekingsschakelaar van de accu op de stand AAN of UIT.

Note: De machine is uitgerust met minstens 2 lithiumionaccu's. Met de accu-uitbreidingsset die geschikt is voor deze machine kunt u accu's toevoegen.
Een lithiumionaccu moet worden afgevoerd of gerecycled in overeenstemming met de plaatselijke en nationale regelgeving. Vraag uw erkende servicedealer om hulp als een accu onderhoud nodig heeft.
De accu's staan onder een hoge spanning, die u kan verbranden of schokken kan geven.
U mag niet proberen de accu's te openen.
Wees uiterst voorzichtig bij het omgaan met een accu met een gebarsten behuizing.
Gebruik alleen de lader die ontworpen is voor de accu's.
De lithiumionaccu's hebben voldoende spanning om de arbeid waarvoor ze bedoeld zijn gedurende hun levensduur uit te voeren.
Om uw accu's een maximale levensduur te geven en deze zo lang mogelijk te gebruiken, dient u deze richtlijnen op te volgen:
Open de accu nooit.
Stal/parkeer de machine in een schone, droge garage of stalruimte, vermijd direct zonlicht, hittebronnen, regen en vochtige omgevingen. Sla de accu niet op een plaats op waar de temperatuur buiten het bereik in Voorschriften voor het bewaren van de accu kan komen. Temperaturen buiten deze limieten brengen schade toe aan uw accu's. Hoge temperaturen tijdens de stallingsperiode verkorten de levensduur van de accu, vooral als deze onder grote spanning staat.
Als u de machine gedurende langer dan 10 dagen wilt stallen, moet u de machine op een koele en droge plaats zetten, zonder direct zonlicht, regen en vochtige omgevingen.
Als u in warm weer of in fel, direct zonlicht rolt, kan de accu oververhit raken. Als dit gebeurt, verschijnt er een waarschuwing over de hoge temperatuur op het display en de machine gaat langzamer rijden.
Rijd de machine onmiddellijk naar een koele plaats buiten rechtstreeks zonlicht, schakel de machine uit en laat de accu's volledig afkoelen voordat u terug aan het werk gaat.
Gebruik de lichten alleen wanneer dit nodig is.
De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Er is geen onderhoud nodig. Zie de Onderhoudshandleiding van de machine voor informatie over het testen en onderhoud van de zekeringen.




| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Bij elk gebruik of dagelijks |
|
Zorg dat de transportwielen een bandendruk van 124 kPa hebben.

| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Na de eerste 8 bedrijfsuren |
|
| Om de 100 bedrijfsuren |
|
Controleer de wielmoeren en draai ze vast met een torsie van 94 tot 122 Nm.
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Na de eerste 50 bedrijfsuren |
|
| Om de 400 bedrijfsuren |
|
Important: Gebruik uitsluitend de aanbevolen tandwielkastolie. Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken.
Vloeistoftype: Mobil synthetische SHC 627 olie of Toro HV synthetische olie voor elektrische motoren
Volume: 150 ml
Rijd de machine naar een horizontaal oppervlak en koppel deze aan op de trekstang; zie De machine transporteren.
Zet de machine aan.
Gebruik de transportwielschakelaar om de transportwielen omhoog te brengen.

Schakel de machine uit en verlaat deze.
Breng de pen van de trekstang aan door de glijder.

Gebruik de transportwielschakelaar om de transportwielen een beetje neer te laten.
Note: Zo komt de machine iets omhoog en kan de middelste rolmotor naar beneden kantelen.

Een opgekrikte machine kan wankel staan en van de krik glijden waardoor iemand die zich onder de machine bevindt letsel kan oplopen.
Start de motor niet als de machine is opgekrikt.
Blokkeer de wielen wanneer u de machine opkrikt.
Ondersteun de machine met assteunen.
Ondersteun de machine met assteunen.
De onderbrekingsschakelaar van de accu uitschakelen.
Voer de onderstaande stappen uit om de buitenste rolmotoren te verwijderen:
Verwijder de rechter bodemplaat van de trekstang door de 2 bouten en 2 moeren te verwijderen. Herhaal voor de linker bodemplaat.

Verwijder in elk van de rolschalen de 2 kabelbinders waarmee de motorkabelboom verwijderd is, en de 3 kabelbinders nabij de motor waarmee de fasedraden zijn bevestigd. Koppel de connector van de motorkabelboom los.

Verwijder op elk van de rolschalen de 2 bouten waarmee de rolschaal bevestigd is aan de rolmotor. Bewaar de 2 bouten.

Verwijder de rolmotor van de rol: schuif de rolmotor hierbij recht uit de rol om hem los te maken van de gleufas.
Verwijder de middelste rolmotor door de 2 bouten te verwijderen waarmee de rolmotor bevestigd is aan de rolschaal. Bewaar de 2 bouten.
Plaats de rolmotor zoals hieronder afgebeeld. Plaats een geschikte opvangbak en verwijder de bovenste en onderste plug. Laat de vloeistof weglopen.

Monteer de plug onder en draai deze vast met een aandraaimoment van 7 tot 8 N∙m.
Verwijder de zijplug.
Voeg vloeistof toe, zoals beschreven aan het begin van deze procedure, door het gat boven, totdat de vloeistof de opening van de plug aan de zijkant bereikt.

Monteer de plug boven en de plug aan de zijkant. Draai de pluggen vast met een torsie van 7 tot 8 N∙m.
Note: Smeer de gleufassen met molybdeenvet alvorens ze te monteren.
Schuif de rolmotor op de gleufrolas om hem in de rol te monteren.
Gebruik de 2 bouten die u eerder verwijderd hebt om de middelste rolmotor op de schaal te monteren.
Voer de onderstaande stappen uit om de buitenste rolmotoren te monteren:
Plaats telkens de rolmotor in de rolschaal, en bevestig met de 2 bouten die u eerder verwijderd hebt.

Plaats voor elke rolschaal 5 nieuwe kabelbinders op de plaatsen waar u ze eerder verwijderd hebt. Sluit de connector van de motorkabelboom aan op de kabelboom.

Monteer de rechter bodemplaat op de trekstang en bevestig met de 2 bouten en 2 moeren. Herhaal voor de linker bodemplaat.

| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Vóór de stalling |
|
Parkeer de machine op een horizontaal vlak, schakel de machine uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
Gebruik perslucht om gras, aarde en vuil van de buitenkant van de gehele machine te verwijderen.
Important: Maak de machine niet schoon met water, dan kan leiden tot beschadiging van de motor en andere elektrische onderdelen.
Smeer de machine; zie De lagers van de aandrijfrol en de hefinrichting invetten.
Controleer alle bevestigingen en zet ze vast. Repareer of vervang versleten of ontbrekende delen.
Werk alle krassen en afgebladderde metaaloppervlakken bij met lak van een erkende Toro distributeur.
Stal de machine in een schone, droge garage of opslagruimte. Verwijder het sleuteltje uit het contact en bewaar het op een plaats die u makkelijk kunt onthouden. Dek de machine af om deze te beschermen en schoon te houden.
Gaat u de machine voor langere tijd stallen, volg dan de instructies voor opslag van de accu op; zie Voorschriften voor het bewaren van de accu.
Note: U hoeft de accu's niet van de machine te nemen als u deze gaat stallen.
Controleer in de volgende tabel de temperatuurlimieten voor opslag:
| Opslagtemperatuur | Passende opslagtijd |
| 45° tot 55°C | 1 week |
| 25° tot 45°C | 3 weken |
| -20°C tot 25°C | 52 weken |
Important: Temperaturen buiten deze limieten brengen schade toe aan uw accu's.De temperatuur waarin de accu's worden bewaard heeft invloed op de levensduur ervan. Langdurige opslag bij extreme temperaturen verkort de levensduur van de accu. Bij temperaturen boven 25 °C mag de machine slechts gedurende de in de tabel aangegeven tijd worden opgeslagen.
Voordat u de machine stalt, moet u de accu's laden of ontladen tot 40%–60% (54,3 tot 57,3 V).
Note: Een 50% geladen accu verzekert een maximale levensduur. Laadt u de accu's voor 100% op voordat u deze stalt, dan verkort dat de levensduur.Verwacht u de machine voor langere tijd te stallen, laad de accu's dan voor ongeveer 60%.
Na elke stallingsperiode van 6 maanden moet u het laadniveau van de accu controleren en zorgen dat dit 40 tot 60% bedraagt. Is het laadniveau onder de 40% gezakt, laad de accu dan op tot 40 à 60%.
U kunt een multimeter gebruiken om het laadniveau van een uitgeschakelde machine te controleren. In de volgende tabel ziet u welke spanning overeenkomt met welk laadniveau.
| Spanning | Laadniveau |
| 57,3 V | 60% |
| 55,4V | 50% |
| 54,3V | 40% |
Bent u klaar met het opladen van de accu's, haal de oplader dan uit het stopcontact. Tijdens de opslagperiode moet u de voeding afkoppelen. Anders gaan de accu's sneller leeglopen.
Laat u de oplader op de machine zitten, dan wordt deze uitgeschakeld zodra de accu's volledig opgeladen zijn. Om de oplader opnieuw in te schakelen, moet u deze afkoppelen en opnieuw aansluiten.
| Problem | Possible Cause | Corrective Action |
|---|---|---|
| SPN 524035 of SPN 524042, FMI 9 |
|
|
| SPN 4992, FMI 16 of FMI 3 |
|
|
| SPN 4990, FMI 31 |
|
|
| SPN 520196, FMI 16 |
|
|
| SPN 4992, FMI 4 |
|
|
| SPN 520193, FMI 3 |
|
|
| SPN 524032, FMI 3 |
|
|
| SPN 520193, FMI 4 |
|
|
| SPN 524033, FMI 31 |
|
|
| SPN 524035 of SPN 524042, FMI 9 |
|
|
| SPN 524160, FMI 31 |
|
|