Multi Pro® 5800 en 5800-G gazonspuitmachine

Overzicht van het InfoCenter display

Het InfoCenter display toont informatie zoals de bedrijfsmodus en diverse diagnostieken en andere informatie over de machine. Het display heeft diverse schermen. U kunt op elk moment wisselen tussen de schermen door op de knop Terug te drukken en vervolgens de richtingknoppen omhoog en omlaag te gebruiken.
Graphic
G471371s
  1. Controlelampje
  2. Helderheidssensor display
  3. Navigatieknop - omhoog
  4. Knop terug
  5. Navigatieknop - verlagen/links
  6. Navigatieknop - omlaag
  7. Navigatieknop - verhogen/rechts
  8. Enter knop
Opmerking: De knoppen kunnen verschillende functies vervullen afhankelijk van wat op dat moment nodig is. Voor elke knop is er een pictogram dat de huidige functie weergeeft.
Displaypictogrammen
Image
Menu van
Image
Tank is leeg (minder dan 10% volume)
Image
Vergrendeld
Image
Indicator spoeltank
Image
Omhoog/omlaag scrollen
Image
Indicator mengfunctie
Image
Naar links/rechts scrollen
Image
Indicator spoelen en mengfunctie
Image
Vorig scherm
Image
Image
Indicator tankniveau laag. Een pictogram van een tank verschijnt tussen deze 2 pictogrammen.
Image
Waarde verlagen
Image
Verhoog het tankvolume met 3,8 liter (1 gallon)
Image
Waarde verhogen
Image
Verhoog het tankvolume met 38,9 liter (10 gallon)
Image
Aanvaarden
Image
Verhoog het tankvolume met 25 liter
Image
Bewaren
Image
Spuitboom is uitgeschakeld
Image
Pincode
Image
Spuitboom is actief
Image
Menu (storingen) afsluiten
Image
Alle gebieden verwijderen
Image
Accuspanning
Image
Actief gebied verwijderen
Image
De parkeerrem is in werking is gesteld.
Image
Gespoten gebieden
Image
Neem plaats op de bestuurdersstoel.
Image
Scherm Alle gebieden
Image
Urenteller
Image
Image
Navigeer naar een spuitgebied
   

Overzicht van de menu's

Druk in het hoofdscherm op de knop Terug om naar het InfoCenter display menusysteem te gaan. U gaat naar het hoofdmenu. Raadpleeg de volgende tabellen voor een overzicht van de opties die u hebt in de menu's.
Image Beveiligd menu enkel toegankelijk met de pincode
Hoofdmenu
Menuonderdeel
Beschrijving
Gebruiksdosissen instellen - Set Rates
De vooringestelde en verhoogde gebruiksdosis instellen.
Instellingen - Settings
De instellingen van het display personaliseren en aanpassen.
Machine-instellingen - Machine Settings
Machine-instellingen aanpassen.
Kalibratie - Calibration Image
Hulp bij de kalibratie van de vloeistofstroommeter en snelheidssensor.
Onderhoud - Service
Bevat informatie over de machine zoals bedrijfsuren en machinefouten.
Diagnostiek - Diagnostics
Geeft de status van elke machineschakelaar, sensor en bedieningsoutput aan. U kunt dit menu gebruiken om sommige problemen op te lossen. In het menu ziet u namelijk welke onderdelen in- en uitgeschakeld zijn.
Over - About
Weergave van het modelnummer, het serienummer en de versie van de software van uw machine.
Gebruiksdosissen instellen - Set Rates
Menuonderdeel
Beschrijving
Actieve gebruiksdosis - Active Rate
Geeft de dosis weer die momenteel wordt gebruikt.
Gebruiksdosis 1 - Rate 1
Een gebruiksdosis vooraf instellen.
Gebruiksdosis 2 - Rate 1
Een gebruiksdosis vooraf instellen.
Verhoogde gebruiksdosis - Boost
Een percentage instellen dat wordt toegevoegd aan de actieve gebruiksdosis.
Instellingen - Settings
Menuonderdeel
Beschrijving
Code invoeren - Enter PIN
Geeft een door uw bedrijf geautoriseerde persoon (toezichthouder/mecanicien) toegang tot de beveiligde menu's met een pincode.
Beveiligde instellingen - Protect Settings Image
Instellen van de mogelijkheid tot het wijzigen van instellingen in beveiligde menu's. .
Standaardwaarden herstellen - Reset Defaults Image
Herstelt de standaardwaarden.
Achtergrondverlichting - Backlight
Regelt de helderheid van het lcd..
Taal - Language
Bepaalt de taal die gebruikt wordt op het display.
Eenheden - Units
Bepaalt de eenheden die gebruikt worden op het display (Amerikaans, Turfof metrisch).
Machine-instellingen - Machine Settings
Menuonderdeel
Beschrijving
Tank
Instellen van het tankvolume, melding bij laag tankniveau en een vooringestelde mengwaarde.
Spuitbomen - Booms
De breedte van de spuitboom instellen.
Geolink
Optie voor satellietnavigatie.
Terugstellen - Reset
Herstelt de waarden van de machine.
Kalibratie - Calibration
Menuonderdeel
Beschrijving
Kalibratie van vloeistofstroom
Kalibratie van de vloeistofstroommeter.
Snelheidskalibratie
Kalibratie van de snelheidssensor.
Test snelheid - Test Speed
Instelling van de testsnelheid voor kalibratie.
Manuele kalibratie-invoer - Manual Cal Entry
De kalibratie manueel invoeren.
Standaard kalibratie van vloeistofstroom gebruiken? - Use Default Flow Calibration?
Zet de kalibratie van de vloeistofstroom op het standaard berekende gemiddelde, niet het werkelijke volume.
Standaard snelheidskalibratie gebruiken? - Use Default Speed Calibration?
Zet de kalibratie van de snelheid op het standaard berekende gemiddelde, niet de werkelijke snelheid.
Onderhoud - Service
Menuonderdeel
Beschrijving
Hours (uren)
Het totale aantal bedrijfsuren van de machine, motor en aftakas, alsook het aantal uren dat de machine getransporteerd is geweest en de tijd tot het volgende onderhoudsinterval.
Doorstroomhoeveelheid - Flow Rate Image
Toont de huidige doorstroomhoeveelheid (debiet).
Diagnostiek - Diagnostics
Menuonderdeel
Beschrijving
Pompen - Pumps
Opties voor de pompinstellingen: invoer, korte spoeling en geplande spoeling.
Spuitbomen - Booms
Invoer en uitvoer van de spuitbomen
Motorinschakeling - Engine Run
Invoer en uitvoer van de motorinschakeling.
Storingen - Faults
Weergave van de meest recente machinestoringen. Raadpleeg de Gebruikershandleiding of neem contact op met uw erkende Toro distributeur voor meer informatie.
Over - About
Menuonderdeel
Beschrijving
Model
Toont het modelnummer van de machine.
Serienummer - SN
Toont het serienummer van de machine.
Softwareversie - S/W Revision
De softwareversie van de hoofdcontroller.
XDM-4400 Image
De softwareversie van het InfoCenter.
CAN statistieken - CAN Statistics Image
De CAN-bus

Beveiligde menu's

In Instellingen van het display kunt u configuratie-instellingen voor de bediening veranderen. Gebruik het beveiligde menu om deze instellingen te vergrendelen.
Opmerking: Bij levering van de machine is de oorspronkelijke code geprogrammeerd door uw distributeur.
Naar beveiligde menu's gaan
Opmerking: De standaard pincode van de machine is 0000 of 1234.
Als u de pincode heeft gewijzigd en vergeten bent, neem dan contact op met uw erkende Toro distributeur voor hulp.
    Graphic
    G510565
  1. Scrol in het Hoofdmenu naar beneden naar Instellingen en druk op de selectieknop.
  2. Graphic
    G510564
  3. Scrol in Instellingen naar Pincode invoeren en druk op de selectieknop .
  4. Om de pincode in te voeren, drukt u op de navigatieknoppen omhoog/omlaag tot het eerste gewenste cijfer verschijnt. Druk dan op de rechter navigatieknop om naar het volgende cijfer te gaan. Herhaal deze stap tot het laatste cijfer ingevoerd is.
  5. Druk op de selectieknop .
    Opmerking: Als het display de pincode accepteert en het beveiligde menu ontgrendeld is verschijnt het woord "PIN" in de rechterbovenhoek van het scherm.
  6. Om het beveiligd menu weer te vergrendelen, draait u de contactschakelaar naar Uit stand en dan naar de Aan stand.
De instellingen van het beveiligde menu weergeven en veranderen
  1. Scrol in Instellingen, naar beneden naar Instellingen beveiligen .
  2. Om de instellingen te bekijken en veranderen zonder een pincode in te voeren, zet u met de selectieknop Instellingen beveiligen op Image (Uit).
  3. Om de instellingen te bekijken en te veranderen met een pincode, stelt u met de selectieknop Instellingen beveiligen in op Image (Aan). Stel vervolgens de pincode in, en draai het contactsleuteltje Uit en daarna weer Aan.

Instelling spuittankwaarschuwing

  1. Selecteer Machine-instellingen.
  2. Selecteer Tank.
  3. Selecteer Tanklimiet.
  4. Gebruik de pijltjestoetsen om de minimale hoeveelheid in de tank in te stellen waarbij de waarschuwing zal worden weergegeven tijdens het werk met de spuitmachine.

De grootte van de spuitbomen instellen

  1. Selecteer Machine-instellingen.
  2. Selecteer Spuitbomen.
  3. Selecteer de spuitboom die u wilt updaten.
  4. Gebruik de pijltjestoetsen om de grootte van de spuitboom in stappen van 1 inch (2,5 cm) te wijzigen.

Standaardwaarden herstellen

  1. Selecteer Machine-instellingen.
  2. Selecteer Standaardwaarden herstellen.

Invoeren van het volume van de spuittank

Opmerking: Als u het volume verandert, wordt de tankwaarschuwing gereset.
  1. Selecteer Machine-instellingen.
  2. Selecteer Tank.
  3. Selecteer Volume.
  4. Druk op de knop om het tankvolume te verhogen of te verlagen.
    1. Druk op de pijltjestoetsen naar omhoog/naar omlaag om naar ±10 (voor Amerikaanse eenheden) of ±25 (voor metrische eenheden) te gaan.
    2. Druk op de pijltjestoetsen naar links/naar rechts om het volume met 1 stap te wijzigen.

De voorinstelling van de mengwaarde instellen

Uitsluitend modus gebruiksdosis
Opmerking: De instelling vooringesteld mengen wordt gebruikt om de snelheid van de spuitpomp in te stellen wanneer de spuitmachine wordt gebruikt in de modus gebruiksdosis met alle spuitbomen uitgeschakeld. De instelling vooringesteld mengen regelt het percentage van de snelheid van de spuitpomp. De standaardinstelling van vooringesteld mengen is 40%.
  1. Bepaal de doelspuitdruk waarmee u van plan bent te spuiten.
    Bijvoorbeeld 2,76 bar (40 psi). Noteer hieronder de druk die de op het dashboard gemonteerde spuitdrukmeter aangeeft.
    Spuitdruk:  
  2. Bereken de oorspronkelijke druk voor vooringesteld mengen met de onderstaande formule.
    Werkdruk spuitmachine x 1,5 tot 2,0 = oorspronkelijke druk voor vooringesteld mengen.
    Voorbeeld: doeldruk spuitmachine 2,76 bar (40 psi) x 1,5 = oorspronkelijke druk voor vooringesteld mengen 4,1 (60 psi)
    Voorbeeld: doeldruk spuitmachine 2,76 bar (40 psi) x 2,0 = oorspronkelijke druk voor vooringesteld mengen 5,5 bar (80 psi)
    Noteer hier uw berekening:  
  3. Met de hoofdschakelaar van de spuitbomen Uit en de gashendel ingesteld op het motortoerental waarmee u de machine gaat gebruiken, stelt u de waarde van vooringesteld mengen in totdat de werkdruk van de spuitmachine tussen 1,5 tot 2,0 keer de doelspuitdruk bedraagt die u hebt bepaald.
    Bijvoorbeeld: als u spuit met 2,76 bar, stelt u vooringesteld mengen oorspronkelijk in om een werkdruk van 4,14 tot 5,52 bar te bereiken.
    Opmerking: Als de chemicaliën in de spuittank schuimen, verlaagt u indien nodig de waarde van vooringesteld mengen om de werkdruk te verlagen wanneer de tankmenger werkt.
  4. Ga naar de optie Mengen en selecteer deze.
  5. Terwijl u naar de op het dashboard gemonteerde spuitdrukmeter kijkt, drukt u op de knoppen om de vooringestelde waarde te verhogen of te verlagen totdat de druk van de spuitmachine gelijk is aan de oorspronkelijke druk voor vooringesteld mengen die u hierboven hebt berekend.
    Opmerking: Wanneer u de waarde van vooringesteld mengen instelt, mag u een spuitsysteemdruk van 5,86 bar niet overschrijden.
    Opmerking: U kunt de waarde van vooringesteld mengen verhogen als het mengen er niet voor zorgt dat de chemicaliën in de tank schuimen. U moet misschien de waarde van vooringesteld mengen verlagen als het mengen ervoor zorgt dat de chemicaliën in de tank schuimen.
  6. Sla de instelling op, verlaat het scherm Tank en keer terug naar het scherm Instellingen.

De schermen Totale oppervlakte en Deelgebied

Deze schermen geven het volgende weer:
  • Gespoten gebied (acres, hectares of 1000 ft2)
  • Gespoten volume (Amerikaanse gallons of liters)
Het oppervlak en volume nemen toe totdat u deze gegevens weer reset.
Voor elke spuittaak op uw site kunt u een afzonderlijk deelgebied gebruiken. U kunt tot 20 deelgebieden gebruiken.
Opmerking: Zorg ervoor dat u naar het deelgebied navigeert waar u aan het werk bent voordat u begint met spuiten. Het deelgebied dat op het scherm wordt getoond, is het actieve deelgebied voor dekkingsaccumulatie.
De totale oppervlakte en volumegegevens resetten
    Graphic
    G511618
  1. Druk op de knop Terug om naar het scherm Totale oppervlakte te gaan.
  2. Druk op de knop met het pijltje naar rechts om de gegevens van het deelgebied te resetten.
    Opmerking: Door de informatie over de totale oppervlakte en het totale volume in het scherm Totale oppervlakte te resetten, worden alle gegevens voor elk deelgebied gereset.
Een deelgebied en volumegegevens resetten
    Graphic
    G511619
  1. Druk op de knop Terug om naar het scherm Deelgebied te gaan.
  2. Druk op de knop met het pijltje naar Omhoog om de gegevens van het deelgebied te resetten.

De spuitmachine kalibreren

Opmerking: Raadpleeg de Gebruikershandleiding van de machine om de spuitmachine te kalibreren voor gebruik in manuele modus.
  1. Zorg ervoor dat de spuittank schoon is; raadpleeg het hoofdstuk Het spuitsysteem reinigen in de Gebruikershandleiding van de machine.
  2. Ga naar het kalibratiemenu.
    Opmerking: Op dit scherm kunt u de input van de vloeistofstroommeter kalibreren, de input van de snelheidssensor kalibreren, een snelheidstest uitvoeren en manueel berekeningsgegevens invoeren.
    Graphic
    G580702

De vloeistofstroom kalibreren

Door de klant te verstrekken: Gebruik een maatbeker om vloeistof op te vangen voor de stroomhoeveelheid van de spuitmond. Gebruik hiervoor de volgende maatverdeling:
  • 1,5 lpm of minder bij voorkeur een maatbeker met een verdeling in 10 ml.
  • 1,9 lpm of meer een maatbeker met een verdeling in 20 ml.
Belangrijk  
U dient een kalibratie van de vloeistofstroom uit te voeren voor de 3 spuitbomen telkens wanneer u alle spuitmonden vervangt, verandert naar de actieve spuitstand (omlaag) of nadat u de vloeistofstroommeter hebt vervangen. U dient een kalibratie van de vloeistofstroom uit te voeren voor de 3 spuitbomen als u verschillende versleten spuitmonden vervangt.
 
Opmerking: Als u de opvangtest incorrect uitvoert, leidt dit tot onnauwkeurigheden in de kalibratie van de vloeistofstroom. Door deze onnauwkeurigheden zal het spuitsysteem te veel of te weinig chemische stoffen spuiten.
  1. Kalibreer de vloeistofstroom met behulp van de geschikte maatbeker.

Kalibratie van vloeistofstroom beoordelen

Gebruik de spuitboomtabel om te helpen bepalen hoe u doorgaans het gazon bespuit met de machine en welke kalibratie van de vloeistofstroom u dient uit te voeren.
Opmerking: U kunt maximaal 3 soorten kalibratie van de vloeistofstroom combineren.
Tabel van de spuitbomen
  De kalibratie van 3 spuitbomen uitvoeren
3 spuitbomen Ja
 
Ik spuit ook met 2 spuitbomen: De kalibratie van 2 spuitbomen uitvoeren  
Linker- en middelste spuitboom (OF) Ja Nee
Rechter- en middelste spuitboom (OF) Ja Nee
Rechter- en linkerspuitboom Ja Nee
 
Ik spuit ook met 1 spuitboom: De kalibratie van 1 spuitboom uitvoeren  
Alleen linkerspuitboom (OF) Ja Nee
Alleen middelste spuitboom (OF) Ja Nee
Alleen rechterspuitboom Ja Nee
Kalibratie van 3 spuitbomen: Voer altijd de kalibratie van de 3 spuitbomen uit wanneer u de spuitmonden verandert om het bereik van de gebruiksdosis te verhogen of te verlagen.
Opmerking: Als u de optionele kalibratie van 2 spuitbomen of 1 spuitboom niet uitvoert, gebruikt de spuitmachine de berekeningen van de kalibratie van de 3 spuitbomen voor alle spuitboomcombinaties.
Optionele kalibratie van 2 spuitbomen: Kalibreer de linker- en middelste spuitboom, de rechter- en middelste spuitboom of de linker- en rechterspuitboom als u doorgaans spuit met deze spuitboomcombinaties. Voer deze optionele kalibratie uit nadat u de kalibratie van de 3 spuitbomen hebt uitgevoerd.
Opmerking: De kalibratie die u uitvoert voor twee spuitbomen wordt gebruikt wanneer u spuit met elke combinatie van 2 spuitbomen.
Opmerking: U kunt enkel kalibreren voor 1 paar spuitbomen bij de kalibratie van 2 spuitbomen. Kalibreer voor het paar spuitbomen dat u het meest gebruikt. Het spuitsysteem gebruikt de berekening van de 2 spuitbomen wanneer u spuit met ofwel de linker- en middelste of rechter- en middelste combinatie.
Optionele kalibratie van 1 spuitboom: Kalibreer de linker-, middelste of rechterspuitboom als u doorgaans spuit met 1 spuitboom. Voer deze optionele kalibratie uit nadat u de kalibratie van de 3 spuitbomen en de kalibratie van de 2 spuitbomen hebt uitgevoerd.
Opmerking: U kunt enkel 1 van de 3 spuitbomen kalibreren bij de kalibratie van 1 spuitboom. Kalibreer de spuitboom die u het meest gebruikt. Het spuitsysteem gebruikt de kalibratie van 1 spuitboom wanneer u spuit met de linker-, middelste of rechterspuitboom.
  1. Bepaal welke kalibratie u moet uitvoeren aan de hand van uw spuitpatroon.

De stroomtest voorbereiden

  1. Zorg dat de spuitmonden die u gaat gebruiken in de actieve spuitstand staan (omlaag).
    Belangrijk  
    Alle spuitmonden in de actieve spuitstand moeten dezelfde kleur hebben.
     
    Opmerking: Om de beste resultaten te bekomen, moeten spuitmonden in de actieve spuitstand ongeveer dezelfde slijtage vertonen.
    Graphic
    G192604s
    1. Positie van reservespuitmond
    2. Actieve spuitstand
  2. Ga naar het kalibratiemenu.
  3. Selecteer de optie Flow Calibration (kalibratie van vloeistofstroom).
    Graphic
    GG580549
  4. Vul de spuittank halfvol met 700 liter water.
    Opmerking: U kunt de kalibratie van de vloeistofstroom annuleren. Er wordt een melding weergegeven die bevestigt dat u de kalibratie van de vloeistofstroom hebt geannuleerd.
  5. Haal de parkeerrem aan.
    Graphic
    GG580550
  6. Start de motor en laat de buitenste spuitbomen neer.
  7. Zet de pompschakelaar op Aan.
    Graphic
    G192636s
    1. Spuitpompschakelaar
    2. Mengschakelaar
    3. Gashendel
  8. Zet de gashendel op Snel en laat de motor 10 minuten draaien.
    Belangrijk  
    U moet het hydraulische systeem op bedrijfstemperatuur laten komen voordat u verdergaat met de resterende stappen voor de kalibratie van de vloeistofstroom.
     

De opvangtest voorbereiden

  1. Selecteer de spuitdoppen die gemonteerd zijn aan de actieve spuitstand.
    • Voor machines met spuitdopkleuren die overeenkomen met de omschreven stroomhoeveelheden: selecteer de kleur van de spuitdoppen die zijn gemonteerd in de actieve spuitstand.
    • Voor machines met spuitdopkleuren die niet overeenkomen met de beschreven stroomhoeveelheden, selecteert u de stroomhoeveelheid (gallons of liter per minuut) van de spuitdoppen gemonteerd aan de actieve spuitstand.
    Graphic
    G580551
  2. Ga naar de volgende stap.
  3. Zet de schakelaar van de spuitmodus in de stand manuele modus.
    Graphic
    G580552
  4. Draai de knop van de afsluiter van de spuitboomomloop dicht.
  5. Zet de mengschakelaar Uit en de gashendel op Snel.
  6. Ga naar de volgende stap.

De spuitboom (spuitbomen) voorbereiden voor de opvangtest

  1. Stel de spuitboomschakelaars als volgt in:
    Opmerking: Zie het hoofdstuk De stroomtest voorbereiden.
    • Selecteer de schakelaar van de linker-, middelste en rechterspuitboom voor een kalibratie van de 3 spuitbomen.
      Belangrijk  
      U moet deze kalibratie uitvoeren.
       
    • Selecteer de schakelaars van de 2 spuitbomen die u eerder hebt bepaald voor de kalibratie van 2 spuitbomen.
      Opmerking: Voer deze optionele kalibratie uit nadat u de kalibratie van de 3 spuitbomen hebt uitgevoerd.
    • Selecteer de schakelaar van de linker-, middelste of rechterspuitboom voor de spuitboom die u eerder hebt bepaald voor de kalibratie van 1 spuitboom.
      Opmerking: Voer deze optionele kalibratie uit nadat u de kalibratie van de 3 spuitbomen en de kalibratie van de 2 spuitbomen hebt uitgevoerd.
    Graphic
    G580553
  2. Ga naar de volgende stap.
  3. Druk in het scherm Herhaal de volgende test op de knop om de opvangtest van de spuitboom te beginnen.
    Graphic
    G580554

De opvangtest van de spuitboom uitvoeren

Opmerking: Maak een maatbeker klaar.
  1. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen op aan.
  2. Gebruik de schakelaar voor de gebruiksdosis om de druk van het spuitsysteem af te stellen op ongeveer 276 kPa (40 psi).
    Model 41394 afgebeeld
    Graphic
    G192699s
    1. Drukmeter (spuitsysteem)
    2. Schakelaar voor gebruiksdosis
  3. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen op Uit.
  4. Bevestig op het weergavescherm van de opvangtest het aantal spuitbomen en de kleur van de spuitmonden, en druk op knop 3 om de opvangtest te starten.
    Opmerking: U hebt 14 seconden om naar de achterkant van de machine te gaan en de maatbeker onder een spuitmond te plaatsen gedurende de opvangtest.
    Opmerking: Het spuitsysteem opent automatisch de spuitboomklep, de spuitmonden van de spuitmachine spuiten gedurende de opvangtest en het spuitsysteem sluit automatisch de spuitboomklep.
    Graphic
    G580555
  5. Vang het water van de spuitmond van de spuitmachine op totdat de stroom van de spuitmachine stopt.
    Graphic
    G193177
  6. Plaats de maatbeker op een horizontaal oppervlak en noteer het vloeistofvolume.
    Belangrijk  
    Plaats de maatbeker op een horizontaal oppervlak om het volume af te lezen.
     
    Belangrijk
    Lees het vloeistofvolume in de maatbeker af op het laagste punt van de curve van het vloeistofoppervlak.
     
    Belangrijk
    Kleine onnauwkeurigheden bij het aflezen van het vloeistofvolume in de maatbeker hebben een aanzienlijke invloed op de nauwkeurigheid van de kalibratie van de spuitmachine.
     
    Graphic
    G193416s
    1. Hoogste punt van de curve van het vloeistofoppervlak (hier niet aflezen)
    2. Laagste punt van de curve van het vloeistofoppervlak (hier aflezen)
    3. Horizontaal oppervlak
  7. Vergelijk het vloeistofvolume in de maatbeker met het doelvolume op het weergavescherm.
    Opmerking: Het volume vloeistof in de maatbeker mag ongeveer 7,4 ml verschillen van het doelvolume op het weergavescherm.
  8. Als het volume vloeistof in de maatbeker 7,4 ml meer of minder is dan het doelvolume, moet u een van de volgende dingen doen:
    • Als het volume vloeistof in de maatbeker ongeveer 7,4 ml verschilt van het doelvolume op het weergavescherm, ga dan naar de volgende stap.
    • Als het volume te klein is, gebruikt u de schakelaar voor de gebruiksdosis om de druk van het spuitsysteem te verhogen en naar de volgende stap te gaan.
    • Als het volume te groot is, gebruikt u de schakelaar voor de gebruiksdosis om de druk van het spuitsysteem te verlagen en naar de volgende stap te gaan.
  9. Herhaal de stappen totdat het volume vloeistof in de maatbeker ongeveer 7,4 ml verschilt van het doelvolume op het weergavescherm.

De kalibratieberekening uitvoeren

  1. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen op aan.
    Graphic
    G580556
  2. Druk op de knop om de kalibratieberekening te beginnen.
    Opmerking: Het scherm Kalibratie bezig verschijnt.
    Opmerking: De spuitbomen spuiten gedurende 3 minuten terwijl de machine de correctie van de kalibratie berekent.
  3. Als het kalibratieproces eindigt, wordt één van de volgende meldingen weergegeven:
    • Er wordt een melding weergegeven die bevestigt dat de kalibratie van de vloeistofstroom succesvol was.
    • Er wordt een melding weergegeven die aangeeft dat de kalibratie van de vloeistofstroom mislukt is.
      Als de kalibratiewaarde buiten de limiet valt, moet u contact opnemen met uw erkende servicedealer. U kunt ook de foutmelding bekijken en de kalibratiestappen herhalen.
    Graphic
    G580547
  4. Zet de gashendel op de stand Stationair, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje.

De kalibratie van 2 spuitbomen uitvoeren

Als u een kalibratie van 3 spuitbomen hebt voltooid, vraagt het display u om een kalibratie van 2 spuitbomen uit te voeren.
  1. Als u geen kalibratie van 2 spuitboom moet uitvoeren, keer dan terug naar het scherm Kalibreren.
  2. Als u de kalibratie wel moet uitvoeren, bereid de spuitmachine dan voor op een opvangtest.
    Opmerking: U hoeft alleen de spuitboomschakelaars Aan zetten die u eerder hebt bepaald.

De kalibratie van 1 spuitbomen uitvoeren

Als u een kalibratie van 3 spuitbomen en 2 spuitbomen hebt voltooid, vraagt het display u om een kalibratie van 1 spuitboom uit te voeren.
  1. Als u geen kalibratie van 1 spuitboom moet uitvoeren, keer dan terug naar het scherm Kalibreren.
  2. Als u de kalibratie wel moet uitvoeren, bereid de spuitmachine dan voor op een opvangtest.
    Opmerking: U hoeft alleen de spuitboomschakelaars Aan zetten die u eerder hebt bepaald.

Snelheidskalibratie

De snelheidskalibratie van de machine voorbereiden

  1. Selecteer Speed Calibration (snelheidskalibratie) in het menu Calibration (kalibratie).
    Graphic
    G580563
  2. Vul de spuittank halfvol met ongeveer 600 liter water.
    Graphic
    G580557
  3. Markeer een startlijn op een testgebied van het gazon.
  4. Markeer een afstand van 45 tot 152 m met een meetwiel; noteer de afstand die u hebt gemeten hieronder.
    Opmerking: Een testafstand van 92 tot 152 m levert betere kalibratieresultaten op.
    Afstand:
     
  5. Markeer een finishlijn op een testgebied van het gazon.
    Graphic
    G580558
  6. Gebruik de knoppen op het display om de ingevoerde afstand te wijzigen.
    Graphic
    G580559

De snelheidskalibratie uitvoeren

  1. Verplaats de machine om de voorwielen gelijk te zetten met de startlijn.
  2. Zorg ervoor dat de schakelaars voor de kleppen van de 3 spuitbomen op het middelste bedieningspaneel van de machine Uit staan.
    Graphic
    G580560
  3. Druk op de navigatieknop op het display om te beginnen en rij naar de finishlijn.
    Graphic
    G580561
    De gemeten afstand moet toenemen.
  4. Druk op de navigatieknop als het voorwiel van de machine op de finishlijn staat.
    Opmerking: Als de gemeten afstand en de ingevoerde afstand niet overeenstemmen, corrigeert de computer van het spuitsysteem automatisch de gemeten afstand.
  5. Als het kalibratieproces eindigt, wordt één van de volgende meldingen weergegeven:
    • Er wordt een melding weergegeven die bevestigt dat de kalibratie van de vloeistofstroom succesvol was.
    • Er wordt een melding weergegeven die aangeeft dat de kalibratie van de vloeistofstroom mislukt is.
      Als de kalibratiewaarde buiten de limiet valt, moet u contact opnemen met uw erkende servicedealer. U kunt ook de foutmelding bekijken en de kalibratiestappen herhalen.
    Graphic
    G580562
  6. Zet de gashendel op de stand Langzaam, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje.

Problemen oplossen

Meldingen
Meldingen voor de bestuurder verschijnen automatisch op het InfoCenter scherm wanneer een machinefunctie bijkomende handelingen vereist. Bijvoorbeeld, als u probeert de motor te starten terwijl u het tractiepedaal indrukt, wordt de melding weergegeven dat het tractiepedaal in neutraal moet staan.
Druk op een willekeurige knop op het display om de melding te wissen.
160
Start niet mogelijk - pompschakelaar actief
160
Start niet mogelijk niet in neutraalstand
160
Start niet mogelijk niet op stoel
160
Start niet mogelijk startmotor te lang ingeschakeld
160
Start niet mogelijk spoelpomp ingeschakeld
161
Motor gestopt bestuurder niet in bestuurdersstoel
161
Motor gestopt parkeerrem is ingeschakeld
162
Pompstart verhinderd spuitboom actief
162
Pompstart verhinderd bestuurder niet in bestuurdersstoel of parkeerrem ingeschakeld
162
Pompstart verhinderd de motor niet meer proberen te starten
162
Pompstart verhinderd bestuurder niet in bestuurdersstoel
164
Tankstatus waarschuwing tank bijna leeg
164
Tankstatus spoelpomp ingeschakeld
165
Parameterstatus ongeldige parameterwaarde
165
Parameterstatus ongeldige bereikwaarde parameter
168
Spuitbomen uitgeschakeld snelheid te laag
Storingscodes onderhoud
De onderstaande storingscodes van de Electronic Controller (TEC) geven aan dat er een elektrische storing was tijdens het gebruik van de machine.
Als er storingen worden weergegeven, neem dan contact op met uw erkende servicedealer.
Code
Beschrijving
1
TEC defect
2
Eén of meer 7,5 A uitgangszekeringen van de TEC is/zijn defect
3
Hoofdrelais or bedrading defect
4
Laadsysteem of bedrading defect
14
InfoCenter software niet herkend door TEC
17
Startmotor time-out (startmotor langer dan 30 seconden ingeschakeld)
18
Het tractiepedaal komt niet overeen met de rijsnelheid.
19
Geen signaal van de vloeistofstroommeter