Inleiding

Deze bladblazer wordt getrokken door een zitmaaier die bedoeld is voor gebruik door professionele bestuurders in commerciële toepassingen. De machine is ontworpen om door middel van blaaskracht snel grote gebieden vrij te maken van ongewenste verontreiniging op goed onderhouden gazons in parken, golfbanen en sportvelden. Het gebruik van dit product voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u en voor omstanders.

Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u dit product op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om letsel en schade aan de machine te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine.

Ga naar www.Toro.com voor documentatie over productveiligheid en bedieningsinstructies, informatie over accessoires, hulp bij het vinden van een dealer of om uw product te registreren.

Als u service, originele Toro onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.

Important: U kunt met uw mobiel apparaat de QR-code op het plaatje met het serienummer (indien aanwezig) scannen om toegang te krijgen tot de garantie, onderdelen en andere productinformatie.

g257159

Er worden in deze handleiding een aantal mogelijke gevaren en een aantal veiligheidsberichten genoemd met de volgende veiligheidssymbolen (Figuur 2), die duiden op een gevaarlijke situatie die ernstig of fataal lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben als u de veiligheidsvoorschriften niet in acht neemt.

g000502

Er worden in deze handleiding twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt op algemene informatie die bijzondere aandacht verdient.

Als de machine zonder een goed werkende vonkenvanger, zoals omschreven in sectie 4442, of een goed onderhouden, brandveilige motor wordt gebruikt in een bosgebied of op een met dicht struikgewas of gras begroeid terrein, handelt de bestuurder in strijd met de bepalingen van sectie 4442 of 4443 van de Wet op de Openbare Hulpbronnen (Public Resources Code) van de Staat Californië.

De bij deze motor geleverde Gebruikershandleiding bevat informatie over het Environmental Protection Agency (EPA) in de Verenigde Staten en de California Emission Control Regulation voor emissiesystemen, onderhoud en garantie. Bestel vervangingsonderdelen bij de fabrikant van de motor.

De DOT-code bevindt zich aan de zijkant van elke band. Deze code biedt informatie over het draagvermogen en de snelheidsindex. Vervangingsbanden dienen hetzelfde of een beter draagvermogen en dezelfde of een betere snelheidsindex te hebben. Zorg ervoor dat de banden minstens voldoen aan de gewichtsvereisten van uw machine.

Important: De machine wijzigen of aanpassen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de partij die verantwoordelijk is voor naleving kan uw bevoegdheid om het apparaat te gebruiken ongeldig maken.Wijzig de machine niet of pas ze niet aan zonder de uitdrukkelijke toestemming van de partij die verantwoordelijk is voor naleving.

Niet-naleving van de veiligheidsrichtlijnen kan leiden tot persoonlijke verwondingen, beschadiging van apparatuur en verlies van de toestemming om met de apparatuur te werken.

De eigenaar en de gebruikers van de machine moeten alle geldende federale, lokale en staatsvoorschriften aangaande de installatie en het gebruik van de machine naleven. Niet-naleving kan straffen tot gevolg hebben en ertoe leiden dat het recht om de machine te gebruiken komt te vervallen.

Als deze machine is uitgerust met een telematica-apparaat, neem dan contact op met uw erkende Toro distributeur voor instructies over hoe u het apparaat moet activeren.

Certificaat elektromagnetische compatibiliteit

Nationaal: Dit apparaat voldoet aan de FCC Rules Part 15. Het gebruik is onderworpen aan de volgende voorwaarden: (1) De machine mag geen schadelijke interferentie en (2) deze machine moet elke interferentie accepteren die kan worden ontvangen, waaronder interferentie die ongewenste werking van de machine kan veroorzaken.

Afstandsbediening:

FCC ID: W7OMRF24J40MDME-Base, OA3MRF24J40MA-Hand Held

IC: 7693A-24J40MDME-Base, 7693A-24J40MA-Hand Held

Telematica-apparaat:

FCC ID: OF7RTS24

IC: 3575A-RTS24

Dit apparaat is getest en voldoet aan de limieten voor een digitaal apparaat van klasse B volgens Part 15 van de FCC-regelgeving. Deze limieten zijn bedoeld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie in een residentiële installatie. Dit apparaat genereert, gebruikt en kan radio-frequentie-energie uitstralen en, als het niet geïnstalleerd en gebruikt wordt volgens de instructies, schadelijke interferentie veroorzaken aan radiocommunicatie. Er is echter geen garantie dat in een specifieke installatie geen interferentie op zal treden. Als dit apparaat schadelijke interferentie veroorzaakt in de ontvangst van radio en televisie, hetgeen kan worden bepaald door het apparaat aan en uit te zetten, wordt de gebruiker aangemoedigd om de interferentie te corrigeren door het nemen van een van de volgende maatregelen:

  • Heroriënteer of verplaats de ontvangstantenne.

  • Vergroot de afstand tussen de apparatuur en de ontvanger.

  • Sluit de apparatuur aan op een stopcontact van een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.

  • Raadpleeg de dealer of een ervaren radio/tv-technicus voor hulp.

Waarschuwing

CALIFORNIË

Proposition 65 Waarschuwing

De uitlaatgassen van de motor van dit product bevatten chemische stoffen waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere schade aan de voortplantingsorganen kunnen veroorzaken.

Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken. Was altijd uw handen nadat u met deze onderdelen in aanraking bent geweest.

Gebruik van dit product kan leiden tot blootstelling aan chemische stoffen waarvan de Staat Californië weet dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere schade aan het voortplantingssysteem veroorzaken.

Veiligheid

Algemene veiligheid

Dit product kan voorwerpen uitwerpen. Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig letsel te voorkomen.

  • Lees deze Gebruikershandleiding en de gebruikershandleiding van de tractie-eenheid en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de machine in gebruik neemt. Zorg dat alle gebruikers van dit product weten hoe ze deze machine en de tractie-eenheid dienen te gebruiken en dat ze de waarschuwingen begrijpen.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kan er letsel ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • Houd handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen van de machine.

  • Gebruik de machine enkel als de nodige schermen en andere beveiligingsmiddelen aanwezig zijn en naar behoren werken.

  • Laat geen kinderen, omstanders of huisdieren het werkgebied betreden. Laat kinderen nooit de machine bedienen.

  • Zet de machine uit, verwijder het contactsleuteltje (indien aanwezig) en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Laat de machine afkoelen voordat u er instellingen of onderhoud aan verricht, of de machine schoonmaakt of stalt.

Onjuist gebruik of onderhoud van deze machine kan letsel tot gevolg hebben. Om het risico op letsel te verkleinen, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool Graphic te letten, dat betekent Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van deze instructies kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.

Veiligheids- en instructiestickers

Graphic

Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers.

decal115-5106
decal115-5113
decal131-6766
decal133-8062

Uitsluitend modellen 44556 en 44557:

decal119-6165

Uitsluitend model 44558:

decal163-0336

Uitsluitend model 44558:

decal163-0323

Uitsluitend modellen 44556 en 44557:

decal140-6843
decal140-6767

Montage

Note: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.

De CE-stickers aanbrengen

Modellen 44556 en 44558 – Indien vereist (alleen landen waar CE-normen gelden)

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Geluidssticker1
Sticker productiejaar1

Als u deze machine gebruikt in een land waar de CE/UKCA-normen gelden, moet u de volgende stickers aanbrengen:

g586451

De accu aansluiten

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Grafo 112X-vet (Toro onderdeelnr. 505-47)
  1. Maak de klemmen los waarmee de accu is bevestigd op de accubak (Figuur 4).

    g029816

    Gevaar

    Accuzuur bevat zwavelzuur; deze stof is dodelijk bij inname en veroorzaakt ernstige brandwonden.

    • U mag accuzuur nooit inslikken en moet elk contact met huid, ogen of kleding vermijden. Draag oogbescherming en rubberen handschoenen.

    • Vul de accu alleen bij op plaatsen waar schoon water aanwezig is om indien nodig uw huid af te spoelen.

  2. Bevestig de pluskabel (rood) aan de pluspool (+) van de accu.

  3. Bevestig de minkabel (zwart) aan de min (–) pool van de accu.

  4. Smeer een dun laagje Grafo 112X-vet (Toro onderdeelnr. 505-47) of vaseline op de polen en het bevestigingsmateriaal om corrosie te voorkomen.

  5. Plaats het accudeksel en zet het vast met de pennen.

De trekhaak op de machine monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Trekhaak 1
Bout (⅜" x 3") 2
Flensmoer (⅜") 2
  1. Plaats de bladblazer op een vlak, horizontaal oppervlak en blokkeer de wielen.

  2. Breng de voorkant van de machine omhoog en plaats deze op kriksteunen.

  3. Bevestig de buis aan het frame met 2 bouten (⅜" x 3") en flensmoeren (⅜").

    Note: De trekhaakbuis kan 180° worden gedraaid zodat deze past op verschillende trekhaakhoogten.

    Important: Monteer de trekhaakbuis op de juiste lengte zodat de blazer het trekvoertuig niet raakt wanneer deze een bocht maakt.

    g575681
  4. Voor model 44557 moet u de kabelboom langs de rechterzijde van de trekhaakbuis leiden en bevestigen.

    g575678
  5. Steek de stekker van de kabelboom in de houder op de trekhaakbuis.

De bladblazer op het trekvoertuig aansluiten

Model 44556 en 44558
  1. Koppel het trekvoertuig aan de blazer.

  2. Ondersteun de trekhaakbuis met een assteun en zorg ervoor dat de buis evenwijdig is met de grond.

  3. Verwijder de 2 bouten en 2 borgmoeren waarmee de trekhaak is bevestigd aan de trekhaakbuis.

  4. Breng de trekhaak omhoog of omlaag om deze gelijk uit te lijnen met de haak van het trekvoertuig.

    Important: Zorg dat het frame van de bladblazer evenwijdig is met de grond.

  5. Monteer de trekhaak aan de trekhaakbuis met de 2 bouten en 2 borgmoeren.

  6. Draai de borgmoeren en bouten vast met een torsie van 203 N·m.

  7. Sluit de trekhaak van de blazer aan op de haak van het trekvoertuig met de koppelpen en de borgpen.

    Important: Als de blazer het trekvoertuig raakt bij het maken van bochten, moet u de trekhaakbuis uittrekken weg van de bladblazer door de trekhaakbuis te monteren op de framesteunen en hierbij gebruik te maken van de verste montageopeningen.

    g008175

De machine aansluiten op het trekvoertuig

Uitsluitend model 44557

Op deze aanhangwagen wordt een koppeling gebruikt met een trekhaak met een kogel van 5 cm.

  1. Breng de aanhangwagen voldoende omhoog voor uw trekhaak.

  2. Breng de hendel op de trekhaakkoppeling omhoog terwijl u de afdekking over de kogel laat zakken.

    g012872
  3. Sluit de hendel en controleer of deze goed is vergrendeld.

  4. Steek de borgpen in de hendel.

  5. Kruis de veiligheidskettingen en bevestig deze aan de openingen in de trekhaak.

  6. Sluit de stekker van de kabelboom van de machine aan op de aansluiting van het trekvoertuig. Controleer of de remlichten branden als u het rempedaal intrapt en of de richtingaanwijzers knipperen als u richting aangeeft.

Algemeen overzicht van de machine

Afstandsbediening

Uitsluitend modellen 44556 en 44557
g029818

Verbonden afstandsbediening

Uitsluitend model 44558
g575692

Diagnoselampje

Het diagnoselampje geeft de status van zowel het elektronische systeem als de communicatie met de afstandsbediening aan.

g342080

Knippercode voor opstarten systeem

De knippercode voor het opstarten van het systeem wordt elke keer weergegeven wanneer het elektronische systeem van de machine normaal start.

De knippercode voor het opstarten van het systeem wordt weergegeven wanneer u het contactsleuteltje naar de stand DRAAIEN draait. Het diagnoselampje knippert in het volgende patroon:

  • Het lampje licht op gedurende 5 seconden.

  • Het lampje blijft uit gedurende 5 seconden.

  • Het lampje knippert 3 keer per seconde tot u op een knop op de afstandbediening drukt.

Knippercode voor verbroken communicatie

De knippercode voor verbroken communicatie wordt weergegeven wanneer de draadloze bedieningsmodule niet kan met de afstandsbediening kan communiceren.

De knippercode voor verbroken communicatie wordt weergegeven wanneer u het contactsleuteltje naar de stand DRAAIEN draait. Het diagnoselampje knippert snel.

Mogelijke problemen met de communicatie met de afstandsbediening zijn o.a.:

  • De draadloze bedieningsmodule heeft gedurende 10 seconden dat u het contactsleuteltje naar de stand DRAAIEN hebt gedraaid geen signaal van de afstandsbediening ontvangen.

  • De afstandsbediening bevindt zich te ver van de machine.

  • De batterijen van de afstandsbediening zijn bijna leeg.

  • De draadloze bedieningsmodule is niet verbonden met de afstandsbediening.

Knippercode voor actieve fout

De knippercode voor een actieve fout wordt weergegeven wanneer de TEC-controller een actieve fout detecteert.

De knippercode voor een actieve fout wordt weergegeven wanneer u het contactsleuteltje naar de stand DRAAIEN draait. Het diagnoselampje knippert in het volgende patroon:

  • Het lampje licht op gedurende 5 seconden.

  • Het lampje knippert snel (met of zonder pauze).

Eigenschappen van de radio

Frequentie2,4 GHz
Max. outputvermogen19,59 dBm

Werktuigen/accessoires

Een selectie van door Toro goedgekeurde werktuigen en accessoires is verkrijgbaar voor gebruik met de machine om de mogelijkheden daarvan te verbeteren en uit te breiden. Neem contact op met een erkende servicedealer of een erkende Toro verdeler, of bezoek www.Toro.com voor een lijst van alle goedgekeurde werktuigen en accessoires.

Om de beste prestaties te verkrijgen en ervoor te zorgen dat de veiligheidscertificaten van de machine blijven gelden, moet u ter vervanging altijd originele onderdelen en accessoires van Toro aanschaffen.

Gebruiksaanwijzing

Note: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.

Voor gebruik

Veiligheidsinstructies voorafgaand aan het werk

Algemene veiligheid

  • Laat kinderen of personen die geen instructie hebben ontvangen, de machine nooit gebruiken of onderhoudswerkzaamheden daaraan verrichten. Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen stellen aan de leeftijd van degene die met de machine werkt. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van alle bestuurders en technici.

  • Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningsorganen en de veiligheidssymbolen, en weet hoe u de machine veilig kunt gebruiken.

  • Zet altijd de motor af, verwijder het sleuteltje, wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en laat de machine afkoelen voordat u ze afstelt, repareert, schoonmaakt of stalt. Zorg ervoor dat u weet hoe u de machine en de motor snel kunt stoppen.

  • Zorg ervoor dat alle veiligheidsschermen, veiligheidsvoorzieningen en stickers op hun plaats zitten. Repareer of vervang veiligheidsvoorzieningen en vervang onleesbare of ontbrekende stickers. Gebruik de machine uitsluitend als deze aanwezig zijn en naar behoren werken.

  • Controleer of de tractie-eenheid geschikt is voor het gebruik met een werktuig van dit gewicht door contact op te nemen met de fabrikant of leverancier van de tractie-eenheid.

  • Breng op geen enkele manier wijzigingen aan deze onderdelen aan.

Brandstofveiligheid

  • Wees uiterst voorzichtig bij het omgaan met brandstof. Brandstof is ontvlambaar en de dampen kunnen tot ontploffing komen.

  • Doof alle sigaretten, sigaren, pijpen en andere ontstekingsbronnen.

  • Gebruik uitsluitend een goedgekeurd vat of blik voor de brandstof.

  • Wanneer de motor loopt of heet is, mag u de brandstofdop niet verwijderen of brandstof toevoegen.

  • Geen brandstof bijvullen of aftappen in een afgesloten ruimte.

  • Bewaar de machine en het brandstofvat niet op plaatsen waar open vlammen, vonken of waakvlammen (bv. van een boiler of een ander toestel) aanwezig kunnen zijn.

  • Probeer de motor niet te starten als u brandstof hebt gemorst; voorkom elke vorm van open vuur of vonken totdat de brandstofdampen volledig zijn verdwenen.

  • Vul de houders niet in een voertuig, op een vrachtwagen of op de laadbak van een aanhanger met kunststofbekleding. Plaats vaten die u wilt vullen altijd op de grond, uit de buurt van uw voertuig.

  • Verwijder de machine uit de vrachtwagen of de aanhanger en vul de tank pas als de machine op de grond staat. Als dit niet mogelijk is, is het beter om bij te vullen uit een draagbaar vat dan met behulp van een vulpistool.

  • Gebruik de machine uitsluitend als het complete uitlaatsysteem is gemonteerd en naar behoren werkt.

  • Houd het vulpistool voortdurend in contact met de rand van de brandstoftank of de opening van de brandstofhouder totdat het bijvullen voltooid is. Vergrendel het vulpistool niet in de open stand.

  • Als u brandstof morst op uw kleding dient u zich onmiddellijk om te kleden. Eventueel gemorste brandstof opnemen.

  • Doe de brandstoftank nooit te vol. Plaats de brandstoftankdop terug en draai deze goed aan.

  • Brandstof in een goedgekeurd vat of blik en buiten bereik van kinderen bewaren. Koop nooit meer brandstof dan u in 30 dagen kunt opmaken.

  • Vul de brandstoftank niet helemaal. Vul de brandstoftank totdat het peil 6 mm tot 13 mm van de onderkant van de vulbuis staat. Deze geeft de brandstof in de tank ruimte om uit te zetten.

    • Voorkom dat u dampen lange tijd inademt.

    • Houd uw gezicht uit de buurt van het vulpistool en de opening van de brandstoftank.

    • Voorkom contact met de huid; als dit toch gebeurt, moet u gemorste vloeistof afspoelen met zeep en water.

Brandstofspecificatie

Important: Ongeschikte brandstof gebruiken kan leiden tot verminderde prestaties en/of motorschade die mogelijk niet gedekt wordt door de garantie.

Type

Minimaal octaangetal

87 (VS) of hoger (RON; buiten de VS)

Ethanolinhoud*

Niet meer dan 10% van het volume

Methanolinhoud

Geen

MTBE-inhoud* (methyl-tertiair-butylether)

Niet meer dan 15% van het volume

Olie

Niet toevoegen aan de brandstof

* Ethanol en MTBE zijn niet hetzelfde.

  • Gebruik uitsluitend schone, verse brandstof (minder dan 30 dagen oud) van een gerespecteerde bron.

  • In de winter geen brandstof bewaren in de brandstoftank of in vaten, tenzij u een brandstofstabilisator gebruikt.

Gebruik van stabilisator/conditioner

Gebruik van stabilisator/conditioner in de machine biedt de volgende voordelen:

  • Houdt brandstof langer vers wanneer deze wordt gebruikt volgens de voorschriften van de fabrikant van de stabilisator.. Als u de machine langer wilt stallen, moet u de benzine aftappen uit de brandstoftank.

  • Houdt de motor tijdens het gebruik schoon.

  • Voorkomt harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem, die tot startproblemen kunnen leiden

Important: Gebruik nooit brandstofadditieven die methanol of ethanol bevatten.

Voeg een deel van de stabilisator/conditioner toe aan de verse brandstof zoals aangegeven door de fabrikant van de stabilisator.

Note: Stabilisator/conditioner werkt het best als deze met verse benzine wordt gemengd. Gebruik altijd een stabilisator om het risico van harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem zo klein mogelijk te houden.

Brandstoftank vullen

Inhoud brandstoftank: 18,9 liter

Important: Gebruik nooit andere brandstofadditieven dan een brandstofstabilisator/conditioner.

  1. Zet de motor af.

  2. Reinig de omgeving van de dop van de hydraulische tank en verwijder de dop.

    Note: De dop van de brandstoftank is voorzien van een meter die het brandstofpeil aangeeft.

    g341695
  3. Vul de brandstoftank totdat het peil 6 mm tot 13 mm onder de onderkant van de vulbuis staat.

    Note: De ruimte in de tank geeft de brandstof de kans om uit te zetten. De brandstoftanks nooit helemaal vullen.

  4. Plaats de dop van de brandstoftank terug en zet hem goed vast.

  5. Neem eventueel gemorste brandstof op.

Dagelijks onderhoud uitvoeren

Voer elke dag voordat u de machine start de procedures uit in het onderdeel Telkens voor gebruik/Dagelijks in .

Tijdens gebruik

Veiligheid tijdens het werk

Algemene veiligheid

  • De eigenaar/bestuurder is verantwoordelijk voor ongevallen die kunnen leiden tot lichamelijk letsel en materiële schade, en hij kan zulke ongevallen voorkomen.

  • Draag geschikte kleding en uitrusting, zoals oogbescherming, een lange broek, stevige schoenen met een gripvaste zool en gehoorbescherming. Draag lang haar niet los en draag geen losse kleding of sieraden.

  • Gebruik de machine niet als u ziek, moe of onder de invloed van alcohol, medicijnen of drugs bent.

  • Geef uw volledige aandacht als u de machine gebruikt. Zorg ervoor dat u met niets anders bezig bent waardoor u kunt worden afgeleid, anders kan er letsel ontstaan of kan eigendom worden beschadigd.

  • De uitgeblazen lucht heeft een aanzienlijke kracht en waardoor u letsel kunt oplopen of wegglijden. Blijf uit de buurt van het blazermondstuk als de machine in bedrijf is.

  • Houd alle omstanders uit de buurt; zet de machine uit wanneer omstanders het gebied betreden, richt de afvoeropening niet naar hen.

  • Gebruik de machine alleen als deze niet aangesloten is op een trekvoertuig.

  • Gebruik de motor niet en richt de blazer niet op een besloten ruimte zonder adequate ventilatie. De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een reukloos gas dat bij inademing dodelijk is.

  • Vervoer geen passagiers op de machine en houd omstanders en huisdieren weg van de machine terwijl deze wordt gebruikt.

  • Gebruik de machine uitsluitend bij goede zichtbaarheid zodat u uit de buurt van kuilen en verborgen gevaren kunt blijven.

  • Kijk achterom en omlaag voordat u achteruitrijdt om er zeker van te zijn dat de weg vrij is.

  • Wees voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.

  • Laat de motor nooit lopen in een ruimte waar uitlaatgassen zich kunnen verzamelen.

  • U mag een machine met draaiende motor nooit onbeheerd achterlaten.

  • Doe het volgende voordat u de bestuurdersstoel verlaat:

    • Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

    • Stel de parkeerrem van het trekvoertuig in werking.

    • Zet de motor uit en verwijder het sleuteltje (indien aanwezig).

    • Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

  • Als de machine abnormaal trilt, moet u deze onmiddellijk stoppen, de motor afzetten, het sleuteltje verwijderen, wachten tot alle onderdelen tot stilstand zijn gekomen en op beschadigingen controleren. Repareer alle schade aan de machine alvorens door te gaan met het werk.

  • Neem gas terug als u moet rijden op oneffen terrein en vlak langs wegranden, kuilen en andere onverwachte veranderingen in het terrein.

  • Wees voorzichtig tijdens het draaien en voorkom onveilige manoeuvres om te voorkomen dat de machine kantelt.

Alleen model 44557:

Als u zich met de machine op de openbare weg begeeft, neem dan de verkeersregels in acht en gebruik bijkomende accessoires die wettelijk verplicht kunnen zijn, zoals verlichting, richtingaanwijzers, tekens 'langzaam rijdend voertuig', etc.

Veiligheid op hellingen

  • Het maaien op hellingen is een belangrijke factor bij ongelukken waarbij de controle over de machine wordt verloren of deze omkantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. U bent verantwoordelijk voor een veilig gebruik van de machine op hellingen. Gebruik van de machine op hellingen vereist altijd extra voorzichtigheid.

  • Bekijk de specificaties van de tractie-eenheid om er zeker van te zijn dat u deze niet gebruikt op te steile hellingen.

  • Onderzoek de toestand van het werkgebied om te bepalen of de machine veilig kan worden gebruikt op de helling. Gebruik altijd uw gezond verstand en uw beoordelingsvermogen wanneer u dit onderzoek uitvoert.

  • Neem de onderstaande instructies door voor gebruik van de machine op hellingen. Beoordeel de omstandigheden van het terrein alvorens de machine te gebruiken om na te gaan of u de machine op een bepaalde dag op dit terrein kunt gebruiken. Veranderingen in het terrein kunnen ertoe leiden dat de machine zich anders gedraagt op een helling.

    • Vermijd starten, stoppen of bochten maken op hellingen. Voorkom dat u plotseling de snelheid of de rijrichting van de machine moet veranderen. Keer traag en geleidelijk om.

    • Gebruik de machine niet in omstandigheden waarin u niet zeker bent van de tractie, het stuurgedrag of de stabiliteit.

    • Verwijder of markeer obstakels zoals greppels, putten, geulen, hobbels, stenen en andere verborgen gevaren. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar. De machine kan omslaan op oneffenheden in het terrein.

    • Denk eraan dat de machine tractie kan verliezen doordat u bergafwaarts, op nat gras of dwars op een helling maait.

    • Rij zeer voorzichtig als u de machine gebruikt in de buurt van steile hellingen, greppels, dijken, waterpartijen en andere gevaarlijke punten. De machine kan plotseling omslaan als een wiel over de rand komt, of als de rand instort. Zorg voor een veilige afstand tussen de machine en een gevarenzone.

De afstandsbediening gebruiken

  • Niet-naleving van de veiligheidsrichtlijnen kan leiden tot persoonlijke verwondingen, beschadiging van apparatuur en verlies van de toestemming om met de apparatuur te werken.

  • Gebruik en behoud de correcte bekabeling. Volg de instructies van de fabrikant op. Onjuiste, losse en versleten bekabeling kan de motor beschadigen of ertoe leiden dat de apparatuur niet altijd of helemaal niet werkt.

  • Door aan de machine veranderingen of aanpassingen te maken die niet uitdrukkelijk toegestaan worden door de fabrikant vervalt de garantie.

  • De eigenaar en de gebruikers van de machine moeten alle geldende federale, lokale en staatsvoorschriften aangaande de installatie en het gebruik van de machine naleven. Niet-naleving kan straffen tot gevolg hebben en ertoe leiden dat het recht om de machine te gebruiken komt te vervallen.

  • Zorg ervoor dat de machine en de omgeving vrij is van obstakels voordat u de machine gaat gebruiken. Stel de afstandsbediening pas in werking als u zeker bent dat dit veilig is.

  • U kunt de stroom van de RF2CAN en TEC2403 controllers uitschakelen door het circuit los te koppelen van de voeding.

  • Gebruik een vochtige doek om de afstandsbediening schoon te houden. Verwijder modder, beton en vuil na gebruik om te voorkomen dat knoppen, hendels, kabels of schakelaars geklemd of verstopt raken.

  • Laat geen vloeistoffen in de behuizing van de afstandsbediening en de basiseenheid komen. Gebruik geen hogedrukapparatuur om de afstandsbediening of basiseenheid schoon te maken.

  • Koppel de RF2CAN en TEC2403 controller af voordat u laswerken uitvoert aan de machine. Als u de controllers niet afkoppelt, kan dat leiden tot vernieling of beschadiging van de controllers.

  • Gebruik en stal de machine alleen conform de vermelde gebruiks- en opslagtemperaturen.

Motor starten

Waarschuwing

Draaiende onderdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.

  • Houd uw handen, voeten, haren en kleding uit de buurt van alle bewegende onderdelen van de machine om letsel te voorkomen.

  • Gebruik de machine nooit als de kappen, schermen of afdekplaten zijn verwijderd.

  1. Zorg ervoor dat de blazer goed aan het trekvoertuig is bevestigd voordat u de motor start.

  2. Draai het contactsleuteltje naar de stand START.

  3. Laat het contactsleuteltje los zodra de motor aanslaat.

De motor afzetten

  1. Draai het sleuteltje op UIT en haal het uit het contact.

  2. Druk op de knop STOP op de afstandsbediening.

De bladblazer starten met de draadloze afstandsbediening

Uitsluitend modellen 44556 en 44557

U kunt de afstandsbediening activeren door op om het even welke knop te drukken.

  1. Op de bladblazer draait u het contactsleuteltje naar de stand DRAAIEN.

  2. Op de afstandsbediening drukt u op de knop START.

    g029818
  3. Druk op de knop LINKS .

  4. Druk op de knop RECHTS.

  5. Houd de knop START ingedrukt.

    Note: Om de batterij te sparen, gaat de afstandsbediening in stand-bymodus zodra ze 3 seconden niet actief is geweest. Druk op om het even welke knop om de afstandsbediening opnieuw in te schakelen.Zodra de TEC-controller 2 uur lang niet actief is geweest, schakelt hij in de stand-bymodus. In de stand-bymodus loopt de motor niet (of deze slaat af) en de afstandsbediening bedient geen enkele functie.Om de controller uit de time-outmodus te halen, zet u de sleutel naar de stand UIT en vervolgens naar de stand LOPEN.

De meter voor de stand van het mondstuk

De meter voor de stand van het mondstuk bevindt zich achter de turbinebehuizing, boven de brandstoftank.

De sticker op de meter voor de stand van het mondstuk geeft de stand van het mondstuk aan m.b.t. de grond.

g314786

Er is een rode wijzer en een groene wijzer aan het blazermondstuk bevestigd.

Uitlijning mondstuk

  • Wanneer de rode wijzer zichtbaar is in de meter voor de stand van het mondstuk, is het blazermondstuk uitgelijnd om rechts van de machine te blazen.

  • Wanneer de groene wijzer zichtbaar is in de meter voor de stand van het mondstuk, is het blazermondstuk uitgelijnd om links van de machine te blazen.

Hoek van mondstuk

De wijzer en de meter geven de hoek van het blazermondstuk als volgt aan:

  • Wanneer de wijzer zich in hetzelfde gekleurde gebied op de sticker bevindt, geeft dit aan dat de opening van het uitwerpkanaal meer evenwijdig met de grond is gepositioneerd.

  • Wanneer de wijzer zich in het verschillend gekleurde gebied op de sticker bevindt, geeft dit aan dat de opening van het uitwerpkanaal meer naar de grond toe is gepositioneerd.

Tips voor bediening en gebruik

  • Oefen in het gebruik van de blazer. Blaas met de wind mee om te voorkomen dat het afval wordt teruggeblazen naar het gebied dat is schoongemaakt.

  • Laat de motor op volgas lopen wanneer u afval wegblaast op een werkterrein.

  • Stel de stand van het blazermondstuk zo in dat de luchtstroom onder het afval blaast.

  • Wees voorzichtig bij het blazen onder nieuwe beplanting, omdat de luchtstroom het gras zou kunnen verstoren.

Na gebruik

Veiligheid na het werk

Algemene veiligheid

  • Parkeer de machine op een stevig, horizontaal oppervlak, zet de motor af, verwijder het sleuteltje, wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en laat de machine afkoelen voordat u ze afstelt, repareert, schoonmaakt of stalt.

  • Koppel de machine alleen op een horizontaal oppervlak los van de tractie-eenheid.

  • Blokkeer altijd de wielen bij het loskoppelen van de machine om te voorkomen dat deze in beweging komt.

  • Bewaar de machine en het brandstofvat niet op plaatsen waar open vlammen, vonken of waakvlammen (bv. van een boiler of een ander toestel) aanwezig kunnen zijn.

  • Zorg ervoor dat alle onderdelen van de machine in goede staat verkeren en alle bevestigingselementen stevig vastzitten.

  • Vervang versleten, beschadigde en ontbrekende stickers.

Veiligheid tijdens het slepen

  • Controleer voordat u de machine gaat slepen de voorschriften inzake veiligheid bij het slepen van uw gebied of land, alsook of u de veiligheidsvoorschriften van het Department of Transportation (DOT) naleeft.

  • Zet altijd de motor af en richt het blazermondstuk naar boven voordat u de machine gaat vervoeren.

  • Sleep uitsluitend met een machine die is voorzien van een trekhaak. Bevestig materiaal dat wordt gesleept, uitsluitend aan het sleeppunt.

  • Controleer altijd de onderdelen van de trekhaak op slijtage. Sleep de machine niet als onderdelen van de trekhaak beschadigd zijn of ontbreken.

  • Controleer de bandenspanning op de machine. Pomp de banden wanneer ze koud zijn op tot 97 kpa (14 psi). Controleer ook de slijtage van het bandprofiel op de machine.

  • Bevestig altijd de veiligheidskettingen van de machine op de juiste manier aan het trekvoertuig.

  • Vermijd plotseling stoppen en starten. Hierdoor kunt u gaan slippen of scharen. Soepel en geleidelijk starten en stoppen is beter tijdens het slepen.

  • Vermijd scherpe bochten om omkantelen te voorkomen.

  • Het is aanbevolen om offroad niet sneller te slepen dan 24 km per uur.

  • Blokkeer de wielen wanneer u geparkeerd bent om te voorkomen dat de machine beweegt.

Veiligheid tijdens het slepen

Model 44557
  • Controleer voordat u de machine gaat slepen de voorschriften inzake veiligheid bij het slepen van uw gebied of land, alsook of u de veiligheidsvoorschriften van het Department of Transportation (DOT) naleeft.

  • Zet altijd de motor af en richt het blazermondstuk naar boven voordat u de machine gaat vervoeren.

  • Sleep uitsluitend met een machine die is voorzien van een trekhaak. Bevestig materiaal dat wordt gesleept, uitsluitend aan het sleeppunt.

  • Controleer altijd de onderdelen van de trekhaak op slijtage. Sleep de machine niet als onderdelen van de trekhaak beschadigd zijn of ontbreken.

  • Controleer de bandenspanning op de machine. Pomp de banden wanneer ze koud zijn op tot 97 kpa (14 psi). Controleer ook de slijtage van het bandprofiel op de machine.

  • Bevestig altijd de veiligheidskettingen van de machine op de juiste manier aan het trekvoertuig.

  • Vermijd plotseling stoppen en starten. Hierdoor kunt u gaan slippen of scharen. Soepel en geleidelijk starten en stoppen is beter tijdens het slepen.

  • Vermijd scherpe bochten om omkantelen te voorkomen.

  • Blokkeer de wielen wanneer u geparkeerd bent om te voorkomen dat de machine beweegt.

  • Sleep de machine niet sneller dan 88 km per uur. Het is aanbevolen om offroad niet sneller te slepen dan 24 km per uur.

  • Controleer voordat u de machine gaat slepen de voorschriften inzake veiligheid bij het slepen van uw gebied of land, alsook of u de veiligheidsvoorschriften van het Department of Transportation (DOT) naleeft.

  • Controleer de bandenspanning op de machine. Pomp de banden wanneer ze koud zijn op tot 2,41 bar. Controleer ook de slijtage van het bandprofiel op de machine.

De machine transporteren

  • Wees voorzichtig als u de machine inlaadt op een aanhanger of een vrachtwagen of uitlaadt.

  • Gebruik een oprijplaat over de volledige breedte om de machine op een aanhangwagen of vrachtwagen te rijden.

  • Zet de machine goed vast met spanbanden, kettingen, kabels of touwen. Zowel de voorste als de achterste spanband moet naar beneden en naar de buitenkant van de machine lopen.

De machine verplaatsen van het werkterrein

Important: Breng het blazermondstuk omhoog voordat u de machine verplaatst van het werkterrein. Als u het blazermondstuk tijdens het vervoer omlaag laat staan, kan dit in contact komen met de grond en beschadigd worden.

De machine aansluiten op het trekvoertuig

Model 44557
  • Controleer de kogel op de trekhaak van het trekvoertuig en de koppeling van de machine op tekenen van slijtage of schade. Vervang versleten of beschadigde onderdelen voordat u de machine gaat slepen.

  • De koppeling van de machine is 5,1 cm. De kogel op de trekhaak van het trekvoertuig moet een diameter van 5,1 cm hebben. Het gebruik van een kogel met een andere diameter kan een extreem gevaarlijke situatie veroorzaken die kan leiden tot het loskomen van de koppeling en de kogel.

  • Is de sleepstang aangekoppeld op de machine, bevestig de koppeling van de machine dan aan de trekhaak van het trekvoertuig en zorg dat de borghendel in de gesloten stand staat.

Voorzichtig

De veiligheidsketting is ervoor bedoeld om te voorkomen dat de machine volledig loskomt van het sleepvoertuig als de trekbalk zou afbreken of loslaten.

Als er geen veiligheidsketting op de machine zit, mag u de machine niet slepen.

Onderhoud

Note: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.

Note: Download het elektrische of hydraulische schema gratis op www.Toro.com; u kunt uw machine zoeken via de link Handleidingen op de hoofdpagina.

Veiligheid bij onderhoud

  • Doe het volgende wanneer u de machine schoonmaakt, afstelt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht:

    • Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

    • Zet de motor af, verwijder het sleuteltje, koppel de bougiekabel af en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

    • Blokkeer de wielen.

    • De machine verwijderen van de tractie-eenheid.

    • Laat de onderdelen van de machine afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

  • Verricht onderhoudswerkzaamheden uitsluitend volgens de instructies in deze handleiding. Indien belangrijke reparaties nodig zijn of als u hulp nodig hebt, moet u contact opnemen met een erkende Toro distributeur.

  • Ondersteun de machine met blokken of kriksteunen als u eronder moet werken.

  • Zorg ervoor dat alle veiligheidsschermen goed zijn bevestigd nadat u onderhoud hebt verricht aan de machine of nadat u deze hebt afgesteld.

  • Laat personeel dat niet bekend is met de instructies nooit onderhoudswerkzaamheden aan de machine uitvoeren.

  • Plaats de machine of onderdelen ervan op assteunen indien dit nodig is.

  • Haal voorzichtig de druk van onderdelen met opgeslagen energie.

  • Laad de accu’s niet op terwijl u onderhoud uitvoert aan de machine.

  • Om het risico op brand te verminderen, moet u de omgeving van de motor vrij houden van overtollig vet, gras, bladeren en aangekoekt vuil.

  • Voer indien mogelijk geen onderhoudswerkzaamheden uit als de motor draait. Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.

  • Als u de motor moet laten lopen om onderhouds- of afstelwerkzaamheden uit te voeren, moet u uw kleding, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de motor en bewegende delen houden. Hou omstanders uit de buurt van de machine.

  • Veeg gemorste olie en brandstof op.

  • Zorg ervoor dat alle onderdelen in goede staat verkeren en al het bevestigingsmateriaal stevig vastzit. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers.

  • Voer geen handelingen uit die van invloed zijn op de bedoelde werking van een veiligheidsvoorziening of die de bescherming waarin de veiligheidsvoorziening voorziet verminderen. Controleer de goede werking ervan regelmatig.

  • Voorkom dat de motor het maximaal toelaatbare toerental overschrijdt, doordat de instellingen van de motor zijn veranderd. Ten behoeve van de veiligheid en een nauwkeurige afstelling moet u het maximale motortoerental door een erkende Toro distributeur laten controleren met een toerenteller.

  • Indien grote reparaties nodig zijn of hulp is vereist, moet u contact opnemen met een erkende Toro distributeur.

  • Elke verandering aan deze machine kan gevolgen hebben voor de werking, prestaties of levensduur van de machine, en kan letsel of de dood veroorzaken. Dergelijke veranderingen kunnen ertoe leiden dat de garantie op het product van The Toro Company komt te vervallen.

Aanbevolen onderhoudsschema

OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
Na de eerste 8 bedrijfsuren
  • De conditie en de spanning van de riem controleren.
  • Na de eerste 10 bedrijfsuren
  • Torsie van wielmoeren controleren.
  • Bij elk gebruik of dagelijks
  • Controleer het motoroliepeil.
  • De bandenspanning controleren.
  • De klem van het blazermondstuk controleren.
  • De geleiders van het mondstuk schoonmaken.
  • Om de 50 bedrijfsuren
  • De conditie en de spanning van de riem controleren.
  • Om de 100 bedrijfsuren
  • Verwijder en reinig de koelschermen en koelzones.
  • De motorolie verversen.
  • Controleer de conditie van de banden.
  • Om de 150 bedrijfsuren
  • Controleer het voorfilter en het luchtinlaatscherm. (doe dit vaker in stoffige of zanderige omstandigheden).
  • Om de 200 bedrijfsuren
  • Brandstoffilter vervangen.
  • Bougies controleren.
  • Brandstoffilters vervangen.
  • Vervang het luchtfilter van de koolstofhouder (vaker onderhoud uitvoeren in erg stoffige of zanderige omstandigheden).
  • Het filter van de purgeerlijn van de koolstofhouder vervangen.
  • Om de 300 bedrijfsuren
  • Controleer het binnenste luchtfilter.(doe dit vaker in stoffige of zanderige omstandigheden).
  • Vervang het voorfilter. (doe dit vaker in stoffige of zanderige omstandigheden).
  • Om de 500 bedrijfsuren
  • Bougies vervangen.
  • Om de 600 bedrijfsuren
  • Vervang het binnenste filter. (doe dit vaker in stoffige of zanderige omstandigheden).
  • Important: Raadpleeg de Gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures.

    Controlelijst voor dagelijks onderhoud

    Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles.

    Gecontroleerde item

    Voor week van:

    Ma.

    Di.

    Wo.

    Do.

    Vr.

    Za.

    Zo.

    Controleer het motoroliepeil.

           

    Motorscherm en oliekoeler reinigen

           

    Luchtfilter controleren.

           

    De bandenspanning controleren.

           

    Controleer het draaimoment van de bevestigingsklem van het blazermondstuk.

           

    De geleiders van het mondstuk schoonmaken.

           

    Controleren of motor ongewone geluiden maakt.

           

    Controleren op lekkages.

           

    Beschadigde lak bijwerken.

           

    Aantekening voor speciale aandachtsgebieden

    Controle uitgevoerd door:

    Item

    Datum

    Informatie

       
       
       
       
       

    Procedures voorafgaande aan onderhoud

    Voorbereidingen voor onderhoudswerkzaamheden

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

    2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

    3. Blokkeer de wielen.

    4. De machine verwijderen van de tractie-eenheid.

    5. Laat de onderdelen van de machine afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

    6. Koppel de bougiekabel af.

    Onderhoud motor

    Veiligheid van de motor

    • U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie.

    • Verander nooit de stand van de toerenregelaar van de motor en laat de motor niet te snel draaien.

    Onderhoud van het luchtfilter

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 100 bedrijfsuren
  • Verwijder en reinig de koelschermen en koelzones.
  • Om de 150 bedrijfsuren
  • Controleer het voorfilter en het luchtinlaatscherm. (doe dit vaker in stoffige of zanderige omstandigheden).
  • Om de 300 bedrijfsuren
  • Controleer het binnenste luchtfilter.(doe dit vaker in stoffige of zanderige omstandigheden).
  • Vervang het voorfilter. (doe dit vaker in stoffige of zanderige omstandigheden).
  • Om de 600 bedrijfsuren
  • Vervang het binnenste filter. (doe dit vaker in stoffige of zanderige omstandigheden).
  • Filters verwijderen

    1. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

    2. Maak de sluitingen op het luchtfilter los en trek het luchtinlaatdeksel van de luchtfilterbehuizing.

    3. Maak het luchtinlaatscherm en het deksel schoon.

    4. Monteer het luchtinlaatdeksel en zet het goed vast met de sluitingen.

      g575680
    5. Maak de sluitingen op het luchtfilter los en trek het luchtfilterdeksel van de luchtfilterbehuizing.

    6. Reinig de binnenkant van het luchtfilterdeksel met perslucht.

    7. Schuif het voorfilter voorzichtig uit de luchtfilterbehuizing.

      Note: Zorg ervoor dat u niet met het filter tegen de zijkant van de luchtfilterbehuizing stoot.

    8. Verwijder het binnenste filter alleen als u van plan bent het filter te vervangen.

      g575679

    De filters controleren

    1. Controleer het veiligheidsfilter. Als het vuil is, vervangt u het veiligheids- en het voorfilter.

      Important: Probeer het veiligheidsfilter niet te reinigen. Als het veiligheidsfilter vuil is, betekent dit dat het primaire filter is beschadigd.

    2. Inspecteer het filterelement op beschadiging door een felle lichtbron op de buitenkant van het filter te richten en er doorheen te kijken. Als het primaire filter vuil, verbogen of beschadigd is, moet u het vervangen.

      Note: Gaten in het filter zien eruit als lichte vlekken. U mag het primaire filter niet reinigen.

    Filters monteren

    Important: U mag de motor nooit laten lopen zonder dat beide luchtfilters en het deksel zijn gemonteerd, omdat anders de motor schade kan oplopen.

    1. Als u nieuwe filters plaatst, moet u elk filter controleren op transportschade.

      Note: Een beschadigd filter mag niet worden gebruikt.

    2. Als u het binnenste filter vervangt, schuif het dan voorzichtig in de filterbehuizing.

    3. Schuif het voorfilter voorzichtig op het veiligheidsfilter.

      Note: Zorg ervoor dat het primaire filter volledig op zijn plaats zit door op de buitenrand te duwen tijdens de montage.

      Important: Druk niet op het zachte midden van het filter.

    4. Monteer het luchtfilterdeksel en vergrendel het.

    Motoroliepeil controleren

    Note: Ververs de olie vaker als de machine in zeer stoffige of zanderige omstandigheden wordt gebruikt.

    Type olie: Reinigingsolie (API-onderhoudsclassificatie SJ of hoger)

    Carterinhoud: met filter, 2 l.

    Viscositeit: zie onderstaande tabel.

    g341978

    Het motoroliepeil controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • Controleer het motoroliepeil.
  • Note: Controleer de motorolie voordat u de motor start om aan het werk te gaan. Als de motor al heeft gedraaid, moet u de olie eerst terug naar het carter laten lopen gedurende tenminste 10 minuten voordat u controleert. Als het oliepeil op of onder de BIJVULLEN-markering op de peilstok staat, vul dan olie bij om het oliepeil bij de VOL-markering te brengen. Niet te vol vullen. Als het oliepeil tussen de VOL- en de BIJVULLEN-markering ligt, hoeft geen olie te worden bijgevuld.

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

    2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.

    3. Maak de omgeving van de peilstok schoon zodat er geen vuil in de vulopening kan komen en de motor beschadigen.

    4. Verwijder de peilstok en veeg het uiteinde schoon.

    5. Schuif de peilstok helemaal in de vulbuis.

    6. Trek de peilstok uit en controleer het oliepeil op het metalen deel. Als het oliepeil laag is, giet u langzaam voldoende olie in de vulbuis totdat het oliepeil de VOL-markering bereikt.

      Important: Niet te veel olie bijvullen en dan de motor laten draaien. Dat kan leiden tot beschadiging van de motor.

    Olie verversen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 100 bedrijfsuren
  • De motorolie verversen.
    1. Start de motor en laat deze 5 minuten lopen.

      Note: Een draaiende motor warmt de olie op, waardoor deze makkelijk uit de motor loopt.

    2. Parkeer de machine zo dat de aftapkant iets lager staat dan de andere kant zodat alle olie kan weglopen.

    3. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.

    4. Plaats een opvangbak onder de aftapplug. Draai aan de aftapplug om de olie af te tappen.

      Note: Een slang kan worden geplaatst op de afvoerklep om de oliestroom te richten. De slang wordt niet bij de machine geleverd.

    5. Als alle olie is weggelopen, draait u de aftapplug dicht.

      Note: Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum.

    6. Giet ca. 80 % van de gespecificeerde hoeveelheid olie langzaam in de vulbuis.

    7. Controleer het oliepeil.

    Motoroliefilter vervangen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 200 bedrijfsuren
  • Brandstoffilter vervangen.
  • Note: Vervang het oliefilter vaker als de machine wordt gebruikt in zeer stoffige of zanderige omstandigheden.

    1. Laat de olie uit de motor lopen.

    2. Verwijder het oude filter en veeg de pakking van het filter schoon.

      g001056
    3. Smeer een dun laagje schone olie op de rubberen pakking van het nieuwe filter.

    4. Plaats het nieuwe filter op het filtertussenstuk, draai het oliefilter rechtsom totdat de rubberen pakking contact maakt met het filtertussenstuk. Draai het filter vervolgens nog een extra 2/3 tot 1 slag vast.

    5. Vul het carter met het juiste type nieuwe olie.

    6. Laat de motor ongeveer drie minuten draaien, zet de motor af en controleer op olielekken rond het oliefilter.

    7. Controleer nogmaals het oliepeil en vul indien nodig olie bij.

    Onderhoud van de bougies

    Zorg ervoor dat de elektrodenafstand tussen de centrale elektrode en de massa-elektrode correct is voordat u de bougies monteert. Gebruik een bougiesleutel voor het (de)monteren van de bougies en een voelermaat voor het meten en afstellen van de elektrodenafstand. Monteer indien nodig nieuwe bougies.

    Type: Champion® RC12YC, Champion® Platinum 3071 of een equivalent type.

    Elektrodenafstand: 0,76 mm

    Bougies controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 200 bedrijfsuren
  • Bougies controleren.
    1. Bekijk de binnenkant van de bougies. Als de isolator lichtbruin of grijs is, werkt de motor naar behoren. Een zwarte laag op de isolator duidt meestal op een vuil luchtfilter.

      g326888

      Important: Bougies altijd vervangen bij een zwarte laag op de bougie, versleten elektroden, een vettige laag op de bougie of scheuren.

    2. Controleer de afstand tussen de centrale elektrode en de massa-elektrode. Verbuig de massa-elektrode om de juiste afstand in te stellen indien dit nodig is.

    Bougies verwijderen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 500 bedrijfsuren
  • Bougies vervangen.
    1. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.

    2. Maak de bougiekabels los van de bougies.

      g008791
    3. Maak de omgeving van de bougie schoon om te voorkomen dat er vuil in de motor komt, wat beschadiging kan veroorzaken.

    4. Verwijder de bougies en de metalen pakkingringen.

    Bougies monteren

    1. Monteer de bougies en de metalen ring. Controleer of de elektrodenafstand correct is.

    2. Haal de bougies aan met 24 tot 30 N·m.

    3. Sluit de bougiekabels aan op de bougies.

      g008795

    Onderhoud brandstofsysteem

    Brandstoffilter vervangen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 200 bedrijfsuren
  • Brandstoffilters vervangen.
  • Na verwijdering mag u nooit een vuil filter opnieuw aan de brandstofslang monteren.

    1. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.

    2. Laat de motor afkoelen.

    3. Druk de uiteinden van de slangklemmen naar elkaar toe en schuif ze weg van het filter.

      g007761
    4. Trek het filter uit de brandstofslangen.

    5. Monteer een nieuw filter en schuif de slangklemmen terug tot dicht bij het filter.

    Onderhoud van de brandstoftank

    Gevaar

    In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken.

    • Tap de brandstof af uit de brandstoftank wanneer de motor koud is. Doe dit buiten op een open terrein. Neem eventueel gemorste brandstof op.

    • Rook nooit als u aan het werken bent met benzine en blijf uit de buurt van open vuur of vonken die brandstofdampen kunnen doen ontbranden.

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak zodat alle benzine kan weglopen uit de brandstoftanks.

    2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.

    3. Maak de slangklem op het brandstoffilter los en schuif deze over de brandstofslang weg van het brandstoffilter.

    4. Ontkoppel de brandstofslang van het brandstoffilter.

      Note: Laat de brandstof in een brandstofvat of opvangbak lopen.

      Note: Omdat de tank leeg is, is dit een uitstekend moment om het brandstoffilter te vervangen.

    5. Plaats de brandstofslang op het filter. Schuif de slangklem dicht op het filter om de brandstofslang vast te zetten.

    Onderhoud uitvoeren aan koolstofhouder

    Het luchtfilter van de koolstofhouder vervangen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 200 bedrijfsuren
  • Vervang het luchtfilter van de koolstofhouder (vaker onderhoud uitvoeren in erg stoffige of zanderige omstandigheden).
    1. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.

    2. Verwijder het luchtfilter van de koolstofhouder en gooi het weg, maar bewaar de slangen (Figuur 23).

      g029820
    3. Monteer het nieuwe luchtfilter en de slangen die u eerder verwijderd hebt.

    Het filter van de purgeerlijn van de koolstofhouder vervangen

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 200 bedrijfsuren
  • Het filter van de purgeerlijn van de koolstofhouder vervangen.
  • Note: Controleer regelmatig of het filter van de purgeerlijn vuil is. Vervang het filter als het vuil is.

    1. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.

    2. De verende slangklemmen aan beide zijden van het purgeerlijnfilter van de koolstofhouder wegnemen van het filter (Figuur 24).

      g018506
    3. Verwijder het koolstoffilter en gooi het weg (Figuur 24).

    4. Monteer een nieuw filter op de slang. De pijl op het filter moet naar de afsluitklep wijzen. Bevestig met de slangklemmen (Figuur 24).

    Onderhoud elektrisch systeem

    Important: Voordat er laswerkzaamheden worden verricht aan de machine, moet u de accupoolconnector losmaken van de wisselstroomdynamo om schade aan het elektrische systeem te voorkomen.

    Veiligheid van het elektrisch systeem

    • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool. Bevestig eerst de pluspool van de accu en daarna de minpool.

    • Laad de accu op in een open, goed geventileerde ruimte, uit de buurt van vonken en open vuur. Haal de oplader uit het stopcontact voordat u de accu aan- of loskoppelt. Draag beschermende kleding en gebruik geïsoleerd gereedschap.

    Zekeringen vervangen

    Motor

    Een 10 A lijnzekering maakt deel uit van de kabelboom van de motor.

    Ontvanger

    Een zekeringenblok maakt deel uit van de kabelboom van de ontvanger. Hij bevindt zich achter de ontvanger, aan de rechterkant van de bedieningstoren.

    g029821

    Onderhoud aandrijfsysteem

    Bandenspanning controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • De bandenspanning controleren.
  • De bandenspanning controleren.

    • Model 44557 – 241 kPa

    • Modellen 44556 en 44558 – 96,5 kPa

    g001055

    De wielmoeren aandraaien.

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Na de eerste 10 bedrijfsuren
  • Torsie van wielmoeren controleren.
  • Waarschuwing

    Indien de correcte torsie niet wordt aangehouden, kan dit leiden tot defecten of verlies van het wiel waardoor lichamelijk letsel kan worden veroorzaakt.

    Draai de wielmoeren vast met een torsie van 95 tot 122 N·m.

    1. Maak de machine klaar voor onderhoud; zie .

    2. Draai de wielmoeren vast met een torsie van 95 tot 122 N·m.

    De banden controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Om de 100 bedrijfsuren
  • Controleer de conditie van de banden.
  • Na een ongeluk kan er een band of velg beschadigd zijn, controleer de banden daarom na een ongeluk.

    De DOT-code bevindt zich aan de zijkant van elke band. Deze code biedt informatie over het draagvermogen en de snelheidsindex. Vervangingsbanden dienden hetzelfde of een beter draagvermogen en dezelfde of een betere snelheidsindex te hebben.

    toont een voorbeeld van slijtage aan een band veroorzaakt door een te lage bandenspanning.

    r:\g010294

    toont een voorbeeld van slijtage aan een band veroorzaakt door een te hoge bandenspanning.

    r:\g010293

    Onderhoud riemen

    De spanning van de riem voor de mondstukbediening afstellen.

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Na de eerste 8 bedrijfsuren
  • De conditie en de spanning van de riem controleren.
  • Om de 50 bedrijfsuren
  • De conditie en de spanning van de riem controleren.
  • Als de riem voor de mondstukbediening slipt terwijl u het blazermondstuk van richting verandert, moet u de spanning van de riem afstellen.

    1. Verwijder de riemkap.

      g576621
    2. Draai de bouten los die de bevestigingsbeugel aan het frame van de blazer bevestigen.

    3. Steek een momentsleutel in de montagebeugel van de poelie zoals getoond in Figuur 30.

    4. Gebruik de greep van de sleutel om de montagebeugel van de poelie weg te draaien van de afvoer, zodat de riem gespannen staat en de momentsleutel 22,6 tot 26,0 N⋅m aangeeft.

    5. Zorg dat de riem de juiste spanning aanhoudt en zet de bevestigingsbouten vast.

      g576619

    Onderhoud van de blazer

    De klem van het blazermondstuk controleren

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • De klem van het blazermondstuk controleren.
    1. Maak de machine klaar voor onderhoud.

    2. Controleer de klem van het blazermondstuk op tekenen van slijtage of beschadiging.

      g008799
    3. Controleer de klem van het blazermondstuk dagelijks om te controleren of deze goed vastzit.

      Important: Als het blazermondstuk een obstakel of lage stukken in het terrein raakt, kan de klem van het blazermondstuk los komen te zitten.

    4. Als de klem los zit, moet u de moer van de klem vastdraaien met een torsie van 5,1 tot 5,7 N·m.

    De geleiders van het mondstuk schoonmaken

    OnderhoudsintervalOnderhoudsprocedure
    Bij elk gebruik of dagelijks
  • De geleiders van het mondstuk schoonmaken.
    1. Maak de machine klaar voor onderhoud.

    2. Verwijder resten van gras, vuil en afval rond en tussen de geleiders van het mondstuk.

      Note: Als de geleiders van het mondstuk niet schoon zijn, kan het zijn dat het mondstuk niet vrij ronddraait, wat de motor kan beschadigen.

      g576620

    Onderhoud van afstandsbediening

    Afstandsbediening en draadloze bedieningsmodule

    De afstandsbediening moet gekoppeld zijn met de draadloze bedieningsmodule voordat u het afstandsbedieningssysteem kunt gebruiken. De afstandsbediening wordt in de fabriek verbonden aan de draadloze bedieningsmodule. Raadpleeg De afstandsbediening en de bedieningsmodule verbinden wanneer u de communicatie tussen de afstandsbediening en de draadloze bedieningsmodule moet herstellen (bv. als u een nieuwe of reserveafstandsbediening voor het eerst gebruikt met een bestaande basiseenheid of de signaalfrequentie verandert omwille van plaatselijke interferentieproblemen).

    U kunt uitsluitend de Pro Force afstandsbediening verbinden aan de Pro Force draadloze bedieningsmodule. Als u een Pro Force afstandsbediening met een andere Pro Force draadloze bedieningsmodule verbindt, wordt de verbinding van die afstandsbediening met de oorspronkelijke Pro Force machine verbroken.

    Note: Plaatselijke interferentie tijdens het werk kan de verbinding van de afstandsbediening met de draadloze bedieningsmodule verbreken. Aangezien de draadloze bedieningsmodule tijdens de verbindingsprocedure de beste van verschillende signaalfrequenties selecteert, moet u de machine naar het gebied van signaalverstoring of -verbreking rijden en de verbindingsprocedure uitvoeren om de beste resultaten te verkrijgen.

    De afstandsbediening en de bedieningsmodule verbinden

    Important: Lees de volledige procedure voordat u ze uitvoert.

    1. Draai het contactsleuteltje naar de stand STOP.

    2. Zorg dat u een vrije gezichtslijn naar de antenne hebt.

      g343880
    3. Druk tegelijkertijd op de knop MONDSTUK NAAR LINKS DRAAIEN en MONDSTUK NAAR RECHTS DRAAIEN en houd deze ingedrukt.

      Note: Het ledlampje zal ongeveer één keer per seconde knipperen.

      g343716
    4. Laat de beide knoppen los wanneer de led ongeveer twee keer per seconde knippert.

    5. Houd de knop MONDSTUK NAAR LINKS DRAAIEN ingedrukt en draai het sleuteltje naar de stand DRAAIEN.

      Note: Het ledlampje blijft branden als de procedure gelukt is. Het kan tot 20 seconden duren voordat het ledlampje blijft branden.

    6. Laat de knop MONDSTUK NAAR LINKS DRAAIEN los en draai het sleuteltje naar de stand STOP.

      Note: Het afstandsbedieningssysteem is klaar voor gebruik met de verbonden afstandsbediening.

    Reiniging

    De machine schoonmaken

    Important: Gebruik geen brak of teruggewonnen water om de machine schoon te maken.

    Important: Was de machine nooit met een hogedrukreiniger.

    • Was de machine met een mild reinigingsmiddel en water.

    • Gebruik niet te veel water, zeker niet in de buurt van het bedieningspaneel.

    Afval afvoeren

    Motorolie, motor en batterijen van de afstandsbediening zijn milieuvervuilend. Verwijder deze stoffen volgens de plaatselijke voorschriften.

    Stalling

    Veiligheid tijdens opslag

    Zet de machine uit, verwijder het contactsleuteltje (indien aanwezig) en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Laat de machine afkoelen voordat u er instellingen of onderhoud aan verricht, of de machine schoonmaakt of stalt.

    De machine stallen

    1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, zet de motor af, verwijder het sleuteltje uit het contact, wacht tot alle onderdelen tot stilstand zijn gekomen en verwijder de bougie.

    2. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor. Verwijder vuil en kaf van buitenkant van de cilinder, de koelribben van de cilinderkop en de ventilatorbehuizing.

      Important: U kunt het voertuig met een mild reinigingsmiddel en water wassen. Was de machine nooit met een hogedrukreiniger. Vermijd het gebruik van teveel water.

    3. Luchtfilter onderhoudsbeurt geven.

    4. Olie in het carter verversen.

    5. De bandenspanning controleren.

    6. Wanneer de machine langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, moet deze worden voorbereid op stalling. De machine wordt als volgt voorbereid op stalling:

      1. Voeg een stabilisator/conditioner op aardoliebasis toe aan de brandstof in de tank. Volg de mengvoorschriften van de fabrikant van de stabilisator op. Gebruik geen stabilisator op alcoholbasis (ethanol of methanol).

        Note: Stabilizer/conditioner werkt het best als het met verse brandstof wordt gemengd en altijd wordt gebruikt.

      2. Laat de motor vijf minuten lopen om de stabilizer/conditioner door het brandstofsysteem te verspreiden.

      3. Zet de motor af, laat deze afkoelen en laat de benzine uit de tank lopen.

      4. Motor opnieuw starten en laten lopen totdat deze afslaat.

      5. Choke de motor. Start de motor en laat deze lopen totdat de motor niet meer start.

      6. U moet brandstof op de juiste wijze afvoeren. Recycle volgens de plaatselijk geldende voorschriften.

      Important: Bewaar brandstof die stabilisator/conditioner bevat niet langer dan aanbevolen door de fabrikant van de stabilisator.

    7. Verwijder de bougie(s) en controleer de staat ervan. Nadat de bougie(s) uit de motor is (zijn) verwijderd, giet u 2 eetlepels motorolie in de bougie-opening. Gebruik de startmotor om de motor te laten draaien en zo de olie over de cilinderwand te verspreiden. Monteer de bougie(s). De bougiekabel niet op de bougie(s) drukken.

    8. Controleer alle bevestigingen en zet ze vast. Repareer of vervang versleten of ontbrekende delen.

    9. Werk alle krassen en beschadigingen van de lak bij. Bijwerklak is verkrijgbaar bij uw erkende Toro distributeur.

    10. Stal de machine in een schone, droge garage of opslagruimte. Verwijder het sleuteltje uit het contact en bewaar dit buiten bereik van kinderen of onbevoegde personen. Dek de machine af om deze te beschermen en schoon te houden.