Veiligheid

Veiligheids- en instructiestickers

Graphic

Informatieve en veiligheidsstickers zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers.

decal136-1921

Installatie

De machine voorbereiden op de montage

  1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.

  2. Zet de aftakas uit, stel de parkeerrem in werking en zet de rijhendels naar buiten in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND.

  3. Zet de motor af en verwijder het sleuteltje.

  4. Laat de motor afkoelen.

  5. Koppel de minkabel (-) los van de accu.

  6. Koppel de pluskabel (+) los van de accu.

De achterlichten monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Linkerlicht 1
Rechterlicht 1
Flensmoer (⅜") 4
U-bout 2
Brede scharnierbeugel (alleen voor Model 74056TE)1
  1. Monteer het linker achterlicht losjes aan de linkerkant, op het onderste deel van het rolbeugelframe, met een U-bout en 2 borgmoeren (⅜"); zie Figuur 1.

  2. Alleen voor model 74056: gebruik de brede scharnierbeugel (Figuur 1).

    1. Verwijder de 3 bouten (¼" x ¾") en 3 borgmoeren (¼").

    2. Vervang de standaard beugel door de brede scharnierbeugel.

    3. Monteer de beugel met de moeren en bouten die eerder werden verwijderd.

  3. Monteer het rechterachterlicht losjes aan de rechterkant, op het onderste deel van het rolbeugelframe, met een U-bout en 2 borgmoeren (⅜"); zie Figuur 1.

    g397782

De koplampen monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Lampbevestiging 2
Schroef (¼" x ¾")2
Rechter koplamp1
Linker koplamp1
Schroef (M12 x 60 mm) 2
  1. Verwijder de doppen van de naven van de zwenkwielarmen.

  2. Kijk naar de groeven in de bussen van de bevestigingen van de lampen, markeer het midden van de zwenkwielbuizen door de lampbevestigingen er met een liniaal tegen te houden, zoals in Figuur 2 en Figuur 3.

    g397999
  3. Zet een lijn op 10 mm van de bovenkant, en boor een gat van 7 mm in de behuizing van het voorste zwenkwiel. Zie Figuur 3 en Figuur 4.

    g392570
  4. Monteer een lampbevestiging op elke zwenkwielarm en zet deze vast met een schroef (¼" x ¾"), zie Figuur 4.

  5. Vervang de aanwezige schroef van de lampen (M12 X 30 mm) door de nieuwe schroef (M12 X 60 mm) meegeleverd in de set lampen.

  6. Monteer de linkerlamp aan de linkerkant van de beugel van de koplamp, met de ring en moer meegeleverd met de lamp, zie Figuur 4.

  7. Monteer de rechterlamp aan de rechterkant van de beugel van de koplamp, met de ring en moer meegeleverd met de lamp, zie Figuur 4.

    Note: Verzeker dat beide koplampen recht vooruit wijzen.

    g392266
  8. Monteer de claxon aan de voorkant met een bout (M8 x 25 mm) en een flensmoer (M8).

    g398195

De bedieningsorganen monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Bedieningseenheid1
Kentekenplaathouder 1
Slotbout (¼" x ¾")2
Slotbout (⅜" x 1¼")3
Borgmoer (¼")4
Slotbout (¼" x 1¼")2
Moer (⅜")3
Popnagel (3/16")6
Snelheidsplaat 2
16 km/h plaat 1
10 km/h plaat (alleen voor Frankrijk)1
Druknagels2
  1. Achter de bestuurdersstoel: verwijder de bevestigingsmoeren van de MY RIDE beugel. Verwijder de bouten niet, en bewaar de moeren.

  2. Neem het bedieningspaneel van de bedieningseenheid, en bewaar de bevestigingsmiddelen (Figuur 7).

  3. Monteer de bedieningseenheid op de kentekenplaathouder met 2 slotbouten (¼" x 1 inch), 2 slotbouten (¼" x 1¼"), en 4 borgmoeren (¼"); zie Figuur 7.

  4. Monteer 2 druknagels in de 2 gaten van de kentekenplaathouder (Figuur 7).

  5. Monteer de kentekenplaat en de bedieningseenheid op de MY RIDE beugel, met 3 bouten (⅜" x 1¼") en 3 borgmoeren (⅜").

    Note: Vervang de bouten één voor één, zodat de plaat niet loskomt.

  6. Gebruik een snelheidsplaat als mal om de gaten te markeren aan beide kanten van de machine (Figuur 6 en Figuur 7).

  7. Boor de gaten van 5 mm aan elke kant van de machine (Figuur 6).

  8. Monteer elke snelheidsplaat met 3 popnagels (3/16"), zie Figuur 6 en Figuur 7.

    g401009
  9. Plak de snelheidssticker voor uw land op de kentekenplaathouder.

    g392568

De linker rijhendel monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Linker rijhendel 1
  1. Indien aanwezig: koppel de elektrische hefschakelaar los.

  2. Verwijder de bestaande linker rijhendel en bewaar de bevestigingsmiddelen.

  3. Monteer de nieuwe linker rijhendel met de verlichtingsschakelaar (Figuur 8).

  4. Lijn beide hendels uit en zet ze vast.

    g392566

De elektrische hefschakelaar monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Nieuwe kabelboom voor elektrisch heffen (alleen voor machines met elektrisch heffen)1

Note: Deze procedure is alleen relevant voor machines met elektrische besturing van het heffen. Als uw machine geen elektrische hefschakelaar heeft, ga dan naar Het zwaailicht monteren.

  1. Maak de 2 schroeven los, demonteer de elektrische hefschakelaar van de eerder verwijderde linker rijhendel.

  2. Trek het schakelaarhuis van de rijhendel.

  3. Markeer een lijn op 75 mm van het metalen uiteinde van de rechter rijhendel en de rubberen handgreep, en zaag dit af (Figuur 9).

    g393699
  4. Voer de kabelboom van de hendel door de rechter rijhendel.

  5. Monter het schakelaarhuis door dit stevig op het uiteinde van de rechter rijhendel te drukken (Figuur 9).

    Note: Verzeker dat het huis niet verdraait. Gebruik indien nodig een kleine hoeveelheid secondelijm.

  6. Sluit de kabelboom van de hendel aan op de schakelaar, en monteer de schakelaar op de rijhendel.

    Note: Dit betreft de volgende verbindingen: grijze draad naar aansluiting 2, oranje draad naar de middelste aansluiting, en gele draad naar aansluiting 1.

  7. Verschuif de rubberen handgreep over de rijhendel, naar de schakelaar, naar behoefte.

  8. Voer de kabelboom van de hendel onder het bestuurdersplatform en naar buiten aan de linkerkant van de machine. Sluit het aan op de kabelboom van de machine op het punt waar de oorspronkelijke kabelboom is losgekoppeld.

  9. Bevestig de magnetische houders op de kabelboom van de hendel, plaats de houders aan beide kanten van de plaat onder het bestuurdersplatform.

  10. Bevestig alle kabels uit de buurt van bewegende of hete onderdelen.

Het zwaailicht monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Zwaailicht1
Voet van zwaailicht1
Beugel van het zwaailicht 1
Klem (50 mm)1
Bout (M8 x 30 mm)2
Borgmoer (M8)2
Ring (5/16")2
  1. Zet de beugel van het zwaailicht losjes vast op de linkerkant van de rolbeugel met de klem (50 mm), zie Figuur 10.

    Note: Zet de zwaailichtbeugel vast zodat het bovenoppervlak ongeveer 141,5 cm boven de grond staat.

  2. Monteer de voet van het zwaailicht op de beugel met de meegeleverde moer, ring en kartelring.

    Note: Verzeker dat de voet verticaal staat, gezien vanaf de zijkant van de machine. Stel dit in bij het aandraaien van de beugel.

  3. Voer de kabelboom van het zwaailicht langs de voorkant van het frame van de rolbeugel, laat deze nog los zitten voor latere montage.

  4. Monteer het zwaailicht op de voet van het zwaailicht (Figuur 10).

    g392429

De kabelbomen monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Kabelboom van de verlichtingsset 1
Voedingsadapter kabelboom 1
Magnetische kabelboomhouder4
Achterlicht2
Schroef (nr. 10 x 1¼")4
Bout (M6 x 16 mm)2
Korte kabelbinders10
Lange kabelbinders15
  1. Verwijder de 4 Torx® schroeven waarmee de kap is bevestigd onder het bedieningspaneel van de machine. Bewaar de kap en de schroeven.

    g394020
  2. Leg de voedingsadapter van de kabelboom over de motor, voer de connector met 2 pennen (met de aanduiding: ACCESSORY ACC) door de rechterkant naar het gebied van de verwijderde kap.

  3. Sluit de connector met 2 pennen aan op de connector met de aanduiding CONN LIGHTS, zie Figuur 12.

    g394017
  4. Leid de voedingsadapter van de kabelboom naar de linkerkant en leg de accuaansluitingen dicht bij (maar niet in contact met) de accupolen (Figuur 13). Sluit de kabelboom nog niet aan op de accu.

    g394104
  5. Leid de kabelboom van de verlichtingsset, vanaf de achterkant van de machine. Leid de kabelboom onder de stoel, over de hydraulische olietank, langs de binnenkant van het linker chassisprofiel, en naar de koplampen, claxon, en connectors van de lichtschakelaar.

  6. Leid de kabelboom van de verlichtingsset langs het mechanisme voor het instellen van de maaihoogte aan de voorkant van de machine, en zet de 2 houders op de binnenkant van het linker chassisprofiel, onder het bestuurdersplatform (Figuur 14).

    g392367
    g402524
  7. Vind en markeer de connectors van de linker en rechter koplamp. De rechter connector heeft blauwe, gele, grijze en zwarte draden. De linker connector heeft bruine, gele, grijze en zwarte draden.

  8. Leid de twee koplamp connectors naar de betreffende koplampen (Figuur 15 en Figuur 19).

  9. Sluit de koplamp connectors van de kabelboom van de verlichtingsset aan op de koplampen. Verzeker dat de buis van de kabelboom goed is bevestigd op de huls.

  10. Sluit de koplamp connectors van de kabelboom van de verlichtingsset aan op de koplampen.

  11. Sluit de claxon aan.

  12. Zet de kabelboom van de verlichtingsset vast op de stang van het mechanisme voor de maaihoogte en de zwenkwielarmen.

  13. Sluit de connector van de rijhendel aan op de kabelboom van de verlichtingsset (Figuur 19).

  14. Leg de aansluitingen van de kabelboom ongeveer op de juiste plaats achterop de machine (Figuur 19).

  15. Sluit de accessoire connector met 3 pennen aan op de accessoire (ACC) connector van de voedingsadapter van de kabelboom, die eerder is gemonteerd (Figuur 13).

  16. Zet de kabelboom met kabelbinders vast op de hoofdkabelboom van de verlichting.

  17. Sluit de kabelboom van het zwaailicht op de zwaailicht connector van de kabelboom van de verlichtingsset.

  18. Leid de connector van het linker achterlicht langs de voorkant van de rolbeugel, naast de kabelboom van het zwaailicht. Duw de connector door de bevestiging van het achterlicht en sluit deze aan op het achterlicht met 2 schroeven (nummer 10 x 1¼"), zie Figuur 16 en Figuur 17.

    g392884
    g401337
  19. Verstel het achterlicht tot het 92 cm boven de grond staat.

  20. Herhaal stap 19 en 20 voor het rechter achterlicht.

  21. Zet de kabels van de achterlichten en het zwaailicht vast op de rolbeugel met kabelbinders.

    Note: Zet de kabelboom van het zwaailicht niet te strak, zodat de rolbeugel nog kan worden omgeklapt.

  22. Verwijder het deksel van de zekeringhouder, monteer de zekeringhouder op het bedieningspaneel met twee bolkopschroeven (M6 x 16 mm), zie Figuur 7.

  23. Sluit de kabelboom van de verlichtingsset aan op alle schakelaars, de knippereenheid, en de verlichting van de kentekenplaat.

  24. Sluit de enkele zwarte draad van de kabelboom van de verlichtingsset aan op de massa-aansluiting, bovenop de motor (Figuur 18).

    Note: Gebruik de binnenste aansluiting.

    g394018
  25. Monteer het plastic paneel onder het bedieningspaneel van de machine, met de 4 Torx-schroeven die eerder zijn verwijderd (Figuur 11).

  26. Verbind de pluskabel van de accu met de plus ringconnector van de voedingsadapter van de kabelboom.

  27. Verbind de minkabel van de accu met de min ringconnector van de voedingsadapter van de kabelboom.

  28. Zet alle draden en kabelbomen vast met kabelbinders, uit de buurt van bewegende en hete onderdelen.

    g392430

De verlichting testen

  1. Schakel het waarschuwingsknipperlicht in en controleer dat alle 4 de lampen knipperen.

  2. Zet de contactschakelaar op LOPEN en controleer het zwaailicht.

  3. Zet de lichtschakelaar naar achteren om de wegverlichting in te schakelen. De zijlichten voor en de rode achterlichten moeten oplichten.

  4. Ga naar de linker rijhendel en schakel de koplampen in. Verzeker dat beide koplampen werken.

  5. Controleer dat beide richtingaanwijzers werken. Verzeker dat de juiste richtingaanwijzer werkt als deze met de schakelaar op de rijhendel wordt gekozen.

  6. Controleer de claxon.

  7. Als alles juist werkt, zet de kabelbomen dan overal vast met kabelbinders. Mogelijk moet u enkele kabels lussen en doorgaan naar het volgende onderdeel.

  8. Als er iets niet werkt, controleer dan de aansluitingen van de betreffende lamp en schakelaar.

    Note: Verzeker dat alle massadraden en accuaansluitingen juist zijn gemonteerd.

Monteren van de reflectors, sticker met serienummer en plaat met informatie over het voertuig

Benodigde onderdelen voor deze stap:

Rode reflector2
Plaat met informatie over het voertuig (alleen voor Duitsland)1
Aluminium klinknagel (alleen voor Duitsland)4
Serienummer sticker van de verlichtingsset1
  1. Monteer een rode reflector aan elke kant van de machine, achterop (Figuur 20).

    g393667
  2. Voor machines die in Duitsland worden gebruikt: markeer de vereiste informatie op de informatie plaat. Zie onderstaande tabel.

    TYP Modelnummer
    Fz-Ident-HRSerienummer van de machine
    Zul- Gesamtgewicht Kg817
    BaujahrProductiejaar
    Zul-Achslast vorn Kg436 (74048TE)
    544 (74053TE en 74056TE)
    Zul-Achslast Hinten Kg653
  3. Gebruik de informatieplaat als mal, plaats de plaat, markeer de gaten, zie Figuur 21.

  4. Boor 4 gaten van 3 mm in het motordek.

    Note: Wees voorzichtig bij het boren, om beschadiging van onderdelen onder het motordek te voorkomen.

  5. Klink de plaat op het motordek (Figuur 21).

    g398469
  6. Monteer de sticker met het serienummer van de verlichtingsset (Figuur 21).

  7. Als in uw land het serienummer op het machineframe moet worden gestempeld, en de overheid vermeldt geen specifieke plaats, dan stempelt u het serienummer op de rechter zwenkwielarm.

Instellen van de snelheid van de machine

Important: Deze procedure is alleen voor machines die in Frankrijk worden gebruikt.

Methode 1 - met de toerenteller

  1. Krik de machine op en ondersteun deze goed met assteunen zodat de wielen vrij van de grond zijn.

  2. Vraag iemand om in de bestuurdersstoel te zitten, of plaats een gewicht op de stoel, zodat de dodemansschakelaar van de stoel bediend wordt.

  3. Start de machine, zet de rem los, duw één rijhendel geheel naar voren.

  4. Meet het toerental van het wiel met een toerenteller. De snelheid moet maximaal 100 tpm zijn.

  5. Indien nodig: verstel de aanslag van de rijhendel met een T30 sleutel, en controleer het toerental van het wiel opnieuw.

    g398468
  6. Herhaal dit voor het wiel aan de andere kant.

Methode 2 - op basis van de rijsnelheid

  1. Markeer 2 lijnen, op een afstand van 20 m, op een rechte en vlakke ondergrond.

    Note: Zorg dat er voldoende ruimte is, zodat de machine tot de volle snelheid kan optrekken voordat deze de eerste lijn bereikt, en na het passeren van de tweede lijn kan afremmen.

  2. Meet de tijd die nodig is om met volle snelheid (met de rijhendels geheel naar voren) van de ene naar de andere lijn te rijden. Bij 10 km/h moet dit 7 seconden kosten.

  3. Stel de aanslag van de rijhendel in op dezelfde manier als bij het gebruik van een toerenteller, en controleer de snelheid.

Gebruiksaanwijzing

Bediening van de verlichting

  • Om de markeringslichten in te schakelen: laat de motor draaien, druk op de achterkant van de lichtschakelaar op het bedieningspaneel (Figuur 23).

  • Om de koplampen en markeringslichten in te schakelen: laat de motor draaien, druk op de achterkant van de lichtschakelaar op het bedieningspaneel en zet de lichtschakelaar op de linker rijhendel op I (Figuur 23).

    Om de verlichting uit te schakelen: druk op de voorkant van de lichtschakelaar op het bedieningspaneel.

  • Om de werkverlichting in te schakelen (indien gemonteerd): druk op de voorkant van de lichtschakelaar op het bedieningspaneel.

    Note: U kunt de werkverlichting en de wegverlichting niet tegelijk gebruiken.

  • Om het waarschuwingsknipperlicht in te schakelen: druk op de knop van het waarschuwingsknipperlicht, om alle richtingaanwijzers tegelijk te laten knipperen (Figuur 23).

    Note: Hiervoor hoeft de contactschakelaar niet op LOPEN te staan.

    g392345
  • De schakelaar van de richtingaanwijzer schakelt de richtingaanwijzers links en rechts in. Deze werkt alleen met het contactsleuteltje op AAN (Figuur 24).

    g393446
    • Druk op de linkerkant van de kipschakelaar om de linkerrichtingaanwijzers te activeren.

    • Druk de rechterkant van de kipschakelaar naar de centrale stand (uit) om de linkerrichtingaanwijzers uit te schakelen.

    • Druk op de rechterkant van de kipschakelaar om de rechterrichtingaanwijzers te activeren.

    • Druk de linkerkant van de kipschakelaar naar de centrale stand (uit) om de rechterrichtingaanwijzers uit te schakelen.

  • De claxonschakelaar activeert de claxon alleen als het contactsleuteltje op aan staat.

    • Druk op de knop om te claxonneren.

    • Laat de knop los om te stoppen met claxonneren.

  • Om het zwaailicht in te schakelen, drukt u op de zwaailichtschakelaar (Figuur 23).

Onderhoud

  • Controleer regelmatig of alle lichten werken.

  • Zorg ervoor dat de koplampen juist zijn afgesteld.

  • Maak de lichten dagelijks schoon.

  • Houd de lenzen schoon door ze af te vegen met een vochtige doek. Gebruik geen oplosmiddelenhoudende reinigingsmiddelen.

Zekeringen en schema

g396725
g397348