Veiligheid

  • De TransPro aanhangwagen is enkel bedoeld voor Greensmaster® duwmaaiers. Het transporteren van ongeschikte machines kan de aanhangwagen beschadigen en/of de bestuurder verwonden.

  • Gebruik alleen voertuigen met het juiste sleepvermogen. De TransPro 80 aanhangwagen en een greensmaaier wegen ongeveer 238 kg. Controleer de aanwijzingen van de fabrikant van het trekvoertuig om te kijken of het over het nodige rem- en rijvermogen beschikt.

  • Controleer of de aanhangwagen goed is bevestigd aan het trekvoertuig voordat u de greensmaaiers laadt of lost om onverwachte bewegingen van de koppelinrichting of kantelen te voorkomen. De koppelinrichting van de aanhangwagen dient evenwijdig met de grond te zijn als u deze aan de koppeling van het trekvoertuig wilt bevestigen.

  • De aanhanger voegt extra sleepgewicht toe aan het voertuig. Bestuur het voertuig op een veilige manier.

    • Rij niet op de openbare weg met de machine.

    • Verlaag de snelheid van het trekvoertuig altijd voor en in bochten.

    • Verlaag de snelheid van het trekvoertuig altijd als u over onbekend of heuvelachtig terrein rijdt.

    • Verlaag de snelheid van het trekvoertuig altijd als u van richting verandert of wilt stoppen.

    • Verlaag de snelheid van het trekvoertuig altijd als u een bocht maakt of op een helling rijdt.

    • Neem nooit plotselinge of scherpe bochten. Verander nooit plotseling van richting op een talud, glooiing, helling, schuinte of een vergelijkbaar oppervlak.

    • De maximale sleepsnelheid is 24 km per uur. Pas de snelheid van het trekvoertuig altijd aan de terreinomstandigheden aan, zoals natte, gladde oppervlakken, los zand of grind en/of lage zichtbaarheid in zwak of fel licht, mist, nevel of regen.

    • Wees extra voorzichtig als u een zwaarbeladen voertuig van een helling of glooiing rijdt. Rij het voertuig indien mogelijk altijd recht op en af hellingen en glooiingen. Indien mogelijk niet dwars op een helling rijden. Het gevaar bestaat dat het trekvoertuig kantelt, wat ernstige verwondingen of de dood kan veroorzaken.

  • Voordat u achteruitrijdt, moet u achteromkijken om zeker te zijn dat er zich geen personen of voorwerpen achter u bevinden. Rij traag achteruit en hou de bewegingen van de aanhangwagen nauwkeurig in de gaten.

  • Wees uiterst voorzichtig en rij traag als u de aanhangwagen en het trekvoertuig achteruitrijdt.

  • Let op het verkeer als u in de buurt van een weg werkt of deze oversteekt. Verleen altijd voorrang aan voetgangers en andere voertuigen.

  • Als de aanhanger abnormaal begint te trillen, stop het trekvoertuig dan onmiddellijk. Zet de motor van het trekvoertuig af. Repareer alle schade voordat u verdergaat met slepen.

  • Voordat u onderhoud of aanpassingen uitvoert aan de aanhanger:

    • Breng het trekvoertuig tot stilstand en stel de parkeerrem in werking.

    • Zet de motor van het trekvoertuig af en haal het sleuteltje uit het contact.

  • Als de aanhangwagen is losgekoppeld van het trekvoertuig:

    • Sla de aanhangwagen op op een horizontaal oppervlak.

    • Blokkeer de wielen om te voorkomen dat de aanhangwagen in beweging komt.

  • Zorg ervoor dat het bevestigingsmateriaal goed vastgedraaid blijft. Vervang onderdelen die tijdens onderhoud of aanpassingen verwijderd worden.

Veiligheids- en instructiestickers

Graphic

Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers.

decal106-4669
decal133-8061
decal140-5280
decal140-5281

Installatie

De aanhangwagen in elkaar zetten

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Koppelinrichting1
Frame1
Gaffelpen1
Ring(⅝")2
Borgpen2
Bout (⅜" x 3½")4
Ring (3/8 inch)8
Moer (⅜")4
As van wielnaaf2
Wiel2

De koppelinrichting monteren aan het frame

Gebruik een gaffelpen, 2 ringen (⅝") en 2 borgpennen om de koppelinrichting aan het frame te bevestigen (Figuur 1).

g577157

De wielnaven en de oprijplaat met rails of de vlakke oprijplaat monteren

  1. Raadpleeg Figuur 2 om te bepalen welke montageopeningen in het frame u dient te gebruiken voor de breedte van uw greensmaaier.

    Important: Indien er een groomer bevestigd is aan uw Greensmaster machine, zal deze anders dan bovenstaand worden gemonteerd; raadpleeg de volgende lijst:

    • Greensmaster 1000/2000 of 2100 met groomer: de linkerzijde dient te worden ingesteld op stand nr. 3 en de rechterzijde op stand nr. 1.

    • Greensmaster 1800/eFlex 1800 met groomer: de linkerzijde dient te worden ingesteld op stand nr. 2 en de rechterzijde op stand nr. 3.

    g014662
  2. Gebruik 4 bouten (⅜" x 3½"), 4 moeren (⅜") en 8 ringen (⅜") om de wielnaven en de oprijplaat met rails of de vlakke oprijplaat aan het frame te bevestigen (Figuur 3).

    g577158

De wielen monteren

  1. Monteer een wiel op elke naaf met 4 wielmoeren (Figuur 4).

    g014665
  2. Draai de wielmoeren aan volgens de aanbevelingen in De torsie van de wielmoeren controleren.

  3. Laat lucht uit de banden volgens de specificaties in Bandenspanning controleren.

Gebruiksaanwijzing

De aanhangwagen koppelen aan het trekvoertuig

  1. Til de handgreep van de koppelinrichting op (Figuur 5).

    Note: Door de handgreep op te tillen, wordt het schuifmechanisme ingetrokken.

    g576617
  2. Breng de pen van de koppelinrichting op een lijn met de trekhaak van het trekvoertuig (Figuur 6).

    g338301
  3. Laat de handgreep van de koppelinrichting los om de aanhangwagen vast te maken aan de trekhaak van het trekvoertuig (Figuur 6).

    Zorg dat het schuifmechanisme gecentreerd is onder de pen van de koppelinrichting.

De aanhangwagen laden

Voordat u de aanhangwagen laadt

  1. Blokkeer de wielen van de aanhangwagen.

  2. Hou de aanhanger en de handgreep vast terwijl u de grendel en de lifthendel naar beneden drukt (Figuur 7). Laat de laadbak van de aanhangwagen neer op de grond.

    g014670
  3. Neem de grasvangers van de greensmaaier.

    Note: U kunt de grasvangers in het trekvoertuig bewaren.

  4. Raadpleeg de juiste instructies voor een uitgeruste oprijplaat- of railset:

    • Railset: Monteer de railwielen op de zeskantige assen (Figuur 8).

      Note: Bij alle Greensmaster duwmaaiers zijn de wielklemopeningen van de rails naar buiten gericht.

      g261683
    • Wielset: Monteer de transportwielen op de zeskantige assen; raadpleeg het onderdeel voor de montage van de transportwielen in de Gebruikershandleiding van uw tractie-eenheid.

Een machine op de aanhangwagen laden

  1. Zet de borgstangen los aan weerszijden van de aanhangwagen (Figuur 9).

    g578327
  2. Gebruik de vlakke oprijplaten of rails om de machine langzaam op de aanhangwagen te rijden. De voorste rol moet in de rolhouder zitten en de rail of transportwielen gaan in de wielgeleiders.

    Important: Laadt u de machine voor de eerste keer op de aanhangwagen, dan moet u de vergrendelingen van de rolbeugel openen zodat de rolhouder kan bewegen. Sluit de vergrendelingen om de rolhouder op zijn plaats te houden.Laadt u een machine met een andere configuratie (bv. een machine met een groomeraandrijving), dan moet u deze stap uitvoeren om te zorgen dat de machine goed vastgemaakt is op de aanhangwagen.

  3. Zet de machine uit en stel de parkeerrem in werking.

  4. Sluit de borgstangen aan weerszijden van de aanhangwagen (Figuur 10).

    g578439

Onderhoud

Aanbevolen onderhoudsschema

OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
Na de eerste 10 bedrijfsuren
  • De torsie van de wielmoeren controleren.
  • Bij elk gebruik of dagelijks
  • Controleer de bandenspanning.
  • Jaarlijks
  • De speling van de wiellagers controleren.
  • Bandenspanning controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Controleer de bandenspanning.
  • Aanbevolen bandenspanning: 0,34 bar

    Controleer de bandenspanning (Figuur 11). Verhoog of verlaag de bandenspanning zoals nodig is om deze af te stemmen op de aanbevolen bandendruk.

    g001055

    De speling van de wiellagers controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Jaarlijks
  • De speling van de wiellagers controleren.
    1. Verwijder eventuele machines die op de aanhangwagen staan.

    2. Krik de aanhangwagen op en zet kriksteunen onder de aanhangwagen.

    3. Controleer elk van de wielen op overmatige speling (d.w.z. als de band en naaf kunnen bewegen).

      Merkt u overmatige speling, neem dan contact op met uw erkende Toro distributeur.

    De torsie van de wielmoeren controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Na de eerste 10 bedrijfsuren
  • De torsie van de wielmoeren controleren.
  • Aanbevolen torsie: 108 N·m

    Controleer de torsie van de wielmoeren elke keer als u de wielen monteert en na de eerste 10 bedrijfuren.

    Haal de wielmoeren aan met de aanbevolen torsie; gebruik hierbij het getoonde patroon (Figuur 12).

    Waarschuwing

    Indien de correcte torsie niet wordt aangehouden, kan dit leiden tot defecten of verlies van het wiel waardoor lichamelijk letsel kan worden veroorzaakt.

    Draai de wielmoeren vast met de gespecificeerde torsie.

    g274650