Installatie-vereisten voor 4G
RTK
Met 4G RTK kan de robot werken
binnen een gebied dat niet wordt begrensd door een perimeterdraad.
Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende vereisten
opdat een robot met 4G kan werken.
Overzicht van de RTK gps
- Standaard gps-positioneringsgegevens
die met behulp van satellieten die GNSS (Global Navigation Satellite
System, wereldwijd satellietnavigatiesysteem)
gebruiken worden opgehaald, zijn tussen 5 m en 10 m nauwkeurig.
Dit komt doordat het signaal dat van een
satelliet ontvangen wordt, vervormd wordt door atmosferische en omgevingsfactoren.
Plaatsbepaling met een hogere precisie
kan worden bereikt door een RTK-techniek (Real-Time Kinematic, realtimekinematica)
te gebruiken.
- Deze techniek maakt gebruik van een RTK-basisstation dat op een vaste
plaats staat en GNSS-signalen van satellieten ontvangt.
Aangezien het basisstation vast staat, hebben de gegevens
die het ontvangt betrekking op zijn exacte locatie.
- De robots zijn ook uitgerust met
antennes die GNSS-signalen van satellieten ontvangen om hun positie
te bepalen. Zowel het basisstation als
de robots ontvangen GNSS-signalen van satellieten in verschillende
constellaties (gps, GLONASS, Galileo, BeiDou).
Aangezien de robots echter bewegen, is de evaluatie van hun positie
minder nauwkeurig dan die van de vaste basis.
- Het RTK-basisstation berekent
via een cloudgebaseerde server correctiegegevens voor elke satelliet
en stuurt deze naar de robot. De robot
gebruikt deze correctie om een nauwkeurige positionering te bereiken.
Met een dergelijke nauwkeurige positionering
kan de robot een gedefinieerd patroon volgen en het veld in
een reeks rechte lijnen dekken.
Correcties
kunnen ook via de cloud worden uitgevoerd met 4G mobiele service.
In dit geval vormen obstakels geen belemmering
voor de overdracht van correctiegegevens en kan het basisstation
verbinding maken met een onbeperkt aantal robots op afstanden
tot 15 km.
Overdracht
van correcties via 4GDienst
G578572
-
4G-correctie
-
Cloud
-
Robot met antenne
-
RTK-basisstation
Een enkel basisstation kan correcties
aan meerdere robots doorgeven, maar elke robot moet correcties van
slechts 1 basisstation ontvangen om de correcties
consistent te houden.
Basisonderdelen
van het RTK gps-maaisysteem
G578574
-
Gebruiker
-
Portaal op webserver
-
RTK-basisstation
-
Werkgebied
-
Wifi-repeater
-
Werkgebied
-
Lusdraad
-
Laadstation
-
Robot met antenne
Dit onderwerp beschrijft de mechanische
kenmerken van de robot.
Een gebruiker kan directe controle
uitoefenen over de robot met behulp van de gebruikersinterface. Zodra
een robot is geregistreerd op het portaal dat
op een webserver draait:
- kan de robot informatie naar deze
server sturen die de gebruiker kan zien.
- kan de gebruiker opdrachten geven
aan de robot, zijn prestaties beoordelen en de configuratie aanpassen.
Vereisten voor de locatie
Kwaliteit gps-signaal
Een belangrijk criterium om te
bepalen of een locatie geschikt is voor een draadloze installatie,
is de kwaliteit van het gps-signaal.
Opmerking: De kwaliteit van het gps-signaal
dicht bij de grens van de locatie (langs de rand van het gps-werkgebied)
moet 2 zijn.
Voor gebieden waar het
gps-signaal onvoldoende is, kunnen percelen die van draden zijn voorzien
worden gebruikt als een deel van de installatie.
Ze kunnen worden verbonden met andere werkgebieden en de stationslus
door middel van navigatiepaden.
De kwaliteit van het gps-signaal
is afhankelijk van variabelen zoals weersomstandigheden, satellietconfiguraties
en terreinomstandigheden. Het is belangrijk
om hiermee rekening te houden wanneer u de locatie beoordeelt.
Zicht op open hemel
Opmerking: Voor een 4G RTK-installatie is
het essentieel dat er een onbelemmerd zicht is op de hemel over de
hele locatie voor de robots en het RTK-basisstation.
Bomen en gebouwen kunnen het signaalniveau
verminderen. Houd er rekening mee dat u in de winter, wanneer de bomen
kaal zijn, een hoger signaalniveau kunt krijgen
dan in de zomer, wanneer de bomen bladeren hebben en de robot moet
werken.
Kritische afstanden tot gebouwen
en bomen worden op de volgende afbeelding weergegeven.
Hellingen
De maximaal
toegestane helling aan de gps-grens is 30% (17°) of 45% (24°)
voor versies met hellingmodel (S).
Als de RTK-datacorrecties via
wifi worden doorgegeven, kunnen korte en steile hellingen problemen
veroorzaken. Deze kunnen een schaduw veroorzaken
die de satellietsignalen verbergt. In zo'n situatie kan een wifi-repeater
of 4G worden gebruikt.
G578586
-
Wifi-repeater
-
RTK-basisstation
-
Maximaal 3 m
Afstand van gevaarlijke landschapselementen
Als de afstand tussen een gevaarlijk
landschapselement en de grens van het werkgebied in de onderstaande
afbeelding minder is dan 8 m, moet een
fysieke barrière van minstens 15 cm hoog worden geplaatst.
Gevaarlijke
landschapselementen zijn onder andere wegen en water.
G578587
-
Grens van gps-veiligheidszone
Vorm en grootte
De
vorm en grootte van de locatie is minder belangrijk dan de complexiteit
van het werkgebied binnen die locatie. De berekening
van de gps-route hangt van het totale werkgebied, de vorm
ervan en of er complexiteiten zijn, zoals smalle doorgangen, obstakels
en NoGo-zones. Grote en complexe locaties
kunnen worden aangepakt door meerdere werkgebieden te gebruiken.
Vereisten gps-signaal
Problemen bij de installatie kunnen
betekenen dat de robot geen gps-signaal van voldoende hoge kwaliteit
ontvangt. De vereiste signaalniveaus voor verschillende
activiteiten worden in de volgende hoofdstukken vermeld, samen met
de acties die de robot onderneemt wanneer het
signaal te laag is voor de vereiste activiteit.
U kunt de kwaliteitsniveaus
van het signaal zien op de robot via Technician's menu
(9) > GPS RTK (Menu technicus (9) > Gps RTK),
of in de app via de knop Technician menu > Sensors data > GPS (Menu technicus > Sensordata
> Gps).
Grensontdekking via afstandsbediening
Vereist signaalniveau: =>2.
Acties robot: niets
Er verschijnt
een pictogram op de smartphoneapp waarin de gebruiker wordt geïnformeerd
dat het punt niet kan worden geregistreerd.
Grensverificatie
Vereist
signaalniveau: =>2.
Acties robot: Na 10 minuten geeft de robot
het volgende bericht weer: “Precieze positie verloren.
Controleer de verbinding met het referentiebasisstation."
Gps-navigatie
Deze
handeling verwijst naar het gebruik van gps-navigatie door de robot
om het station te verlaten of ernaar terug te keren,
met of zonder NoGo-zones.
Vereist signaalniveau: =>2.
De kwaliteit
van het gps-signaal moet zijn =>2.
Acties robot:
- Na 5 minuten start de robot de
RTK-module opnieuw op.
- Na 30 minuten draait de robot
zichzelf om de antenne beter met de satellieten uit te lijnen.
- Na 3 uur wordt een alarm geactiveerd.
Station verlaten om te werken in patronen
Dit verwijst naar het feit dat
de robot het station verlaat langs de stationslusdraad.
Vereist signaalniveau: >1,2.
Acties robot:
- Na 5 minuten start de robot de
RTK-module opnieuw op.
- Na 3 uur wordt een alarm geactiveerd.
De stationslusdraad verlaten om te beginnen werken
Dit verwijst naar het feit dat
de robot de stationslusdraad verlaat en begint te werken in de patroonmodus.
Vereist
signaalniveau: =>2.
Acties robot: Na 10 minuten keert de robot
terug naar het station met behulp van de stationslusdraad en probeert
hij de taak opnieuw te starten.
4G RTK gps-zones
Bij afwezigheid van een
fysieke perimeterdraad worden werkgebieden gedefinieerd door gps-coördinaten.
G584382
-
Lusdraad
-
Werkgebied. Deze omvatten het
gehele werkgebied van de robot en kunnen interne gps-zones of paden
omringen.
-
Pad
-
NoGo-zone waar de robot niet mag
werken.
-
Interne gps-zones waar de robot
op verschillende tijdstippen en onder verschillende omstandigheden
kan werken.
-
Een werkgebied dat van draden
is voorzien, kan worden gebruikt in gebieden waar het gps-signaal
onvoldoende is voor een 4G RTK-zone.
Indeling locatie
Het
gebied waarin de robot werkt, wordt bepaald door werkgebieden die
gebruik maken van perimeterdraad of 4G RTK om de grenzen
te definiëren. Daarnaast kunnen interne gps-zones,
NoGo-zones en paden worden gecreëerd om de maai-frequentie, patronen
of andere gebruikersinstellingen te regelen.
De stationslusdraad
Er moet een stationslus met draden
worden gebruikt om de robot toegang te geven tot het laadstation.
Het werkgebied
Dit
bepaalt de omtrek van het werkgebied voor de robot. Het is essentieel
dat de robot niet buiten deze zone beweegt.
- Er moet minstens 1 zone worden
geconfigureerd en aangewezen als het werkgebied.
- U kunt een werkgebied gebruiken
om een interne gps-zones in te sluiten.
- Het werkgebied wordt gedefinieerd
door middel van een grensontdekkingsproces. Na de ontdekking moet
de veiligheidszone worden gecontroleerd.
- Het werkgebied bepalen kan uitsluitend
door gebruikers met de rol technicus. Gebruikersrollen worden ingesteld
op het webportaal.
- De configuratieparameters die
worden gebruikt om het werkgebied te definiëren, worden geregistreerd.
Alle wijzigingen van deze parameters
moeten worden gecontroleerd en bevestigd.
- Als er wijzigingen van de parameters
worden gedetecteerd (bv. de positie van het RTK-basisstation is gewijzigd)
of als de verbinding met het basisstation
verloren is, stopt de robot met werken.
- Als een enkel gebied een smalle
doorgang tussen de randen van het werkgebied bevat, moet de doorgang
minstens 5 m breed zijn.
G580699
-
Grens van werkgebied
Interne gps-zones
- Er kan een onbeperkt aantal interne
gps-zones worden gedefinieerd om de werking van de robot te optimaliseren.
Hierbij worden zones gedefinieerd waarin
de robot op bepaalde tijden en met bepaalde frequenties werkt.
- Al deze interne zones moeten binnen
het algemene werkgebied liggen.
- Ze hoeven niet te worden gedefinieerd
door middel van een grensontdekkingsproces. Ze kunnen op het webportaal
of in de app worden gedefinieerd en
bewerkt door elk type gebruiker dat toegang heeft tot de robot.
- De maaihoogte in de diverse interne
gps-zones is dezelfde als die van het omringende werkgebied.
NoGo-zones (verboden zones)
NoGo-zones (verboden zones) zijn
gebieden, meestal rond obstakels, waar de robot niet mag komen.
- NoGo-zones moeten worden gedefinieerd
door middel van een grensontdekkingsproces.
- Ze kunnen alleen worden gedefinieerd
en aangepast door gebruikers met de rol van technicus.
- Grenzen van NoGo-zone moeten worden
geverifieerd.
- NoGo-zones moeten minstens 5 m
verwijderd zijn van de rand van het werkgebied en andere NoGo-zones.
- NoGo-zones moeten in alle richtingen
minstens 1 m breed zijn.
- Lange NoGo-zones moeten minstens
5 m breed zijn.
Paden
Paden zijn
een handig en efficiënt middel om afzonderlijke werkgebieden
met elkaar te verbinden. Deze werkgebieden kunnen
percelen die van draden zijn voorzien of 4G RTK-zones zijn.
Er is geen limiet aan het aantal gebieden dat met paden kan worden
verbonden.
- Een pad wordt automatisch omsloten
door een werkgebied nadat het pad is gecreëerd.
- U kunt paden plaatsen buiten andere
werkgebieden.
- Ze kunnen alleen worden gedefinieerd
en aangepast door gebruikers met de rol van technicus.
- Paden moeten ontdekt worden tijdens
het ontdekken van punten.
- Padgrenzen moeten geverifieerd
worden.
- Paden kunnen verschillende breedtes
hebben.
- Paden kunnen vertakkingen hebben.
Zijn deze juist verbonden met het hoofdpad, dan worden ze met een
blauwe stip aangeduid.
- Als u paden gebruikt, moet een
van de paden beginnen bij de stationslus en moet de gehele breedte
van het pad de lusdraad kruisen.
Percelen die van draden zijn voorzien
Percelen die van draden zijn voorzien
kunnen worden gebruikt voor gebieden waar de kwaliteit van het gps-signaal
onvoldoende is om een 4G RTK zone te definiëren.
Station en lus
Er
moet minstens één lusdraad rond het station worden geïnstalleerd
zodat de robot het station kan verlaten en ernaar kan
terugkeren. Eén werkgebied of pad moet de lusdraad van
het station kruisen. Hoewel de installatie meerdere werkgebieden of
paden (of percelen die van draden zijn voorzien)
kan omvatten, hoeft er slechts één de stationslus te kruisen,
hoewel meerdere werkgebieden en paden de stationslus
kunnen kruisen.
In dit gedeelte worden de kritische
afmetingen gedefinieerd die verband houden met de lus voor een 4G
RTK-installatie.
Enkelvoudige lus met één werkgebied of pad
De volgende voorwaarden zijn van
toepassing:
- De stationslus moet het werkgebied
of pad kruisen en worden ingesteld als het aangrenzende perceel.
- De stationslus moet het werkgebied
of pad in beide richtingen met minstens 4 m overlappen.
- Het signaalniveau dat door de
robot wordt gedetecteerd wanneer deze zich bij het station bevindt,
moet minstens 1,2 zijn.
- Het signaalniveau binnen het overlappingsgebied
moet 2 zijn.
- De lengte van de rechte draad
aan de inkomende en uitgaande zijde moet > 3,5 m.
- De afstand tussen het station
en het werkgebied of pad moet > 2 m zijn.
- Er moet een mechanisme worden
gedefinieerd waarmee de robot naar de stationslus kan terugkeren.
Dit kan een pad zijn of een gps-terugkeerpunt.
Enkelvoudige lus met meerdere werkgebieden of paden
Er kunnen meerdere werkgebieden
of paden worden verbonden met de lusdraad. Dit kunnen meerdere werkgebieden
zijn of de zones rondom paden.
G587189
-
Werkgebied 1
-
Werkgebied 2
-
Paden
De volgende voorwaarden zijn van
toepassing:
- De stationslus moet elk werkgebied
of pad kruisen. Elke zone moet worden ingesteld als een aangrenzend
perceel van de lus.
- De stationslus moet elk werkgebied
of pad in beide richtingen met minstens 4 m overlappen.
- Het signaalniveau dat door de
robot wordt gedetecteerd wanneer deze zich bij het station bevindt,
moet minstens 1,2 zijn.
- Het signaalniveau binnen het overlappingsgebied
moet 2 zijn.
- De lengte van de rechte draad
aan de inkomende en uitgaande zijde moet > 3,5 m.
- De afstand tussen het station
en het pad moet > 2 m zijn.
- Er moet een mechanisme worden
gedefinieerd waarmee de robot naar de stationslus kan terugkeren.
Dit kan een pad zijn of een gps-retourpunt.
Lussen met meerdere stations
Wanneer meerdere lussen met het
station verbonden zijn, zijn de vereiste signaalniveaus hetzelfde
als voor de enkele lus die in het vorige hoofdstuk
is weergegeven. De afmetingen van de lusdraden zijn als volgt:
G587193
-
Lus 1
-
Lus 2
-
Gps-werkgebied 1
-
Gps-werkgebied 2
-
Pad 1
-
Pad 2
- Elke lus moet haar werkgebied
of pad kruisen en worden ingesteld als het aangrenzende perceel.
- De lus moet het werkgebied of
pad in beide richtingen met minstens 4 m overlappen.
- Het signaalniveau dat door de
robot wordt gedetecteerd wanneer deze zich bij het station bevindt,
moet minstens 1,2 zijn.
- Het signaalniveau binnen het overlappingsgebied
moet 2 zijn.
- De lengte van de rechte draad
aan de inkomende en uitgaande zijde van elke lus moet > 3,5 m.
- De afstand tussen het station
en het werkgebied of pad moet > 2 m zijn.
- Gebruik geen aangrenzende signaalkanalen
voor de verschillende stationslussen.
- Draden mogen niet worden gedraaid.
- Elke lus moet uit één
enkele draad bestaan.
- De draden voor Lus 1 en Lus 2
kunnen in dezelfde sleuf in de grond worden geplaatst voor de ingang
en uitgang van de lader.
- Er moet een mechanisme worden
gedefinieerd waarmee de robot naar de stationslus kan terugkeren.
Dit kan een pad zijn of een gps-terugkeerpunt.
Vereisten met betrekking tot paden
Paden zijn een handig en efficiënt
middel om afzonderlijke werkgebieden met elkaar te verbinden. Deze
werkgebieden kunnen percelen die van draden zijn
voorzien of 4G RTK-zones zijn. Er is geen limiet aan het aantal gebieden
dat met paden kan worden verbonden.
Minimale padbreedte en vereisten gps-signaal
Paden hebben een bepaalde breedte.
Standaard is de breedte 3 m. De minimale waarde is 1,4 m en de maximale
10 m. Wanneer de robot langs het pad navigeert,
neemt hij een willekeurige route tussen het begin en het einde van
het pad om het risico op sporen in het gras
te verminderen.
Met paden kan de robot door relatief
smalle doorgangen navigeren. De maximale snelheid en de werking van
de maaikoppen wanneer de robot langs het pad
navigeert, kunnen worden geconfigureerd om zones met smalle en moeilijke
doorgangen met elkaar te verbinden.
In het gebied waar het
pad moet worden gecreëerd, is een gps-signaalniveau van 2 vereist.
Paden
worden op dezelfde manier gecreëerd en ontdekt als werkgebieden.
Paden moeten overlappen met de verbindingszones
Het begin- en eindpunt van een
pad moeten zich binnen verbindingswerkgebieden of stationslussen bevinden.
Als
de padzone overlapt met een werkgebied is het niet nodig om de zones
als aangrenzende percelen in te stellen.
Paden kunnen draadloze percelen en percelen die van draden zijn voorzien
verbinden
Paden kunnen
worden gebruikt om draadloze gebieden en gebieden die van draden zijn
voorzien te verbinden. In alle 4G RTK installaties
moet het station worden omgeven door een lusdraad.
Het
is ook mogelijk om werkgebieden die van draden zijn voorzien te gebruiken
voor die gebieden waar het niveau van het gps-signaal
niet hoog genoeg is om een 4G RTK-gebied te gebruiken.
G584427
-
Lusdraad
-
Padzone
-
Pad
-
Draadloos werkgebied
-
Van draden voorzien werkgebied
Wanneer een padzone overlapt met
een werkgebied dat van draden is voorzien, moet de padzone worden
ingesteld als het aangrenzende perceel en
naar de lus, zoals aangegeven in de vorige afbeelding.
In het geval
van paden die overlappen met draadloze werkgebieden is het niet nodig
om de gebieden als aangrenzend in te stellen.
Paden ontdekken
Paden
zijn een reeks gps-coördinaten. Deze worden gedefinieerd door
hetzelfde ontdekkingsproces als bij het ontdekken van
de grens van een gebied. De volgende voorwaarden zijn
van toepassing:
- Bij het ontdekken van een pad dat verbinding maakt met het lusperceel, moet het eerste
punt dat ontdekt moet worden, binnen het lusdraadgebied liggen. Het
aangrenzende perceel moet ook worden
ingesteld op de lus.
- Voeg niet te veel punten toe bij
het ontdekken van een pad. Op rechte stukken is een afstand van 3 m
tot 4 m tussen punten voldoende.
Op gebogen stukken moeten de punten dichter bij elkaar liggen. Door
het aantal punten te beperken, blijft de navigatie
van de robot soepel en snel.
- Minstens één punt op
het pad moet in het gebied liggen dat verbonden wordt. Normaal bevinden
meerdere punten zich in het werkgebied
om te helpen bij de padnavigatie van de robot.
Paddesign
Bij het ontwikkelen
van paden is het raadzaam om één lang pad te gebruiken in
plaats van gesegmenteerde paden. Dit wordt geïllustreerd
in de volgende afbeelding:
Gesegmenteerde paden worden niet
aanbevolen omdat de robot gps-navigatie gebruikt om van het einde
van het ene pad naar het begin van het andere
pad te gaan. Dit leidt waarschijnlijk tot sporen in het gras, omdat
de robot altijd exact dezelfde route volgt.
Het wordt ook aanbevolen om de
paden ver in het beoogde werkgebied te laten lopen. Dit verbetert
de navigatie van de robot aanzienlijk wanneer
hij moet terugkeren naar het station.
Er kunnen meerdere paden
in hetzelfde gebied worden geconfigureerd. De robot optimaliseert
automatisch het traject op basis van de beschikbare
paden en het beoogde gebied.
Automatisch padzones detecteren
Het hieronder getoonde pad loopt
door verschillende gebieden. De robot herkent automatisch de gebieden
waar hij doorheen rijdt.
G578630
-
Lusdraad
-
Pad
-
Oppervlak 1
-
Oppervlak 2
-
Oppervlak 3
De lijst wordt weergegeven als
onderdeel van de kenmerken van het pad wanneer deze op het portaal
wordt bekeken. In dit voorbeeld zou het pas
als volgt worden gekarakteriseerd:
- Van perceel: lus
- Naar perceel: Gebied 1, Gebied
2, Gebied 3
Het RTK-basisstation
Het RTK-basisstation kan zowel
wifi als 4G gebruiken om datacorrectie naar de robots te verzenden.
De vereisten en configuratie van de installatie
zijn afhankelijk van de gebruikte methode. Details over elk van deze
basisstations zijn te vinden in de bijbehorende gebruikershandleiding voor het basisstation.
De
handleiding omvat:
- Een beschrijving van het basisstation
en de operationele functies.
- De installatievereisten en -procedure.
- Problemen met het basisstation
oplossen.
- Informatie over de wifi-repeater.
Vereisten met betrekking
tot vaste obstakels
De
robot detecteert tijdelijke obstakels met zijn sensoren. Dit onderwerp
heeft betrekking op permanente obstakels die de
robot moet vermijden bij het berekenen van zijn werkpatroon en
tijdens het werken.
Al deze obstakels moeten worden
omgeven door een werkgebied of een NoGo-zone; beide worden beschouwd
als veilige grenzen.
Laadstation
Het
laadstation moet zich op minstens 15 m van obstakels bevinden
G578631
-
Laadstation
-
Obstakel
Water
Water is bijzonder
gevaarlijk voor de robots en moet worden omgeven door een NoGo-zone
of een werkgebied.
De grens van de NoGo-zone of het
werkgebied moet zich op minimaal 8 m van de waterrand bevinden.
Als de grond naar het water afloopt,
moet er een afstand van minimaal 9 m zijn tussen de grens van
het werkgebied of de NoGo-zone en de waterrand.
Als het niet mogelijk is om een
afstand van minimaal 8 m tussen de waterrand en de NoGo-zone
aan te houden, moet er een fysieke barrière
van minstens 15 cm hoog rond het water worden geplaatst.
G603251
-
NoGo-zone
-
Fysieke barrière
Afmetingen met betrekking tot obstakels
Een NoGo-zone moet in alle richtingen
minstens 1 m breed zijn..
De minimale afstand tussen NoGo-zones
is 5 m.
Een NoGo-zone moet minstens 5 m
verwijderd zijn van de grens van het werkgebied waarin de robot werkt.
G578637
-
Grens van werkgebied
-
NoGo-zone
Als een obstakel zich op minder
dan 5 m van de grens van het werkgebied bevindt waarin de robot
werkt, moet de grens van het werkgebied zo
worden ingesteld om rond het obstakel te gaan. Zoals wordt getoond
op de volgende afbeelding, loopt de grens
van het werkgebied om het obstakel heen:
G580699
-
Grens van werkgebied
Er moet een minimale afstand van
5 m zijn tussen de delen van de grens die het obstakel naderen
en verlaten. Dit betekent dat er een gebied
met een breedte van minimaal 5 m is waar de robot niet werkt.
Om dit te ondervangen, kunt u twee overlappende
werkgebieden gebruiken.
G578638
-
Grens van werkgebied 1
-
Grens van werkgebied 2
Toepassingen van 4G RTK
Er is een stationslus vereist
om de robot toegang te geven tot het station. Er moet minstens 1 gps-werkgebied
of pad worden verbonden met de stationslus. Het wordt aanbevolen om paden
te gebruiken in plaats van een gps-terugkeerpunt om de robot terug
naar het station te leiden.
Opmerking: Voor een 4G RTK-installatie moet
het gps-signaalniveau van 2 beschikbaar zijn als werkgebieden en NoGo-zones
moeten worden geaccepteerd.
Werkgebied met één
gps
G587135
-
RTK-basisstation
-
Lusdraad
-
Pad (aanbevolen)
-
Gps-werkgebied
- De locatie is open. Er zijn geen
bomen die het zicht tussen de robots, het basisstation en de satellieten
belemmeren.
- Het gps-signaalniveau is 2 op
de gehele locatie.
- Het basisstation kan op een hoogte
van 4 m op een gebouw worden gemonteerd.
- Het gps-werkgebied of pad kruist
de stationslusdraad met minstens 4 m x 4 m. De lus is ingesteld
als het aangrenzende perceel van het werkgebied
of het pad.
Werkgebieden met meer dan
één gps verbonden met de lus
G587147
-
RTK-basisstation
-
Lusdraad
-
Pad (aanbevolen)
-
Gps-werkgebied 1
-
Gps-werkgebied 2
- Er zijn twee gps-werkgebieden
of paden gedefinieerd, die elk de stationslus met 4 m x 4 m
kruisen. In beide gevallen moet de lus
worden ingesteld als het perceel dat grenst aan de werkgebieden of
paden.
- Als wifi wordt gebruikt voor de
correcties, kan het noodzakelijk zijn om een repeater te gebruiken.
Meerdere gps-werkgebieden
verbonden door paden
G587149
-
Lusdraad
-
Pad
-
Gps-werkgebied 1
-
Gps-werkgebied 2
-
RTK-basisstation
- Naast de 2 gps-werkgebieden wordt
een aanvullend gps-werkgebied gecreëerd voor het pad dat overlapt
met de lusdraad.
- De padzone kruist beide werkgebieden.
- Paden worden gecreëerd zodat
de robot toegang heeft tot beide werkgebieden.
- De paden lopen ver door in de
werkgebieden. Dit helpt de robot wanneer hij terug navigeert naar
het station.
- Als wifi wordt gebruikt voor de
correcties, kan het noodzakelijk zijn om een repeater te gebruiken.
- U kunt een bijkomend pad toevoegen
dat de 2 paden verbindt, zodat de robot in de 2 gebieden kan werken.
Enkelvoudig werkgebied,
3 interne gps-zones en één enkelvoudige NoGo-zone
G587150
-
RTK-basisstation
-
Lusdraad
-
Gps-werkgebied
-
NoGo-zone
-
Pad (aanbevolen)
-
Interne gps-zone 1
-
Interne gps-zone 2
-
Interne gps-zone 3
- 1 gps-werkgebied omspant het gehele
werkgebied.
- Het gps-werkgebied of pad kruist
de stationslusdraad met minstens 4 m x 4 m.
- Binnen het werkgebied zijn drie
interne gps-zones gedefinieerd om het werkschema van de robot te optimaliseren.
Deze hoeven de stationslusdraad niet te
kruisen.
- Er is 1 NoGo-zone gedefinieerd.
Deze moet minstens 5 m van de grens van het primaire gps-werkgebied
liggen, en volgt de regels voor de installatie
van een NoGo-zone.
Afgescheiden werkgebieden
verbonden door paden
G587151
-
Gps-werkgebied 1
-
Pad 1
-
Pad 2
-
Gps-werkgebied 2
-
Gps-werkgebied 3
- 3 afzonderlijke werkgebieden kunnen
met elkaar worden verbonden door paden.
- 1 pad kruist meerdere gps-werkgebieden.
- De paden lopen door in het werkgebied,
zodat de robot gemakkelijk kan terugkeren naar het station, ongeacht
waar hij zich bevindt wanneer hij moet
terugkeren naar het station.
Werkgebied met nauwe doorgang
In dit voorbeeld bevat het werkgebied
een doorgang waar de afstand tussen de aangrenzende delen van de grens
van het werkgebied minder dan 5 m bedraagt.
Deze opstelling kan problemen opleveren en daarom dient in plaats
daarvan de configuratie in de volgende afbeelding
te worden toegepast. In deze configuratie zijn 2 afzonderlijke zones
gedefinieerd om te voorkomen dat aangrenzende
delen te dicht bij elkaar liggen.
G580904
-
Gps-werkgebied 1
-
Gps-werkgebied 2
Paden die gps-werkgebieden
en werkgebieden die van draden zijn voorzien met elkaar verbinden
G587165
-
Gps-werkgebied 1
-
Paden
-
Gps-werkgebied 2
-
Van draden voorzien werkperceel
Paden kunnen worden gebruikt om
gps-werkgebieden en percelen die van draden zijn voorzien met elkaar
te verbinden. Een perimeterdraad kan nodig zijn
in situaties waarin het niveau van het gps-signaal lager is dan 2.
Problemen oplossen
Tijdens een 4G RTK-installatie
waar er geen perimeterdraad is, is het van cruciaal belang dat de
robot alleen binnen zijn werkgebied werkt. Er worden
verschillende configuratieparameters ingesteld bij de installatie,
die worden gemonitord. Als een van deze wordt gewijzigd,
wordt er een foutmelding gegenereerd en stopt de robot met werken.
Deze cruciale
parameters zijn:
- De tijdens de opneming vastgestelde
referentiepositie van het RTK-basisstation.
- De ID van het basisstation.
- De gps-coördinaten van alle
gps-werkgebieden die in gebruik zijn. Dit omvat niet de werkgebieden
(of interne gps-zones) die 0% werktijd hebben.
- De gps-coördinaten van alle
NoGo-zones.
- De status van alle gps-werkgebieden
(als deze zijn toegevoegd of verwijderd).
- De status van alle gps-NoGo-zones
(als deze zijn toegevoegd, verwijderd, ingeschakeld of uitgeschakeld).
- Het wifi-wachtwoord, indien wifi
wordt gebruikt.
Wanneer een
nieuwe opdracht wordt gelanceerd, worden eventuele wijzigingen automatisch
gedetecteerd en start de robot de opdracht niet.
De oorzaak van het probleem is te zien op het scherm Geolink Summary
op de robotinterface. Dit scherm zou automatisch
moeten verschijnen, maar kan worden bekeken door Technician's menu (9) > Infrastructure > GeoLink Summary (Menu technicus (9) > Infrastructuur > GeoLink samenvatting) te
selecteren. Pak problemen zonder vinkje aan. Deze informatie
kunt u ook bekijken in de app door de knop Technician menu te selecteren en vervolgens TURF PRO NAV. Pak problemen aan die
op het scherm weergegeven worden met een gele driehoek of rode cirkel.
Raadpleeg uw Technische handleiding voor meer informatie over
alle berichten die op dit scherm worden weergegeven.
Problemen met RTK gps-installaties oplossen
Deze procedure wordt gebruikt
om het probleem te identificeren wanneer de kwaliteit van het gps-signaal
te laag is. De signaalkwaliteitsniveaus kunnen
worden bekeken via Technician's menu (9) > GPS RTK (Menu technicus
(9) > GPS RTK). Deze procedure bestaat uit een aantal stappen die
in de juiste volgorde moeten worden uitgevoerd.
De GNSS-verbinding van het RTK-basisstation verifiëren
Opmerking: Wacht na elke actie enkele minuten
om te verifiëren of de kwaliteit van het gps-signaal is verbeterd
tot RTK-kwaliteitsniveau > 1,2.
De GNSS-verbinding van de robot verifiëren
Opmerking: Wacht na elke actie enkele minuten
om te verifiëren of de kwaliteit van het gps-signaal is verbeterd
tot RTK-kwaliteitsniveau > 1,2.
De wifi-verbinding tussen de robot en het RTK-basisstation verifiëren
Opmerking: Wacht na elke actie enkele minuten
om te verifiëren of de kwaliteit van het gps-signaal is verbeterd
tot RTK-kwaliteitsniveau > 1,2.
Appendices
Inactieve toestand
Er kan zich een situatie voordoen
waardoor de robot zijn autonome maaiopdracht stopt en in een inactieve
toestand terechtkomt. Dit kan de volgende
oorzaken hebben:
- De robot heeft een probleem geconstateerd
en heeft een alarm gegeven.
- De opdracht is handmatig gestopt.
In
beide situaties zijn er mechanismen om het stroomverbruik van de robot
te managen.
Alarm
Wanneer de robot met een probleem
wordt geconfronteerd, registreert hij een alarm, dat uiteindelijk
handmatig moet worden opgelost.
Als
het alarm na 15 minuten niet is gewist, gaat de robot in slaapstand.
In deze stand vermindert de robot zijn stroomverbruik
door alles behalve de modem uit te schakelen.
Opmerking: De slaapstand wordt alleen ingeschakeld
als de robot langer dan een uur is ingeschakeld.
De robot blijft 2 dagen in slaapstand,
of totdat de accu bijna leeg is, waarna hij zichzelf uitschakelt.
Dit
vereist handmatige tussenkomst: wis het alarm en hervat de autonome
werkmodus, of duw de robot naar een laadstation om
de accu op te laden.
Taak gestopt
In dit geval gaat de robot in
een inactieve stand. Standaard gaat de robot na 15 minuten inactiviteit
naar de slaapstand die hierboven werd beschreven,
waarin het stroomverbruik tot een minimum wordt beperkt. De robot
blijft 2 dagen in slaapstand, of totdat
de accu bijna leeg is, waarna hij zichzelf uitschakelt.
Voordat
de robot het werk hervat, voert hij een zelftest uit om de integriteit
van het hele systeem te controleren (inclusief
elektronica, sensoren, mechanica en software).
- Als het resultaat van de zelftest
succesvol is, hervat de robot de autonome werkmodus.
- Als het resultaat van de zelftest
niet succesvol is, registreert de robot een alarm, waarna ingrijpen
noodzakelijk is.