Onderhoud
Note: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
Note: Download het elektrische of hydraulische schema gratis op www.Toro.com; u kunt uw machine zoeken via de link Handleidingen op de hoofdpagina.
Veiligheid bij onderhoud
-
Doe het volgende wanneer u de machine schoonmaakt, afstelt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht:
-
Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
-
Zet de motor af, verwijder het sleuteltje, koppel de bougiekabel af en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.
-
Blokkeer de wielen.
-
De machine verwijderen van de tractie-eenheid.
-
Laat de onderdelen van de machine afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
-
-
Verricht onderhoudswerkzaamheden uitsluitend volgens de instructies in deze handleiding. Indien belangrijke reparaties nodig zijn of als u hulp nodig hebt, moet u contact opnemen met een erkende Toro distributeur.
-
Ondersteun de machine met blokken of kriksteunen als u eronder moet werken.
-
Zorg ervoor dat alle veiligheidsschermen goed zijn bevestigd nadat u onderhoud hebt verricht aan de machine of nadat u deze hebt afgesteld.
-
Laat personeel dat niet bekend is met de instructies nooit onderhoudswerkzaamheden aan de machine uitvoeren.
-
Plaats de machine of onderdelen ervan op assteunen indien dit nodig is.
-
Haal voorzichtig de druk van onderdelen met opgeslagen energie.
-
Laad de accu’s niet op terwijl u onderhoud uitvoert aan de machine.
-
Om het risico op brand te verminderen, moet u de omgeving van de motor vrij houden van overtollig vet, gras, bladeren en aangekoekt vuil.
-
Voer indien mogelijk geen onderhoudswerkzaamheden uit als de motor draait. Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.
-
Als u de motor moet laten lopen om onderhouds- of afstelwerkzaamheden uit te voeren, moet u uw kleding, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de motor en bewegende delen houden. Hou omstanders uit de buurt van de machine.
-
Veeg gemorste olie en brandstof op.
-
Zorg ervoor dat alle onderdelen in goede staat verkeren en al het bevestigingsmateriaal stevig vastzit. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers.
-
Voer geen handelingen uit die van invloed zijn op de bedoelde werking van een veiligheidsvoorziening of die de bescherming waarin de veiligheidsvoorziening voorziet verminderen. Controleer de goede werking ervan regelmatig.
-
Voorkom dat de motor het maximaal toelaatbare toerental overschrijdt, doordat de instellingen van de motor zijn veranderd. Ten behoeve van de veiligheid en een nauwkeurige afstelling moet u het maximale motortoerental door een erkende Toro distributeur laten controleren met een toerenteller.
-
Indien grote reparaties nodig zijn of hulp is vereist, moet u contact opnemen met een erkende Toro distributeur.
-
Elke verandering aan deze machine kan gevolgen hebben voor de werking, prestaties of levensduur van de machine, en kan letsel of de dood veroorzaken. Dergelijke veranderingen kunnen ertoe leiden dat de garantie op het product van The Toro Company komt te vervallen.
Aanbevolen onderhoudsschema
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Na de eerste 8 bedrijfsuren |
|
| Na de eerste 10 bedrijfsuren |
|
| Bij elk gebruik of dagelijks |
|
| Om de 50 bedrijfsuren |
|
| Om de 100 bedrijfsuren |
|
| Om de 150 bedrijfsuren |
|
| Om de 200 bedrijfsuren |
|
| Om de 300 bedrijfsuren |
|
| Om de 500 bedrijfsuren |
|
| Om de 600 bedrijfsuren |
|
Important: Raadpleeg de Gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud
Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles.
|
Gecontroleerde item |
Voor week van: |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Ma. |
Di. |
Wo. |
Do. |
Vr. |
Za. |
Zo. |
|
|
Controleer het motoroliepeil. | |||||||
|
Motorscherm en oliekoeler reinigen | |||||||
|
Luchtfilter controleren. | |||||||
|
De bandenspanning controleren. | |||||||
|
Controleer het draaimoment van de bevestigingsklem van het blazermondstuk. | |||||||
|
De geleiders van het mondstuk schoonmaken. | |||||||
|
Controleren of motor ongewone geluiden maakt. | |||||||
|
Controleren op lekkages. | |||||||
|
Beschadigde lak bijwerken. | |||||||
|
Aantekening voor speciale aandachtsgebieden |
||
|---|---|---|
|
Controle uitgevoerd door: |
||
|
Item |
Datum |
Informatie |
Procedures voorafgaande aan onderhoud
Voorbereidingen voor onderhoudswerkzaamheden
-
Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
-
Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.
-
Blokkeer de wielen.
-
De machine verwijderen van de tractie-eenheid.
-
Laat de onderdelen van de machine afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
-
Koppel de bougiekabel af.
Onderhoud motor
Veiligheid van de motor
-
U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie.
-
Verander nooit de stand van de toerenregelaar van de motor en laat de motor niet te snel draaien.
Onderhoud van het luchtfilter
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Om de 100 bedrijfsuren |
|
| Om de 150 bedrijfsuren |
|
| Om de 300 bedrijfsuren |
|
| Om de 600 bedrijfsuren |
|
Filters verwijderen
-
Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.
-
Maak de sluitingen op het luchtfilter los en trek het luchtinlaatdeksel van de luchtfilterbehuizing.
-
Maak het luchtinlaatscherm en het deksel schoon.
-
Monteer het luchtinlaatdeksel en zet het goed vast met de sluitingen.

-
Maak de sluitingen op het luchtfilter los en trek het luchtfilterdeksel van de luchtfilterbehuizing.
-
Reinig de binnenkant van het luchtfilterdeksel met perslucht.
-
Schuif het voorfilter voorzichtig uit de luchtfilterbehuizing.
Note: Zorg ervoor dat u niet met het filter tegen de zijkant van de luchtfilterbehuizing stoot.
-
Verwijder het binnenste filter alleen als u van plan bent het filter te vervangen.

De filters controleren
-
Controleer het veiligheidsfilter. Als het vuil is, vervangt u het veiligheids- en het voorfilter.
Important: Probeer het veiligheidsfilter niet te reinigen. Als het veiligheidsfilter vuil is, betekent dit dat het primaire filter is beschadigd.
-
Inspecteer het filterelement op beschadiging door een felle lichtbron op de buitenkant van het filter te richten en er doorheen te kijken. Als het primaire filter vuil, verbogen of beschadigd is, moet u het vervangen.
Note: Gaten in het filter zien eruit als lichte vlekken. U mag het primaire filter niet reinigen.
Filters monteren
Important: U mag de motor nooit laten lopen zonder dat beide luchtfilters en het deksel zijn gemonteerd, omdat anders de motor schade kan oplopen.
-
Als u nieuwe filters plaatst, moet u elk filter controleren op transportschade.
Note: Een beschadigd filter mag niet worden gebruikt.
-
Als u het binnenste filter vervangt, schuif het dan voorzichtig in de filterbehuizing.
-
Schuif het voorfilter voorzichtig op het veiligheidsfilter.
Note: Zorg ervoor dat het primaire filter volledig op zijn plaats zit door op de buitenrand te duwen tijdens de montage.
Important: Druk niet op het zachte midden van het filter.
-
Monteer het luchtfilterdeksel en vergrendel het.
Motoroliepeil controleren
Note: Ververs de olie vaker als de machine in zeer stoffige of zanderige omstandigheden wordt gebruikt.
Type olie: Reinigingsolie (API-onderhoudsclassificatie SJ of hoger)
Carterinhoud: met filter, 2 l.
Viscositeit: zie onderstaande tabel.

Het motoroliepeil controleren
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Bij elk gebruik of dagelijks |
|
Note: Controleer de motorolie voordat u de motor start om aan het werk te gaan. Als de motor al heeft gedraaid, moet u de olie eerst terug naar het carter laten lopen gedurende tenminste 10 minuten voordat u controleert. Als het oliepeil op of onder de BIJVULLEN-markering op de peilstok staat, vul dan olie bij om het oliepeil bij de VOL-markering te brengen. Niet te vol vullen. Als het oliepeil tussen de VOL- en de BIJVULLEN-markering ligt, hoeft geen olie te worden bijgevuld.
-
Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
-
Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
-
Maak de omgeving van de peilstok schoon zodat er geen vuil in de vulopening kan komen en de motor beschadigen.
-
Verwijder de peilstok en veeg het uiteinde schoon.
-
Schuif de peilstok helemaal in de vulbuis.
-
Trek de peilstok uit en controleer het oliepeil op het metalen deel. Als het oliepeil laag is, giet u langzaam voldoende olie in de vulbuis totdat het oliepeil de VOL-markering bereikt.
Important: Niet te veel olie bijvullen en dan de motor laten draaien. Dat kan leiden tot beschadiging van de motor.
Olie verversen
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Om de 100 bedrijfsuren |
|
-
Start de motor en laat deze 5 minuten lopen.
Note: Een draaiende motor warmt de olie op, waardoor deze makkelijk uit de motor loopt.
-
Parkeer de machine zo dat de aftapkant iets lager staat dan de andere kant zodat alle olie kan weglopen.
-
Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
-
Plaats een opvangbak onder de aftapplug. Draai aan de aftapplug om de olie af te tappen.
Note: Een slang kan worden geplaatst op de afvoerklep om de oliestroom te richten. De slang wordt niet bij de machine geleverd.
-
Als alle olie is weggelopen, draait u de aftapplug dicht.
Note: Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum.
-
Giet ca. 80 % van de gespecificeerde hoeveelheid olie langzaam in de vulbuis.
-
Controleer het oliepeil.
Motoroliefilter vervangen
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Om de 200 bedrijfsuren |
|
Note: Vervang het oliefilter vaker als de machine wordt gebruikt in zeer stoffige of zanderige omstandigheden.
-
Laat de olie uit de motor lopen.
-
Verwijder het oude filter en veeg de pakking van het filter schoon.

-
Smeer een dun laagje schone olie op de rubberen pakking van het nieuwe filter.
-
Plaats het nieuwe filter op het filtertussenstuk, draai het oliefilter rechtsom totdat de rubberen pakking contact maakt met het filtertussenstuk. Draai het filter vervolgens nog een extra 2/3 tot 1 slag vast.
-
Vul het carter met het juiste type nieuwe olie.
-
Laat de motor ongeveer drie minuten draaien, zet de motor af en controleer op olielekken rond het oliefilter.
-
Controleer nogmaals het oliepeil en vul indien nodig olie bij.
Onderhoud van de bougies
Zorg ervoor dat de elektrodenafstand tussen de centrale elektrode en de massa-elektrode correct is voordat u de bougies monteert. Gebruik een bougiesleutel voor het (de)monteren van de bougies en een voelermaat voor het meten en afstellen van de elektrodenafstand. Monteer indien nodig nieuwe bougies.
Type: Champion® RC12YC, Champion® Platinum 3071 of een equivalent type.
Elektrodenafstand: 0,76 mm
Bougies controleren
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Om de 200 bedrijfsuren |
|
-
Bekijk de binnenkant van de bougies. Als de isolator lichtbruin of grijs is, werkt de motor naar behoren. Een zwarte laag op de isolator duidt meestal op een vuil luchtfilter.

Important: Bougies altijd vervangen bij een zwarte laag op de bougie, versleten elektroden, een vettige laag op de bougie of scheuren.
-
Controleer de afstand tussen de centrale elektrode en de massa-elektrode. Verbuig de massa-elektrode om de juiste afstand in te stellen indien dit nodig is.
Bougies verwijderen
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Om de 500 bedrijfsuren |
|
-
Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
-
Maak de bougiekabels los van de bougies.

-
Maak de omgeving van de bougie schoon om te voorkomen dat er vuil in de motor komt, wat beschadiging kan veroorzaken.
-
Verwijder de bougies en de metalen pakkingringen.
Bougies monteren
-
Monteer de bougies en de metalen ring. Controleer of de elektrodenafstand correct is.
-
Haal de bougies aan met 24 tot 30 N·m.
-
Sluit de bougiekabels aan op de bougies.

Onderhoud brandstofsysteem
Brandstoffilter vervangen
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Om de 200 bedrijfsuren |
|
Na verwijdering mag u nooit een vuil filter opnieuw aan de brandstofslang monteren.
-
Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
-
Laat de motor afkoelen.
-
Druk de uiteinden van de slangklemmen naar elkaar toe en schuif ze weg van het filter.

-
Trek het filter uit de brandstofslangen.
-
Monteer een nieuw filter en schuif de slangklemmen terug tot dicht bij het filter.
Onderhoud van de brandstoftank
Gevaar
In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken.
-
Tap de brandstof af uit de brandstoftank wanneer de motor koud is. Doe dit buiten op een open terrein. Neem eventueel gemorste brandstof op.
-
Rook nooit als u aan het werken bent met benzine en blijf uit de buurt van open vuur of vonken die brandstofdampen kunnen doen ontbranden.
-
Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak zodat alle benzine kan weglopen uit de brandstoftanks.
-
Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
-
Maak de slangklem op het brandstoffilter los en schuif deze over de brandstofslang weg van het brandstoffilter.
-
Ontkoppel de brandstofslang van het brandstoffilter.
Note: Laat de brandstof in een brandstofvat of opvangbak lopen.
Note: Omdat de tank leeg is, is dit een uitstekend moment om het brandstoffilter te vervangen.
-
Plaats de brandstofslang op het filter. Schuif de slangklem dicht op het filter om de brandstofslang vast te zetten.
Onderhoud uitvoeren aan koolstofhouder
Het luchtfilter van de koolstofhouder vervangen
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Om de 200 bedrijfsuren |
|
-
Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
-
Verwijder het luchtfilter van de koolstofhouder en gooi het weg, maar bewaar de slangen (Figuur 23).

-
Monteer het nieuwe luchtfilter en de slangen die u eerder verwijderd hebt.
Het filter van de purgeerlijn van de koolstofhouder vervangen
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Om de 200 bedrijfsuren |
|
Note: Controleer regelmatig of het filter van de purgeerlijn vuil is. Vervang het filter als het vuil is.
-
Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
-
De verende slangklemmen aan beide zijden van het purgeerlijnfilter van de koolstofhouder wegnemen van het filter (Figuur 24).

-
Verwijder het koolstoffilter en gooi het weg (Figuur 24).
-
Monteer een nieuw filter op de slang. De pijl op het filter moet naar de afsluitklep wijzen. Bevestig met de slangklemmen (Figuur 24).
Onderhoud elektrisch systeem
Important: Voordat er laswerkzaamheden worden verricht aan de machine, moet u de accupoolconnector losmaken van de wisselstroomdynamo om schade aan het elektrische systeem te voorkomen.
Veiligheid van het elektrisch systeem
-
Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool. Bevestig eerst de pluspool van de accu en daarna de minpool.
-
Laad de accu op in een open, goed geventileerde ruimte, uit de buurt van vonken en open vuur. Haal de oplader uit het stopcontact voordat u de accu aan- of loskoppelt. Draag beschermende kleding en gebruik geïsoleerd gereedschap.
Zekeringen vervangen
Motor
Een 10 A lijnzekering maakt deel uit van de kabelboom van de motor.
Ontvanger
Een zekeringenblok maakt deel uit van de kabelboom van de ontvanger. Hij bevindt zich achter de ontvanger, aan de rechterkant van de bedieningstoren.

Onderhoud aandrijfsysteem
Bandenspanning controleren
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Bij elk gebruik of dagelijks |
|
De bandenspanning controleren.
-
Model 44557 – 241 kPa
-
Modellen 44556 en 44558 – 96,5 kPa

De wielmoeren aandraaien.
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Na de eerste 10 bedrijfsuren |
|
Waarschuwing
Indien de correcte torsie niet wordt aangehouden, kan dit leiden tot defecten of verlies van het wiel waardoor lichamelijk letsel kan worden veroorzaakt.
Draai de wielmoeren vast met een torsie van 95 tot 122 N·m.
-
Maak de machine klaar voor onderhoud; zie .
-
Draai de wielmoeren vast met een torsie van 95 tot 122 N·m.
De banden controleren
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Om de 100 bedrijfsuren |
|
Na een ongeluk kan er een band of velg beschadigd zijn, controleer de banden daarom na een ongeluk.
De DOT-code bevindt zich aan de zijkant van elke band. Deze code biedt informatie over het draagvermogen en de snelheidsindex. Vervangingsbanden dienden hetzelfde of een beter draagvermogen en dezelfde of een betere snelheidsindex te hebben.
toont een voorbeeld van slijtage aan een band veroorzaakt door een te lage bandenspanning.

toont een voorbeeld van slijtage aan een band veroorzaakt door een te hoge bandenspanning.

Onderhoud riemen
De spanning van de riem voor de mondstukbediening afstellen.
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Na de eerste 8 bedrijfsuren |
|
| Om de 50 bedrijfsuren |
|
Als de riem voor de mondstukbediening slipt terwijl u het blazermondstuk van richting verandert, moet u de spanning van de riem afstellen.
-
Verwijder de riemkap.

-
Draai de bouten los die de bevestigingsbeugel aan het frame van de blazer bevestigen.
-
Steek een momentsleutel in de montagebeugel van de poelie zoals getoond in Figuur 30.
-
Gebruik de greep van de sleutel om de montagebeugel van de poelie weg te draaien van de afvoer, zodat de riem gespannen staat en de momentsleutel 22,6 tot 26,0 N⋅m aangeeft.
-
Zorg dat de riem de juiste spanning aanhoudt en zet de bevestigingsbouten vast.

Onderhoud van de blazer
De klem van het blazermondstuk controleren
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Bij elk gebruik of dagelijks |
|
-
Maak de machine klaar voor onderhoud.
-
Controleer de klem van het blazermondstuk op tekenen van slijtage of beschadiging.

-
Controleer de klem van het blazermondstuk dagelijks om te controleren of deze goed vastzit.
Important: Als het blazermondstuk een obstakel of lage stukken in het terrein raakt, kan de klem van het blazermondstuk los komen te zitten.
-
Als de klem los zit, moet u de moer van de klem vastdraaien met een torsie van 5,1 tot 5,7 N·m.
De geleiders van het mondstuk schoonmaken
| Onderhoudsinterval | Onderhoudsprocedure |
|---|---|
| Bij elk gebruik of dagelijks |
|
-
Maak de machine klaar voor onderhoud.
-
Verwijder resten van gras, vuil en afval rond en tussen de geleiders van het mondstuk.
Note: Als de geleiders van het mondstuk niet schoon zijn, kan het zijn dat het mondstuk niet vrij ronddraait, wat de motor kan beschadigen.

Onderhoud van afstandsbediening
Afstandsbediening en draadloze bedieningsmodule
De afstandsbediening moet gekoppeld zijn met de draadloze bedieningsmodule voordat u het afstandsbedieningssysteem kunt gebruiken. De afstandsbediening wordt in de fabriek verbonden aan de draadloze bedieningsmodule. Raadpleeg De afstandsbediening en de bedieningsmodule verbinden wanneer u de communicatie tussen de afstandsbediening en de draadloze bedieningsmodule moet herstellen (bv. als u een nieuwe of reserveafstandsbediening voor het eerst gebruikt met een bestaande basiseenheid of de signaalfrequentie verandert omwille van plaatselijke interferentieproblemen).
U kunt uitsluitend de Pro Force afstandsbediening verbinden aan de Pro Force draadloze bedieningsmodule. Als u een Pro Force afstandsbediening met een andere Pro Force draadloze bedieningsmodule verbindt, wordt de verbinding van die afstandsbediening met de oorspronkelijke Pro Force machine verbroken.
Note: Plaatselijke interferentie tijdens het werk kan de verbinding van de afstandsbediening met de draadloze bedieningsmodule verbreken. Aangezien de draadloze bedieningsmodule tijdens de verbindingsprocedure de beste van verschillende signaalfrequenties selecteert, moet u de machine naar het gebied van signaalverstoring of -verbreking rijden en de verbindingsprocedure uitvoeren om de beste resultaten te verkrijgen.
De afstandsbediening en de bedieningsmodule verbinden
Important: Lees de volledige procedure voordat u ze uitvoert.
-
Draai het contactsleuteltje naar de stand STOP.
-
Zorg dat u een vrije gezichtslijn naar de antenne hebt.

-
Druk tegelijkertijd op de knop MONDSTUK NAAR LINKS DRAAIEN en MONDSTUK NAAR RECHTS DRAAIEN en houd deze ingedrukt.
Note: Het ledlampje zal ongeveer één keer per seconde knipperen.

-
Laat de beide knoppen los wanneer de led ongeveer twee keer per seconde knippert.
-
Houd de knop MONDSTUK NAAR LINKS DRAAIEN ingedrukt en draai het sleuteltje naar de stand DRAAIEN.
Note: Het ledlampje blijft branden als de procedure gelukt is. Het kan tot 20 seconden duren voordat het ledlampje blijft branden.
-
Laat de knop MONDSTUK NAAR LINKS DRAAIEN los en draai het sleuteltje naar de stand STOP.
Note: Het afstandsbedieningssysteem is klaar voor gebruik met de verbonden afstandsbediening.
Reiniging
De machine schoonmaken
Important: Gebruik geen brak of teruggewonnen water om de machine schoon te maken.
Important: Was de machine nooit met een hogedrukreiniger.
-
Was de machine met een mild reinigingsmiddel en water.
-
Gebruik niet te veel water, zeker niet in de buurt van het bedieningspaneel.
Afval afvoeren
Motorolie, motor en batterijen van de afstandsbediening zijn milieuvervuilend. Verwijder deze stoffen volgens de plaatselijke voorschriften.


te letten, dat betekent Voorzichtig,
Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid.
Niet-naleving van deze instructies kan leiden tot lichamelijk of dodelijk
letsel.


















